RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummers: 13/997032-18 (zaak A) en 13/997036-18 (zaak B) Datum uitspraak: 27 februari 2024 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag 1] 1983, niet gedetineerd. Inhoudsopgave 1Onderzoek 1.1 Onderzoek ter terechtzitting 1.2 Inleidende opmerkingen 1.2.1 Werkwijze van de rechtbank 1.2.2 Start van het onderzoek 1.2.3 Procesdossier Marengo 2Tenlastelegging 3Voorvragen 4Waardering van het bewijs 4.1 De kroongetuige 4.1.1 Inleiding 4.1.2 Totstandkoming van de overeenkomst 4.1.3 Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst 4.1.4 Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst 4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling? 4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan? 4.1.4.3 Samenvatting en conclusie 4.1.5 Betrouwbaarheid van de kroongetuige 4.1.5.1 Verweer van de verdediging 4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank 4.1.6 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU? 4.2 PGP-bewijs 4.3 PGP-identificatie 4.3.1 Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo 4.3.2 Identificatie e-mailadressen overige gebruikers 4.3.3 Identificatie e-mailadressen [verdachte] 4.3.3.1 Standpunten 4.3.3.2 Oordeel van de rechtbank 4.4 Zaaksdossier Ster 4.4.1 Standpunten 4.4.2 Feiten en omstandigheden 4.4.2.1 Schietincident op 17 april 2016 4.4.2.2 Onderzoek naar de uitvoerders 4.4.2.3 Veroordeling [betrokkene 1] en [betrokkene 2] 4.4.3 Duiding van de PGP-berichten 4.4.3.1 Vraag naar auto’s 4.4.3.2 Klaarzetten auto’s 4.4.3.3 Stalling auto’s 4.4.3.4 Jerrycans en flessen benzine 4.4.3.5 Vuurwapens 4.4.3.6 Sweepen auto’s 4.4.3.7 Spotten 4.4.3.8 Overige berichten van na de moord 4.4.3.9 Schoonmaken kamer [betrokkene 2] 4.4.3.10 Geld 4.4.3.11 In brand steken overstapauto 4.4.4 Oordeel van de rechtbank 4.4.4.1 Vrijspraak medeplegen 4.4.4.2 Medeplichtigheid 4.5 Witwassen 4.5.1 Standpunten 4.5.2 Oordeel van de rechtbank 4.6 Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie) 4.6.1 Standpunten 4.6.2 Oordeel van de rechtbank 4.6.2.1 Juridisch kader 4.6.2.2 Gepleegde misdrijven 4.6.2.3 Wagenpark 4.6.2.4 Onderzoek Koper 4.6.2.5 Aangetroffen administraties 4.6.2.6 Verklaringen van [medeverdachte 1] 4.6.2.7 Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie 4.6.2.8 Deelname aan de criminele organisatie 5Bewezenverklaring 6Strafbaarheid van de feiten 7Strafbaarheid van verdachte 8Motivering van de straf8.1 Eis van het Openbaar Ministerie 8.2 Standpunt van de verdediging 8.3 Oordeel van de rechtbank 8.3.1 Ernst van de feiten en persoon van de verdachte 8.3.2 Redelijke termijn 8.3.3 Wet straffen en beschermen 8.3.4 Conclusie 8.3.5 Voorlopige hechtenis 9Beslag 9.1 Standpunten 9.2 Oordeel van de rechtbank 10Toepasselijke wettelijke voorschriften 11Beslissingen Bijlage 1 – Tenlastelegging Bijlage 2 – Overzicht PGP-e-mailadressen en gebruikers Bijlage 3 – Feitenvaststelling overige zaaksdossiers Bijlage 4 – Bewijsoverwegingen criminele organisatie ten aanzien van de medeverdachten Bijlage 5 – Standpunten en toelichting Openbaar Ministerie met betrekking tot beslag 1Onderzoek 1.1 Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 28 november 2018, 6 februari 2019, 18 april 2019, 10, 11 en 12 juli 2019, 24 september 2019, 12 en 13 december 2019, 27 en 28 februari 2020, 11, 12, 13 en 27 augustus 2020, 3 september 2020, 28 en 29 oktober 2020, 3 november 2020, 13, 14 en 15 januari 2021, 11, 12 en 22 maart 2021, 7 en 16 april 2021, 2, 29 en 30 juni 2021, 14, 15, 21 en 22 september 2021, 13 oktober 2021, 14, 16, 17, 20 en 22 december 2021, 1 en 21 maart 2022, 17 en 20 mei 2022, 8, 9, 13, 14, 16, 20, 21, 23 en 28 juni 2022, 13 september 2022, 6 december 2022, 18 januari 2023, 22 februari 2023, 27 en 29 maart 2023, 6 april 2023, 17 mei 2023, 14 juli 2023, 6 oktober 2023, 21 december 2023, 6 en 14 februari 2024. De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna: het Openbaar Ministerie) en van wat verdachte en zijn verdediging (hierna: de verdediging) naar voren hebben gebracht. 1.2 Inleidende opmerkingen 1.2.1 Werkwijze van de rechtbank Het onderzoek Marengo heeft betrekking op zeventien verdachten. Zestien van hen worden verdacht van betrokkenheid bij een of meer moorden, pogingen daartoe of voorbereiding daarvan. Alle verdachten worden beschuldigd van betrokkenheid bij dezelfde criminele organisatie die gericht was op moorden, vuurwapendelicten en gekwalificeerde diefstal. In dit vonnis zijn de overwegingen en beslissingen opgenomen die in de strafzaak tegen de hierboven genoemde verdachte zijn gegeven. De rechtbank wijst vandaag ook vonnis in de zaken van de zestien andere verdachten die (grotendeels) gelijktijdig terecht hebben gestaan. De rechtbank zal in plaats van de term ‘verdachte’ steeds de namen van de verdachten gebruiken: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] , [verdachte] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 16] . De rechtbank gebruikt een voorletter in die gevallen waarin meerdere verdachten in het dossier dezelfde achternaam hebben en de hele voornaam als ze ook dezelfde voorletter hebben. Omdat in de zaak van [medeverdachte 1] het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland treedt de rechtbank in zijn zaak op als de rechtbank Midden-Nederland. In de zaak van [medeverdachte 3] was het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot het onderzoek Zeilboot al aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland op het moment dat de zaak Marengo aanving bij de rechtbank Amsterdam. Dat is de reden dat er in de zaak van [medeverdachte 3] separate vonnissen worden gewezen. Het onderzoek Marengo bestaat uit een groot aantal deelonderzoeken die onderling met elkaar verweven zijn, door de daarop gebaseerde verdenking van het leidinggeven aan dan wel de deelname aan de criminele organisatie. Deze verwevenheid maakt dat de rechtbank niet alleen op de verweren van de betreffende verdachte in zal gaan, maar waar nodig ook hetgeen is aangevoerd in de zaken van de andere verdachten (ambtshalve) in haar oordeel zal betrekken. 1.2.2 Start van het onderzoek Op 14 januari 2017 heeft [medeverdachte 1] zich na overleg met zijn advocaat laten aanhouden en vanaf dat moment is een kroongetuigetraject gaan lopen. [medeverdachte 1] heeft in 41 kluisverklaringen verklaard over een aantal moorden of pogingen daartoe waar hij deels zelf bij betrokken is geweest. Op 27 december 2017 is dit uitgemond in een overeenkomst met [medeverdachte 1] als kroongetuige. Door zijn verklaringen en door ontsleutelde PGP-berichten is een groot aantal verdachten in beeld gekomen die ervan verdacht worden te behoren tot een organisatie die verantwoordelijk is voor tot op dat moment grotendeels onopgeloste levensdelicten. Het onderzoek dat hieruit voortkwam kreeg de naam Marengo. [medeverdachte 1] was op 5 september 2017, dus al voordat hij de overeenkomst sloot, als verdachte aangehouden in de zaak Roos/Doorn. Op 18 december 2017 is [medeverdachte 8] , op wie de nacht daarvoor een aanslag was gepleegd waarbij hij gewond is geraakt, als eerste verdachte aangehouden in het onderzoek Marengo. In de loop van 2018, 2019 en 2020 zijn de overige verdachten in het onderzoek Marengo aangehouden. 1.2.3 Procesdossier Marengo Het procesdossier bevat (zoveel mogelijk chronologisch) de volgende deelonderzoeken: Rudolf: de moord op [slachtoffer 1] op 9 september 2015 en het beramen van een ontploffing in de spyshop te Nieuwegein in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015; Ster: de moord op [slachtoffer 2] op 17 april 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 2] en [betrokkene 3] in de periode van 1 maart 2016 tot en met 17 april 2016; Aker: de moord op [slachtoffer 3] op 9 mei 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 3] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016; Kreta: de moord op [slachtoffer 4] op 22 juni 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 4] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016; Tennis: de poging tot moord op [betrokkene 7] op 11 oktober 2016; Plato: de poging tot moord op [betrokkene 8] op 5 december 2016; Zeilboot/Raspvijl: de poging tot moord en de moord op [slachtoffer 5] op 8 december 2016 en de poging tot moord op [slachtoffer 5] op 2 juli 2016; Roos/Doorn: de moord op [slachtoffer 6] op 12 januari 2017 en het beramen van de moord op [betrokkene 9] in de periode 1 december 2016 tot en met 14 januari 2017; De criminele organisatie in de periode van 16 juli 2015 tot en met 14 januari 2017. Daarnaast bevat het dossier het