verkort vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13-091313-22 Datum uitspraak: 2 juli 2024 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 januari 2024 en 1 februari 2024. Het onderzoek is gesloten op 2 juli 2024, waarna direct uitspraak is gedaan in de zaken van verdachte en de medeverdachten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. S.A. van de Vliet en mr. U.E.A. Weitzel (hierna: de officier van justitie), en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.J.E. Berfelo, naar voren hebben gebracht. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gesloten overeenkomst over de door hen gemaakte procesafspraken. Deze afspraken houden onder meer in dat de verdediging geen onderzoekswensen zal indienen en geen bewijs- en strafmaatverweren zal voeren. Het Openbaar Ministerie zal onder meer rekwireren tot een bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten en een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, en zal de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis vorderen. Het Openbaar Ministerie zegt met de procesafspraken toe niet te zullen overgaan tot vervolging van nieuwe vergelijkbare of samenhangende strafbare feiten welke mogelijk uit de in onderzoek Holmen onderzochte bronnen naar voren komen. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd en na wijziging van de tenlastelegging op de zitting – ten laste gelegd dat hij: Feit 1: in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 tezamen en in vereniging met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van een bedrag van € 2.912.570,-, bestaande uit circa 10 geldtransacties; Feit 2: op 12 april 2022 een geldbedrag van € 7.120,- en/of een geldbedrag van $ 6.000,- heeft witgewassen; Feit 3: in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte en de medeverdachten, met het oogmerk op het plegen van misdrijven te weten (gewoonte-)witwassen en/of bankieren zonder vergunning; Feit 4: in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 tezamen en in vereniging, met een zetel in Nederland, opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandsche Bank heeft gebankierd voor een bedrag van € 2.912.570,-, bestaande uit circa 10 geldtransacties. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie vindt dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 en feit 4 stelt de officier van justitie zich – conform de uitkomst van de procesafspraken – op het standpunt dat het gaat om een bedrag van € 1.870.360,-, verband houdende met 7 transacties, en een geldbedrag van € 621.500,-. De officier van justitie verzoekt verdachte van de overige transacties vrij te spreken. 3.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft – overeenkomstig de procesafspraken – geen bewijsverweren gevoerd en zich niet over het bewijs uitgelaten. 3.3. Het oordeel van de rechtbank 3.3.1. Inleiding Het opsporingsonderzoek met de naam Holmen is op 10 januari 2020 aangevangen naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI). Uit deze informatie kwam het vermoeden naar voren dat het pand aan de [adres] gebruikt zou worden om grote geldbedragen wit te wassen, onder meer door middel van cryptovaluta. Daarbij werd onder anderen de naam van verdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) genoemd. Het genoemde pand aan de [adres] bleek zijn eigendom te zijn. Van 13 februari 2020 tot 6 maart 2020 heeft bij dat pand een camera-observatie plaatsgevonden, waardoor het vermoeden van witwashandelingen op deze locatie werd versterkt. Op de camerabeelden werd gezien dat regelmatig tassen met vermoedelijk contante gelden in en uit het pand werden gebracht. Vanaf maart 2020 is de cameraobservatie op de [adres] stopgezet vanwege het opstarten van zijtakonderzoek Sestus. Dit onderzoek is opgestart op basis van TCI-informatie over twee andere verdachten die zich bezig zouden houden met de handel in verdovende middelen en het witwassen van crimineel geld. Op 23 september 2020 werden in dit onderzoek verschillende aanhoudingen verricht, nadat een van die verdachten twee zwarte sporttassen en vier bigshopper-tassen aan een andere verdachte leverde. In deze tassen bleek een bedrag van meer dan drie miljoen euro te zitten. Uit peilbakengegevens en OVC-gesprekken kwam het vermoeden naar voren dat dit geldbedrag afkomstig was van [medeverdachte 1] en was geleverd vanuit de [adres] . Op 25 september 2020 is de cameraobservatie van de [adres] hervat. De vermoedelijke geldleveringen vonden nog steeds plaats en daarbij kwamen ook verschillende familieleden van [medeverdachte 1] in beeld. