RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/193709-24 Datum uitspraak: 14 augustus 2024 UITSPRAAK op de vordering van 14 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 19 oktober 2023 door de Sąd Okręgowy [Regional Court] in Białystok Criminal Division III, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 juli 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.M. Timorason, die waarneemt voor haar kantoorgenoot mr. S.J. Linck, beiden advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforceable judgement in the Sąd Rojonowy [District Court] in Bielsk Podlaski Local Criminal Division VIII in Siemiatycze issued on 12 August 2021, which became valid and final on 29 October 2021 (VIII K 87/21). Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 25 juli 2024 blijkt dat bij arrest van 29 oktober 2021 in hoger beroep uitspraak gedaan in deze zaak door the Regional Court in Bialystok VIII Appeals Division (kenmerk onbekend). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en drie maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog één jaar, twee maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis en arrest. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 25 juli 2024 staat dat de zaak in hoger beroep ten gronde is behandeld en dat daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. De rechtbank zal daarom alleen het proces in hoger beroep toetsen aan artikel 12 OLW. De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat zich een omstandigheid als in artikel 12, sub a, OLW heeft voorgedaan. Uit de voornoemde aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit volgt dat de opgeëiste persoon tijdig, te weten op 14 oktober 2021, in persoon is gedagvaard en hij zodoende op de hoogte was van de zittingsdatum en- plaats en dat hij daarbij ook is geïnformeerd dat in zijn afwezigheid een beslissing kan worden genomen. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.