onderzoek Alpine, dat gaat over een witwasverdenking tegen [verdachte] . In het strafdossier van iedere verdachte is, behalve het gehele Marengo-dossier (met bovengenoemde negen deelonderzoeken), tevens gevoegd: 10. alle processen-verbaal van de terechtzittingen van de rechtbank tegen ieder van de Marengo-verdachten (met uitzondering van de processen-verbaal van de terechtzittingen over de persoonlijke omstandigheden van de verdachten en de processen-verbaal van de terechtzittingen waarin enkel is gepleit of gedupliceerd; deze processen-verbaal maken slechts deel uit van het strafdossier van de desbetreffende verdachte); 10. alle processen-verbaal van (getuigen)verhoor door de rechter-commissaris die in de zaken van een of meer van de verdachten zijn opgemaakt. Alle verklaringen van alle verdachten zoals afgelegd op de terechtzittingen maken dus deel uit van het procesdossier, ook de verklaringen die zij in hun eigen zaak hebben afgelegd. Dit maakt dat het procesdossier voor elke verdachte (afgezien van de persoonsdossiers) gelijkluidend is. 2Tenlastelegging De tenlastelegging in zaak A is op de zitting van 27 augustus 2020 nader omschreven. De tenlastelegging in zaak B is niet nader omschreven of gewijzigd. [verdachte] wordt kort gezegd beschuldigd van het volgende. Zaak A (13/997032-18) Feit 1: Betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 2] op 17 april 2016 in IJsselstein (ZD Ster); Feit 2: Deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk moord, gekwalificeerde diefstal en/of het bezit van vuurwapens en munitie in de periode van 1 januari 2016 tot en met 14 januari 2017 (ZD 140 Sr). Zaak B (13/997036-18) Witwassen van € 195.000,- op 29 april 2018 in Abcoude (ZD Alpine). De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht. Die bijlage geldt als hier ingevoegd. 3Voorvragen In zaken van medeverdachten is verweer gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Voor zover deze verweren het onderwerp ‘de kroongetuige’ betreffen, zijn de overwegingen en beslissingen van de rechtbank van belang in de zaken van alle verdachten. Deze zijn daarom ambtshalve in dit vonnis opgenomen in het hierop volgende hoofdstuk 4 met de titel ‘Waardering van het bewijs’. Voor wat betreft dit gedeelte van het vonnis is de tekst voor alle verdachten gelijkluidend. Als in hoofdstuk 4.1 over ‘de verdediging’ wordt gesproken, wordt daarmee de verdediging van enkele medeverdachten bedoeld. De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten, het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 De kroongetuige 4.1.1 Algemeen In dit onderdeel zal de rechtbank de rechtmatigheid beoordelen van de overeenkomst die de Staat der Nederlanden heeft gesloten met [medeverdachte 1] als kroongetuige en daarnaast een oordeel geven over de betrouwbaarheid van de verklaringen die hij heeft afgelegd. De rechtbank zal eerst de totstandkoming van de overeenkomst met [medeverdachte 1] beschrijven. Daarna zal zij de verweren bespreken die de rechtmatigheid van de overeenkomst betreffen. Vervolgens komen de verweren aan bod die de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] betwisten. Hoewel de door de verschillende verdachten gevoerde verweren niet geheel overeenkomen en niet alle verdachten zich over en weer bij alle verweren hebben aangesloten, zal de rechtbank ze gezamenlijk bespreken, ook in de vonnissen van de verdachten namens wie geen verweer gevoerd is. Het oordeel over de rechtmatigheid van de kroongetuigenovereenkomst ligt op grond van de wettelijke regeling primair bij de rechter-commissaris. Maar als de rechtmatigheid van deze overeenkomst uitdrukkelijk onderbouwd door de verdediging wordt bestreden, moet de rechtbank – als zij oordeelt dat de overeenkomst wel rechtmatig is – de redenen geven die daartoe hebben geleid (artikel 359 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)). De rechtbank dient te beoordelen of de overeenkomst met [medeverdachte 1] dringend noodzakelijk was om de opsporing, voorkoming of beëindiging van feiten mogelijk te maken die anders niet of niet tijdig zou plaatsvinden, of er een redelijke verhouding was tussen het belang van de te verkrijgen informatie en/of de te leveren tegenprestatie en of de overeenkomst – in het licht van de gevoerde verweren – binnen de grenzen van het recht is gebleven. 4.1.2 Totstandkoming van de overeenkomst [medeverdachte 1] is op 14 januari 2017 met een vuurwapen in Amsterdam aangehouden en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen. Dit was een vooropgezet plan, waarover hij met zijn raadsman had overlegd. Na zijn aanhouding heeft hij verteld dat hij klem zat tussen twee groeperingen – [familie van slachtoffer 6] en de groepering rond [medeverdachte 16] –, dat hij zelf betrokken was geweest bij verschillende liquidaties en dat hij bereid was daarover verklaringen af te leggen. In de dagen daarna hebben gesprekken plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] , bijgestaan door zijn raadsman, het Team Bijzondere Getuigen (TBG) en de aan dat team verbonden officier van justitie (de TBG-officier van justitie). In die gesprekken heeft [medeverdachte 1] gemeld over welke levensdelicten hij zou kunnen verklaren en zijn de voorwaarden voor het afleggen van kluisverklaringen besproken. Uiteindelijk heeft hij tussen 26 januari 2017 en 18 mei 2017 in totaal 41 kluisverklaringen afgelegd. In de maanden daarna heeft een verificatieonderzoek naar deze verklaringen plaatsgevonden. In september 2017 is [medeverdachte 1] als verdachte aangemerkt in het onderzoek Roos en in zijn cel aangehouden. Deze aanhouding was niet gebaseerd op de kluisverklaringen van [medeverdachte 1] (die immers nog in de kluis lagen), maar op andere onderzoeksbevindingen. In november 2017 heeft [medeverdachte 1] een voorovereenkomst ondertekend. Op 20 december 2017 heeft het College van procureurs-generaal toestemming gegeven voor de voorgenomen overeenkomst. Op 27 december 2017 heeft [medeverdachte 1] een overeenkomst gesloten met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door een officier van justitie, nadat de rechter-commissaris op dezelfde datum deze overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en [medeverdachte 1] had getoetst en rechtmatig had bevonden. De rechter-commissaris heeft deze beslissing op 29 december 2017 schriftelijk vastgelegd en ondertekend. De ondertekende overeenkomst is tekstueel gelijk aan de voorovereenkomst. In de overeenkomst verbindt [medeverdachte 1] zich om als getuige verklaringen af te leggen met betrekking tot een aantal in de overeenkomst genoemde misdrijven (hierna: de dealfeiten) en doet hij afstand van zijn verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Sv. Daarnaast verklaart [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn kluisverklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust. De officier van justitie verbindt zich om bij onverkorte nakoming door [medeverdachte 1] de strafeis voor zijn aandeel in de dealfeiten te zullen stellen op twaalf jaren gevangenisstraf. Daarbij verklaart de officier van justitie dat de strafeis tegen een verdachte die geen kroongetuige is, bij gelijke omstandigheden een gevangenisstraf van vierentwintig jaren zou inhouden. In de overeenkomst is vastgelegd dat [medeverdachte 1] wordt vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding voor deze moord, het medeplegen van de moord op [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 9] (hierna: [betrokkene 9] )), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (hierna: [betrokkene 7] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties. [medeverdachte 1] is na het sluiten van de overeenkomst nog tientallen keren, vaak hele dagen lang, verhoord. Vanaf maart 2018 is hij intensief verhoord door de (tactische) recherche. Op de terechtzitting van 11 juli 2019 is er een eerste gelegenheid geweest voor de verdediging om [medeverdachte 1] vragen te stellen. Verspreid over het eerste half jaar van 2020 is hij vervolgens veertien dagen verhoord door de rechter-commissaris, waarbij de verdediging hem voor het eerst uitgebreid vragen kon stellen. Vanaf december 2020 is [medeverdachte 1] meermaals ter terechtzitting verhoord, eerst door de rechtbank en vervolgens door diverse advocaten. Het laatste verhoor ter terechtzitting vond plaats op 6 februari 2024, in de zaak van [medeverdachte 9] . Het dossier bevat in totaal ruim 3.000 pagina’s aan verhoren van [medeverdachte 1] . 