RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/151012-24 (EAB 2) Datum uitspraak: 31 juli 2024 UITSPRAAK op de vordering van 6 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 19 april 2023 door door Procura Generale Della Republica Presso la Corte D’appello di Venezia, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedag] 1993, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 25 juni 2024 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 juni 2024, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Z. Boufadiss, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Arabisch-Tunesische taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd en de gevangenneming van de opgeëiste persoon bevolen. Tussenuitspraak 9 juli 2024 Bij tussenuitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de vertaling van de bij de aanvullende informatie verstrekte bijlagen ten behoeve beoordeling van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW af te wachten. Zitting 17 juli 2024 De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 17 juli 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en heeft schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling van het EAB aanwezig te zijn. De opgeëiste persoon is op de zitting vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. Z. Boufadiss, advocaat te Amsterdam. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon opnieuw onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Tunesische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van 11 juli 2019 van de alleensprekende rechter van Padua, definitief op 8 februari 2022, referentienummer 1676/19 Reg. Vonnis. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. Het Openbaar Ministerie bij het Hof van Beroep van Venetië heeft op 15 oktober 2022 een voorziening voor gelijktijdige strafuitvoering uitgevaardigd (nr. SIEP 335/2022). Hierin worden de openstaande vrijheidsstraffen, waaronder de hiervoor vermelde, samengevoegd. De totale resterende vrijheidsstraf bedraagt 6 jaar, 2 maanden en 16 dagen. 4Referte De raadsvrouw heeft geen verweren gevoerd met betrekking tot de inhoud van het EAB. 5Tussenuitspraak 9 juli 2024 In de tussenuitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank al geoordeeld dat het feit dat in het EAB is vermeld, is aangemerkt als een zogenoemd lijstfeit en dat om die reden de dubbele strafbaarheid niet behoeft te worden getoetst. Dit oordeel wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. 6De weigeringsgrond van artikel 12 OLW De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 9 juli 2024 het volgende vastgesteld ten aanzien van de beoordeling van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. “Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. In het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing, maar op de hoogte was van de vastgestelde datum en een advocaat heeft gemachtigd zijn verdediging te voeren en op het proces ook werkelijk door die advocaat is verdedigd. In het EAB is tevens vermeld dat het vonnis onherroepelijk is geworden op 8 februari 2022, ruim 30 maanden na de vonnisdatum. Dit was aanleiding voor de officier van justitie om aanvullende vragen te laten stellen. Gevraagd is of de zaak na 11 juli 2019 door een andere instantie opnieuw ten gronde is behandeld. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 20 juni 2024 meegedeeld dat de gekozen raadsman van de opgeëiste persoon hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 11 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.