RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/742927 / HA ZA 23-1071 Vonnis van 10 april 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BEHEERSMAATSCHAPPIJ KORTOUD B.V., gevestigd te Kortenhoef, eisende partij, hierna te noemen: Kortoud, advocaat: mr. S. Yntema te Amsterdam, tegen 1. de maatschap SWART & CO ACCOUNTANTS, gevestigd te Amstelveen,2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: Swart c.s., advocaat: mr. R. Bosman te Rotterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding tevens houdende incident ex art. 7:403 lid 2 BW en art. 843a Rv, met producties, - de conclusie van antwoord in het incident ex art. 843a Rv, met productie, - de akte uitlaten producties en bewijsaanbod van Kortoud. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten voor zover van belang in het incident 2.1. Kortoud houdt alle aandelen van de besloten vennootschap Drukkerij WC den Ouden B.V. (hierna: Drukkerij WC den Ouden). [naam] is de ‘ultimate beneficial owner’ van Kortoud en Drukkerij WC den Ouden. Hij exploiteerde met laatstgenoemde vennootschap tussen 1989 en 2019 een drukkerij in Amsterdam. Voor die tijd werd de drukkerij geëxploiteerd door zijn vader. 2.2. [gedaagde 2] werkt als accountant bij Swart & Co Accountants. 2.3. Swart c.s. verricht sinds 1989 accountantswerkzaamheden voor Kortoud en Drukkerij WC den Ouden. 2.4. In 1975 heeft Drukkerij WC den Ouden aan de vader van [naam] een stamrecht toegekend, waarbij de moeder van [naam] als begunstigde is aangewezen in geval van overlijden van vader voor 18 april 1995. Op 2 mei 1994 heeft Drukkerij WC den Ouden een pensioentoezegging aan vader gedaan, waaruit onder meer volgt dat moeder bij overlijden van vader voor 18 april 1995 levenslang een weduwepensioen zou ontvangen. Vader is in september 1994 overleden. De verplichtingen uit hoofde van het stamrecht en pensioen zijn op enig moment overgegaan van Drukkerij WC den Ouden op Kortoud. 3De vorderingen in de hoofdzaak 3.1. Kortoud vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. voor recht verklaart dat Swart c.s. hoofdelijk toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de overeenkomst dan wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens Kortoud, 2. Swart c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door Kortoud ten gevolge daarvan geleden schade, op te maken bij staat, 3. Swart c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 3.865,78 aan buitengerechtelijke kosten, 4. de overeenkomst ontbindt, 5. Swart c.s. veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Kortoud legt kort gezegd aan haar vorderingen ten grondslag dat Swart c.s. fouten heeft gemaakt, omdat zij de lijfrente- en pensioenuitkeringen aan moeder jarenlang ten onrechte heeft geïndexeerd. Kortoud stelt dat daardoor een bedrag van ten minste € 418.156,76 onverschuldigd is uitgekeerd en dat het overgrote deel van dit bedrag voor haar rekening is gekomen. 4Het geschil in het incident 4.1. Kortoud vordert in incident - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. Swart c.s. beveelt om uiterlijk binnen tien werkdagen na de datum van dit vonnis afschrift van de specificaties van alle aan Kortoud verzonden facturen aan Kortoud beschikbaar te stellen, 2. Swart c.s. veroordeelt om aan Kortoud een dwangsom van € 5.000,00 te betalen voor iedere dag dat Swart c.s. in gebreke blijft te voldoen aan het onder 1 bedoelde bevel. 4.2. Kortoud stelt deze vorderingen in omdat zij in de hoofdzaak ontbinding van de overeenkomst vordert en zij de hoogte wil vaststellen van de verbintenis tot waardevergoeding die bij ontbinding ontstaat. Zij stelt dat zij die vergoeding op dit moment niet kan vaststellen, omdat Swart c.s. facturen zonder specificaties heeft verstuurd. Kortoud vordert daarom dat Swart c.s. de specificaties verstrekt op grond van artikel 7:403 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 4.3. Swart c.s. voert verweer. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling 5.1. Aan de toewijsbaarheid van een vordering op grond van artikel 843a Rv zijn de volgende voorwaarden verbonden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.