vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/692040 / HA ZA 20-1079 Vonnis van 10 juli 2024 in de zaak van 1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING (FNV), gevestigd te Utrecht, 2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid CNV VAKMENSEN, gevestigd te Utrecht, eiseressen en hierna: FNV en CNV, advocaat mr. M.H.D. Vergouwen te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TEMPER B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde en hierna: Temper, advocaat mr. J.M. van Slooten te Amsterdam, 2 [gevoegde partij 1] , wonende te [plaats] , 3. [gevoegde partij 2], wonende te [plaats] , 4. [gevoegde partij 3], wonende te [plaats] , gevoegde partijen aan de zijde van Temper en hierna: [gevoegde partijen], advocaat mr. D.F. Berkhout te Amsterdam. 1Waar deze zaak over gaat 1.1. Dit is het vervolg in de zaak van de vakbonden FNV en CNV tegen Temper. Temper is een online platform voor werk, waar werkers en opdrachtgevers overeenkomsten kunnen sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Op het platform gebeurt dit automatisch op basis van een model-opdrachtovereenkomst, maar volgens FNV en CNV is dat een constructie van schijnzelfstandigheid en zijn de werkers in werkelijkheid geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Zij vorderen daarom in deze procedure dat de rechtbank vaststelt dat de overeenkomsten die de werkers via het online platform van Temper sluiten uitzendovereenkomsten met Temper zijn. FNV en CNV treden in deze collectieve actie op als belangenbehartigers van zowel de werkers die via het platform werken of hebben gewerkt (hierna: werkers) als het meer algemene belang van een rechtvaardige arbeidsmarkt. Eerdere verloop van de procedure 1.2. Het verloop van deze procedure sinds de dagvaarding van 22 oktober 2020 laat zich als volgt samenvatten: Drie werkers hebben zich in deze zaak mogen aansluiten (voegen) bij Temper 1.2.1. Eerst is aan de orde geweest of [gevoegde partijen] , drie individuele werkers, en de Stichting Freeflex (inmiddels: de Stichting Vrij Platformwerk) zich in deze zaak mochten aansluiten (voegen) bij Temper. De rechtbank heeft op 4 mei 2022 beslist dat [gevoegde partijen] dit wel mochten en op 13 juli 2022 beslist dat de Stichting dat niet mocht. De laatste beslissing van de rechtbank heeft het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep bevestigd (bekrachtigd). FNV en CNV mogen de procedure voeren (zijn ontvankelijk) 1.2.2. Vervolgens is aan de orde geweest of FNV en CNV voldoen aan de wettelijke vereisten voor belangenorganisaties voor het instellen van collectieve vorderingen. De rechtbank heeft op 13 juli 2022 beslist dat FNV en CNV aan deze eisen voldoen en dat zij de collectieve vorderingen dus mogen instellen (ontvankelijk zijn). Daarbij zijn FNV en CNV ook gezamenlijk aangewezen als zogenoemde ‘exclusieve belangenbehartiger’. Groot aantal werkers is uit de procedure gestapt (opt-out) 1.2.3. Omdat FNV en CNV met hun collectieve actie mede opkomen voor de belangen van de groep van werkers, en deze werkers automatisch gebonden zijn aan de uitkomst van deze procedure, heeft een zogenoemde opt-out en opt-in fase plaatsgevonden. Daarin konden de werkers aangeven: - als zij in Nederland woonden, dat zij niet aan de uitkomst van de procedure gebonden willen zijn (opt-out); - als zij niet in Nederland woonden, dat zij juist wel aan de uitkomst van de procedure gebonden willen zijn (opt-in). Bij deze gelegenheid heeft een groot aantal werkers van de opt-out mogelijkheid gebruik gemaakt, en een klein aantal van de opt-in mogelijkheid. Vanwege het grote aantal opt-out verklaringen is een deel van de procedure beëindigd 1.2.4. Naar aanleiding van het grote aantal opt-out verklaringen heeft de rechtbank op 11 oktober 2023 beslist dat FNV en CNV in een deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard. Dat betreffen de vorderingen van FNV en CNV, die