4.1.3 Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst Er zijn diverse verweren gevoerd die strekken tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte 1] , omdat de overeenkomst met [medeverdachte 1] niet rechtmatig is. Zo is aangevoerd dat de huidige toepassing van de kroongetuigenregeling, zoals door de Hoge Raad is goed gevonden in het Passageproces, niet juist is in het licht van de wetsgeschiedenis. Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is dat een kroongetuige geen koopgetuige mag zijn, maar in de huidige praktijk is de beschermingsovereenkomst een vrijplaats voor het geven van een financiële beloning in ruil voor verklaringsbereidheid. Enig rechterlijk toezicht ontbreekt, terwijl artikel 226j lid 3 Sv daarvoor wel een aanknopingspunt biedt. In deze zaak zijn er door de iPhone-berichten van [medeverdachte 1] sterke aanwijzingen dat er een toezegging is gedaan van een buitenproportionele beloning. Uit die berichten blijkt dat [medeverdachte 1] geld wil zien en zelf een causaal verband legt tussen dat geld en zijn verklaringen. Dat is in strijd met de bedoeling van de wetgever en daarmee in strijd met de wet en dus onrechtmatig. Doordat de verdediging geen inzicht wordt verschaft in de financiële inhoud van de beschermingsovereenkomst, een rechter hier geen kennis van heeft kunnen nemen en de vragen aan de kroongetuige over zijn financiële verwachtingen werden belet, kan niet worden volgehouden dat de verdediging een redelijke gelegenheid heeft gehad om de wederrechtelijkheid van de afspraken met de kroongetuige, waaronder de mogelijkheid van de beïnvloeding van de betrouwbaarheid van die getuige door die overeenkomst, te presenteren. Dit is een schending van de in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) vervatte ‘equality of arms’. Daar komt bij dat aannemelijk is dat de verklaringen van de kroongetuige, indien deze worden gebruikt, van doorslaggevend belang zullen zijn, maar er geen maatregelen zijn getroffen ter compensatie van het gebrek aan kennis van de verdediging over de totstandkoming van de overeenkomst. Daarnaast is door de verdediging aangevoerd dat er aan [medeverdachte 1] ongeoorloofde toezeggingen zijn gedaan. Zo beweert hij zelf dat hem is toegezegd dat de straf die aan hem is opgelegd voor het wapenbezit op 14 januari 2017 op enigerlei wijze in de executiefase zou worden verdisconteerd in de aan hem op te leggen straf in de zaak Marengo. Als door het Openbaar Ministerie verdiscontering van de voornoemde straf is afgesproken, dan staat vast dat [medeverdachte 1] in strijd met de wet meer korting op zijn straf toegezegd heeft gekregen dan is toegestaan. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en derhalve is er wederom sprake van een schending van artikel 6 EVRM. Ook het feit dat bij de strafeis rekening wordt gehouden met de inmiddels gewijzigde regeling met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: de v.i.-regeling) – waardoor netto slechts acht jaren gevangenisstraf resteert – levert volgens de verdediging een grotere korting op de straf op dan wettelijk is toegestaan. Daar komt bij dat de overeengekomen bruto-strafeis van vierentwintig jaren – vergeleken met de strafeisen in de zaken van de medeverdachten – al disproportioneel laag was. Bovendien is sprake van ontoelaatbare toezeggingen door [medeverdachte 1] niet te vervolgen in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, door hem niet te vervolgen voor Opiumwetdelicten, door het ongemoeid laten van het financiële voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken) en door de begunstiging van de levenspartner van [medeverdachte 1] . Dit geldt ook voor de keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen van [medeverdachte 1] . Hij wordt in de zaak Kreta – anders dan zijn medeverdachten – niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op de broers [betrokkene 6] en [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5] ) en [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ), hoewel hij daartoe wel handelingen heeft verricht. In de zaak Roos/Doorn wordt hij de facto niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 9] , nu dit meer subsidiair ten laste is gelegd en daar dus niet aan toe gekomen zal worden. Tot slot stelt de verdediging dat er een extra begunstiging zit in bepaling 4.2 van de overeenkomst, waarin staat dat als [medeverdachte 1] de overeenkomst niet is nagekomen, hij een redelijke termijn krijgt om dat alsnog te doen. Dit is een toezegging die buiten het kader van artikel 226g Sv valt. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en een onrechtmatige overeenkomst gesloten. Ook dit levert een schending van artikel 6 EVRM op. 4.1.4 Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst 4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling? In de Passage-arresten van 23 april 2019 heeft de Hoge Raad de door het gerechtshof Amsterdam geschetste kaders waarbinnen de kroongetuigenregeling moet worden toegepast, bevestigd. Kern is volgens de Hoge Raad ‘dat toezeggingen met betrekking tot de feitelijke bescherming van de getuige geen onderdeel uitmaken van de in art. 226g, eerste lid, Sv bedoelde afspraak en evenmin kunnen worden beschouwd als afspraken in de zin van art. 226g, vierde lid, Sv, zodat voor het openbaar ministerie geen verplichting bestaat dergelijke toezeggingen bekend te maken en deze ook geen voorwerp zijn van toetsing door de rechter-commissaris op de voet van art. 226g, derde lid, Sv of door de zittingsrechter’. Dat is de wettelijke regeling zoals zij op dit moment is. De omstandigheid dat er in de wetenschap en in de politiek af en toe gepleit wordt voor een aanpassing van de regeling en de invoering van een onafhankelijke toetsing van de op grond van artikel 226l Sv gesloten beschermingsovereenkomst, doet daaraan niet af. Voor een toetsing van de beschermingsovereenkomst door de rechter-commissaris biedt artikel 226j lid 3 Sv thans in ieder geval geen grondslag. Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is – daar heeft de verdediging gelijk in – dat de verklaring van de kroongetuige niet ‘gekocht’ mag worden. Anderzijds zullen de beschermingsmaatregelen die uiteindelijk worden getroffen veelal ook een financiële component bevatten. Een kroongetuige zal eenmaal op vrije voeten immers een nieuw bestaan moeten opbouwen en dat kost geld. De stelling van de verdediging dat er sterke aanwijzingen zijn dat er in het onderhavige geval sprake is van een koopgetuige en dat er (dus) een causaal verband is tussen de verklaringen van de kroongetuige (c.q. zijn verklaringsbereidheid) en een beloning, volgt de rechtbank echter niet. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de verdediging ingebrachte chats van de kroongetuige met familieleden, die zijn teruggevonden op de iPhone die hij in de periode september 2017 tot medio februari 2018 heimelijk in zijn cel heeft gehad. Op grond van die berichten lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat [medeverdachte 1] in het kader van de beschermingsovereenkomst zoveel mogelijk geld wilde ontvangen. Er is echter geen aanknopingspunt voor de stelling dat er vervolgens ook daadwerkelijk zulke hoge geldbedragen aan [medeverdachte 1] zijn toegezegd, dat die redelijkerwijs niet meer met passende bescherming in verband kunnen worden gebracht. Redengevend is daarbij dat de door de verdediging geciteerde berichten weliswaar duidelijk maken dat [medeverdachte 1] bepaalde financiële wensen heeft, maar dat nergens blijkt dat het Openbaar Ministerie deze wensen vervolgens ook heeft gehonoreerd. Verder dateren de berichten waarin [medeverdachte 1] zijn wensen aan zijn familieleden kenbaar maakt, voor een deel dateren van januari 2018, dus van na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst. Op het moment van het sluiten van de overeenkomst op 27 december 2017 verbond hij zich om verklaringen af te leggen. Kennelijk waren de beschermingsmaatregelen en de daarbij behorende financiële afspraken toen nog niet geregeld. Daar komt bij dat de kluisverklaringen, waarin hij over alle dealfeiten uitgebreid heeft verklaard, ruim daarvoor – in de periode van januari tot mei 2017 – zijn afgelegd. Er was toen nog geen concreet zicht op een overeenkomst en een van de hoofdpunten van de kroongetuigenovereenkomst is, naast het afleggen van nadere verklaringen, dat hij in die kluisverklaringen de waarheid heeft verklaard. Die kluisverklaringen kunnen dus hoe dan ook niet aangemerkt worden als ‘gekocht’. Er is het voorgaande in aanmerking nemende geen aanknopingspunt voor de suggestie van de verdediging dat [medeverdachte 1] welbewust over zoveel mogelijk feiten is gaan verklaren, om een (financieel) zo gunstig mogelijke deal eruit te slepen. De omstandigheid dat de verdediging de (financiële aspecten van
