RECHTBANK Amsterdam Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel Zaaknummer: C/13/750986 / KG ZA 24-417 MdV/ MAH Vonnis in kort geding van 19 juni 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser bij dagvaarding van 28 mei 2024, hierna te noemen: eiser, advocaat: mr. J. de Wit, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RV-GARDENSOLUTIONS B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Op de zitting van 18 juni 2024 is eiser verschenen met mr. De Wit. Eiser heeft de - aan dit vonnis gehechte - dagvaarding toegelicht en heeft verzocht vonnis te wijzen. Nadat de zaak kort is besproken, is vonnis bepaald op vandaag. 2De beoordeling 2.
- De bij de wet voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend. 2.
- Het gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met dien verstande dat aan buitengerechtelijke incassokosten € 1.061,03 zal worden toegewezen. Gevorderd is € 1.430,00, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, maar volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten geldt in dit geval een tarief van € 1.061,
- 2.
- Gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiser worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 1.325,00 - salaris advocaat € 715,00 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.353,97 2.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
- verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde, 3.
- veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 28.603,28 (achtentwintigduizendzeshonderddrie euro en achtentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2023 tot aan de dag der algehele betaling, 3.
- veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 1.061,03 (duizendeenenzestig euro en drie eurocent) aan buitengerechtelijke kosten, 3.
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 2.353,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni
- Type: MAH Coll: MA