strekken ter bescherming van het individuele belang van de werkers. Voor die vorderingen is de zaak dus feitelijk al beëindigd. Voor de overige vorderingen van FNV en CNV is de procedure voortgezet. Die vorderingen strekken (mede) tot bescherming van het overstijgende belang van werkenden in het algemeen en het belang van een rechtvaardige arbeidsmarkt. Eindbeoordeling: de overeenkomsten zijn geen uitzendovereenkomsten 1.3. Nu is de inhoudelijke fase van de procedure aan de orde. Daarin beoordeelt de rechtbank de overgebleven vorderingen, en beslist zij of deze kunnen worden toegewezen. In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat de overeenkomsten die de werkers op het online platform van Temper sluiten geen uitzendovereenkomsten met Temper zijn. De vorderingen van FNV en CNV worden daarom afgewezen. 2De procedure 2.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit - het tussenvonnis van 11 oktober 2023, - de conclusie van antwoord, met producties, van Temper, - de conclusie van antwoord, met producties, van [gevoegde partijen] , - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 maart 2024 en de daarin genoemde stukken, - de mails van mr. Vergouwen en mr. Stuart (van de zijde van Temper) van achtereenvolgens 29 maart 2024 en 2 april 2024, met opmerkingen over het proces-verbaal. 2.2. Vervolgens is vonnis bepaald. 3De feiten Partijen 3.1. FNV en CNV zijn vakbonden. Zij hebben onder meer de CAO voor uitzendkrachten afgesloten. 3.2. Temper exploiteert sinds 1 januari 2016 het online platform Temper (hierna: het platform). Het platform is een digitale plaats waar vraag naar, en aanbod van, werk samenkomt. Op het platform kunnen werkers en opdrachtgevers overeenkomsten sluiten over uit te voeren werkzaamheden. 3.3. [gevoegde partijen] zijn drie individuele werkers die werkzaamheden hebben verricht via het platform. Het platform 3.4. De werking van het platform is als volgt. Account werkers 3.5. Werkers kunnen een account aanmaken op het platform. Daartoe dienen zij een gebruikersovereenkomst met Temper te sluiten. 3.6. Een werker dient een legitimatiebewijs te uploaden. Dit bewijs wordt door Temper geverifieerd. 3.7. Met uitzondering van de eerste klus – de zogenoemde trial – dienen werkers om zich voor een klus te kunnen aanmelden te beschikken over een btw-nummer. Als een werker hier nog niet over beschikt, dient hij dit aan te vragen bij de Belastingdienst. Op het platform wordt uitgelegd hoe dit werkt. Via een link op het platform kan een aanvraag voor een btw-nummer worden ingediend. 3.8. Als een werker een btw-nummer aan zijn account toevoegt, verifieert Temper automatisch de juistheid van deze gegevens. Pas daarna kan het account van de werker worden gebruikt. In sommige gevallen vereist Temper dat de werker zich inschrijft in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). In dat geval wordt, totdat de werker over de inschrijving beschikt, het profiel van de werker geblokkeerd. 3.9. Een werker kan zijn profiel bewerken en daarop werkervaring en vaardigheden toevoegen. 3.10. Een werker kan via het platform een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten. Sinds 15 april 2022 zijn alle werkers automatisch en kosteloos verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, aansprakelijkheid en ongevallen als onderdeel van het programma FreeSecurity van Temper. De uitkering onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering is 70% tot 90% van het gemiddelde inkomen over de drie voorafgaande maanden. Het percentage is ervan afhankelijk of de werker lid is van de Stichting Vrij Platformwerk. Account opdrachtgevers en het aanbieden van klussen 3.11. Ook opdrachtgevers kunnen een account aanmaken op het platform. Net als werkers dienen zij daarvoor een gebruikersovereenkomst met Temper te sluiten. Een opdrachtgever kan vervolgens via zijn account klussen aanbieden. Daarbij selecteert de opdrachtgever