RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/209047-24 Datum uitspraak: 22 augustus 2024 UITSPRAAK op de vordering van 3 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 juni 2024 door the Office of the Prosecutor General of the Republic at the Court of Appeal in Lecce (Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] (Albanië), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht aanwezig te zijn en is niet ter zitting verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam, welke hij uitdrukkelijk heeft gemachtigd namens hem de verdediging te voeren. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Albanese nationaliteit heeft. 3Gang van zaken rondom de aanhouding van de opgeëiste persoon Standpunt van de raadsman De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon in eerste instantie is aangehouden op grond van een oud EAB dat later bleek te zijn vervallen en dat vervolgens is vervangen door een nieuw EAB. Volgens de raadsman heeft de opgeëiste persoon de dagen die hij vast zat op grond van het vervallen EAB zonder titel en dus onrechtmatig vastgezeten. De raadsman heeft de rechtbank gevraagd gevolgen te verbinden aan deze gang van zaken en de overlevering te weigeren. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon op basis van zijn signalering in het Schengen-informatiesysteem (SIS) is aangehouden en dat er een nieuwe voorgeleiding is gepland zodra duidelijk werd dat er een nieuw EAB lag. Er is geen sprake geweest van onrechtmatige overleveringsdetentie. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon op grond van zijn signalering op 15 juni 2024 is aangehouden en op 17 juni 2024 in bewaring is gesteld. Vervolgens is de opgeëiste persoon op 3 juli 2024 opnieuw aangehouden nadat duidelijk was geworden dat er inmiddels een EAB van een recentere datum bestond (het nu voorliggende EAB), waaruit naar voren komt dat de opgeëiste persoon inmiddels is veroordeeld voor de in het EAB genoemde feiten. Van omstandigheden die de overleveringsdetentie onrechtmatig zouden maken is niet gebleken. Eventuele gebreken in de overleveringsdetentie vormen bovendien op zichzelf geen weigeringsgrond voor de overlevering. De officier van justitie heeft er overigens terecht op gewezen dat de tijd die de opgeëiste persoon vanaf 15 juni 2024 in overleveringsdetentie heeft gezeten van zijn in Italië uit te zitten straf afgetrokken zal worden als zijn overlevering wordt toegestaan, zodat de opgeëiste persoon in zoverre geen nadeel van de hernieuwde aanhouding ondervindt. 4Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforcement order for imprisonment no. SIEP 217/2018, issued by the Office of the Prosecutor General of the Republic at the Court of Appeal of Lecce op 22 mei 2018, in relation to a judgment delivered by the Court of Appeal of Lecce (Single Criminal Division), no. 1157/2016 op 4 mei 2016, onherroepelijk sinds 17 april 2018 met referentie no. 1157/2016, no. 1/2013 R. Gen. - n. 1017/1998 R.G.N.R. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van elf jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog acht jaar. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 18 juli 2024 volgt dat de zaak met het arrest van the Court of Appeal of Lecce van 4 mei 2016 ten gronde definitief is afgedaan. De reden dat het arrest pas per 17 april 2018 onherroepelijk is, is gelegen in de omstandigheid dat er nog een procedure in cassatie liep, waarin de opgeëiste persoon uiteindelijk niet-ontvankelijk verklaard is. Op grond van de geldende jurisprudentie hoeft alleen de procedure bij the Court of Appeal of Lecce getoetst te worden aan artikel 12 OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot het arrest heeft geleid, maar dat sprake is van de in artikel 12, sub b, OLW bedoelde situatie. Artikel 12 OLW staat derhalve niet aan overlevering in de weg. 6Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1 en 5, te weten (respectievelijk): deelneming aan een criminele organisatie illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.