- de)beschermingsmaatregelen niet kan toetsen levert geen schending van het beginsel van ‘equality of arms’ op. De positie van de verdediging verschilt hierin immers niet van het zaaks-Openbaar Ministerie en de verdediging heeft bovendien volop de gelegenheid gehad om het waarheidsgehalte van de kluisverklaringen en (daarmee) de betrouwbaarheid van de kroongetuige te toetsen. Van een onjuiste toepassing van de kroongetuigenregeling – en van een schending van artikel 6 EVRM – is gezien het bovenstaande geen sprake. 4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan? De verweren richten zich voor een groot deel op (vermeend) ongeoorloofde toezeggingen. Daarvoor geldt het volgende. De toezegging die in het kader van een kroongetuigenovereenkomst mag worden gedaan is dat strafvermindering met toepassing van artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zal worden gevorderd, te weten – voor zover hier van belang – maximaal de helft bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kan er sprake zijn van zogenoemd gunstbetoon als bedoeld in artikel 226g lid 4 Sv. Dit gaat om het gebruik van wettelijke bevoegdheden door de officier van justitie die een gunstige invloed kunnen hebben op de bereidheid van de kroongetuige tot het afleggen van een verklaring, maar die niet strekken tot strafvermindering of anderszins verband houden met de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. Gunstbetoon ziet op toezeggingen van relatief geringe omvang. Een toezegging die niet meer behelst dan hetgeen de officier van justitie onder normale omstandigheden met toepassing van het bestaande beleid zou hebben besloten, is geen toezegging in de zin van de wet. In de door het College van procureurs-generaal opgestelde Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken (hierna: de Aanwijzing) is het kader van de toezeggingen nader uitgewerkt, waarbij in artikel 5 de niet toelaatbare toezeggingen zijn omschreven. Dit artikel luidt, voor zover van belang: ‘De officier van justitie mag geen toezeggingen doen met betrekking tot: 1. de inhoud van de tenlastelegging (zogenoemde plea-bargaining, bijvoorbeeld over het aantal op te nemen feiten in de dagvaarding en de zwaarte daarvan); 2 .het in afwijking van het geldende opsporings- en vervolgingsbeleid afzien van actieve opsporing of vervolging van strafbare feiten (een toezegging die strekt tot het staken van de opsporing of tot een sepot na afsluiting van het opsporingsonderzoek in afwijking van het bestaande vervolgingsbeleid, is derhalve niet toegestaan); 3. (…) 4. het geven van een financiële beloning; 5. (…) 6. het geheel of gedeeltelijk achterwege laten van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing; 7. het begunstigen van anderen dan de getuige, zoals diens levenspartner; 8. (…)’ Financiële beloning? Hiervoor is al overwogen dat de berichten in de iPhone van [medeverdachte 1] weliswaar de conclusie rechtvaardigen dat hij zoveel mogelijk geld wilde ontvangen in het kader van de beschermingsovereenkomst, maar dat er geen aanwijzing is dat het Openbaar Ministerie hierin is meegegaan en hem – via de beschermingsovereenkomst – in ruil voor zijn verklaringen een financiële beloning heeft toegezegd. Veroordeling wapenbezit in januari 2017 Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] zich op 14 januari 2017 heeft laten aanhouden met een vuurwapen omdat hij bescherming zocht. Bij een doorzoeking zijn vervolgens een tweede vuurwapen en een jammer aangetroffen. [medeverdachte 1] is hiervoor vervolgd en aan hem is uiteindelijk in hoger beroep op 20 september 2018 zeven maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest opgelegd. Als basis voor de stelling van de verdediging dat sprake zou zijn van een ongeoorloofde toezegging, geldt de bewering van [medeverdachte 1] dat het Openbaar Ministerie hem zou hebben toegezegd dat de straf voor het wapenbezit bij de executie afgetrokken zou worden van de uiteindelijk op te leggen straf in de zaak Marengo. [medeverdachte 1] en zijn verdediging baseren dit op handgeschreven berekeningen van [advocaat] . Het Openbaar Ministerie betwist echter dat een dergelijke afspraak is gemaakt. De rechtbank stelt voorop dat de afspraak die volgens [medeverdachte 1] gemaakt is, een afspraak zou zijn als genoemd in artikel 5 lid 6 van de Aanwijzing, en dat deze daarmee ongeoorloofd zou zijn. Dat deze toezegging door het Openbaar Ministerie gedaan zou zijn is echter niet aannemelijk geworden. De verklaring van [medeverdachte 1] en de berekeningen van [advocaat] zijn daarvoor onvoldoende, waarbij wordt meegewogen dat de andere advocaat die [medeverdachte 1] destijds bijstond heeft verklaard dat die afspraak niet is gemaakt. Bovendien hebben partijen bij het ondertekenen van de kroongetuigenovereenkomst ten overstaan de rechter-commissaris uitdrukkelijk verklaard dat er geen verdere of andersluidende afspraken zijn gemaakt. Is de basis-strafeis van vierentwintig jaren proportioneel? Zoals hiervoor besproken heeft het Openbaar Ministerie in de overeenkomst de basis-strafeis bepaald op een gevangenisstraf van vierentwintig jaren en toegezegd om vijftig procent hiervan als straf te zullen eisen bij nakoming van de verplichtingen door [medeverdachte 1] . In het algemeen geldt dat het Openbaar Ministerie bij het bepalen van een strafeis een ruime beoordelingsvrijheid heeft die de rechter moet eerbiedigen. Dat geldt ook voor een strafeis tegen een kroongetuige. Het is echter denkbaar dat een toegezegde basis-strafeis tegen een kroongetuige zo onbegrijpelijk laag is dat het verschil met een reguliere strafeis niet anders kan worden opgevat dan als tegenprestatie voor af te leggen verklaringen. Daarvan is sprake als het Openbaar Ministerie, gelet op alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van zijn ruime beoordelingsvrijheid, in redelijkheid niet tot de toegezegde basis-strafeis heeft kunnen komen. [medeverdachte 1] wordt (kort gezegd) vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 4] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding van deze moord (subsidiair de medeplichtigheid daaraan), het medeplegen van de moord op [slachtoffer 6] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 9] ), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties. In vergelijking met de straffen die het Openbaar Ministerie in de zaak Marengo heeft geëist tegen medeverdachten is de basis-strafeis van vierentwintig jaren gevangenisstraf naar de huidige maatstaven laag te noemen. Daarbij moet echter worden meegewogen dat de overeenkomst is gesloten in december 2017 en dat de straffen die destijds voor dergelijke feiten werden opgelegd beduidend lager waren dan thans het geval is. Alle omstandigheden overziend is de basis-strafeis van vierentwintig jaren niet zo onverklaarbaar laag dat deze niet anders kan worden verklaard dan als een verkapte tegenprestatie voor het afleggen van verklaringen, terwijl de maximale strafkorting van vijftig procent niet wordt overschreden. Daarom acht de rechtbank de overeenkomst met [medeverdachte 1] ook op het punt van de overeengekomen basis-strafeis niet onrechtmatig. Aanpassing strafeis aan nieuwe v.i.-regeling Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie een lagere straf geëist dan in de overeenkomst is toegezegd. Aanleiding daarvoor is de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen op 1 juli 2021. In deze nieuwe wet is de termijn van de voorwaardelijke invrijheidstelling gemaximeerd tot twee jaren bij gevangenisstraffen vanaf zes jaren. De basis-strafeis van vierentwintig jaren zou ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een gevangenisstraf van twaalf jaren aar en een netto gevangenisstraf van acht jaren betekenen. Daar mocht [medeverdachte 1] volgens het Openbaar Ministerie bij het sluiten van de overeenkomst van uitgaan. Tijdens de gesprekken daarover met de raadslieden van [medeverdachte 1] is, toen het ging over de netto-strafverwachting, het voornemen van het kabinet om de v.i.