RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13-057883-23 Datum uitspraak: 8 februari 2024 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de ‘ [naam PI] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 januari 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N. Levinsohn, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, naar voren hebben gebracht. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen tot schadevergoeding van de nabestaanden [nabestaande 1] , [nabestaande 2] en [nabestaande 3] , die ter terechtzitting zijn toegelicht door mr. N.J. Hoogenboom. Mevrouw [nabestaande 1] heeft daarnaast het spreekrecht uitgeoefend. 2Tenlastelegging Verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij op 26 februari 2023 [slachtoffer] (al dan niet met voorbedachten rade) opzettelijk van het leven heeft beroofd. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 3Waardering van het bewijs 3.1. Inleiding Verdachte [verdachte] is opgegroeid in Brazilië en is begin 2020 naar Nederland gekomen. Hij wilde hier een carrière als professioneel kickbokser beginnen en heeft in Amsterdam een sportschool gevonden waar hij vier tot vijf dagen per week trainde. Verdachte had verschillende baantjes maar verdiende weinig en had moeite om aan een slaapplek te komen. Slachtoffer [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) en zijn moeder hebben verdachte enige tijd onderdak geboden omdat hij nergens anders terecht kon. Er was sprake van een Braziliaanse kennissenkring in Nederland, waarvan verdachte en [slachtoffer] onderdeel waren. Verdachte en [slachtoffer] hebben ook een tijd in een huis gewoond met andere jongens – [naam jongen 1] (hierna: [naam jongen 1] ) en [naam jongen 2] (hierna: [naam jongen 2] ) – uit deze kennissenkring. Verdachte had moeite om rond te komen en had ook problemen met zijn verblijfsvergunning, waardoor zijn bestaan in Nederland onzeker was. Hij belde vaak vrienden en kennissen om te vragen of hij ergens kon slapen. Ook [slachtoffer] heeft verdachte vaker geholpen bij het vinden van onderdak. In de vroege avond van 26 februari 2023 circuleerden in de vrienden- en kennissenkring van verdachte en [slachtoffer] alarmerende berichten afkomstig van verdachte, dat hij [slachtoffer] had gedood. In deze berichten beweerde verdachte dat [slachtoffer] een kannibaal was en hem wilde vermoorden. De berichten zijn via de kennissenkring bij [naam jongen 2] terechtgekomen. [naam jongen 2] is hierop direct met twee vrienden naar de woning van [slachtoffer] gegaan. Omdat er niet werd opengedaan heeft [naam jongen 2] de hulpdiensten gebeld en deze vonden op de overloop van de eerste etage het levenloze lichaam van [slachtoffer] . Om hem heen lag een grote plas bloed en zijn lichaam was vol steek- en snijwonden. Ook op veel andere plekken in de woning waren bloedsporen aanwezig. In het onderzoek naar de dood van [slachtoffer] is onder andere uitgebreid forensisch onderzoek gedaan, heeft verdachte verklaringen afgelegd, is een groot aantal getuigen gehoord en zijn de door verdachte verzonden chat- en spraakberichten onderzocht. Daarnaast is door een psychiater, een psycholoog en een milieuonderzoeker een zogenaamde triple rapportage opgemaakt omtrent verdachte. Er zijn geen directe getuigen die het incident hebben waargenomen. Wel heeft een buurvrouw op 26 februari 2023 rond 09:00 uur geluiden gehoord alsof er iemand van de trap viel, gevolgd door een schreeuw. Verdachte heeft in de door hem verzonden berichten te kennen gegeven dat hij naar Brazilië wilde vluchten. Hij werd de volgende dag op de luchthaven van Lissabon, Portugal, aangehouden. Hij was in het bezit van een bakje met vlees dat door [slachtoffer] voor hun gezamenlijke maaltijd was bereid en waarvan verdachte in de veronderstelling verkeerde dat het mensenvlees zou zijn. Dit vlees is onderzocht, maar bleek afkomstig te zijn van rund. Verdachte had zelf verwondingen aan met name zijn rechterhand. Op 17 maart 2023 is verdachte door Portugal aan de Nederlandse justitiële autoriteiten overgeleverd. Verdachte heeft in zijn bij de politie, de rechter-commissaris en ter terechtzitting afgelegde verklaringen bekend dat hij [slachtoffer] met messteken om het leven heeft gebracht. Hij zou dit hebben gedaan ter