RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-243178-24 Datum uitspraak: 24 oktober 2024 UITSPRAAK op de vordering van 8 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 januari 2024 door the District Court for Prague 2, Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [PI] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Steller, advocaat in de gemeente Haarlemmermeer (Schiphol), en door een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Op de zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Amerikaanse nationaliteit heeft.
- Referte De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 4Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van the District Court for Prague 2 van 4 januari 2024, referentie no. 1 Nt 2014/
- De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Tsjechisch recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 5Strafbaarheid: Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: zware mishandeling. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 302 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court for Prague 2, Tsjechië, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. Ch.A. van Dijk, voorzitter, mrs. B.M. Vroom-Cramer en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Diender, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 oktober
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.