-regeling te versoberen wel aan bod gekomen. Daarbij heeft het Openbaar Ministerie aan de raadslieden aangegeven dat de afspraak zoals die met [medeverdachte 1] op dat moment werd gemaakt (en de gerechtvaardigde verwachtingen die [medeverdachte 1] daaraan mocht ontlenen) door het Openbaar Ministerie zouden worden geëerbiedigd. Het Openbaar Ministerie heeft daarbij steeds gezegd dat het laatste woord hierover uiteraard aan de rechter is. De inhoud van de overeenkomst biedt volgens het Openbaar Ministerie ruimte om een gevangenisstraf te eisen die erop neerkomt dat de kroongetuige netto acht jaren moet zitten, nu in de overeenkomst is opgenomen: ‘onder gelijkblijvende omstandigheden’. Na de invoering van de Wet straffen en beschermen zijn de omstandigheden gewijzigd. In het requisitoir is daarom niet vierentwintig jaren gevangenisstraf als uitgangspunt genomen, maar twintig jaren gevangenisstraf, welke met vijftig procent is verminderd tot de uiteindelijke strafeis van tien jaren gevangenisstraf in plaats van twaalf jaren gevangenisstraf. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat het Openbaar Ministerie daarmee een grotere korting op de strafeis heeft gegeven dan de wet toestaat. De rechtbank overweegt als volgt. Bij het aangaan van de overeenkomst in 2017 gold de oude regelgeving die erop neerkwam dat een veroordeelde tot een lange gevangenisstraf in beginsel na het uitzitten van twee derde van zijn gevangenisstraf in aanmerking kwam voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Het Openbaar Ministerie en [medeverdachte 1] konden bij het aangaan van de overeenkomst geen rekening houden met de gevolgen die de Wet straffen en beschermen zou hebben voor de uitvoering van de aan [medeverdachte 1] op te leggen straf, omdat de invoering van die wet nog onzeker was. De mogelijkheid dat [medeverdachte 1] na de inwerkingtreding van deze wet bij een gelijkblijvende basis-strafeis in een nadeliger positie zou komen te verkeren dan waar hij op grond van de overeenkomst van uit mocht gaan, is wel onder ogen gezien. Hoewel in de overeenkomst alleen gesproken wordt over de basis-strafeis en niet over de netto uit te zitten gevangenisstraf, acht de rechtbank het aannemelijk dat juist de te verwachten netto gevangenisstraf voor [medeverdachte 1] van belang is geweest bij de vraag of hij de overeenkomst wilde aangaan. In die zin is er dan ook sprake van een wijziging van omstandigheden die tot gevolg heeft dat de overeenkomst voor [medeverdachte 1] nu anders uitpakt dan hij bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten. Gelet op het belang dat opgewekt vertrouwen in beginsel gehonoreerd dient te worden is de rechtbank van oordeel dat het Openbaar Ministerie in afwijking van de overeenkomst zijn strafeis ter zitting mocht baseren op een basis-strafeis van twintig jaren gevangenisstraf. De rechtmatigheid van de overeenkomst wordt daardoor ook achteraf niet aangetast. Het niet vervolgen voor bepaalde zaken en de keuzes bij de tenlastelegging Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leent de beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Ditzelfde geldt voor de spiegelbeeldige beslissing om niet te vervolgen. Maatstaf is daarbij of niet geoordeeld kan worden dat een redelijk handelend lid van dat Openbaar Ministerie van vervolging heeft kunnen afzien. Het enkele feit dat die vervolgingsbeslissing een criminele getuige betreft maakt niet dat daardoor de beoordelingsmaatstaf verandert. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hem enige weken na de poging om [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) te vermoorden door middel van een explosief onder zijn auto bij ’t Kalfje in Amsterdam (de zaak Raspvijl) door [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] is gevraagd of hij semtex kon leveren. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het zijn eigen conclusie was dat dit voor een nieuwe aanslag op [slachtoffer 5] bedoeld zou zijn. [medeverdachte 1] heeft daar toen navraag over gedaan bij een contactpersoon maar daar is het wat semtex betreft bij gebleven – deze is, zo verklaart [medeverdachte 1] , nooit door hem geleverd. Omdat de gesprekken die [medeverdachte 1] stelt te hebben gevoerd pas plaatsgevonden zouden hebben na de bomaanslag bij ’t Kalfje, kan de rechtbank niet inzien hoe dat leidt tot een strafbare rol van [medeverdachte 1] in de zaak Raspvijl. Ook los daarvan is niet onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie heeft afgezien van vervolging, alleen al omdat het in de verklaring van [medeverdachte 1] enkel gaat over gesprekken en steunbewijs ontbreekt. Voor wat betreft de zaak Zeilboot geldt dat het Openbaar Ministerie heeft aangegeven dat het leveren van kentekeninformatie door [medeverdachte 1] op 8 december 2016 onvoldoende is voor een strafbare rol van [medeverdachte 1] bij de moord op [slachtoffer 5] , nu hij vaker kentekeninformatie opvroeg en doorgaf, dit ook gebeurde voor bijvoorbeeld observaties door de politie en hij op dat moment niet wist dat de door hem opgevraagde informatie bedoeld was ten behoeve van de moord op [slachtoffer 5] . Voorts heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat het laten bevragen van kentekens en het doorgeven van die informatie wordt meegewogen in het verwijt van deelname aan de criminele organisatie. De rechtbank acht de beslissing om [medeverdachte 1] niet in de zaak Zeilboot te vervolgen – het dossier in ogenschouw nemend – niet onbegrijpelijk. Met betrekking tot de zaak Orinoco – een schietincident op 24 december 2010 waarbij [medeverdachte 1] iemand in zijn been geschoten zou hebben – geldt dat het Openbaar Ministerie van het parket Midden-Nederland eind 2022 heeft beslist dat vervolging van [medeverdachte 1] daarvoor niet opportuun is ‘gezien (onder meer) het tijdsverloop, de recente veroordeling van [medeverdachte 1] voor het wapenbezit en de huidige vervolging van [medeverdachte 1] in 26Marengo, alsmede het feit dat de huidige ernstige problematiek op het gebied van cocaïnehandel en de daarmee gepaard gaande geweldsdelicten al alle focus en capaciteit kosten van politie en justitie Midden-Nederland.’ Een dergelijke beslissing valt niet alleen binnen de beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie heeft, maar kan bovendien – nu deze vijf jaren na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst pas is genomen – nimmer worden aangemerkt als een (ongeoorloofde) toezegging in het kader van die overeenkomst. Dit zou alleen anders zijn als op voorhand zou zijn toegezegd dat er geen vervolging zou plaatsvinden voor na het sluiten van de overeenkomst opkomende verdenkingen, maar dat daar sprake van is, is gesteld noch gebleken. Hoewel er – vooral op basis van de eigen verklaringen van [medeverdachte 1] – ontegenzeggelijk aanwijzingen zijn dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan Opiumwetdelicten, valt de beslissing van het Openbaar Ministerie om hem daar niet voor te vervolgen zonder meer binnen de beoordelingsvrijheid die het ten aanzien daarvan heeft. Het opsporingsonderzoek heeft zich immers niet hierop gericht, maar op een groter belang, namelijk een groot aantal moorden en pogingen daartoe, voorbereidingshandelingen voor moorden en een criminele organisatie die zich met moorden bezighield. Die beslissing van het Openbaar Ministerie beoordeelt de rechtbank niet als een ontoelaatbare toezegging. Voor geen van de door de verdediging genoemde kwesties – het niet vervolgen van [medeverdachte 1] in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, het niet vervolgen voor Opiumwetdelicten – geldt derhalve dat de door het Openbaar Ministerie genomen beslissingen onbegrijpelijk zijn en buiten de beoordelingsvrijheid vallen die het Openbaar Ministerie toekomt. Dit geldt ook voor de (andere) keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen. De keuze om [medeverdachte 1] in de zaak Roos/Doorn alleen in de subsidiaire variant voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 9] te vervolgen is – nu hij na de (vergis)moord op [slachtoffer 6] is gestopt met die voorbereidingen – niet onbegrijpelijk. Dit geldt ook voor de keuze om hem in de zaak Kreta niet te vervolgen voor voorbereiding van moord op [betrokkene 4] en [betrokkenen 5 en 6] , nu hij over de zaak Kreta uitgebreide verklaringen heeft afgelegd en het zwaartepunt van zijn voorbereidingshandelingen duidelijk lag bij [slachtoffer 4] . Dat het Openbaar Ministerie hierover – in strijd met het in artikel 5 lid 1 en 2 van de Aanwijzing verwoorde immuniteitsverbod – toezeggingen heeft gedaan aan dan wel afspraken heeft gemaakt met [medeverdachte 1] , is bovendien gesteld noch aannemelijk geworden. Begunstiging levenspartner [medeverdachte 1] ? De verdediging stelt dat uit de berichten in de hiervoor genoemde iPhone blijkt dat de levenspartner van [medeverdachte 1] spreekt over maandelijkse toelagen, gelden die verborgen werden, een huis in Marokko dat zou worden gekocht en een auto, waarbij er ontevredenheid is over de auto. Dit zijn financiële voordelen voor de levenspartner