RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/095478-24 (EAB II) Datum uitspraak: 14 juni 2024 TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering van 9 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 augustus 2022 door the Municipal Court in Slavonski Brod, Kroatië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Joegoslavië), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 juni 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.F.M. van Osta, advocaat in ’s-Gravenhage. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Kroatische nationaliteit heeft. 2Heropening De rechtbank schorst het onderzoek ter terechtzitting om tegelijkertijd uitspraak te kunnen doen in de zaak van het EAB met parketnummer 13/154458-24 (EAB III). 3Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting tot een nader te bepalen zittingsdatum en -tijd, zodat gelijktijdig uitspraak kan worden gedaan in de zaken van EAB's met parketnummers 13/088356-24 (EAB I) en 13/154458-24 (EAB III); VERLENGT de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen – ingaande op het moment waarop de termijn van 90 dagen verstrijkt – onder gelijktijdige verlenging van de gevangenneming met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW; BEPAALT dat de zaak binnen een termijn van 30 dagen weer op zitting dient te worden aangebracht. BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter, mrs. E. Biçer en A.R. Vlierhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.D. Bennett, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juni 2024. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.