RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-134185-24 Datum beslissing: 12 september 2024 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 19 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is op 30 november 2023 ingediend door Buda Central District Court, Hongarije, (hierna: uitvaardigende justitiële autoriteit) en betreft: [overgeleverde persoon] , geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (Hongarije), thans gedetineerd in Hongarije, hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1Beoordeling Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Dubbele strafbaarheid De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Aanvullende toestemming kan in dat geval worden gegeven, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan niet is voldaan, omdat de ontvluchting van gevangenen naar Nederlands recht niet als een strafbaar feit kan worden gekwalificeerd. Bij de totstandkoming van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht in 1886 werd de ontvluchting door gevangenen door de wetgever uitdrukkelijk straffeloos geacht en ook nadien is hieromtrent geen strafbaarstelling in het leven geroepen. De rechtbank is echter van oordeel dat aanleiding bestaat om van toepassing van de weigeringsgrond ex artikel 7 OLW af te zien. Het feit waarvoor de aanvullende toestemming door de uitvaardigende justitiële autoriteit wordt verzocht is verricht door een Hongaarse onderdaan, is gepleegd in Hongarije en heeft ook anderszins geen aanknopingspunten met de Nederlandse rechtsorde. Hoorrecht Vereist is dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al haar eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.