een datum, de start- en eindtijden en of deze flexibel zijn, de functie, de vereiste vaardigheden en eventuele kledingvoorschriften. Ook kan de opdrachtgever aangeven wat er in de aanvullende briefing komt te staan (bijv. een omschrijving van de klus en andere praktische informatie). Daarna vult de opdrachtgever een uurtarief in. Op het platform vermeldt Temper minimumtarieven per job category (zie hierna). Opdrachtgevers kunnen niet onder dit minimumtarief klussen aanbieden. Het platform laat automatisch zien wat vergelijkbare opdrachtgevers voor vergelijkbare klussen vragen, maar daar hoeven opdrachtgevers zich niet aan te houden. De opdrachtgever selecteert ook een annuleringstermijn, dat wil zeggen een bepaalde termijn voor aanvang van de opdracht waarbinnen annuleren door de werker niet meer mogelijk is. De opdrachtgever heeft daarbij de keuze tussen ‘extra streng’ (168 uur), ‘streng’ (72 uur), ‘standaard’ (48 uur) of ‘flexibel’ (24 uur). 3.12. De op het platform aangeboden job categories zijn: Barista, Bartending, Bediening, Bezorging, Bezorging – Horeca, Catering, Corona Hulp, Garderobe, Gebruikersonderzoek, Heftruck, Hosting – Hospitality, Hosting – Retail, Housekeeping, Hu1pkok, Klantenservice, Magazijnmedewerker, Orderpicker, Productpromotie, Roomservice, Schoonmaak, Sitecrew – Hospitality, Sitecrew – Retail, Straatverkoper, Training, Verhuizer, Verkoper, Vrijwilligerswerk, Zelfstandig werkend kok. Flexpools 3.13. Opdrachtgevers hebben de mogelijkheid om een zogenoemde flexpool aan te maken en werkers daarvoor uit te nodigen. De opdrachtgever kan vervolgens bij het aanbieden van een klus ervoor kiezen dat werkers uit zijn flexpool automatisch worden aangenomen wanneer zij op de klus reageren. Aanvankelijk konden werkers van een onbeperkt aantal flexpools deel uitmaken. Inmiddels is dit aantal beperkt tot acht. Aanmelding, model-opdrachtovereenkomsten 3.14. Werkers kunnen zich voor een klus aanmelden als zij de daarvoor vereiste vaardigheden hebben aangevinkt. Zij hebben daarbij de mogelijkheid om in reactie op het aangeboden uurtarief een onderhandelvoorstel te doen door een hoger uurtarief te vragen. 3.15. Wanneer werkers zich voor een klus hebben aangemeld, krijgt de opdrachtgever een overzicht te zien van de aanmelding(en). Daar wordt de profielfoto, de naam, de beoordeling, het opkomstpercentage en het percentage dat de werker op tijd is gekomen weergegeven. Ook kan de opdrachtgever zien of de werker vaker voor hem heeft gewerkt en of de werker in zijn flexpool zit. 3.16. De opdrachtgever kiest welke van de aangemelde werkers hij de klus laat uitvoeren. Indien een werker wordt gekozen, vervallen de overlappende klussen waarvoor de werker zich heeft aangemeld automatisch. Wanneer tussen twee klussen meer dan 59 minuten zit, blijven beide aanmeldingen daarentegen open staan. 3.17. Temper stelt op haar website een model-opdrachtovereenkomst ter beschikking die door de Belastingdienst is goedgekeurd (hierna: de opdrachtovereenkomst). In deze opdrachtovereenkomst is onder meer een zogenoemde vervangingsclausule opgenomen, die bepaalt dat het werkers vrijstaat zich door een andere werker te laten vervangen. Opdrachtgever en werker kunnen gebruik maken van deze overeenkomst, maar kunnen er ook voor kiezen op andere wijze een overeenkomst te sluiten. Betalingen, check-out 3.18. Betalingen van de opdrachtgevers voor de klussen verlopen automatisch via factoringmaatschappij Finqle. In de gebruikersovereenkomsten staat hierover dat de vorderingen van de werkers op de opdrachtgevers tot betaling van de door hen verrichte werkzaamheden aan Finqle worden verkocht. De betaling gaat als volgt. 