← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:1922

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.261649-23 Datum uitspraak: 19 maart 2024 UITSPRAAK op de vordering van 18 januari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 22 september 2023 door het Amtsgericht Mönchengladbach, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats], inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres], [woonplaats], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 maart 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen. Zijn raadsman, mr. S.F.J. Bergmans, advocaat in Sittard, heeft op 4 maart 2024 schriftelijk aangekondigd dat hij niet op de zitting zal verschijnen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een bevel tot voorlopige hechtenis van 29 juli 2022 uitgevaardigd door het Amtsgericht Mönchengladbach, met kenmerk: 59 Gs 700 Js 253/21 533/

  1. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De Leading Chief Public Prosecutor in Mönchengladbach heeft op 12 februari 2024 de volgende garantie gegeven: With reference to your email dated 05 February 2024, it is assured that, in case of a conviction by final judgment in the Federal Republic of Germany on the basis of the applicable Version of the 'Council Framework Decision 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union' (Official Journal L 327 dated 5 December 2008, page 27), the prosecuted person will be transferred back to the Netherlands to serve the remainder of his sentence there. Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6Onschuldverweer De opgeëiste persoon verklaart niet schuldig te zijn aan de feiten. Hij heeft dit, anders dan de OLW vereist, niet tijdens het verhoor ter zitting aangetoond. De onschuldbewering leidt alleen om die reden al niet tot weigering van de overlevering. 7Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan: het strafrechtelijk onderzoek is in Duitsland aangevangen; de verdovende middelen waren bestemd voor de Duitse markt, zodat de Duitse rechtsorde is geschokt; het Nederlandse openbaar ministerie is niet voornemens de opgeëiste persoon voor deze feiten te gaan vervolgen. De rechtbank stelt voorop dat: - aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn; - de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd. In dat licht vormt het gegeven dat de feiten worden geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. 8Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 9Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 10Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Mönchengladbach, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.Deze uitspraak is gedaan door mr. Ch.A. van Dijk, voorzitter, mrs. A.S. Dogan en E. Biçer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 maart
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:
  3. Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.