RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 23/2990 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen [eiseres] , te Weesp, eiseres (gemachtigde: mr. G.P. Dayala), en Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V., verweerder (gemachtigde: mr. C. Hartman). Inleiding 1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder om het aan haar verleende Persoonsgebonden budget (Pgb) terug te vorderen. 1.2. De zaak is met partijen besproken op een zitting op 24 september 2024. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Wat er aan het bestreden besluit voorafging 2.1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1945, ontving vanaf 2016 een Pgb op grond van de Wlz op basis van zorgprofiel VV4 (Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging). Vanaf augustus 2020 ontvangt eiseres zorg op basis van zorgprofiel VV5 (Beschermd wonen met intensieve dementiezorg). Bij deze zorgprofielen is een gewaarborgde hulp verplicht. Eiseres heeft vanuit het Pgb zorg ingekocht bij [bedrijf] . Eiseres heeft haar schoondochter ( [naam 1] ) aangesteld als gewaarborgde hulp en ontving zorg van haar zoon ( [naam 2] ) die uit het Pgb budget betaald werd. 2.2. In 2016 is strafrechtelijk onderzoek gedaan naar Pgb-fraude bij [bedrijf] . [naam 1] is bij vonnis van de rechtbank veroordeeld voor Pgb-fraude. Bij arrest in hoger beroep heeft het Hof geoordeeld dat [naam 1] zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van zorgkantoren. [naam 1] had bij de politie onder andere verklaard dat zij niets te maken had met het Pgb van eiseres. Het politieonderzoek is aanleiding geweest voor verweerder om een dossieronderzoek te starten naar mogelijke fraude bij de besteding van het Pgb van eiseres. De besluitvorming 3.1. Verweerder heeft op 26 juli 2022 het Pgb van eiseres gewijzigd in die zin dat het Pgb over de periode in geding (1 september 2018 tot en met 31 december 2019) wordt afgewezen wegens het niet nakomen van de opgelegde verplichtingen. Het toegekende Pgb wordt hiermee verlaagd en teruggevorderd tot een bedrag van € 50.392,80. Verweerder heeft verder aan eiseres meegedeeld dat de vordering nog niet wordt geïnd. Verweerder acht de gewaarborgde hulp verantwoordelijk voor de onrechtmatig gedeclareerde zorg. Daarom is verweerder bereid om de vordering die verweerder heeft op eiseres over te nemen op basis van het ondertekenen van een vaststellingsovereenkomst, waarna verweerder de vordering kan verhalen op [naam 1] langs civielrechtelijke weg. Verder verplicht het zorgkantoor eiseres (de budgethouder) om voor 17 augustus 2022 een nieuwe gewaarborgde hulp aan te stellen. 3.2. Met het besluit op bezwaar van 14 april 2023 zijn de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder legt hieraan ten grondslag dat eiseres zich niet heeft gehouden aan de bij het Pgb behorende verplichtingen. Er is niet voldoende aannemelijk gemaakt welke zorg wanneer is geleverd. Er zijn stelselmatig wisselende verklaringen afgelegd over de zorgvraag en de verklaringen komen niet overeen met de zorgbeschrijving. De feitelijke en terechte zorglevering is nu niet meer vast te stellen. Dat betekent dat niet op een volledige, eenduidige en inzichtelijke wijze is aangetoond hoe het Pgb is besteed. Verweerder ziet geen omstandigheden om af te zien van terugvordering. Verweerder wijst hierbij op de eigen verantwoordelijkheid van eiseres bij de besteding van het Pgb, ook als de administratie door derden wordt gedaan. Standpunt eiseres 4. Eiseres ontkent dat er sprake is van fraude en dat er administratieve verplichtingen zijn geschonden. Eiseres vindt de terugvordering onrechtmatig. Voor zover niet voldoende stukken zijn overgelegd, is dat niet verwijtbaar gebeurd omdat een deel van de stukken – naar aanleiding van het politieonderzoek – nog bij het parket was toen de administratie in beslag werd genomen. De zorgbeschrijving is correct, de zorg is daadwerkelijk geleverd en de declaraties zijn correct. Voor zover de