RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/327929-23 (EAB 7) Datum uitspraak: 7 maart 2024 UITSPRAAK op de vordering van 22 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 8 juni 2023 door de het ressortsparket in Florence (Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Albanië) op [geboortedag] 1977, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [penitentiaire inrichting] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 13 februari 2024 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Albanese taal. Het onderzoek ter zitting is geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen over artikel 12 OLW voor te leggen aan de Italiaanse autoriteiten. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Zitting 28 februari 2024 De behandeling van het EAB is voortgezet en heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Sönmez en door een tolk in de Albanese taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Albanese nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Tegen de opgeëiste persoon zijn zeven EAB’s uitgevaardigd. Dit EAB vermeldt - een vonnis van de Rechtbank van Pisa 7.3.2013. Referentienummer: nr. 556/2013 Sent.- nr.1553/12 RGTrib. – nr 5332/2010 RGNR De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraf voor de duur van 8 maanden (vonnis), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde beslissing en het vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. Uit het EAB en de aanvullende informatie blijkt dat de officier van justitie in Florence een Besluit van 29 november 2017 met referentie nr. 577/2017 SIEP tot samenvoeging van concurrerende sancties heeft genomen (hierna: het samenvoegingsbesluit), waarvoor nog een straf van 30 jaar uitgezeten zou moeten worden. 4De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Ten aanzien van het vonnis van de Rechtbank in Pisa van 7 maart 2013 Standpunt van de raadsman De raadsman heeft betoogd dat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten niet voldoende heeft kunnen uitoefenen. De vragen die door de rechtbank op 13 februari 2024 gesteld zijn, worden niet beantwoord, waarbij hij met name gewezen heeft op de vragen onder punt 3 b. i, ii en iii. Niet is gebleken dat de opgeëiste persoon een raadsman heeft gemachtigd om voor hem op te treden. De opgeëiste persoon heeft steeds verklaard dat hij in het geheel niet op de hoogte was van de veroordelingen in Italië, laat staan dat hij een advocaat had aangesteld. Hij is zelf sinds 2000 niet meer in Italië geweest. Hij heeft dan ook op geen enkele wijze zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen. Zonder verzetgarantie, die niet verstrekt is, kan de opgeëiste persoon niet overgeleverd worden. De overlevering moet worden geweigerd. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft aangegeven dat er niet van uitgegaan kan worden dat in dit geval een advocaat gemachtigd is geweest om de verdediging te voeren. In de aanvullende informatie is immers niet aangegeven dat er sprake was van een trusted lawyer, maar van een advocaat die door de staat is aangewezen. Ook is er niet aangegeven dat de opgeëiste persoon nog de mogelijkheid heeft verzet aan te tekenen. Gezien deze omstandigheden dient de overlevering te worden geweigerd, nu niet vast staat dat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. Ook is er geen reden af te zien van deze weigeringsgrond. Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft op 13 februari 2024 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit verzocht ten aanzien van elk vonnis dat in EAB 1 tot en met EAB 7 wordt genoemd, onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.