RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/150501-24 Datum uitspraak: 17 juli 2024 UITSPRAAK op de vordering van 14 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 29 september 2023 door de Bacău District Court (Roemenië), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1989 verblijfadres: [adres], [woonplaats] gedetineerd in [detentieadres] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van3 juli 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens is de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een sentence no. 5/D/2023 of 13.01.2023, handed down by Bacău District Court, in the case no. 2593/110/2017, final, by the criminal decision no. 723/2023, handed down by Bacău Court of Appeal, on 18.09.2023, in the case no. 2593/110/
- De aanvullende informatie van 26 juni 2024 van de Roemeense autoriteiten vermeldt dat de opgeëiste persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing in hoger beroep heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 9 jaar en 4 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Volgens informatie in het EAB dient de periode die hij van 2 februari 2017 tot en met 20 december 2017 in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering te worden gebracht op de opgelegde straf. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor vermelde arrest. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1, 3 en 4, te weten:
- deelneming aan een criminele organisatie;
- mensenhandel;
- seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Nederland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden De rechtbank overweegt dat vanwege de Roemeense detentieomstandigheden voor gedetineerden in Roemenië sprake is van een algemeen gevaar voor schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Bij brief van 11 juni 2023 is door the Director General of the National Administration of Penitentiaries (Roemenië) een detentiegarantie verschaft waarin de volgende garantie is gegeven: “In view of the letter submitted in the case no. 9/2023/2593/110/2017 of 05.06.2024, concerning the request of the Dutch authorities, in relation to the conditions of custody imposed on the said [opgeëiste persoon] (born on [geboortedag].1989, residing in Vrancea county, sentenced to 9 years and 4 months in prison), we hereby inform you of the following:
- In the event that the person deprived of liberty is handed over to the Romanian authorities on Henri Coandă Bucharest Airport, he will initially be placed in Bucharest-Rahova Penitentiary in order to undergo a period of quarantine, for 21 days, in a room that will provide a minimum space of 3 m². (…) Given the length of the sentence, he will most likely serve the custodial sentence initially in the Closed regime. At the same time, given his residence, he will most likely serve his sentence in Focsani Penitentiary. (…) In view of the prospect of implementing the measures contained in the "Action Plan” for the period 2020-2025, drawn up far the execution of Rezmives et al. v. Romania pilot judgment and the judgments handed down in Bragadireanu v. Romania group of cases", as well as the number of inmates currently held by the National Administration of Penitentiaries, as a result of the penal policies adopted by the Romanian State, the National Administration of Penitentiaries guarantees that, during the whole period of serving the sentence, including the bed and the related furniture, but not including the space for the lavatory, he will be provided with a minimum individual space, as follows: - 3 m² under the quarantine and observation period; - 3 m² during remand in custody; - 3 m² in the event of serving the sentence in a regime of maximum security; - 3 m² in the event of serving the sentence in closed regime; - 3 m² in the event of serving the sentence in semi-open regime; - 4 m² in the event of serving the sentence in semi-open regime; (…)” Standpunt raadsvrouw De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht extra kritisch te kijken naar de door de Roemeense autoriteiten verstrekte detentiegarantie. Een broer van de opgeëiste persoon is voor dezelfde zaak vanuit Duitsland overgeleverd aan Roemenië en geplaatst in de detentie-instelling van Bacău. De raadsvrouw heeft in het Roemeens opgestelde klachten van deze broer aan de rechtbank overgelegd waaruit blijkt dat de Roemeense autoriteiten zich niet hebben gehouden aan de aan Duitsland verstrekte detentiegarantie. Bovendien liggen de detentie-instellingen waar de opgeëiste persoon mogelijk kan worden geplaatst op ongeveer 250 tot 330 kilometer van de woonplaats van zijn familie terwijl de Roemeense autoriteiten volgens de opgeëiste persoon verplicht zijn om gedetineerden in de buurt van familie te plaatsen. Standpunt officier van justitie De verstrekte detentie garantie neemt het eerder vastgestelde algemene gevaar weg voor de opgeëiste persoon zodat er geen beletsel is om tot overlevering over te gaan. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken van penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Uit de hierboven vermelde informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste instantie in de Bucharest-Rahova Penitentiary zal worden geplaatst en daarna naar alle waarschijnlijkheid in de Focşani Penitentiary. Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. De door de raadsvrouw niet nader onderbouwde argumenten maken dat niet anders. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor het toestaan van de overlevering. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen. 5Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Bacău District Court (Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.T.C. de Vries, voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en D.A. Segbedzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 juli
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Zie o.a. Rb. Amsterdam, 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:
- Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt
- Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.