3.19. Na de klus moet de werker op het platform binnen 7 dagen de gewerkte uren doorgeven aan de opdrachtgever via de zogenoemde check-out. Laat de werker dit na binnen deze termijn, dan krijgt de werker automatisch een no show-registratie. Bij de check-out heeft de werker in beginsel de mogelijkheid om te kiezen voor twee opties, namelijk: wachten op betaling door de opdrachtgever. Bij deze optie krijgt de werker, zodra de opdrachtgever aan Finqle heeft betaald, binnen één werkdag betaald door Finqle; directe betaling met afkoop van het debiteurenrisico: bij deze optie neemt Finqle het debiteurenrisico voor haar rekening in ruil voor 2,9% van het uit te betalen bedrag. Finqle betaalt daarbij aan de werker binnen drie werkdagen na goedkeuring van de check-out door de opdrachtgever, ongeacht of de opdrachtgever het geld al heeft betaald aan Finqle. 3.20. Optie ii is niet altijd beschikbaar. De achtergrond daarvan is dat de opdrachtgever bij Finqle een ‘krediet’ heeft. Indien de opdrachtgever een hoger bedrag heeft aan openstaande facturen dan dit ‘krediet’, biedt Finqle optie ii niet meer aan totdat de kredietstatus van de opdrachtgever is hersteld. 3.21. De opdrachtgever kan de check-out van de werker accepteren of een tegenvoorstel doen. Automatische facturen 3.22. Als de opdrachtgever akkoord gaat met de check-out, genereert het platform automatisch een factuur van de werker aan de opdrachtgever op basis van de door de werker en opdrachtgever opgegeven prijs en uren. Ook genereert het platform automatisch een factuur van Temper zelf aan de opdrachtgever die ziet op de gebruikersvergoeding van aanvankelijk € 3,- en tegenwoordig € 3,90 per uur dat de klus geduurd heeft voor het gebruik van de software en acquisitie. Tot april 2019 bracht Temper daarnaast € 1,- per gewerkt uur in rekening bij de werkers als gebruikskosten voor het gebruik van het platform. Het platform stuurt de facturen iedere dinsdag en vrijdag automatisch aan de opdrachtgevers. De betalingen verlopen via Finqle, die daarvoor ook verzamelnota’s maakt zodat opdrachtgevers het aan werkers en Temper verschuldigde in een keer kunnen betalen aan Finqle. In enkele gevallen maken partijen gebruik van de mogelijkheid buiten Finqle om te betalen. 3.23. Een gegenereerde factuur komt automatisch in het financiële overzicht van de werker te staan. In dit overzicht kan de werker zien wat zijn totale inkomsten zijn, en wordt ook vermeld welk bedrag aan btw de werker aan de Belastingdienst moet betalen. Beoordelingssysteem (rating) en mogelijkheid van een boete 3.24. Als de opdrachtgever de check-out heeft geaccepteerd (zie onder 3.21), kan de opdrachtgever de werker een rating geven en zijn vaardigheden, prestatie en werkhouding & voorkomen beoordelen. Het ratingsysteem bestaat uit één tot en met vijf sterren, waarbij vijf het hoogst haalbare is. Ook kan de opdrachtgever vermelden of de werker op tijd was. De werker kan op zijn beurt de opdrachtgever een rating geven. 3.25. In het geval de werker niet is komen opdagen, aantoonbaar niet over de vereiste vaardigheden beschikte of zich niet aan vooraf kenbaar gemaakte kledingvoorschriften heeft gehouden, heeft de opdrachtgever bij de check-out de mogelijkheid om de werker voortaan voor eigen nieuwe klussen te blokkeren en om aan de werker een no show-boete van € 100,- op te leggen. Een opgelegde no show-boete wordt betaald aan de opdrachtgever. Ook als de opdrachtgever geen boete oplegt, wordt het no show-percentage op het profiel van de werker automatisch aangepast. Dit percentage is zichtbaar voor andere opdrachtgevers. Vervanging 3.26. Voordat de annuleringstermijn begint, kan de werker de klus zonder opgave van redenen annuleren. De annulering heeft geen effect op het no show-percentage. Indien de werker binnen de annuleringstermijn annuleert, dient hij zelf een geschikte vervanger te regelen, ook als hij annuleert vanwege ziekte. Indien de opdrachtgever binnen de annuleringstermijn de klus annuleert, dan mag de werker binnen 7 dagen na de annulering 50% van de geplande inkomsten claimen. 