RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/134676-24 (EAB1) Datum uitspraak: 9 juli 2024 TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering van 26 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 februari 2023 door the Regional Court in Płock (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1968, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [naam PI] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 juni 2024, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J. van Egmond, advocaat in Rotterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforceable decision of the Regional Court in Płock of October 24, 2022, court file ref. no. II K 84/20 imposing a preliminary arrest for 6 (six) months from the arrestment date. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten: moord en doodslag, zware mishandeling. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Onschuldverweer Het standpunt van de verdediging De opgeëiste persoon verklaart niet schuldig te zijn aan het feit, maar er ingeluisd te zijn door zijn ex-partner. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft zijn raadsvrouw enkele processtukken overgelegd, waaronder een getuigenverklaring waarvan de raadsvrouw stelt dat die de opgeëiste persoon een alibi verschaft. Daarnaast heeft de raadsvrouw gewezen op deskundigenverklaringen die de verklaring van de ex-partner ondermijnen. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft erop gewezen dat het een vervolgings-EAB betreft, en dat het onderzoek in Polen zal moeten worden afgerond. Het onschuldverweer kan volgens de officier van justitie niet slagen. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank kan niet treden in de beoordeling van het Poolse strafdossier. Nu het strafonderzoek nog gaande is, liggen de door de raadsvrouw overgelegde verklaringen ter beoordeling voor aan de Poolse strafrechter. De onschuld van de opgeëiste persoon is niet tijdens het verhoor ter zitting aangetoond, zodat de onschuldbewering reeds om die reden niet kan leiden tot het geen gevolg geven aan het overleveringsverzoek. 6Artikel 11 OLW 6.1 Poolse rechtstaat De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Dit is de eerste stap van een tweestappentoets. In het kader van de tweede stap is het aan de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd om concrete gegevens te verstrekken waaruit, in het geval van een overleveringsprocedure met het oog op de uitvoering van een tot vrijheidsbeneming strekkende straf of maatregel, blijkt dat structurele of fundamentele gebreken in het gerechtelijk apparaat van de uitvaardigende lidstaat een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak en, in het geval van een overleveringsprocedure met het oog op strafvervolging, dat die gebreken een dergelijke invloed kunnen hebben. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft aangevoerd dat van een dergelijke concrete invloed sprake zal zijn. De raadsvrouw voert aan dat tijdens het onderzoek in Polen camerabeelden zijn verdwenen en dat een officier van justitie van de zaak is afgehaald nadat die de opgeëiste persoon in vrijheid had gesteld. Zij heeft van de Poolse advocaat vernomen dat de aanklager in verband met deze strafzaak werd beschuldigd van corruptie, maar dat die procedure is gestaakt, omdat de machtiging daartoe was afgegeven door de Tuchtkamer van het Hooggerechtshof die niet werd erkend door Poolse rechters en het Europese Hof. Daarnaast is een rechter die de strafzaak van de opgeëiste persoon behandelde geschorst en heeft de Minister van Justitie invloed uitgeoefend op deze zaak. Desgevraagd heeft de raadsvrouw verklaard dat zij niet beschikt over stukken ter onderbouwing van dit betoog. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft erop gewezen dat het een vervolgings-EAB betreft en het onderzoek dus nog gaande is. Er zit in Polen nu een andere Minister van Justitie en de aanklager en een rechter zijn van de zaak afgehaald. Zij vraagt zich daarom af hoe de structurele of fundamentele gebreken ook nu nog invloed kunnen hebben op de behandeling van de strafzaak van de opgeëiste persoon. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel, dat het betoog van de raadsvrouw - dat niet met stukken is onderbouwd - vooralsnog onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld als bedoeld in artikel 47 van het Handvest.Er zijn ook geen elementen aangevoerd die doen vermoeden dat de structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van de strafzaak. De rechtbank zal hieraan vooralsnog geen gevolgen verbinden, nu zij in deze zaak een tussenuitspraak zal wijzen ten behoeve van het stellen van vragen over de detentieomstandigheden in de Poolse remand-prisons. De raadsvrouw is daardoor in de gelegenheid alsnog concrete gegevens te vergaren en haar betoog met stukken te onderbouwen. Daarbij zal ook aandacht besteed kunnen worden aan de door de officier van justitie opgeworpen vraag, op welke wijze eventuele invloed van gebreken in het gerechtelijk apparaat doorwerken op de behandeling van de strafzaak van de opgeëiste persoon, in het licht van de recente ontwikkelingen in Polen. 6.2 Detentieomstandigheden in Polen voor voorlopig gehechten De rechtbank heeft kennis genomen van de zorgen die in het CPT-rapport van 22 februari 2024 worden geuit over de detentieomstandigheden van voorlopig gedetineerden. Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de reactie van 22 februari 2024 van de Poolse autoriteiten daarop. In recente tussenuitspraken heeft de rechtbank aanvullende vragen gesteld, ter beoordeling van de vraag of sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten. Inmiddels zijn deze vragen in een aantal zaken beantwoord. In uitspraken van 5 juni 2024 heeft de rechtbank overwogen dat de beantwoording van deze vragen door de Poolse autoriteiten niet afdoende is om de eerder geuite zorgen weg te nemen. Uit de antwoorden blijkt immers niet hoeveel m2 levensruimte (exclusief sanitair) een voorlopig gehechte in een meerpersoonscel heeft, tegen de achtergrond van - hoofdzakelijk - het aantal uur per dag op cel (veelal 23 uur per dag), in voorkomend geval in combinatie met andere, de detentieomstandigheden verzwarende aspecten, namelijk de beperking van het contact met de buitenwereld en de (duur van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.