die in strijd zijn met artikel 5 lid 7 van de Aanwijzing, aldus de verdediging. Vast staat dat de partner van [medeverdachte 1] – door buiten haarzelf liggende omstandigheden – uit haar normale leven is weggerukt en in een beveiligingsprogramma terecht is gekomen. Dat de situatie waarin zij verkeert met zich kan brengen dat zij van de overheid een toelage en bepaalde voorzieningen krijgt, wekt geen bevreemding. De berichten waar de verdediging op wijst bieden geen ondersteuning voor de stelling dat er daarbij sprake zou zijn van een verboden toezegging aan [medeverdachte 1] door het begunstigen van zijn levenspartner. Ongemoeid laten van financieel voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken)? De verdediging stelt dat [medeverdachte 1] niet geconfronteerd is met een ontnemingsvordering en dat hij geen vragen hoefde te beantwoorden over drugshandel, zijn financiële voordeel en zijn – uit de berichten in de iPhone naar voren komende – chantage- en afpersingspraktijken. De verdediging verzuimt echter te onderbouwen waarom dit op een ongeoorloofde toezegging aan de kroongetuige zou wijzen. Op grond van de kroongetuigenovereenkomst is het duidelijk waarover [medeverdachte 1] verplicht is te verklaren. Ten aanzien van ander (vermeend) strafbaar handelen dan de dealfeiten heeft hij geen verklaringsplicht. Over eventueel financieel voordeel dat hij gehad heeft als gevolg van de dealfeiten is hij op grond van de overeenkomst wél verplicht te verklaren. De rechtbank constateert dat hij dat ook gedaan heeft en dat het enige financiële voordeel dat hij – naar eigen zeggen – heeft gehad € 5.000,- was voor zijn rol in de zaak Tennis. De keuze om ten aanzien van dit bedrag af te zien van een ontnemingsvordering past – gezien de hoogte van het bedrag, afgezet tegen de aard en de omvang van de verdenkingen waarvoor [medeverdachte 1] wel vervolgd wordt – binnen de ruime beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie toekomt. Van een beslissing die zo onbegrijpelijk is dat deze moet worden gezien als een ontoelaatbare, verkapte tegenprestatie voor het afleggen van zijn verklaringen is geen sprake. Is de bepaling in artikel 4.2 van de overeenkomst een ongeoorloofde toezegging? Artikel 4.2 van de kroongetuigenovereenkomst luidt als volgt: ‘Zover de officier van justitie van mening is dat sprake is van de onder 4.1 sub a genoemde omstandigheid, zal hij zulks aangeven bij de raadsman van de getuige alsmede de getuige zelf en de getuige in staat stellen om binnen een redelijke termijn alsnog de voorwaarde uit de overeenkomst na te komen.’ Dit artikel verwijst naar het in artikel 4.1 sub a van de overeenkomst geformuleerde recht van de officier van justitie om deze schriftelijk te ontbinden in het geval dat de getuige enige voorwaarde uit de overeenkomst niet, niet volledig of niet naar behoren nakomt. De stelling van de verdediging dat er een extra begunstiging zit in deze bepaling kan de rechtbank niet volgen. De verplichtingen van [medeverdachte 1] zijn in de overeenkomst als volgt omschreven: 1.1 De getuige verplicht zich vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst telkens overeenkomstig de hem door of vanwege het College van Procureurs-Generaal of de officier van justitie gegeven aanwijzingen onvoorwaardelijk zijn medewerking te verlenen aan het afleggen van (nadere) verklaringen tegenover leden van het Openbaar Ministerie of door of vanwege de officier van justitie aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering. De verplichting tot het afleggen van deze (nadere) verklaringen heeft betrekking op de misdrijven die worden beschreven in de (kluis)verklaringen die als bijlage bij deze overeenkomst zijn gevoegd. 1.2 Een zelfde verplichting als onder 1.1 genoemd bestaat ten aanzien van het afleggen van getuigenverklaringen tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de strafkamer van enige rechtbank en/of de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig ressort en/of de strafkamer van enig gerechtshof in het kader van de strafrechtelijke vervolging, waaronder begrepen het op naam en zonder vermomming afleggen van verklaringen in een openbare terechtzitting, tenzij het Openbaar Ministerie vermomming noodzakelijk acht. 1.3 De getuige zal bij gelegenheid van de hiervoor onder 1.1 en/of 1.2 genoemde verhoren niet weigeren te verklaren over zijn eigen (al dan niet strafrechtelijk relevante) betrokkenheid bij de feiten die worden genoemd in de (kluis)verklaringen zoals neergelegd in de bijgevoegde processen-verbaal. Hij zal zijn verklaringen zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid afleggen. De getuige doet afstand van het hem als verdachte toekomende verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot onderwerpen die niet worden genoemd in de (kluis)verklaringen geldt het verschoningsrecht van de getuige onverkort. 1.4 De getuige verklaart door ondertekening van deze overeenkomst dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen, zoals deze blijkt uit bijgevoegde processen-verbaal naar zijn beste weten volledig op waarheid berust. 1.5 De getuige zal vanaf het moment van ondertekening van deze overeenkomst, behoudens het onder 1.6 gestelde, op geen enkele wijze tegenover derden, met uitzondering van zijn raadsman, zijn partner en zijn naaste familie, melding maken van deze overeenkomst en de (inhoud van) de daarin bedoelde verklaringen. 1.6 De getuige zal rechtstreeks noch door middel van een derde, onder wie zijn raadslieden, anders dan tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de raadsheer- commissaris in enig resort en/of in een (openbare) terechtzitting van de strafkamer van enige rechtbank of gerechtshof, dan wel ingevolge enige (andere) wettelijke verplichting, mededeling doen over de totstandkoming van deze overeenkomst en de wijze waarop aan deze overeenkomst uitvoering wordt gegeven. De getuige zal geen mededeling doen over (aspecten van) getuigenbescherming(smaatregelen). Slechts bij de eerste drie verplichtingen – het onvoorwaardelijk zijn medewerking verlenen aan het afleggen van nadere verklaringen over de dealfeiten tegenover de recherche (1.1), tegenover rechters (1.2) en het bij die verhoren niet mogen weigeren te verklaren over zijn eigen betrokkenheid bij de dealfeiten en het zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid verklaren (1.3) – is het niet, niet volledig of niet naar behoren nakomen herstelbaar. Bij niet-nakoming van de overige verplichtingen, waarbij met name de onder 1.4 opgenomen verplichting voor [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust in het oog springt, is niet-nakoming onherstelbaar. Naar haar aard kan een bepaling als artikel 4.2 slechts betrekking hebben op herstelbaar niet nakomen. Echter, ook zonder deze bepaling vloeit uit de artikelen 6:265 jo. 6:82 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voort dat bij dergelijk niet nakomen pas tot ontbinding van de overeenkomst kan worden overgegaan nadat de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen die termijn uitblijft. Een dergelijke contractsbepaling voegt dus niets toe. De stelling van de verdediging dat artikel 4.2 een vrijbrief is om te liegen en daarmee een ongeoorloofde toezegging van het Openbaar Ministerie, is derhalve onjuist. 4.1.4.3 Samenvatting en conclusie Uit het hiervoor besprokene volgt dat de kroongetuigenregeling niet onjuist is toegepast door het Openbaar Ministerie en dat er geen aanwijzingen zijn dat aan [medeverdachte 1] verboden toezeggingen zijn gedaan in ruil voor het afleggen van verklaringen. Daarbij geldt dat de overeenkomst met [medeverdachte 1] betrekking heeft op feiten als bedoeld in artikel 226g Sv en het Openbaar Ministerie het naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden dringend noodzakelijk heeft geacht om tot een overeenkomst met [medeverdachte 1] te komen. Hij kon immers verklaren over een aantal voltooide en mislukte liquidaties waarvan de opsporing op een dood spoor was beland en zonder zijn verklaringen niet binnen afzienbare tijd tot resultaat had geleid. Zijn verklaringen behelsden bovendien de vermeende opdrachtgever en het middenkader, die tot op dat moment niet of nauwelijks in beeld waren bij justitie. Door de verklaringen van [medeverdachte 1] kon zicht worden verkregen op een nog actieve criminele organisatie (zie hoofdstuk 4.6 Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)) die (mede) als oogmerk had het plegen van moorden, die tot dan toe onder de radar was gebleven. Ook in onderling verband en samenhang bezien is er geen sprake van een overschrijding van de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit, zodat de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of het uitsluiten van de verklaringen van [medeverdachte 1] van het bewijs op die grond niet slagen. 