← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:5840

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/1152 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2024 in de zaak tussen [eiser] uit Amsterdam, eiser en [verweerder] (mr. P.E.H.A. Ingenhou). Inleiding In de uitspraak op bezwaar van 1 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar de waarde van de woning verminderd tot een bedrag van € 1.046.000,-. 1.

  1. De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2024 op zitting behandeld. Tegelijk met het beroep heeft de rechtbank ook het beroep geregistreerd onder zaaknummer AMS 24/1258 behandeld. Eiser is verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van mr. P.E.H.A. Ingenhou. 1.
  2. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
  3. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van de onroerende zaak [ades] (hierna: de woning). De WOZ-waarde is in de beschikking van 25 februari 2023 voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op € 1.213.000,-. Beoordeling door de rechtbank
  4. Eiser is eigenaar van de woning. De woning betreft een appartement (bovenwoning) met een dakterras. Eiser is in beroep gegaan tegen de uitspraak op bezwaar, omdat de heffingsambtenaar volgens hem ten onrechte is uitgegaan van een woonoppervlakte van 142 m
  5. Dit moet 133 m2 zijn. In het verweerschrift heeft de heffingsambtenaar zich op het standpunt gesteld dat de oppervlakte 138 m2 bedraagt, maar de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde WOZ-waarde gehandhaafd. 2.
  6. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de WOZ-waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2022 niet hoger heeft vastgesteld dan de waarde in het economische verkeer. 2.
  7. De rechtbank stelt vast dat de oppervlakte van de woning niet langer in geschil is. Zoals op zitting duidelijk is geworden, gaat ook eiser uit van een oppervlakte van 138 m
  8. Dat laat onverlet dat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar is uitgegaan van een verkeerde oppervlakte. Dat is een gebrek in de motivering. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Eiser is niet in zijn belangen geschaad. De vastgestelde WOZ-waarde is namelijk hetzelfde gebleven. Wel bepaalt de rechtbank dat de heffingsambtenaar het door eiser betaalde griffierecht moet vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding, omdat eiser al proceskosten (verletkosten) vergoed heeft gekregen in het andere beroep dat gelijktijdig met dit beroep is behandeld. 2.
  9. Eiser is het niet eens met de vastgestelde WOZ-waarde van de woning. Volgens eiser is in het verweerschrift uitgegaan van 4 m2 minder dan in de uitspraak op bezwaar. Als gevolg daarvan moet de WOZ-waarde ook met € 30.000,- worden verminderd. 2.
  10. De rechtbank volgt eiser hierin niet. De heffingsambtenaar heeft in beroep de WOZ-waarde van de woning opnieuw berekend. Dat mag de heffingsambtenaar doen. Met de in beroep gegeven onderbouwing, heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde, ook als uitgegaan wordt van een oppervlakte van 138 m2, nog steeds € 1.046.000,- bedraagt. De heffingsambtenaar heeft op zitting uitgelegd dat dit bedrag is teruggerekend naar een vierkante meter prijs. Uit het overzicht taxatiewaarden volgt dat de gemiddelde vierkante meter prijs van vergelijkbare woningen ongeveer € 400,- hoger is dan de vierkante meter prijs van eisers woning. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat van een te hoge vierkant meter prijs is uitgegaan. Eiser heeft verder de berekening van de WOZ-waarde in het overzicht taxatiewaarden niet betwist. 2.
  11. Eiser heeft op zitting zijn ongenoegen geuit over de trage en foutieve besluitvorming door de heffingsambtenaar. De rechtbank kan het zich voorstellen dat de trage besluitvorming naar aanleiding van het bezwaar en het feit dat in de uitspraak op bezwaar vervolgens is uitgegaan van een foutieve oppervlakte tot onbegrip bij eiser leidt. Eiser heeft hierdoor tijd en energie in een (beroeps)procedure moeten steken. De heffingsambtenaar erkent dat er fouten zijn gemaakt en dit verdient volgens hem niet de schoonheidsprijs. 2.
  12. Alles overziend komt de rechtbank tot de conclusie dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2022 niet hoger heeft vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer. Conclusie en gevolgen
  13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De heffingsambtenaar moet wel het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. 3.
  14. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing - verklaart het beroep ongegrond; - bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden. de griffier, is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. de rechter, De rechtbank: Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2024 door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Oosterhuis, griffier. Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.