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een verdenking van witwassen ten aanzien van onder meer [medeverdachte 2] , [naam 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [verdachte] , allen met de achternaam [achternaam] . Ter zitting is overeengekomen dat de verdachten bij hun voornaam zouden worden genoemd en voor de leesbaarheid zal dit ook in het vonnis gebeuren. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 1] zouden hoofdzakelijk betrokken zijn bij het witwassen van geld vanaf de [adres] , en [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [verdachte] zouden betrokken zijn bij geldleveringen aan en van derden. Naast onderzoek Sestus hebben ook diverse andere zijtakonderzoeken bijgedragen aan de verdenkingen. Het onderzoek Adonora ziet op meerdere, uit bakengegevens en observaties blijkende, ontmoetingen tussen [medeverdachte 4] en [naam 2] , waarbij tassen werden overgedragen. In sommige gevallen bracht [medeverdachte 4] de tassen vervolgens naar de [adres] . [naam 2] kon worden gekoppeld aan [naam 3] en een pand in [plaats] , waar later bij een doorzoeking grote hoeveelheden contante gelden, verdovende middelen en vuurwapens werden aangetroffen. Op 24 juni 2021 werd tot aanhouding van [naam 3] en [naam 2] overgegaan, toen het vermoeden bestond dat zij een geldlevering zouden doen aan [medeverdachte 4] . In hun auto werd toen een groot geldbedrag in een bigshopper-tas aangetroffen. In de telefoons van [naam 3] en [naam 2] werd vermoedelijke communicatie met [medeverdachte 1] aangetroffen. Ook was er communicatie die leek te gaan over geldleveringen in relatie tot [medeverdachte 2] en [verdachte] . Het onderzoek Kaliman richtte zich op [naam 4] . Uit bakengegevens in combinatie met observaties rees het vermoeden dat [medeverdachte 3] tassen met contant geld leverde aan [naam 4] . Gedurende het onderzoek Holmen werd gezien dat [naam 4] ook de locatie aan de [adres] bezocht. Op 4 mei 2021 werd [naam 4] aangehouden, waarna in de woning van zijn moeder een tas met contanten werd aangetroffen. Het vermoeden bestond dat de tas kort daarvoor door [medeverdachte 3] was afgegeven. Het onderzoek Novelo had betrekking op [naam 5] . Op camerabeelden van de [adres] was te zien dat [naam 5] meerdere keren met een rugzak het pand aan de [adres] binnenging en met een meer gevulde rugzak het pand verliet. Op 16 november 2021 werd op de camerabeelden gezien dat [naam 5] vanaf de [adres] naar [locatie] in Rotterdam reed, waar hij met de meer gevulde rugzak het pand binnenging. Kort daarop werd door de politie het pand van [locatie] betreden. Tijdens de daaropvolgende doorzoeking werd een bedrag van € 85.710,- in contanten aangetroffen, waarvan € 46.280,- in de rugzak die [naam 5] daarvoor bij zich droeg. Het vermoeden bestond dat deze contanten afkomstig waren van de [adres] . Ten slotte zijn in het onderzoek Meldorf in de telefoon van een verdachte, die is aangehouden voor witwassen, WhatsApp-berichten aangetroffen die lijken te relateren aan de [adres] en de [adres] . Op dit laatste adres is [bedrijf 1] , de onderneming van [medeverdachte 5] , gevestigd. Diverse verdachten, onder wie ook [verdachte] , zijn door de politie gekoppeld aan EncroChat- en Sky-accounts. Uit de versleutelde chatberichten leidt de politie af dat [bedrijf 1] werd gebruikt om grote contante geldbedragen af te geven of te ontvangen. Uit EncroChat- en Sky-berichten kwamen ook de locaties [adres] ( [bedrijf 2] , een onderneming van [medeverdachte 3] ) en [adres] ( [bedrijf 3] , gerund door [medeverdachte 6] en in eigendom van [medeverdachte 5] ) als locaties van vermoedelijke witwashandelingen en ondergronds bankieren naar voren. Zaaksdossiers uit voornoemde onderzoeken zijn gevoegd in het dossier van Holmen. Naar aanleiding van deze onderzoeken heeft de politie op de actiedag van 12 april 2022 verdachte en de medeverdachten aangehouden. Hierbij zijn diverse panden en woningen van de verdachten doorzocht, waarbij onder meer grote hoeveelheden contant geld, deels verborgen in poefen en geldtelmachines zijn aangetroffen. Op de [adres] werd een contant geldbedrag van € 138.670,- aangetroffen. 3.3.2. Bewezenverklaringen De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, zoals hierna in rubriek 4 is weergegeven. De rechtbank grondt haar beslissing op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen en op de hierna volgende overwegingen. 