3.27. De werkers hebben de mogelijkheid om op het platform een klus ter vervanging aan te melden. De werker heeft daarbij inzicht in alle relevante gegevens van de andere werkers die zich voor de klus aanmelden. Als de werker een keuze maakt voor een andere werker, sluit de oorspronkelijke werker een vervangingsovereenkomst met de nieuwe werker op basis van een model-vervangingsovereenkomst. De oorspronkelijke werker blijft verantwoordelijk voor de klus ten opzichte van de opdrachtgever. 3.28. Werkers kunnen zich ook buiten het platform om door iemand laten vervangen. Maximum van 660 uur per jaar 3.29. Via het platform kan een werker maximaal 660 uur per jaar bij dezelfde opdrachtgever werken. Zodra het maximum is bereikt, kan de werker dat jaar niet meer via het platform reageren op klussen van de betreffende opdrachtgever. Aantal werkers; verschillen qua werkers, opdrachtgevers en werkzaamheden 3.30. Sinds de start van het platform tot aan 21 december 2022, de datum van het tussenvonnis in deze procedure waarbij de fase van opt-out en opt-in werd ingelast, hebben in totaal 61.292 personen via het platform gewerkt. 3.31. Binnen de groep van werkers bestaan onderling verschillen wat betreft leeftijd, het aantal uitgevoerde klussen, het aantal opdrachtgevers, het aantal job categories waar men zich voor aanmeldt, het aantal gewerkte uren, de daarmee verdiende inkomsten, de duur van de actieve periode, de intensiteit van de activiteiten en het aantal jaar werkervaring. 3.32. Ook binnen de groep van opdrachtgevers die gebruik maken van het platform bestaan onderling verschillen, en wel wat betreft type onderneming, het type werk dat daar wordt uitgevoerd en de context waarbinnen dat werk wordt uitgevoerd, het aantal werknemers binnen de onderneming, het aantal aangeboden klussen en de duur van de actieve periode. Sommatie van Temper door FNV en CNV 3.33. FNV heeft in 2020 onderzoek gedaan naar de werkwijze van Temper. FNV en CNV hebben zich in een brief van 22 juni 2020 aan Temper op het standpunt gesteld dat de werkers in feite kwalificeren en zijn aan te merken als werknemers. Zij hebben Temper gesommeerd medewerking te verlenen aan, dan wel zorg te dragen voor, correcte nabetaling en verloning van de werkers alsmede betaling van de door FNV en CNV geleden schade van in totaal € 200.000,-. 3.34. Naar aanleiding van deze brief heeft overleg plaatsgevonden tussen FNV en CNV enerzijds en Temper anderzijds, dat evenwel niet tot een minnelijke oplossing heeft geleid. Rapport Arbeidsinspectie 3.35. Ook de Arbeidsinspectie (Inspectie SZW) heeft onderzoek gedaan naar de werkwijze van Temper. Op 25 januari 2021 heeft de Arbeidsinspectie hierover een rapport uitgebracht. Het onderzoek heeft betrekking op de periode augustus 2018 tot en met januari 2019 en ziet alleen op de horeca-afdelingen van theaters als opdrachtgevers. In het rapport concludeert de Arbeidsinspectie op basis van haar bevindingen dat sprake is van schijnzelfstandigheid bij de werkers, en dat in haar visie sprake is van kenmerken van een gezagsverhouding tussen Temper en de werkers. 4Het geschil 4.1. In het tussenvonnis van 11 oktober 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat de procedure alleen wordt voortgezet ten aanzien van de vorderingen primair I, IV, V en VII en subsidiair I. 4.2. Met die vorderingen vordert Temper kort gezegd en voor zover hier relevant: Primair: I. te verklaren voor recht dat sprake is van een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 Burgerlijk Wetboek (BW) tussen Temper en alle werkers die werkzaamheden verrichten of hebben verricht via Temper; (…) IV. te verklaren voor recht dat Temper in strijd handelt met het verbod arbeidskrachten ter beschikking te stellen zonder registratie in het handelsregister op grond van artikel 7a lid 1 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi); V. te verklaren voor recht dat de opdrachtgevers van Temper in strijd handelen met het bepaalde in artikel 7a lid 2 Waadi; (...) VII. Temper te veroordelen om zowel aan FNV