4.1.5 Betrouwbaarheid van de kroongetuige 4.1.5.1 Verweer van de verdediging Kern van het verweer van de verdediging is de stelling dat uit de bewoordingen van de wet en de Aanwijzing voortvloeit dat niet alleen de verklaringen van de kroongetuige op betrouwbaarheid dienen te worden beoordeeld, maar ook de persoon van de kroongetuige. Daarbij heeft de verdediging in de eerste plaats gewezen op getuigen die [medeverdachte 1] omschrijven als een (pathologische) leugenaar. Ook wijst de verdediging op de wijze waarop [medeverdachte 1] (volgens de verdediging) overkomt als hij door rechters verhoord wordt (snel pratend, op het eerste oog betrouwbaar, maar ijskoud en zonder spijt) en het beeld dat opstijgt uit zijn iPhone-berichten (een nare houding naar zijn familie inzake getuigenbescherming, een schaker, een manipulator, ijskoud, iemand die aangeeft een boef te blijven, iemand die zich diffamerend uitlaat over de medewerkers van het Team Getuigenbescherming (TGB) en die het onderste uit de kan wil). Het beeld dat volgens de verdediging blijft hangen is een kroongetuige die enkel oog heeft voor zijn eigen belang, die zich superieur voelt, meedogenloos (over de ruggen van derden) en manipulatief is, die volgens eigen zeggen altijd crimineel zal blijven en die bereid is tot leugens voor eigen bestwil. Daarnaast heeft de verdediging zich uitgeput in het fileren van de vele verklaringen van de kroongetuige en daarbij gewezen op vele inconsistenties, ongerijmdheden dan wel onwaarschijnlijkheden, speculaties en – in haar ogen – kennelijke leugens in deze verklaringen. De conclusie van de verdediging is dat de kroongetuige niet betrouwbaar is en dat zijn verklaringen op vele punten onwaar zijn en daarom niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden. 4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt als volgt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een crimineel is, en dat blijkt ook uit het dossier. Ook heeft hij tijdens het proces onder ede tegenover de rechtbank gelogen over de telefoons die hij in zijn cel heeft gehad en heeft hij lange tijd gewacht met het beantwoorden van bepaalde vragen, terwijl duidelijk was dat hij die vragen wel moest beantwoorden. [medeverdachte 1] heeft nadien telkens uitleg gegeven over zijn beweegredenen voor zijn handelen tijdens die verhoren. Wat hier ook allemaal van zij – voor de beoordeling door de rechtbank is het uiteindelijk niet relevant. Waar het om gaat is of de verklaringen die [medeverdachte 1] over de dealfeiten heeft afgelegd betrouwbaar zijn. Het is niet aan de rechtbank om een oordeel te geven over het karakter of de rechtschapenheid (of het gebrek daaraan) van de persoon [medeverdachte 1] . Kennisname door de rechtbank en de procespartijen van een (al dan niet bestaand) psychologisch rapport dat (in een ander kader dan het kader van zijn strafzaak) over [medeverdachte 1] zou zijn opgemaakt acht de rechtbank daarom niet relevant. [medeverdachte 1] is een criminele getuige. Dat gegeven en de omstandigheid dat hij zelf van (betrokkenheid bij) zeer ernstige strafbare feiten wordt verdacht en het Openbaar Ministerie met hem een verklaringsovereenkomst heeft gesloten in ruil voor strafvermindering, noopt bij gebruik van zijn verklaringen voor het bewijs uiteraard tot behoedzaamheid. De in artikel 360 lid 2 Sv geformuleerde opdracht van de wetgever aan de rechter om in dat geval daarvoor in het bijzonder reden te geven is ingegeven door het aan de figuur van de kroongetuige verbonden risico. Immers, de voordelen die de kroongetuige uit hoofde van de met hem gemaakte afspraken (kunnen) toevallen bergen het risico in zich dat die getuige kan menen er voordeel bij te hebben om in meer of mindere mate niet naar waarheid te verklaren. Los van het bovenstaande geldt dat de rechter op grond van artikel 344a lid 4 Sv het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan aannemen op grond van verklaringen van (kort gezegd) kroongetuigen. Die bepaling verzet zich er echter niet tegen dat de bewezenverklaring in beslissende mate wordt aangenomen op grond van de verklaring van een kroongetuige. Het voorgaande betekent dus dat voor een zaak met een enkele kroongetuige de gewone regels van het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv gelden. Dit betekent dat een bewezenverklaring niet geheel gebaseerd mag worden op de verklaring van deze getuige. Het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv betreft echter de tenlastelegging in haar geheel en niet een onderdeel daarvan. Deze bepaling verbiedt de rechter om tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De verklaringen van [medeverdachte 1] dienen dus kritisch bekeken te worden. Daarbij geldt voor de rechtbank dat de kluisverklaringen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid een sleutelrol vervullen, nu van deze verklaringen met de meeste zekerheid aangenomen kan worden dat ze niet zijn beïnvloed door voortschrijdende kennis van het dossier en mediaberichten en andere invloeden die (gewild of ongewild) de authenticiteit van verklaringen kunnen beïnvloeden. [medeverdachte 1] heeft in de periode van januari tot en met mei 2017 in de kluisverklaringen zeer uitgebreid verklaard over de dealfeiten. In deze periode had hij geen toegang tot enig dossier en ook geen toegang tot openbare bronnen (los van de toegang tot Google Maps of Google Street View tijdens verhoren, om bijvoorbeeld een locatie aan te kunnen wijzen). Hij heeft dus enkel uit zijn geheugen kunnen putten. De rechtbank constateert dat [medeverdachte 1] in zijn kluisverklaringen buitengewoon gedetailleerd heeft verklaard over de zaken waar hij zelf bij betrokken zegt te zijn geweest (te weten Kreta, Tennis, Roos/Doorn en de criminele organisatie), zowel over zijn eigen rol als over de rollen van medeverdachten. Over de andere dealfeiten – waar hij niet zelf bij betrokken is geweest – heeft hij eveneens uitgebreid verklaard en daarbij ook steeds aangegeven wat zijn bronnen van wetenschap waren (doorgaans van horen zeggen, waarbij zijn bronnen veelal ‘de straat’, [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] waren). [medeverdachte 1] wist dat zijn verklaringen in aanloop naar een mogelijke kroongetuigenovereenkomst zoveel mogelijk geverifieerd zouden worden en dat leugens over zijn eigen rol (door deze kleiner te maken) of de rollen van anderen (door hen onterecht te beschuldigen) een kroongetuigenovereenkomst in gevaar konden brengen. Wat hij niet wist, was dat de Ennetcom-server en een deel van de PGP-safe-server gekopieerd zouden worden en dat in de periode na het afleggen van de kluisverklaringen een zeer grote hoeveelheid PGP-berichten rondom de dealfeiten boven tafel zou komen en dat deze PGP-berichten ook bij de verificatie van zijn verklaringen konden worden betrokken. De rechtbank constateert dat juist deze PGP-berichten de verklaringen van [medeverdachte 1] op veel punten (vaak tot in de details) ondersteunen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] tijdens de vele verhoren – bij de recherche, bij de rechter-commissaris en op zitting – consistent is blijven verklaren over de dealfeiten, zijn eigen rol en de rollen van anderen. De conclusie van de verdediging van [medeverdachte 8] dat [medeverdachte 1] een groot aantal evidente onwaarheden heeft verklaard onderschrijft de rechtbank derhalve niet. De rechtbank constateert dat deze beweerdelijke evidente onwaarheden voor zover het de dealfeiten betreft telkens (onderdelen van) verklaringen van [medeverdachte 1] betreffen die geen of weinig ondersteuning vinden in andere bewijsmiddelen. Dat maakt het echter geen onwaarheden. De omstandigheid dat een (deel van een) verklaring niet of niet geheel geverifieerd kan worden, maakt niet dat deze gefalsificeerd (en dus onwaar) is. Het kan uiteraard wel met zich brengen dat de bewijskracht van (dat deel van) die verklaring minder groot is. De rechtbank beschouwt [medeverdachte 1] gezien het voorgaande als een betrouwbaar verklarende getuige, waar het gaat over strafbare feiten die aan hem en zijn medeverdachten in de zaak Marengo ten laste zijn gelegd. Uiteraard moet de rechtbank bij de beoordeling van de zaaksdossiers steeds onderzoeken of de voor het bewijs relevante onderdelen van de verklaringen van [medeverdachte 1] de betrouwbaarheidstoets kunnen doorstaan. Per zaaksdossier zal, voor zover de kroongetuige daarover voor de verdachten belastend heeft verklaard, nader worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] . 