RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 23/3356 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , te Loenen aan de Vecht, eiser, (gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach), en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop De rechtbank heeft op 14 juni 2023 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een uitspraak op het bezwaarschrift van eiser van 15 februari
- Op 27 juli 2023 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 3 augustus 2023 een verweerschrift ingediend. Overwegingen
- Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep. De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is kennelijk ongegrond. Wat is er gebeurd?
- Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet op tijd nemen van een uitspraak op het bezwaarschrift van 15 februari 2023 dat eiser tegen de dwangsombeschikking van 16 januari 2023 heeft ingediend. Eiser heeft verweerder op 11 april 2023 in gebreke gesteld. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld. Standpunten
- Verweerder heeft zich onder verwijzing naar artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet op het standpunt gesteld dat eiser verweerder te vroeg in gebreke heeft gesteld. Eiser heeft verzocht de behandeling van het onderhavige verzoek om vergoeding van de proceskosten aan te houden totdat de meervoudige kamer uitspraak heeft gedaan in een soortgelijke zaak. De rechtbank heeft de behandeling van het onderhavige verzoek om vergoeding van de proceskosten hierop aangehouden. Beoordeling
- Er kan niet worden vastgesteld dat verweerder aan het beroep van eiser is tegemoetgekomen. Eiser heeft verweerder te vroeg in gebreke gesteld. Dat betekent dat, als het beroep niet was ingetrokken, het beroep niet-ontvankelijk zou zijn verklaard. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen.
- De in de voetnoot genoemde uitspraak van 22 januari 2024, in welke zaak mr. Voorbach als gemachtigde is opgetreden, is niet gepubliceerd en om die reden aan deze uitspraak gehecht. De onderhavige uitspraak zal worden gepubliceerd.
- Er is niet tegemoetgekomen. Vergoeding van het griffierecht is dus niet aan de orde. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2024 griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats. Coll: M.P.O. D: B onder toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb als bedoeld in artikel 4:17 Awb geregistreerd onder zaaknummer AMS 22/4353 ECLI:NL:GHSHE:2014:728 en de uitspraak van deze rechtbank van 22 januari 2024 in AMS 22/4353 (niet gepubliceerd). Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel ingesteld