RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/190541-24 Datum uitspraak: 29 augustus 2024 UITSPRAAK op de vordering van 12 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 8 mei 2024 door the Regional Court in Zamość - Second Criminal Division (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [plaats detentie] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat in Zoetermeer, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een judgement made by the District Court - Seventh Criminal Division in Zamość (Polen) op 29 oktober 2018 (met kenmerk VII K 349/18), onherroepelijk sinds 6 november 2018. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog zeven maanden en achtentwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW van toepassing is en dat er geen reden is om af te zien van weigering op grond van dat artikel. Het is ten eerste onbekend naar welk adres de oproeping voor de zitting is gestuurd en waarom deze vervolgens is teruggestuurd. Daarnaast is het uiteindelijk gewezen vonnis niet aan de opgeëiste persoon betekend en is hij niet gewezen op zijn recht om in hoger beroep te gaan. Al met al kan niet de conclusie worden getrokken dat de opgeëiste persoon vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat afgezien kan worden van weigering op grond van artikel 12 OLW. Aan de opgeëiste persoon is een zogeheten adresinstructie gegeven, die ook gezien heeft op de periode na de uitspraak en het onherroepelijk worden van het vonnis. De op het door de opgeëiste persoon opgegeven adres aangeboden dagvaarding is uiteindelijk teruggestuurd naar de rechtbank, omdat de opgeëiste persoon deze, ondanks twee kennisgevingen daartoe, niet heeft opgehaald. Al met al kan geconcludeerd worden dat de opgeëiste persoon kennelijk onzorgvuldig is geweest en dat hij daarmee heeft afgezien van zijn verdedigingsrechten. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd. De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Uit onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.