verdediging, omdat [slachtoffer] hem in eerste instantie met een mes te lijf was gegaan. Verdachte leefde in de veronderstelling dat [slachtoffer] een kannibaal was, die verdachte die bewuste avond had uitgenodigd omdat hij hem wilde opeten. Uit diverse getuigenverklaringen komt naar voren dat verdachte in de weken voorafgaande aan het tenlastegelegde vreemd gedrag vertoonde en merkwaardige dingen zei. [naam jongen 2] heeft gezien dat verdachte ongeveer een week voor het incident, en dus midden in de winter, ’s nachts op het Centraal Station op slippers liep. Verdachte zei toen dat hij geen schoenen meer had omdat daar radioactieve aarde overheen was gegooid. Tegen [naam jongen 1] heeft verdachte iets soortgelijks verklaard. De getuige [naam getuige 1] (hierna: [naam getuige 1] ) is manager van een restaurant bij de Foodhallen en is tevens psychologe. Zij heeft een paar weken voor 26 februari 2023 een sollicitatiegesprek gevoerd met verdachte. Tijdens dit gesprek sprak verdachte onsamenhangende zinnen en de getuige zag symptomen van schizofrenie dan wel achtervolgingswaanzin. Zij heeft na het sollicitatiegesprek vrienden van verdachte gesproken en tegen hen gezegd dat verdachte hulp nodig had. 3.2. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van moord. 3.3. Standpunt van de verdediging Verdachte heeft erkend dat hij [slachtoffer] door middel van messteken om het leven heeft gebracht. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van moord, omdat verdachte geen vooropgezet plan had om [slachtoffer] te doden. Een bewezenverklaring van doodslag ligt daarom in de rede. 3.4. Oordeel van de rechtbank [slachtoffer] is ten gevolge van het door verdachte uitgeoefende geweld overleden Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer] werden aan zijn hoofd, hals, romp en ledematen in totaal 99 steek-, prik-, snij- en krasletsels vastgesteld. In de borstkas was een afgebroken lemmet van ongeveer 8,7 cm lengte aanwezig. Verder waren verspreid over het lichaam meerdere letsels aanwezig, mogelijk veroorzaakt door slaan, stoten of vallen. Het overlijden van [slachtoffer] kan volgens de forensisch patholoog zonder meer verklaard worden door verbloeding, met een bijdrage door hartfunctiestoornissen als ook long- en ademhalingsfunctiestoornissen, ten gevolge van meervoudig steekletsel. Verdachte heeft in de op 26 februari 2023 door hem verzonden chat- en spraakberichten te kennen gegeven dat hij [slachtoffer] had gedood. In de later door hem afgelegde verklaringen bij de politie, de rechter-commissaris en ter terechtzitting heeft hij dit bevestigd. Hij heeft [slachtoffer] meerdere keren en met twee messen gestoken. Deze verklaring van verdachte vindt bevestiging in het forensisch onderzoek. Van één van de messen is het lemmet in de borstkas van [slachtoffer] achtergebleven. In de schuur is een tweede afgebroken lemmet aangetroffen. Op basis van DNA-onderzoek kan worden vastgesteld dat daarop zowel bloed van verdachte als van [slachtoffer] aanwezig was. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte [slachtoffer] om het leven heeft gebracht door meerdere keren met messen in zijn lichaam te steken en te snijden. Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte ook met een schaar of een vork in het lichaam van [slachtoffer] heeft gestoken, omdat daarvoor onvoldoende bewijs aanwezig is. Opzet Verdachte heeft tientallen keren met messen in het lichaam van [slachtoffer] gestoken en gesneden, waaronder de hals en de borstkas van verdachte. Zoals uit het dossier en dit vonnis naar voren komt was bij verdachte op het moment van het tenlastegelegde sprake van een ernstige geestelijke stoornis. In dat kader moet de vraag of er onder die omstandigheden kan worden gesproken van opzettelijk handelen worden beantwoord. Een dergelijke stoornis kan slechts dan aan de bewezenverklaring van het opzet in de weg staan indien bij verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan zou hebben ontbroken. Daarvan zal slechts bij hoge uitzondering sprake zijn. Uit de handelingen en verklaringen van verdachte volgt naar het oordeel van de rechtbank dat hij zich bewust was van zijn handelingen en het gevolg daarvan. Zo heeft verdachte heel veel keren gestoken in het lichaam van [slachtoffer] , hem van de trap naar beneden geschopt toen [slachtoffer] weg wilde rennen van hem en is hij vervolgens op [slachtoffer] blijven insteken. Onmiddellijk na het feit heeft verdachte nagedacht over hoe hij de dood van [slachtoffer] kon verbergen. Hij heeft namelijk overwogen om [slachtoffer] te begraven, daadwerkelijk bloedsporen schoongemaakt en de heften van beide messen weggegooid. Na dit alles heeft hij geprobeerd om naar Brazilië te vluchten om niet opgepakt te worden. Ook uit de chat- en spraakberichten die hij die middag heeft verzonden blijkt dat de ernst en strafbaarheid van zijn handelen voor hem volledig duidelijk waren. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte bij zijn handelen vol opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Voorbedachte raad De vervolgvraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet is of [slachtoffer] ook het plan had om [slachtoffer] te doden (‘voorbedachte raad’), dan wel of hij handelde in een opwelling. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. De rechtbank heeft in dit kader acht geslagen op de volgende onderzoeksbevindingen. De getuige [naam getuige 2] (hierna: [naam getuige 2] ) heeft op 21 februari 2023 met verdachte gesproken. Verdachte zei toen tegen hem dat hij iemand moest vermoorden. Op 22 februari 2023 heeft verdachte op zijn mobiele telefoon op het internet informatie gezocht onder de zoekterm pena de morte na holanda (doodstraf in Nederland). Ook op 26 februari 2023 om 16:19 uur, aldus nadat hij [slachtoffer] had omgebracht, heeft hij deze zoekterm op het internet ingevoerd. De getuige [naam getuige 3] (hierna: [naam getuige 3] ) was bevriend met [slachtoffer] . In de avond van 25 februari 2023 rond 20:30 uur heeft [slachtoffer] haar opgehaald en meegenomen naar zijn huis. Zijn moeder, de partner van zijn moeder en zijn zusje waren op dat moment niet thuis, want zij waren een weekend in Parijs. Later die avond kwam verdachte langs. [slachtoffer] vroeg [naam getuige 3] in eerste instantie om in zijn slaapkamer te blijven omdat hij niet wilde dat verdachte haar zou zien, maar na ongeveer veertig minuten zei [slachtoffer] dat ze naar beneden kon komen. Ze zaten met zijn drieën aan tafel en [slachtoffer] en verdachte hadden iets gegeten. Verdachte zei op een gegeven moment: "Ik ben gek, ik ben schizofreen en er gaat iets gebeuren wat niemand gaat geloven." Verdachte pakte een mes en bedreigde [slachtoffer] . Hij zei dat hij het in zijn hoofd had dat hij [slachtoffer] ging vermoorden en dat hij dit ook echt ging doen. Ongeveer twintig minuten later kwam verdachte weer met een mes op hem af. Hij hield het mes boven zijn hoofd en draaide het mes in zijn handen boven zijn hoofd en sprak een soort gebed. [naam getuige 3] is vervolgens op 26 februari 2023 rond 02:40 uur uit de woning vertrokken, zo verklaart zij. Nadat verdachte [slachtoffer] had gedood heeft hij chat- en spraakberichten verstuurd, waarin hij zei dat [slachtoffer] een kannibaal was die hem wilde doden en opeten. In een spraakbericht aan [naam] (hierna: [naam] ) heeft hij gezegd dat [slachtoffer] een Marokkaan te pakken had gekregen en hem als een varken in stukken heeft gesneden. [slachtoffer] heeft verdachte naar zijn huis laten komen om een stuk vlees van die Marokkaan te eten. Verdachte was door anderen gewaarschuwd dat het een valstrik was zodat [slachtoffer] verdachte kon pakken. Op het moment dat [slachtoffer] hem probeerde te pakken had verdachte een mes in zijn hand en heeft hij [slachtoffer] dood gemaakt. [naam jongen 1] verbleef op 26 februari 2023 in Brazilië. Toen hij hoorde van de berichten die verdachte had verzonden, heeft hij verdachte gebeld. Verdachte zei volgens [naam jongen 1] toen: “Ja, ik heb stomme dingen gedaan, ik heb hem vermoord, omdat hij kannibaal was.” Tegen een politieinwinner heeft verdachte gezegd dat hij wist dat [slachtoffer] hem die dag had uitgenodigd omdat hij verdachte wilde opeten. Verdachte zei dat hij erheen is gegaan om dit op te lossen en toen hij daar was de zaak ook heeft opgelost. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte, onder invloed van de bij hem ontstane waan dat [slachtoffer] een kannibaal was, al enkele dagen voor het tenlastegelegde het plan had opgevat om [slachtoffer] te doden. Zes dagen voor het tenlastegelegde heeft verdachte tegen [naam getuige 2] gezegd dat hij iemand moest vermoorden. Een dag later heeft verdachte op het internet gezocht naar ‘doodstraf in Nederland’, kennelijk omdat het voornemen om [slachtoffer] te doden bij hem had postgevat en hij wilde weten welke straf hem dan eventueel te wachten stond. Enkele uren voor het tenlastegelegde heeft hij expliciet tegen [slachtoffer] en [naam getuige 3] gezegd dat hij [slachtoffer] zou doden, waarbij hij tot twee keer toe dreigend een mes in zijn hand heeft genomen. Hoewel verdachte meende dat die avond door [slachtoffer] een valstrik voor verdachte was gezet om hem te overmeesteren en op te eten, is verdachte toch naar de woning van [slachtoffer] gegaan om, zoals hij tegen de politieinwinner heeft gezegd, ‘het op te lossen’. De volgende ochtend is verdachte met een mes in zijn hand naar de slaapkamer van [slachtoffer] op zolder gegaan en heeft hem vervolgens daadwerkelijk met een groot aantal messteken om het leven gebracht. Bij verdachte bestond aldus gedurende enige tijd een consistent plan om verdachte te doden. Hij heeft aan dit plan ook uiting gegeven naar [slachtoffer] en anderen toe en heeft zich beraden over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen handelen. Uit wat hierboven is beschreven blijkt dat verdachte niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Verdachte heeft afwegingen en keuzes gemaakt over of, hoe en wanneer hij zijn plan om [slachtoffer] te doden ten uitvoer zou brengen. De rechtbank ziet in de omstandigheid dat verdachte onder invloed heeft gehandeld van een psychische stoornis geen contra-indicatie om voorbedachte raad aan te nemen. Zelfs wanneer de keuzevrijheid van een verdachte ten tijde van het feit zodanig was aangetast dat het bewezenverklaarde niet kan worden toegerekend, sluit dit niet uit dat sprake is van voorbedachte raad. Ook iemand die lijdt aan een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens kan immers planmatig te werk gaan, zij het dat dat plan bijvoorbeeld kan zijn gebaseerd op een bij de verdachte levende voorstelling van zaken die geheel of ten dele tot stand is gekomen onder invloed van die stoornis of die gebrekkige ontwikkeling. Verdachte heeft, zoals hiervoor overwogen, ook in de toestand waarin hij verkeerde doelbewust en doordacht gehandeld. Hij heeft zich beraden en is zich bewust geweest van de reële gevolgen van zijn handelen, namelijk de dood van [slachtoffer] . Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte met voorbedachte raad [slachtoffer] van het leven heeft beroofd. Zij acht dus moord bewezen. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte: op 26 februari 2023 te Amsterdam, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet meermalen met messen in het hoofd en de hals en het oog en de borstkas en de buik en de armen en de handen van die [slachtoffer] gestoken en gesneden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] door verbloeding, al dan niet in combinatie met hartfunctiestoornissen en/of long- en ademhalingsfunctiestoornissen, is overleden. 5Strafbaarheid van het feit 5.1. Beroep op noodweer Uit de eerder besproken bewijsmiddelen volgt dat verdachte heeft gezegd dat [slachtoffer] hem aanviel omdat hij een kannibaal was en hij verdachte wilde opeten. Verdachte stelt daarom dat hij uit zelfverdediging heeft gehandeld. Ook in zijn later afgelegde verklaringen heeft verdachte consequent gezegd dat hij zichzelf tegen [slachtoffer] heeft verdedigd. De verschillende door verdachte afgelegde verklaringen zijn niet geheel gelijkluidend, maar afgaande op de verklaring die verdachte ter terechtzitting van 25 januari 2024 heeft afgelegd komt zijn verhaal in de kern op het volgende neer. Verklaring verdachte In de nacht van 26 februari 2023 zei [slachtoffer] dat hij ging slapen, waarna hij naar zijn zolderkamer is gegaan. Verdachte mocht van [slachtoffer] in de woonkamer slapen. Eerder waren er twee messen in de keuken aanwezig, een blauw en een zwart mes. Verdachte zag dat het blauwe mes uit de keuken ontbrak. Ook hoorde hij rare geluiden boven. Hij was bang en wilde [slachtoffer] in de gaten houden om te zien of hij echt aan het slapen was. Hij heeft een mes gepakt en is met dat mes langzaam de trap