RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-203139-24 Datum uitspraak: 28 augustus 2024 TUSSENUITSPRAAK op de vordering van 24 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Deze vordering betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 december 2021 door de Advocaat-generaal bij het Hof van Beroep Antwerpen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. Sculic, advocaat in Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen en die gevangenhouding direct geschorst onder voorwaarden. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een Arrest van het Hof van Beroep Antwerpen van 10 maart 2021 – C5 kamer, referentie: 2019/PGA/2013 (griffienummer: 376/2021). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 4 jaar. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1369 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. 4Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit naar Nederlands recht kan worden gekwalificeerd als uithaling zoals bedoeld in artikel 138aa van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Heropening De rechtbank overweegt als volgt. De omschrijving van het feit in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.