RECHTBANK Amsterdam Afdeling privaatrecht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/735719 / HA RK 23-207 Beschikking van 24 januari 2024 in de zaak van [verzoekende partij] , wonende te [woonplaats 1] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoekende partij] , advocaat: mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam, tegen 1HET FINANCIEEL DAGBLAD B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: het FD,2. [verwerende partij], wonende te [woonplaats 2] hierna te noemen: [verwerende partij] , verwerende partijen, advocaat: mr. R.D. Chavannes te Amsterdam. en 3 [belanghebbende] wonende te [woonplaats 3] , belanghebbende, hierna te noemen: [belanghebbende] , advocaat: mr. R.D. Chavannes te Amsterdam. Het FD, [verwerende partij] en [belanghebbende] zullen hierna samen worden genoemd: het FD c.s. Korte samenvatting [verzoekende partij] heeft het FD gedagvaard voor deze rechtbank vanwege twee artikelen die het FD heeft gepubliceerd en waar hij het niet mee eens is (hierna: de hoofdzaak). Na aanvang van de hoofdzaak heeft [verzoekende partij] ook het onderhavige verzoek, voorlopig getuigenverhoor, ingediend. Met het horen van de getuigen wil hij bewijzen dat de twee artikelen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Volgens [verzoekende partij] heeft het FD ‘de ethics of journalism’ geschonden. De rechtbank wijst het verzoek van [verzoekende partij] af. Een voorlopig getuigenverhoor is bedoeld om bewijs te verzamelen voor de hoofdzaak. Omdat in de hoofdzaak eveneens vandaag een beslissing wordt gegeven, kunnen de verklaringen van getuigen niet meer meewegen bij de beoordeling in de hoofdzaak. [verzoekende partij] heeft daarom onvoldoende belang bij zijn verzoek. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met producties, binnengekomen ter griffie 28 juni 2023, - de tussenbeschikking van 27 juli 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - het verweerschrift van het FD en [verwerende partij] , met producties, binnengekomen ter griffie op 3 november 2023, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, met de daarin genoemde stukken. 1.2. Deze zaak is op de mondelinge behandeling van 13 november 2023 gelijktijdig behandeld met de hoofdzaak (zaaknummer C/13/732333/HA ZA 23-365). Daarom wordt hetgeen op 13 november 2023 in de hoofdzaak is besproken ook betrokken in deze procedure, en andersom. Voor een overzicht van de proceshandelingen in de hoofdzaak en hetgeen daarin op 13 november 2023 is besproken, verwijst de rechtbank naar het vonnis in die zaak dat ook vandaag wordt gewezen. 2De feiten 2.1. [verzoekende partij] is ondernemer en onder meer, via zijn persoonlijke houdstervennootschap, Sarabel Invest S.à.r.l, grootaandeelhouder van B&S Group (hierna: B&S). B&S is een groothandel in onder andere gezondheids- beauty producten, etenswaren en consumentenelektronica. B&S ging in 2018 naar de beurs. 2.2. Het FD is een zakenkrant die zich primair richt op de beurs, de economie en het bedrijfsleven. [verwerende partij] is de hoofdredacteur van het FD. [belanghebbende] is onderzoeksjournalist bij het FD. 2.3. Het FD heeft op 2 en 3 november 2022 twee artikelen gepubliceerd over [verzoekende partij] en zijn vennootschap B&S. Op 2 november 2022 heeft het FD een artikel gepubliceerd met de titel: “Multimiljonair gebruikte medewerkers beursfonds B&S voor zaken met Iran én VS” (hierna: het 2 november artikel). Op 3 november 2022 heeft het FD een artikel gepubliceerd met de titel “Amerikaanse waakhond: grootaandeelhouder B&S schendt Iran-sancties” (hierna: het 3 november artikel). Een weergave van de volledige artikelen is opgenomen in het vonnis in de hoofdzaak (zaaknummer C/13/732333/HA ZA 23-365). 2.4. Deze artikelen gaan – kort samengevat – over de investering van [verzoekende partij] , samen met de Iraans-Nederlandse zakenman [naam 1] (hierna: [naam 1] ), in Iraanse marmermijnen. De investering wordt besproken in samenhang met de onderneming waarvan [verzoekende partij] grootaandeelhouder is, B&S. B&S is onder meer leverancier van het Amerikaanse leger. In de artikelen komt aan de orde de bekendheid van aandeelhouders van B&S met de investering van [verzoekende partij] , en mogelijke risico’s van deze investering voor een schending van sanctieregels die golden ten aanzien van Iran. 2.5. Bij dagvaarding van 6 april 2023 heeft [verzoekende partij] de hoofdzaak aanhangig gemaakt tegen het FD en [verwerende partij] . In de dagvaarding heeft [verzoekende partij] onder meer een vordering tot schadevergoeding en rectificatie ingesteld. Daaraan legt [verzoekende partij] onder andere ten grondslag dat het FD onrechtmatig handelt omdat hij in de artikelen ten onrechte wordt beschuldigd van schending van Amerikaanse sanctieregels en de inzet daarbij van B&S medewerkers. Ook verwijt [verzoekende partij] het FD dat de krant op onrechtmatige wijze informatie heeft vergaard ten behoeve van de publicaties van deze twee artikelen. 3Het geschil 3.1. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank, op grond van artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen. 3.1.1. [verzoekende partij] wil door middel van dit getuigenverhoor bewijzen dat het FD c.s. de ‘ethics of journalism’ heeft geschonden, bij de totstandkoming van de 2 en 3 november artikelen. [verzoekende partij] meent dat het FD c.s. niet in overeenstemming heeft gehandeld met de ‘ethics of journalism’, vanwege onder meer de volgende redenen: het FD heeft voor de 2 en 3 november artikelen mogelijk gebruik gemaakt van (zeer) vertrouwelijke informatie; het FD heeft mogelijk nog meer vertrouwelijke informatie in haar bezit; het FD heeft deze vertrouwelijke informatie mogelijk verkregen van een bron met een belang, namelijk [naam 1] . [naam 1] heeft onder meer in het kader van zijn strafzaak en andere procedures, belang bij het verstrekken van schadelijke informatie over [verzoekende partij] aan het FD; e wijze van informatiegaring van het FD gaat verder dan noodzakelijk is voor het doen van deugdelijk journalistiek onderzoek. 3.1.2. Daarom wenst [verzoekende partij] (in het bijzonder) antwoord te krijgen op de volgende vragen: heeft [naam 1] of iemand die aan hem gerelateerd is (zeer) vertrouwelijke stukken aan het FD verstrekt? Zo ja, welke stukken heeft [naam 1] (of iemand die aan hem gerelateerd
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.