← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:342

RECHTBANK AMSTERDAM Strafrecht Zittingsplaats Amsterdam parketnummer : 13/159577-21 raadkamernummer : 23-024705 datum : 9 januari 2024 beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [veroordeelde] , geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] , inschrijvingsadres in de basisregistratie personen: [adres veroordeelde] , hierna te noemen: de veroordeelde. Feiten De politierechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 4 april 2022 de tenuitvoerlegging gelast van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 6 oktober 2020 (parketnummer 13/153660-20), te weten een taakstraf voor de duur van 20 uren en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 10 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie heeft op 12 september 2023 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan op 13 september 2023 aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 20 september 2023 aan de veroordeelde betekend. Procedure Het bezwaar is op 4 oktober 2023 op de griffie van deze rechtbank ingediend. De rechtbank heeft op 9 januari 2024 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld. De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. C.J. Nierop, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie mr. G.W. Koppers op zitting gehoord. Veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet op zitting verschenen. Bezwaar Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. De verdediging verzoekt om het bezwaar gegrond te verklaren en het aantal uren taakstraf op nihil te stellen dan wel veroordeelde nog een kans te geven om de resterende uren taakstraf te verrichten. Veroordeelde is dakloos en heeft een broze gezondheid. Daardoor kon hij niet altijd op afspraken komen. De verdediging vraagt zich af wat voor nut het heeft om veroordeelde alsnog de taakstraf te laten uitvoeren. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie concludeert tot ongegrondverklaring van het bezwaar. Volgens de officier van justitie heeft de reclassering veel moeite gedaan voor veroordeelde en rekening gehouden met zijn bijzondere omstandigheden en zijn dakloosheid. Dit heeft echter niet geleid tot resultaat. Veroordeelde is echter zelf verantwoordelijk om te verschijnen op zijn afspraak om de taakstraf uit te voeren. Beoordeling Ontvankelijkheid bezwaar De politierechter stelt allereerst vast dat het bezwaar tijdig is ingediend. Verzoek tot aanhouding Ter terechtzitting heeft de raadsman van veroordeelde verzocht om de zaak aan te houden, omdat veroordeelde niet aanwezig is. Hij hoopt dat veroordeelde bij een volgende zitting wel verschijnt. De politierechter stelt vast dat de oproep voor de zitting op juiste wijze is betekend. Omdat het aanhoudingsverzoek onvoldoende onderbouwd is en de politierechter geen aanknopingspunten heeft om te veronderstellen dat veroordeelde op een nieuw te plannen zitting wel zal verschijnen, wijst de politierechter het aanhoudingsverzoek af. Beoordeling van het bezwaar De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder: het hiervoor genoemde vonnis; de rapportage van Reclassering Nederland van 7 september 2023; de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis; het bezwaar van de veroordeelde. De politierechter stelt vast dat uit het reclasseringsrapport volgt dat veroordeelde op 1 augustus 2023 8 uur heeft gewerkt. Hierna heeft veroordeelde zich driemaal afgemeld. Twee keer had dit te maken met het feit dat hij geen slaapplek in de buurt van de werkplekafspraak had kunnen vinden. Op 18 augustus 2023 verschijnt veroordeelde ook op de afspraak, maar wordt hij weggestuurd vanwege zijn lichaamsgeur. Volgens de politierechter was er op die dag dus geen onwil om te werken, maar onmacht. De politierechter wil veroordeelde daarom nog een kans geven om de resterende 12 uur taakstraf uit te voeren. Veroordeelde is hiertoe, zoals zijn raadsman ter zitting heeft gezegd, in principe toe in staat. Veroordeelde dient de taakstraf binnen een termijn van 6 maanden te voldoen. Dat betekent dat het bezwaar gegrond zal worden verklaard. Beslissing De politierechter: verklaart het bezwaar gegrond. bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 12 uren; bepaalt dat de taakstraf binnen 6 maanden na heren moet worden voltooid. Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.R. Bleijendaal politierechter, in tegenwoordigheid van mr. B. Ketelaers griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.