RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/296485-23 Datum uitspraak: 20 december 2023 UITSPRAAK op de vordering van 10 november 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 26 april 2018 (aangevuld op 10 mei 2018 en gewijzigd op 27 april 2023) door the Regional Court in Bydgoszcz, 3rd Penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1990, laatst opgegeven verblijfplaats in Nederland: [adres opgeëiste persoon] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 december 2023, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. O. Bolluyt, advocaat in Almere is wel verschenen. Hij heeft meegedeeld dat hij niet gemachtigd is. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie De rechtbank constateert dat onderhavig EAB hetzelfde EAB is als het EAB in de reeds aanhangige overleveringszaak van EAB I (parketnummer: 13/292977-23, was: 13/751633-18), met dien verstande dat in het onderhavige EAB het jaartal van de verjaringstermijn voor de executie van één van de vier vonnissen is gewijzigd van 17 mei 2023 in 17 mei
- De procedure met betrekking tot EAB I is al meermalen op zitting behandeld, voor het eerst op 4 oktober
- Op 16 april 2019 is in de zaak van EAB I een tussenuitspraak gewezen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de onafhankelijkheid van the Regional Court in Bydgoszcz. In een eerdere (tussen)uitspraak met betrekking tot EAB I van 18 oktober 2018 heeft de rechtbank de overlevering geweigerd voor zover het EAB zag op de tenuitvoerlegging van vier vrijheidsstraffen op basis van vier Poolse vonnissen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat onderhavig EAB III gezien moet worden als een nieuw EAB en dat EAB I is ingetrokken. Van deze intrekking is geen bericht ontvangen van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Omdat EAB III een nieuw EAB betreft, is een nieuwe vordering ingediend en moet op het gehele EAB worden beslist, inclusief de tenuitvoerlegging van 4 vonnissen waarop de rechtbank al heeft beslist bij (tussen)uitspraak van 18 oktober 2018 in de zaak van EAB I. De rechtbank volgt de officier van justitie niet in haar standpunt. Zoals hiervoor reeds geconstateerd is, is het onderhavige EAB III hetzelfde EAB als EAB I met hetzelfde kenmerk (III Kop 68/17) en dezelfde datum van uitvaardiging: 26 april
- Het is niet ongebruikelijk dat een EAB op een latere datum wordt aangevuld door opnieuw een EAB-formulier toe te sturen waarin de betreffende aanvulling is verwerkt. Nu geen sprake is van een nieuw EAB, maar van een aanvulling op een EAB dat al (lange tijd) aanhangig is bij de rechtbank, zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. P. van Kesteren, voorzitter, mrs. B.M. Vroom-Cramer en A.W.T. Klappe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 december
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Vergelijk rechtbank Amsterdam 27 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6019 en 22 november 2023 (parketnummer: 13.180494-23, ter publicatie aangeboden). Vergelijk rechtbank Amsterdam 22 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1661.