RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/736099 / HA ZA 23-621 Vonnis in incident van 6 maart 2024 in de zaak van WTC FACILITY B.V., gevestigd te Leeuwarden, eisende partij in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna te noemen: WTC, advocaat: mr. F.J. Webbink, tegen KOGG GORINCHEM B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde partij in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna te noemen: KOGG, advocaat: mr. D.A. Westra, en GEMEENTE LEEUWARDEN, eisende partij in het incident, hierna te noemen: de Gemeente, advocaat: mr. S. Zuidam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 28 juni 2023, met producties, het vonnis in incident van 27 september 2023, waarin KOGG wordt toegestaan Dijkstra Plan & Projectontwikkeling B.V. (hierna: DPPO) in vrijwaring op te roepen; - de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties; conclusie van antwoord in reconventie, met producties; - de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van de Gemeente, de incidentele conclusie van antwoord van WTC; het B-formulier van KOGG van 5 februari 2024, met referte. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten voor zover van belang voor het incident 2.1. WTC is eigenaar van het WTC-complex aan de [locatie] . De Gemeente heeft het gebied rond het WTC-complex heringericht voor onder meer de komst van het nieuwe voetbalstadion van Stichting Cambuur Leeuwarden (hierna: SC Cambuur stadion). Ten behoeve van deze gebiedsontwikkeling heeft WTC 19.553 m2 grond (kadastrale aanduiding gemeente Leeuwarden, [sectie + nummer 1] ) verkocht aan de Gemeente. 2.2. Op 14 januari 2019 hebben WTC en de Gemeente de koopovereenkomst gesloten. In de koopovereenkomst hebben partijen kort samengevat opgenomen dat de Gemeente verplicht is het verkochte aan WTC terug te leveren als de bouw van het SC Cambuur stadion niet is afgerond binnen drie jaar nadat het bestemmingsplan dat de gebiedsontwikkeling mogelijk maakt onherroepelijk is geworden (artikel 21 aanhef en onder c). Daarnaast is opgenomen dat als teruglevering niet binnen twee maanden na sommatie heeft plaatsgevonden, een onmiddellijk opeisbare contractuele boete is verschuldigd van € 300,- per m2. Op 17 januari 2019 zijn de gronden aan de Gemeente geleverd. Artikel 21 is in de akte van levering opgenomen. 2.3. De Gemeente heeft de grond met de kadastrale aanduiding [sectie + nummer 1] vervolgens gesplitst in drie percelen: kadastraal bekend gemeente Leeuwarden, [sectie + nummer 2] , [sectie + nummer 3] en [sectie + nummer 4] . De gemeente heeft de percelen [sectie + nummer 3] en [sectie + nummer 4] thans in eigendom en heeft deze herontwikkeld en in gebruik als parkeerterrein (hierna: het parkeerterrein). 2.4. De gemeente heeft het perceel [sectie + nummer 2] na splitsing doorverkocht en geleverd aan DPPO. DPPO heeft dit perceel gesplitst in twee percelen: kadastraal bekend gemeente Leeuwarden, [sectie + nummer 5] (groot 352 m2) en [sectie + nummer 6] (groot 2.884 m2). DPPO heeft deze twee percelen verkocht aan Jumbo Supermarkten B.V. (hierna: Jumbo) en heeft daar in opdracht van Jumbo een winkelruimte/supermarkt gerealiseerd. Op 31 maart 2021 zijn de twee percelen aan Jumbo geleverd. 2.5. Eind december 2021 heeft Jumbo het perceel [sectie + nummer 6] verkocht aan KOGG. KOGG is de huidige eigenaar van dit perceel en exploiteert in de op het perceel gerealiseerde winkelruimte een Kruidvat winkel. In deze procedure is alleen het perceel [sectie + nummer 6] (hierna: het perceel) van belang. 2.6. Het perceel [sectie + nummer 5] heeft Jumbo verkocht en geleverd aan Aldi. Aldi is de huidige eigenaar van dit perceel. Tussen WTC en Aldi is bij deze rechtbank een procedure aanhangig onder zaaknummer C/13/740802 / HA ZA 23-942. 