RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/095478-24 (EAB II) Datum uitspraak: 24 juli 2024 UITSPRAAK op de vordering van 9 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 augustus 2022 door the Municipal Court in Slavonski Brod, Kroatië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Joegoslavië), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 juni 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.F.M. van Osta, advocaat in ’s-Gravenhage. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. De rechtbank heeft de gevangenneming bevolen. De rechtbank heeft op 14 juni 2024 een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst zodat gelijktijdig uitspraak kan worden gedaan in de zaken van EAB's met parketnummers 13/088356-24 (EAB I)) en 13/154458-24 (EAB III). De beslistermijn is op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen verlengd – ingaande op het moment waarop de termijn van 90 dagen verstrijkt – onder gelijktijdige verlenging van het geschorste bevel tot gevangenhouding met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 10 juli 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. A.G. de Jong, die waarneemt voor zijn kantoorgenoot, mr. N.F.M. van Osta, beiden advocaat in ’s-Gravenhage. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenneming. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Kroatische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een DECISION ON DETERMINATION OF INVESTIGATIVE PRISON business number Kv-40/2022-4 dated August 11,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.