RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-224446-24 Datum uitspraak: 7 november 2024 UITSPRAAK op de vordering van 29 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 5 juli 2024 door the (Deputy) Public Prosecutor, Judicial Court in Carpentras, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Vietnam) op [geboortedag] 1973, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort en door een tolk in de Vietnamese taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een arrest warrant issued by Ms Clémence BESNIER, Judge attached to the First President of the Court of Appeals of Nîmes, based at Judicial Court of Carpentras, parquet no. 22139000007 / Investigation file no. JICABJI 122000009/ IDJ no 2201319451J. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 3.1 Genoegzaamheid Het standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB niet genoegzaam is, omdat – kortgezegd – niet is gebleken welke mate van betrokkenheid de opgeëiste persoon heeft gehad. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is, nu de datum, plaats, feitomschrijving en de mate van betrokkenheid, namelijk die van (mede)dader, zijn vermeld. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. In deze zaak is het volgende van belang. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een genoegzaam EAB. Uit de feitomschrijving volgen de pleegplaats, pleegdatum, de rol van de opgeëiste persoon en de beschrijving van het feit. – In het A-formulier, behorende bij het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon als (mede)dader wordt aangemerkt. Daarbij komt dat sprake is van een vervolgings-EAB, waarbij de overlevering is gevraagd ten behoeve van een nog lopend strafrechtelijk onderzoek. De precieze gang van zaken met betrekking tot het feit waarvan de opgeëiste persoon in Frankrijk wordt verdacht, zal later in Frankrijk moeten blijken. Naar het oordeel van de rechtbank is het specialiteitsbeginsel dan ook voldoende gewaarborgd. Voor zover door de raadsvrouw is betoogd dat onvoldoende duidelijk is waarop de uitvaardigende justitiële autoriteit de verdenking tegen de opgeëiste persoon baseert, overweegt de rechtbank dat die eis door artikel 2 OLW niet wordt gesteld. Het is ook vaste rechtspraak dat de overleveringsrechter niet in de beoordeling van de gronden van de verdenking treedt. De rechtbank verwerpt het verweer en ziet geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen. 4Strafbaarheid 4.1 Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 14, te weten: moord en doodslag, zware mishandeling. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De Substitut du procureur de la République bij Tribunal judiciaire de Carpentras, heeft op 14 oktober 2024 de volgende garantie gegeven: “In the event of a sentence of imprisonment at the end of the investigation, the CARPENTRAS public prosecutor's office, after validation of this position by the competent hierarchy of NIMES public prosecutor's office, will not oppose the execution of his sentence by [opgeëiste persoon] in the NETHERLANDS in accordance with current French and European legislation and in particular the Council Framework Decision of 13 June 2002 on the European arrest warrant and surrender procedures between Member States (2002/584/JHA), on condition that [opgeëiste persoon] is of Dutch nationality, information which we did not have until now.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat er voor de detentie-instellingen in Nîmes, Nanterre, Bois-d’Arcy en Metz en voor voorlopig gedetineerden ook de detentie-instellingen Lille-Loos-Sequedin, Montauban en Toulouse een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). In deze zaak hebben de Franse autoriteiten op 9 oktober 2024 de garantie gegeven dat de opgeëiste persoon na overlevering niet in de detentie-instellingen in Nîmes, Nanterre, Bois-d’Arcy of Lille-Loos-Sequedin wordt geplaatst, maar in de gevangenis in Avignon Le Pontet. Het standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 11 OLW moet worden geweigerd, omdat overlevering van de opgeëiste persoon tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zal leiden. Subsidiair moet de behandeling van de zaak worden aangehouden om een garantie te verkrijgen die het individuele gevaar op schending van fundamentele mensenrechten wegneemt. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. Voor de detentie-instelling Avignon Le Pontet is geen algemeen gevaar aangenomen dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 van het Handvest. De opgeëiste persoon zal 3 m2 persoonlijke ruimte tot zijn beschikking hebben, waarbij de overbezetting wordt gecompenseerd met voldoende aanbod buiten de cel. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat nadere vragen kunnen worden gesteld aan de Franse autoriteiten. Het oordeel van de rechtbank Toetsingskader Voor de beoordeling van de detentieomstandigheden voor voorlopig gedetineerden in de gevangenis van Avignon Le Pontet sluit de rechtbank aan bij een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.