RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/123395-24 Datum uitspraak: 28 oktober 2024 UITSPRAAK op de vordering van 7 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 18 maart 2024 door Juzgado central de instrucción 6 te Madrid, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Venezuela) op [geboortedag] 1970, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. R.W. van Zanden, advocaat in Arnhem en door een tolk in de Spaanse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van de tenuitvoerlegging van dat bevel tot aan de uitspraak. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Venezolaanse en Colombiaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een court order ordering the arrest and imprisonment van 13 maart 2024.In het A-formulier staat vermeld dat dit bevel is uitgevaardigd door Juzgado central de instrucción 6 in Madrid. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon, te weten een zwarte Samsung Sm-A715f telefoon. De raadsvrouw heeft verzocht om teruggave van de in beslag genomen telefoon. De telefoon moet in het bezit van de opgeëiste persoon zijn geweest bij de aanhouding voor een rechtmatige inbeslagneming en overdracht aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, en kan niet in beslag worden genomen naar aanleiding van een doorzoeking. In de KVI staat niet aangegeven waar de telefoon is aangetroffen. Nu hierover te weinig informatie is, dient de telefoon te worden teruggegeven aan de opgeëiste persoon. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de inbeslagneming van de telefoon rechtmatig is geweest. De telefoon is tijdens de aanhouding van de opgeëiste persoon in haar bezit aangetroffen en op grond van artikel 49 OLW in beslag genomen. Zelf heeft zij verklaard dat haar telefoon toen op tafel lag. Er is dus geen sprake van een doorzoeking geweest waarbij de telefoon in beslag is genomen. Het verweer wordt verworpen. 4Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1 en 20, te weten: 1) deelneming aan een criminele organisatie; 20) oplichting. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW Gelijkstelling De raadsvrouw verzoekt de rechtbank om de opgeëiste persoon gelijk te stellen met een Nederlander om zo, in geval van veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering aan de uitvaardigende lidstaat, die straf vervolgens in Nederland te kunnen ondergaan. Oordeel van de rechtbank Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op basis van artikel 6, derde lid, van de OLW zijn voldaan aan de volgende vereisten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.