← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:2503

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.057788.24 (EAB I) Datum uitspraak: 1 mei 2024 UITSPRAAK op de vordering van 28 februari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 maart 2023 door het Amtsgericht Aachen, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedatum] 1981, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 april 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft op 5 april 2024 afstand gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. A.M. Timorason, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Duitse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van het Amtsgericht Aachen van 6 juni 2016, met dossiernummer 334 Ls 34/15 in de versie van het vonnis van het Landgericht Aachen van 22 maart 2019, met dossiernummer 72 Ns 58/

  1. Het EAB, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van 12 maart 2024, vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij zowel het proces dat heeft geleid tot de beslissing van het Amtsgericht Aachen als bij het proces dat heeft geleid tot de beslissing in hoger beroep van het Landgericht Aachen. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van een jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. De tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf was opgeschort, maar bij beschikking van 18 augustus 2022 van het Landgericht Bonn is de opschorting herroepen. Uit de aanvullende informatie van 12 maart 2024 blijkt dat de reden voor de herroeping was gelegen in de veroordeling van de opgeëiste persoon voor een nieuw strafbaar feit bij vonnis van 23 juni 2021 van het Amtsgericht Aachen. De opgeëiste persoon is in persoon verschenen op de zitting die heeft geleid tot de veroordeling voor dit ‘triggerende’ feit. Het in de eerste alinea genoemde vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Het EAB ziet op een feit dat geacht word geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan: de vervolging is in Duitsland aangevangen; het bewijs bevindt zich in Duitsland; de Duitse autoriteiten hebben de wens tot vervolging geuit middels uitvaardiging van het EAB; het Nederlandse Openbaar Ministerie is niet voornemens de opgeëiste persoon voor deze feiten te vervolgen. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft op dit punt geen verweer gevoerd. De rechtbank stelt voorop dat: aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn; de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is dat wordt voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd. Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten vormt daarom het gegeven dat het feit wordt geacht gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2 en 10 Opiumwet en 2, 5, 7 en 13 Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Aachen, Duitsland. voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mr. H.J. Bos en mr. A.L. op ‘t Hoog rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens en A. Gabriëlse, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 mei
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Noot: dit vonnis ligt aan EAB II ten grondslag, waarin de rechtbank ook heden uitspraak doet.. Zie onderdeel e) van het EAB. Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.