← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:3642

RECHTBANK Amsterdam Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel Zaaknummer: C/13/750986 / KG ZA 24-417 MdV/ MAH Vonnis in kort geding van 19 juni 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser bij dagvaarding van 28 mei 2024, hierna te noemen: eiser, advocaat: mr. J. de Wit, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RV-GARDENSOLUTIONS B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Op de zitting van 18 juni 2024 is eiser verschenen met mr. De Wit. Eiser heeft de - aan dit vonnis gehechte - dagvaarding toegelicht en heeft verzocht vonnis te wijzen. Nadat de zaak kort is besproken, is vonnis bepaald op vandaag. 2De beoordeling 2.
  2. De bij de wet voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend. 2.
  3. Het gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met dien verstande dat aan buitengerechtelijke incassokosten € 1.061,03 zal worden toegewezen. Gevorderd is € 1.430,00, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, maar volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten geldt in dit geval een tarief van € 1.061,
  4. 2.
  5. Gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiser worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 1.325,00 - salaris advocaat € 715,00 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.353,97 2.
  6. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  7. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde, 3.
  8. veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 28.603,28 (achtentwintigduizendzeshonderddrie euro en achtentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2023 tot aan de dag der algehele betaling, 3.
  9. veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 1.061,03 (duizendeenenzestig euro en drie eurocent) aan buitengerechtelijke kosten, 3.
  10. veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 2.353,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  11. veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.
  12. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  13. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni
  14. Type: MAH Coll: MA

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.