als aan CNV te voldoen een bedrag ter hoogte van € 100.000,-, zulks beide ten titel van schadevergoeding ex artikel 15 en 16 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (Wet CAO) juncto artikel 3 Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet AVV), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van deze dagvaarding; Subsidiair: I. te verklaren voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW tussen opdrachtgevers en werkers die via Temper werkzaamheden verrichten of hebben verricht bij de opdrachtgevers van Temper; Primair en subsidiair: I. Temper te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 3.357,75 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van deze dagvaarding; II. Temper te veroordelen in de proceskosten. 4.3. Temper en [gevoegde partijen] voeren verweer. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling 5.1. Deze zaak gaat over de juridische duiding (kwalificatie) van de werkzaamheden die de werkers via het platform van Temper verrichten voor de opdrachtgevers. Temper stelt zich op het standpunt dat de werkzaamheden plaatsvinden op basis van een opdrachtovereenkomst tussen opdrachtgevers en werkers waarbij zij slechts een bemiddelende rol vervult. Volgens FNV en CNV is dit alleen maar schijn, en is in werkelijkheid steeds sprake van een uitzendovereenkomst tussen de werkers en Temper (vordering I primair), en anders een ‘gewone’ arbeidsovereenkomst tussen werkers en opdrachtgevers (vordering I subsidiair). 5.2. De eerste vraag die dus moet worden beantwoord is of sprake is van een uitzendovereenkomst tussen de werkers en Temper. 5.3. Uit de stellingen van partijen en de feiten die onder 3. zijn opgenomen blijkt dat Temper haar werkwijze, en daarmee ook de rechten en verplichtingen van de werkers en opdrachtgevers, zo nu en dan heeft aangepast. Dit is zowel voor als na de dagvaarding gebeurd. FNV en CNV vorderen een verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Temper en werkers die werkzaamheden verrichten of hebben verricht. Dat ziet op het heden en het verleden. FNV en CNV hebben niet gespecificeerd op welk moment of welke periode in het verleden zij met hun vordering het oog hebben. Dat is wat het verleden betreft te onbepaald, zeker nu de werkwijze is aangepast en FNV en CNV ook niet steeds hebben gespecificeerd op welk moment bepaalde wijzigingen in die werkwijze zijn doorgevoerd. Dat zou immers betekenen dat de rechtbank zelf, op willekeurige tijdstippen, die rechten en verplichtingen zou moeten vaststellen. De rechtbank zal daarom beoordelen of op dit moment sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en de werkers. Dat betekent dat de rechtbank zal uitgaan van de huidige werkwijze zoals die door partijen naar voren is gebracht en ter zitting is besproken. Elementen van de werkwijze van Temper die inmiddels zijn gewijzigd spelen bij deze beoordeling dus geen rol. 5.4. Het voorgaande betekent dat de rechtbank het rapport van de Arbeidsinspectie van 25 januari 2021 niet als uitgangspunt zal nemen, aangezien dat ziet op de periode augustus 2018 tot en met januari 2019. Voor zover van belang zal in dit vonnis wel op de relevante passages of conclusies van dit rapport worden ingegaan. Een uitzendovereenkomst is een (bijzondere) arbeidsovereenkomst 5.5. Een uitzendovereenkomst is een bijzondere arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat om te kunnen spreken van een uitzendovereenkomst, moet worden voldaan aan de vereisten van een arbeidsovereenkomst. Artikel 7:610 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. De arbeidsovereenkomst bestaat dus uit de elementen (persoonlijke) arbeid, gedurende een zekere tijd, tegen loon, in dienst van (dat wil zeggen: onder gezag van) de werkgever. 