opgelopen naar de slaapkamer van [slachtoffer] . De deur van de slaapkamer stond half open. Verdachte zag dat [slachtoffer] in een onnatuurlijke positie lag. Zijn ogen waren een beetje open en hij deed alsof hij aan het slapen was. Verdachte is ongeveer 20 minuten voor de half open deur blijven staan, met het mes achter zijn rug. Dat mes was vanuit de slaapkamer niet zichtbaar voor [slachtoffer] . [slachtoffer] deed opeens de deken omhoog en rende naar hem toe, met een mes in zijn rechterhand. Hij zei dat hij verdachte ging vermoorden en probeerde verdachte een paar keer te steken. Verdachte heeft het mes geblokkeerd, waarbij de punt van het mes in de handpalm van zijn rechterhand terecht kwam. Daarna heeft hij het mes bij het snijgedeelte gepakt, maar het lemmet schoot uit zijn hand. Verdachte heeft daarop met zijn mes in de nek van [slachtoffer] gestoken en heeft [slachtoffer] daarna in een houdgreep onder zijn oksels vastgehouden. Daarbij viel het mes dat verdachte bij zich had op de grond. Er ontstond een worsteling op het bed, waarbij [slachtoffer] hem tevergeefs met zijn mes probeerde te raken. Verdachte hield [slachtoffer] vast en [slachtoffer] liet het mes los. [slachtoffer] probeerde het mes van verdachte dat op grond lag te pakken maar dat lukte niet. [slachtoffer] wilde de trap af rennen, naar verdachte vermoedde om een ander mes uit de keuken te halen. [slachtoffer] bleef roepen dat hij verdachte zou vermoorden. Verdachte gaf [slachtoffer] een schop waardoor [slachtoffer] de trap afviel en op de overloop van de eerste verdieping terecht kwam. Verdachte heeft [slachtoffer] toen vastgehouden bij zijn borst en heeft hem in de keel gestoken. Verdachte was buiten zichzelf en vol adrenaline. Hij denkt dat hij [slachtoffer] daarna 20 keer heeft gestoken. Dat was met het blauwe mes dat [slachtoffer] uit zijn handen had laten vallen en door verdachte was opgepakt. Standpunt raadsman De raadsman heeft betoogd dat het verhaal van verdachte ondersteuning vindt in de verwonding aan de rechterhand van verdachte. De dag na het gebeurde, toen verdachte in Portugal was aangehouden, is een bloedende steekwond in de handpalm geconstateerd. Dit letsel past bij de lezing van verdachte dat hij het mes van [slachtoffer] met zijn rechterhand heeft afgeweerd. Mogelijk had [slachtoffer] het blauwe mes naar zijn slaapkamer meegenomen omdat hij zich door het gedrag van verdachte die avond niet veilig voelde. Hoewel het handelen van verdachte op veel punten het gevolg is van de psychotische toestand waarin hij verkeerde, heeft hij zich op het moment dat [slachtoffer] vanuit zijn bed met het mes op hem af rende, terecht bedreigd gevoeld. Op dat moment was er voor hem een noodweersituatie en mocht hij zich tegen [slachtoffer] verdedigen. 5.2. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer] uit het niets de aanval op verdachte heeft ingezet. Deze verklaring van verdachte is niet in lijn met een eerdere verklaring van hem waarin hij stelde dat hij met een mes in zijn handen voor de deur van de slaapkamer heeft gestaan, terwijl verdachte ook in een bericht aan [naam] heeft gezegd dat hij een mes in zijn hand had op het moment dat [slachtoffer] hem probeerde te pakken. Er is bovendien niet gebleken van een reden waarom [slachtoffer] het op verdachte gemunt zou hebben. Er moet dan ook vanuit worden gegaan dat [slachtoffer] nietsvermoedend lag te slapen terwijl verdachte daar stond en zonder enige reden al minutenlang met een mes in zijn hand stond te kijken naar het slachtoffer. Het was daarom [slachtoffer] die - nadat hij ontwaakte uit zijn slaap - zich moest verdedigen tegen een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding door verdachte. Dit dreigende gevaar heeft zich daadwerkelijk verwezenlijkt, waarbij [slachtoffer] zich mocht verdedigen tegen de aanval van verdachte. Dat [slachtoffer] , nadat hij was aangevallen, verdachte in zijn hand heeft gestoken, is goed mogelijk. [slachtoffer] heeft gevochten voor zijn leven, maar dat heeft niet mogen baten. Van een noodweersituatie waarin verdachte zich mocht verdedigen tegen [slachtoffer] is geen sprake geweest, zodat het verweer moet worden verworpen. 5.