administratie niet klopt betreft het slechts kleine foutjes. Eiseres voert aan dat door het Hof Den Haag is vastgesteld dat aan de voorwaarden en verplichtingen van het Pgb is voldaan. Haar zoon, de zorgverlener, is immers vrijgesproken. Tot slot vindt eiseres het niet eerlijk dat van haar wordt gevraagd dat zij een vaststellingsovereenkomst tekent. Eiseres vreest dat verweerder dan [naam 1] voor het bedrag van de terugvordering gaat aanspreken. Beoordeling door de rechtbank 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder het Pgb over de periode in geding heeft kunnen wijzigen en terugvorderen tot een bedrag van € 50.392,80,-. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Beoordeling van de wijziging Zijn de aan het Pgb verbonden verplichtingen nagekomen? 6.1. De rechtbank stelt voorop dat om aan de verplichtingen behorende bij een Pgb te voldoen, voldoende aannemelijk en inzichtelijk gemaakt moet worden dat de gedeclareerde zorg daadwerkelijk is verleend, in welke omvang de zorg is verleend en dat deze zorg uit het Pgb betaald mag worden en is betaald. Dit volgt uit uitspraken van de hogerberoepsrechter. Dit betekent dat zorgovereenkomsten, zorgbeschrijvingen, zorgplannen, urenbriefjes en geleverde uren op elkaar moeten aansluiten en eventueel opgetreden verschillen tussen deze stukken door de budgethouder moeten kunnen worden toegelicht. Ook moet de budgethouder kunnen aantonen wat de werkzaamheden concreet inhielden. De systematiek van de Wlz werkt namelijk zo dat er een controle plaatsvindt aan de voorkant. Een verzekerde sluit een zorgovereenkomst af waarin de zorgvraag duidelijk wordt beschreven en deze overeenkomst wordt goedgekeurd door het zorgkantoor. Bij de controle aan de voorkant moet het dus duidelijk zijn om welke zorg het gaat en hoeveel tijd dit vraagt. Bij wijzigingen in de zorgbehoefte is de verzekerde verplicht om de zorgbeschrijving aan te passen. 6.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat niet is voldaan aan de verplichtingen voortvloeiend uit het Pgb. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat er wisselend is verklaard over de zorg die is geleverd aan eiseres. Meer specifiek over de zorg die eiseres nodig heeft en de omvang hiervan. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de verklaringen over de zorg daardoor onbetrouwbaar en incompleet zijn. Ook is duidelijk dat de gedeclareerde zorg niet overeenkomt met de goedgekeurde zorgbeschrijving uit 2016. Er wordt allerlei zorg gedeclareerd die niet staat omschreven in de zorgbeschrijving. Bij tussentijdse wijziging van de zorgvraag van eiseres was eiseres verplicht om de zorgbeschrijving en de zorgovereenkomst te wijzigen. Dit is niet gebeurd. De stelling van eiseres dat het slechts gaat om kleine foutjes volgt de rechtbank niet, nu uit de stukken onder meer volgt dat er grote verschillen zijn tussen urenbriefjes en declaraties. Bovendien is – zoals eerder overwogen – de gewaarborgde hulp ( [naam 1] ) door het Hof veroordeeld voor het oplichten van zorgkantoren. 6.3. Nu verweerder terecht heeft vastgesteld dat de administratie niet klopt, heeft verweerder zich ook terecht op het standpunt gesteld dat de daadwerkelijk geleverde zorg niet meer is vast te stellen. Verweerder is dan bevoegd om met toepassing van artikel 5.20, tweede lid, van de Rlz en artikel 4:48, eerste lid, onder a en b van de Awb het verleende Pgb over de periode in geding te wijzigen en het onverschuldigd betaalde Pgb terug te vorderen. Mag verweerder gebruik maken van de bevoegdheid tot terugvordering? 7.1. Verweerder moet bij het gebruiken van de discretionaire bevoegdheid om een Pgb lager of op nihil vast te stellen en onverschuldigd betaald Pgb terug te vorderen een belangenafweging maken. De terugvordering mag niet leiden tot voor de budgethouder onevenredige gevolgen. Daarbij moet een afweging worden gemaakt tussen het belang van handhaving van de niet nagekomen verplichting(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.