3.3.3. Bewezenverklaring feit 1 De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging witwassen van een bedrag van € 1.870.360,-, bestaande uit 7 transacties, en een geldbedrag van € 621.500,-, en dat hij hier een gewoonte van heeft gemaakt. Verdachte heeft namelijk samen met anderen maandenlang een aantal geldtransacties verricht, zoals blijkt uit het onderzochte berichtenverkeer. Met betrekking tot de herkomst van dit geld is geen bronmisdrijf bekend. Op grond van de bewijsmiddelen en in samenhang met het overige bewezen geachte vindt de rechtbank desalniettemin het vermoeden gerechtvaardigd dat deze voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank verwijst in dit verband naar de grote hoeveelheid drugs en wapens die is aangetroffen in de woning van [naam 3] , die als klant van de organisatie van verdachte kan worden aangemerkt, het chatverkeer waaruit handel met Colombia kan worden afgeleid, en de veroordeling van [naam 3] voor onder andere drugshandel en wapenhandel, en de veroordeling van [naam 2] voor witwassen via de organisatie van verdachte. Gelet op dit vermoeden mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van alle door zijn organisatie getransigeerde geldbedragen. Deze verklaring heeft verdachte niet gegeven, zodat geen andere conclusie mogelijk is dan dat deze voorwerpen geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig zijn uit enig misdrijf. Dat verdachte hiervan wetenschap heeft gehad, volgt uit de inhoud van het berichtenverkeer waaraan hijzelf of andere familieleden van de organisatie deelnemen. Verdachte wordt vrijgesproken van de van de tenlastegelegde transacties op 11 mei 2021, 12 februari 2022 en 7 april 2022. 3.3.4. Bewezenverklaring feit 2 De rechtbank vindt bewezen dat verdachte een geldbedrag van € 7.120,-, aangetroffen in zijn woning aan [adres] , voorhanden heeft gehad en hiervan de vindplaats heeft verborgen, aangezien het geld is aangetroffen in een verborgen ruimte in een afgesloten poef. Daarnaast heeft verdachte ongeveer $ 6.000,- witgewassen. In de keuken van de woning van verdachte lag een recovery phrase voor een cryptowallet. Deze lijst gaf toegang tot een cryptowallet met een waarde van ongeveer $ 6.500,-, op het moment van beslagleggen. Op grond van de bewijsmiddelen en in samenhang met het overige bewezen geachte vindt de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat deze voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn. De geldbedragen kunnen niet worden verklaard uit legale inkomsten van verdachte. De rechtbank verwijst bovendien naar hetgeen ten aanzien van feit 1 is overwogen met betrekking tot een link tussen verdachte en het verrichten van diensten voor een drugsorganisatie. Verdachte heeft over de herkomst gezwegen en dus geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring afgelegd die het vermoeden van criminele herkomst kan ontzenuwen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het daarom niet anders kan dan dat de voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn. 3.3.5. Bewezenverklaring feit 3 De rechtbank vindt het onder feit 3 tenlastegelegde bewezen. Verdachte heeft met de medeverdachten en andere personen deelgenomen aan een criminele organisatie, waarbij het oogmerk het plegen van misdrijven was. De criminele organisatie heeft een bedrag van € 95.989.960,- witgewassen door middel van ondergronds bankieren en hier een gewoonte van gemaakt. 3.3.6. Bewezenverklaring feit 4 De rechtbank vindt het onder feit 4 tenlastegelegde ondergronds bankieren bewezen. Verdachte en de medeverdachten beschikten niet over een vergunning van de Nederlandsche Bank, maar zij verrichten wel activiteiten die kunnen worden gekwalificeerd als betaaldienstverlening. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat de tenlastegelegde transacties plaatsvonden buiten het formele geldcircuit. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte Feit 1: in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders een geldbedrag van ongeveer EUR 1.870.360,-, verband houdende met circa 7 geldtransacties, te weten: (Bron: digitaal beslag, totaalbedrag EUR 1.870.360,-) - een geldbedrag van in totaal EUR 53.810,-, in de vorm van een geldtransactie op 27 februari 2021 (met ‘ [naam 6] ’) en - een geldbedrag van in totaal EUR 135.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 10 mei 2021 en - een geldbedrag van in totaal EUR 150.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 21 december 2021 (met ‘ [naam 7] ’) en - een geldbedrag van in totaal EUR 352.500,-, in de vorm van een geldtransactie op 15 februari 2022 en/of 16 februari 2022 en - een geldbedrag van in totaal EUR 351.050,-, , in de vorm van een geldtransactie op 17 februari 2022 (met ‘ [naam 7] ’) en - een geldbedrag van in totaal EUR 206.500,-, in de vorm van een geldtransactie op 10 maart 2022 (met ‘ [naam 7] ’) en (Bron: ZD Adonora, totaalbedrag EUR 621.500) - een geldbedrag van in totaal EUR 621.500, , in de vorm van een geldtransactie op 26 mei 2021 de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, en/of de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op genoemde voorwerp(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.