2.7. Op 8 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Leeuwarden het bestemmingsplan vastgesteld. Het bestemmingsplan is op 20 september 2019 onherroepelijk geworden. Op 7 juli 2022 is de bouw van het SC Cambuur stadion gestart. De bouw van het stadion is nog niet afgerond. De verwachting is dat SC Cambuur in het seizoen 2024/2025 van haar nieuwe stadion gebruik zal kunnen maken. 2.8. Op 24 januari 2023 heeft WTC KOGG geschreven dat zij aanspraak maakt op teruglevering van het perceel en op betaling van de contractuele boete indien deze teruglevering niet binnen twee maanden tot stand zou zijn gekomen. Bij brief van 3 april 2023 heeft WTC KOGG gesommeerd de onmiddellijk opeisbare boete van € 865.200,- binnen zeven dagen te betalen. 2.9. In de hoofdzaak heeft KOGG DPPO in vrijwaring opgeroepen. Deze vrijwaringsprocedure is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer C/13/740461. DPPO heeft in deze vrijwaringsprocedure het verzoek gedaan om op haar beurt de Gemeente in (ondervrijwaring) te mogen oproepen. Deze rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. 3De vordering en het verweer in de hoofdzaak 3.1. WTC vordert dat de rechtbank KOGG veroordeelt tot betaling aan WTC van een contractuele boete van € 865.200-, te vermeerderen met rente en kosten. Aan deze vordering legt WTC artikel 21 van de koopovereenkomst ten grondslag. Dit artikel is een kwalitatieve verplichting die steeds met een kettingbeding is doorgelegd, uiteindelijk aan KOGG. Hierin is opgenomen dat als het SC Cambuur stadion niet is voltooid drie jaar nadat het bestemmingsplan dat deze ontwikkeling mogelijk maakt onherroepelijk is geworden, KOGG het perceel moet terugleveren aan WTC respectievelijk een contractuele boete moet betalen aan WTC. Het bestemmingsplan is op 20 september 2019 onherroepelijk geworden, zodat de bouw van het stadion afgerond had moeten zijn op 20 september 2022. Omdat de bouw op die datum nog niet was afgerond, maakt WTC aanspraak op teruglevering. Omdat KOGG heeft verklaard het perceel niet te zullen terugleveren, moet KOGG de contractuele boete aan WTC betalen. 3.2. KOGG voert verweer. Zij voert kort samengevat aan dat zij de contractuele boete niet verschuldigd is, omdat: het niet uiterlijk september 2022 afronden van het SC Cambuur stadion te wijten is aan onvoorziene omstandigheden ex artikel 6:258 BW (covid pandemie en oorlog in Oekraïne); WTC misbruik van haar bevoegdheid maakt als bedoeld in artikel 3:13 lid 2 sub b BW. De contractuele boete is alleen in de koopovereenkomst opgenomen met de bedoeling om WTC te compenseren als de gebiedsontwikkeling, waaronder het nieuwe stadion van SC Cambuur, in het geheel niet zou plaatsvinden. De boete is niet bedoeld voor de huidige situatie; nakoming van artikel 21 van de koopovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet gerechtvaardigd is (artikel 6:248 BW); niet KOGG maar DPPO de boete moet betalen. DPPO heeft Jumbo en haar rechtsopvolgers, dus ook KOGG gevrijwaard voor alle aanspraken van WTC uit hoofde van artikel 21 van de koopovereenkomst. Om deze reden heeft KOGG DPPO in vrijwaring opgeroepen. Als KOGG wordt veroordeeld tot betaling van de contractuele boete, dan dient DPPO ook te worden veroordeeld tot betaling van de boete en zal DPPO de boete uiteindelijk moeten betalen. 3.3. KOGG heeft een vordering in reconventie ingesteld. Zij vordert in reconventie ontbinding van de bepaling omtrent de contractuele boete. Aan deze vordering legt zij ten grondslag haar stellingen zoals hiervoor weergegeven onder 3.2 sub a tot en met c. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4Het geschil in het incident 4.1. De Gemeente vordert primair haar toe te staan in de hoofdzaak (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.