5.6. Om te kunnen beoordelen of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, moet door uitleg aan de hand van de zogenoemde Haviltexmaatstaf worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen Temper enerzijds en de werkers anderzijds zijn overeengekomen. De werkwijze van het platform is tussen partijen niet in geschil en blijkt uit de feiten die de rechtbank onder 3.4 tot en met 3.29 heeft opgenomen. Daar zijn ook de rechten en verplichtingen van de werkers, Temper en de opdrachtgevers beschreven. 5.7. Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt. Voor deze kwalificatie is dus niet van belang of Temper en/of de werkers zelf de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. 5.8. In het Deliveroo-arrest heeft de Hoge Raad ten aanzien van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst het volgende overwogen: “3.2.5 Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. Van belang kunnen onder meer zijn [i] de aard en duur van de werkzaamheden, [ii] de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald, [iii] de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht, [iv] het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren, [v] de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen, [vi] de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd, [vii] de hoogte van deze beloningen, en [viii] de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt. Ook kan van belang zijn [ix] of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt. Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht.” (de rechtbank heeft de nummering toegevoegd). 5.9. Artikel 7:690 BW omschrijft de uitzendovereenkomst als de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze derde aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van een derde. 5.10. In het kader van een uitzendovereenkomst wordt de arbeid dus verricht in de organisatie van de inlener, onder materieel werkgeversgezag van de inlener, maar met een element van formeel werkgeversgezag bij de uitzendwerkgever. Het loon wordt nog steeds betaald door de uitzendwerkgever, die op zijn beurt over het algemeen een vergoeding van de inlener ontvangt in het kader van de door de inlener verstrekte opdracht. Het werk moet in het kader van een uitzendovereenkomst wel nog steeds persoonlijk door de werknemer worden verricht, maar de duur en ook de aard van de werkzaamheden kan sterk verschillen. 5.11. Anders dan in de zaak Deliveroo moet in dit geval dus niet slechts de relatie tussen twee partijen (de bezorgers en Deliveroo) worden beoordeeld, maar de driehoeksrelatie tussen de werkers, de opdrachtgevers en Temper, met bovengenoemde bijzonderheden. Omdat een uitzendovereenkomst een bijzondere arbeidsovereenkomst is, zal de rechtbank bij die beoordeling wel rekening houden met de door de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest geformuleerde gezichtspunten, maar die gezichtspunten bezien in het kader van die driehoeksrelatie. Daarbij betrekt de rechtbank ook het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake Helpling, omdat het ook in die zaak ging om een driehoeksrelatie (schoonmakers, huishoudens en Helpling). Het hof heeft in die zaak geoordeeld dat sprake was van een uitzendovereenkomst tussen de schoonmakers en Helpling. Het element formeel werkgeversgezag 5.12. Tussen partijen is niet in geschil dat het de opdrachtgevers zijn, en niet Temper, die instructies geven aan de werkers en toezicht houden op het werk. Aldus is niet in geschil dat het materieel gezag over de werkzaamheden bij de opdrachtgevers ligt. Dat is gebruikelijk in een uitzendrelatie, maar ook in een opdrachtrelatie. Voor de vraag of sprake is van een uitzendovereenkomst komt het erop aan of Temper daarnaast formeel (werkgevers)gezag over de werkers heeft. De rechtbank betrekt bij die vraag de hiervoor genoemde gezichtspunten (ii), de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald en (v), de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen. 5.13. Wat betreft gezichtspunt (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.