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft hiervoor bewezen geacht dat verdachte het vooropgezette plan had om [slachtoffer] van het leven te beroven, welk plan hij ook ten uitvoer heeft gebracht. Hierboven zijn de feiten en omstandigheden waarvan de rechtbank uitgaat uitgebreid beschreven. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank daarin geen enkele ondersteuning voor de lezing van verdachte dat hij in de slaapkamer van [slachtoffer] door [slachtoffer] met een mes zou zijn aangevallen. Er is ook geen aanwijzing in het dossier dat [slachtoffer] verdachte iets aan wilde doen, terwijl wel duidelijk is dat verdachte [slachtoffer] wilde doden. De verwondingen aan de rechterhand van verdachte maken dat niet anders, omdat – ook na het horen van de forensisch arts als deskundige ter terechtzitting – niet kan worden vastgesteld of dit afweerletsel is. Bovendien is aannemelijk dat er op enig moment sprake is geweest van een worsteling tussen verdachte en [slachtoffer] . Dat maakt dat de verwonding op zichzelf onvoldoende steun geeft voor het geschetste verdedigingsscenario. De rechtbank acht niet aannemelijk dat er sprake was van een noodweersituatie – een aanval van [slachtoffer] waartegen verdachte zich mocht verdedigen – en verwerpt het verweer. Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6Strafbaarheid van verdachte Bij het beantwoorden van de vraag of verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte triple rapportage van 9 augustus 2023, opgemaakt door M.M. Sprock (psychiater), G.A. van den Nagel (klinisch psycholoog) en L. van Esch (forensisch milieuonderzoeker). In deze rapportage is door de deskundigen onder andere het volgende over verdachte vermeld: Een kantelpunt in zijn leven blijkt het overlijden van zijn oudste broer, als betrokkene 21 jaar oud is. In dezelfde periode stagneert de voortgang van zijn studie, betrokkene haalt voor het eerst onvoldoendes. (…) Voor zijn omgeving geheel onverwachts, stopt betrokkene met zijn studie en vat hij het plan op om professioneel kickbokser te worden. (…) Zonder dat sprake is van een overdacht en uitgewerkt plan, koopt hij van zijn te gelde gemaakte studiespullen een vliegticket en verlaat hij zijn familie. Eenmaal in Nederland kost het betrokkene veel moeite om zich staande te houden. Het vinden van huisvesting en het verdienen van voldoende geld verloopt moeizaam en er is nauwelijks sprake van sociale inbedding. Zijn kickbokscarrière komt evenmin van de grond. Om zijn stress te reguleren, gebruikt betrokkene dagelijks cannabis, hetgeen (de ontwikkeling van)een psychose kan helpen aanwakkeren. In retrospectief kan gezegd worden dat bovenstaande de eerste tekenen (prodromale symptomen) zijn van de zich ontwikkelende schizofrenie. (…) Vermoedelijk rond het einde van 2022 worden door verschillende mensen in zijn omgeving onafhankelijk van elkaar de eerste psychotische symptomen waargenomen. Betrokkene vertelt aanvankelijk onrealistische, maar corrigeerbare verhalen en heeft overmatig telefonisch contact met zijn moeder (soms tot 16 maal per dag). In de loop der tijd denkt betrokkene dat hij radioactieve kleding draagt, dat zijn familie aarde van een begraafplaats in zijn schoen doet om hem ziek te maken, meent hij dat zijn vader niet zijn echte vader is, vreest hij te worden achtervolgd en hoort hij onbekenden op straat tegen hem zeggen dat zij hem willen opeten of verkrachten. Betrokkene ontwikkelt uiteindelijk een paranoïde waan jegens het slachtoffer. Hij is er van overtuigd dat het slachtoffer een kannibaal is, die voornemens is hem te doden en daarna op te eten. (…) Tijdens een maaltijd in het huis van het slachtoffer, meent betrokkene mensenvlees geserveerd te krijgen. (…) Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis (matig van ernst), thans in remissie in een gereguleerde omgeving. (…) Betrokkene was ten tijde van het ten laste gelegde floride psychotisch. Hij was zeer angstig dat het slachtoffer hem zou doden en opeten en kon in die waan niet anders dan zichzelf verdedigen door het plegen van het tenlastegelegde. Eén en ander kan niet anders dan geleid hebben tot ernstige oordeels- en kritiekstoornissen, zodat betrokkene geen enkel zicht meer had op de realiteit en niet in staat was om nog gezonde afwegingen te maken over (alternatieven
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.