RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/338173-23 Datum uitspraak: 12 juni 2024 UITSPRAAK op de vordering van 5 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is op 15 november 2023 uitgevaardigd door het Šiauliai Regional Court (Litouwen), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1995, zonder vast woon-of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [detentieadres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 mei 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Litouwse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een: - een bevel van the Telšiai District Court Akmenè Courthouse van 11 oktober 2023 (No. T-372-1140/2023). Dit betreft een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf die was opgelegd bij: - het verzamelvonnis van de Telšiai District Court Akmenè Courthouse van 28 december 2022 (No.T-333-1140/2022), voor de duur van 1 jaar en 3 maanden. De onderliggende vonnissen van het verzamelvonnis zijn: - een vonnis van 18 augustus 2022 van Telšiai District Court Akmenè Courthouse (no. 1-151-1112/2022). -een vonnis van Telšiai District Court Akmenè Courthouse van 14 december 2021 (No. 1-671-1112/2021). - een vonnis van 14 september 2022 van Telšiai District Court (no. N1-305-1112/2022). Uit de bij de brief met bijlagen van 15 mei 2024 van de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte d-formulieren blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de verschillende procedures die tot de vonnissen van 14 december 2021, 18 augustus 2022 en 14 september 2022 hebben geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 3 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis. Het verzamelvonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB en de aanvullende informatie van 15 mei 2024. 4Genoegzaamheid van het EAB Standpunt raadsman Volgens de raadsman is het niet duidelijk hoe de straf is opgebouwd, ondanks de aanvullende informatie. De raadsman verzoekt op grond hiervan om de behandeling van de zaak aan te houden voor het opvragen van aanvullende informatie met betrekking tot de totstandkoming van de uiteindelijk uit te zitten straf Standpunt officier van justitie De officier van justitie stelt dat het inderdaad een puzzel is, maar dat wel duidelijk is hoeveel straf er open staat. De officier van justitie ziet dan ook geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat het EAB gegevens bevat op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. In onderdeel C van het EAB ondubbelzinnig vermeld wat de duur van de in totaal opgelegde vrijheidsstraf is en hoeveel daarvan nog open staat. Daarbij is niet van belang hoe die straf is opgebouwd. De rechtbank ziet dan ook, anders dan de raadsman heeft gesteld, geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen en wijst het verzoek tot aanhouding af. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt raadsman De opgeëiste persoon beweert dat hij niet aanwezig was bij de procedures die tot de onderliggende vonnissen én het verzamelvonnis hebben geleid. Standpunt officier van justitie Er is sprake van een verzamelvonnis met daaronder drie veroordelingen. Uit de aanvullende informatie van 15 mei 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon bij alle processen aanwezig is geweest die tot de onderliggende vonnissen hebben geleid. Ook voor wat betreft het verzamelvonnis van 18 augustus 2022 is voldaan aan artikel 12 OLW aangezien het vonnis aan de opgeëiste persoon is uitgereikt en hij is gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen. De beslissing van 11 oktober 2023 hoeft niet getoetst te worden aan artikel 12 OLW nu de tenuitvoerlegging is bevolen omdat de opgeëiste persoon zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden. Oordeel van de rechtbank Het verzamelvonnis van 28 december 2022 De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis van van het Telšiai District Court Akmenè Courthouse van 28 december 2022 (No.T-333-1140/2022) terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Uit onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.