RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 10638077 \ CV EXPL 23-10567 Vonnis van 18 juni 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. R. de Nekker, tegen A.S. WATSON (HEALTH & BEAUTY CONTINENTAL EUROPE) B.V., gevestigd te Renswoude, gedaagde partij, hierna te noemen: A.S. Watson, gemachtigde: mr. T.A. Eradus. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 oktober 2023; - de mondelinge behandeling van 5 maart 2024 waarvan aantekeningen zijn gemaakt; - de spreekaantekeningen van beide partijen. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. A.S. Watson exploiteert in Nederland onder meer de winkels Kruidvat en Trekpleister. 2.2. [eiser] heeft op 16 april 2023 in een filiaal van Kruidvat een fles Witte Reus wasmiddel vier liter gekocht voor € 10,99 naar aanleiding van een reclamefolder met daarin de advertentie: [in rood: adviesprijs € 34,99, ktr] 2.3. [eiser] heeft op 19 april 2023 in een filiaal van Trekpleister twee flessen Robijn wasmiddel gekocht voor € 10,00 naar aanleiding van een reclamefolder met daarin de advertentie: 2.4. Op de website van Trekpleister stond op dat moment vermeld dat de adviesprijs per fles Robijn wasmiddel € 12,99 was. Op de kassabon van deze aankoop staat € 6,99 per fles vermeld en een totale actiekorting van € 3,98. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert een verklaring voor recht dat de uitingen “Robijn van € 31,18 voor € 10,00 (68% korting)” en “Witte Reus van € 34,99 voor € 10,99 (60% korting)” door A.S. Watson kwalificeren als misleidende en (daarmee) oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193 b en 6:193c lid 1 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW), met veroordeling van A.S. Watson in de proceskosten. Volgens [eiser] is de aanbieding van Trekpleister in de reclamefolder misleidend omdat sprake is van een feitelijk onjuiste adviesprijs (€ 31,18 voor twee flessen dus € 15,59 per fles, terwijl op de website van Trekpleister werd geadverteerd met een adviesprijs van € 12,99 per fles) en van een niet bestaand prijsvoordeel (de kassabon vermeldt een prijsvoordeel van € 3,98, 80% minder dan in de reclamefolder werd voorgehouden). De aanbieding van Kruidvat is misleidend, omdat het genoemde kortingspercentage niet ondubbelzinnig ziet op de adviesprijs en omdat geen sprake is van een (bestaand) prijsvoordeel. Kruidvat verkoopt het product namelijk alleen maar in de aanbieding en het product werd in de betreffende periode nergens anders verkocht voor € 34,99. [eiser] heeft ook nergens kunnen verifiëren of de adviesprijzen juist zijn. 3.2. A.S. Watson voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van diens vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Art. 3:302 BW bepaalt dat de rechter op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon omtrent die rechtsverhouding een verklaring voor recht uitspreekt. Art. 3:303 BW bepaalt dat zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toekomt. In dit vereiste van voldoende belang ligt besloten dat het belang bij het instellen van een vordering evenredig moet zijn aan het belang van de wederpartij en dat van een behoorlijke rechtspleging. Dat voldoende belang bestaat bij een vordering mag in beginsel worden verondersteld. Indien dat belang wordt betwist of de rechter ambtshalve opheldering wenst over dat belang, rusten de stelplicht en bewijslast terzake in beginsel op degene die de vordering instelt (ECLI:NL:HR:2019:590). [eiser] heeft – gelet op de uitvoerige betwisting door A.S. Watson – niet voldaan aan deze stelplicht. Hierna wordt uitgelegd waarom niet. 4.2. Als een handelaar zich bedient van een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b BW (en daarmee onrechtmatig handelt), is deze voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk (artikel 6:193j lid 2 BW). [eiser] heeft in deze procedure (of daaraan voorafgaand) niet aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden als gevolg van de (door hem gestelde) oneerlijke handelspraktijken van A.S. Watson. Weliswaar heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling (desgevraagd) meegedeeld dat hij reiskosten heeft gemaakt doordat hij het Openbaar Vervoer in Amsterdam (waar hij ook woonachtig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.