← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:2301

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.154931-23 (EAB I) Datum uitspraak: 10 april 2024 UITSPRAAK op de vordering van 25 oktober 2021 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 juli 2021 door het Stadsparket Sofia, Bulgarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1973, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 maart 2022, in aanwezigheid van mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn advocaten, mrs. B. Ivanov-Petkova en J. Gravesteijn, beiden advocaat te Den Haag en door een tolk in de Bulgaarse taal. De behandeling is voor onbepaalde tijd aangehouden voor het inwinnen van nadere informatie. De behandeling is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 27 maart 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B. Ivanov-Petkova, advocaat te Den Haag en door een tolk in de Bulgaarse taal. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, nu uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 20 maart 2023 blijkt dat dit EAB is ingetrokken. De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt. 4Beslissing VERKLAART het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. A.W.T. Klappe en H.P. Kijlstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. Munster en A. Gabriëlse, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 april 2024. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22 OLW. De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.