4.1.6 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU? De rechtbank begrijpt uit de dupliek van de verdediging van [medeverdachte 16] dat voorwaardelijk is verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU over – samengevat – de vraag of de beperkingen voor de verdediging om de financiële afspraken met de kroongetuige te kunnen controleren, onder meer tijdens de ondervraging van de kroongetuige, zich nog verdragen met een doeltreffend proces. De rechtbank komt, gelet op de voorgaande beslissing, toe aan de beoordeling van dit verzoek. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd geen grond voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en wijst het verzoek daarom af. 4.2 PGP-bewijs In het dossier bevindt zich een groot aantal PGP-berichten. Deze zijn afkomstig van in Canada bij het Nederlandse bedrijf Ennetcom veiliggestelde data (Ennetcom-data) en van in Costa Rica bij het bedrijf Rack Lodge S.A. veiliggestelde data (PGP-safe-data). De PGP-berichten dienen te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344 lid 1 onder 5 Sv. Dit betekent dat deze berichten alleen voor het bewijs kunnen worden gebruikt in samenhang met andere bewijsmiddelen. Bij het gebruik van de PGP-berichten voor het bewijs past behoedzaamheid. De rechtbank is zich ervan bewust dat veelal sprake is van incomplete PGP-communicatie. Dit komt in de eerste plaats doordat op de servers niet alle communicatie meer te vinden was vanwege het retentiebeleid van de aanbieder van de dienst. In het geval van PGP-safe geldt bovendien dat niet alle servers zijn gekopieerd, maar dat de keuze is gemaakt voor het kopiëren van de apparatuur uit de serverkast die vanaf 2012 werd gehuurd. De apparatuur die in de vanaf 2016 gehuurde serverkast stond, is dus niet gekopieerd. Het kopiëren bij PGP-safe is bovendien op enig moment door de Costa Ricaanse autoriteiten beëindigd toen die servers nog niet volledig waren gekopieerd. Daar komt bij dat in het dossier die berichten terecht zijn gekomen die het Openbaar Ministerie uit de Marengo-dataset als relevant heeft geselecteerd. Hierbij past overigens de kanttekening dat de verdediging inzage heeft gehad in de Marengo-dataset en zij zelf ook heeft kunnen verzoeken om voeging van berichten die zij relevant vond. Verder geldt dat de meeste verdachten hebben ontkend de (enige) gebruiker van een bepaald PGP-account te zijn, dan wel zich op hun zwijgrecht hebben beroepen. Slechts enkele verdachten hebben duiding gegeven aan de inhoud van de berichten. In de berichten wordt soms onduidelijk gesproken. In sommige gevallen zijn conversaties onvolledig. In een deel van de conversaties ontbreken zelfs alle berichten van een van de deelnemers. De context van de berichten is dan ook niet steeds duidelijk. Daar staat tegenover dat voor de bewijswaarde relevant is dat personen die een versleutelde berichtendienst gebruikten zich onbespied waanden en vaak openlijk communiceerden over waar ze mee bezig waren, zonder pogingen dit te verhullen. Ook dat weegt de rechtbank mee bij de beoordeling. 4.3 PGP-identificatie 4.3.1 Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo De rechtbank heeft op basis van de processen-verbaal van identificatie – en in voorkomende gevallen op basis van overige informatie in het dossier en/of wat is besproken ter terechtzitting – vastgesteld wie de gebruiker van een PGP-e-mailadres was. Ook is op basis daarvan vastgesteld of, en zo ja onder welke bijnamen een bepaalde gebruiker bekend stond of werd opgeslagen. In bijlage 2 bij dit vonnis is een overzicht opgenomen van deze PGP-e-mailadressen en de gebruikers met hun eventuele bijnamen. De rechtbank zal hierna ten aanzien van [verdachte] aan de hand van de vindplaats in het dossier weergeven op grond waarvan is vastgesteld dat hij de gebruiker van een bepaald e-mailadres was. Als die verwijzing naar de vindplaats in het dossier – waar de feiten en omstandigheden die leiden tot de identificatie zijn beschreven – nog tot een inhoudelijke reactie nopen, naar aanleiding van hetgeen door de verdediging is aangevoerd of ambtshalve is geconstateerd, zal de rechtbank daarop hierna ook ingaan. 4.3.2 Identificatie e-mailadressen overige gebruikers Het dossier bevat een aantal processen-verbaal van identificatie met betrekking tot e-mailadressen die door het Openbaar Ministerie aan andere personen, niet zijnde verdachten in Marengo, worden toegeschreven. In sommige gevallen is de identificatie van de gebruiker(
- s)van die overige e-mailadressen van belang voor de beoordeling en duiding van conversaties uit de zaaksdossiers en/of voor de koppeling van e-mailadressen aan (Marengo-)verdachten. Om die reden is de rechtbank nagegaan of de identificatie op basis van de in die processen-verbaal van identificatie genoemde feiten en omstandigheden gerechtvaardigd is. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit het geval is. Om die reden zijn ook deze overige gebruikers van e-mailadressen in de genoemde bijlage bij dit vonnis opgenomen. 4.3.3 Identificatie e-mailadressen [verdachte] 4.3.3.1 Standpunten Het Openbaar Ministerie stelt dat de e-mailadressen y2f9805zco@ennetcom.biz (hierna: y2f9) en 5gt82h4wu5@ennetcom.biz (hierna: 5gt8) aan [verdachte] kunnen worden toegeschreven. De verdediging betoogt dat de identificatie van [verdachte] als gebruiker van de aan hem toegeschreven e-mailadressen niet kan standhouden. Daartoe is aangevoerd, kort samengevat, dat de omstandigheden die in de processen-verbaal van identificatie worden genoemd te weinig onderscheidend zijn ten opzichte van de vier broers van [verdachte] . De aanname dat de adressen door [verdachte] zijn gebruikt is volgens de verdediging in feite een bewijsgok. De herkenning van [verdachte] door [medeverdachte 1] kan niet voor het bewijs worden gebruikt omdat het gaat om een één op één confrontatie die ook nog eens plaatsvindt nadat de [medeverdachte 1] al kennis had kunnen nemen van de naam, de foto en de verdenkingen in het dossier. 4.3.3.2 Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt op basis van het proces-verbaal van identificatie allereerst vast dat het e-mailadres vf7r8gse56@ennetcom.biz (hierna: vf7r) van 20 juli 2015 tot en met 11 augustus 2015 in gebruik is geweest bij [betrokkene 10] (hierna: [betrokkene 10] ), de broer van [verdachte] , en dat [betrokkene 10] ook wel wordt aangeduid als “bril”. [betrokkene 10] is op 15 juli 2015 in het onderzoek Koper aangehouden. Op diezelfde dag is in zijn slaapkamer zijn BlackBerry aangetroffen en inbeslaggenomen. Op 16 juli 2015 is hij vrijgelaten. Hij heeft vervolgens op 20 juli 2015 een nieuwe telefoon, namelijk de vf7r, in gebruik genomen. Op die dag stuurt [betrokkene 10] aan [medeverdachte 12] het bericht: “Ok yoo met bril”. Uit het dossier blijkt verder dat op 11 augustus 2015 door Ennetcom aan [betrokkene 11] (junior) wordt bericht dat zij uitvoering hebben gegeven aan een zogenoemd wipe-verzoek dat [betrokkene 11] met betrekking tot dit nummer heeft gedaan. Deze datum komt overeen met de datum van de tweede aanhouding van [betrokkene 10] in het onderzoek Koper. De rechtbank stelt verder vast dat [verdachte] in de periode van augustus 2015 tot 20 januari 2016 de gebruiker was van het e-mailadres y2f9 en dat hij daarna de gebruiker was van het e-mailadres 5gt8. Daartoe wordt allereerst gewezen op de processen-verbaal van identificatie van de beide adressen en op het proces-verbaal van bevindingen betreffende de verificatie van de verklaringen van [medeverdachte 1] over onder andere het zaaksdossier Rudolf met betrekking tot de data van de tenaamstelling van de Peugeot en de Citroën. In het proces-verbaal van identificatie van het adres y2f9 staat dat de gebruiker van dit e-mailadres op 31 augustus 2015 aan [medeverdachte 12] (8ngx147342@ennetcom.biz) schrijft: “Yo sir hoe gaat het? Met brada van brill, mijn tel doet het niet. Is aangevallen de server. Die andere man is ermee bezig als het goed is gaat ie vandaag of morgen weer de lucht in. Heb uitvoer opgehaalt bij brill ze hebben die tel van hem gewoon meegegeven. Mocht er wat zijn ofzo kan je mij hier op smsen.” Hieruit kan worden afgeleid dat de broer van [betrokkene 10] , namelijk de ‘brada van brill’ vanaf 31 augustus 2015 niet bereikbaar is op het bij [medeverdachte 12] van brada bril bekende adres, maar op het adres y2f9. Uit aanvullend onderzoek naar aanleiding van het pleidooi van de verdediging is gebleken dat [betrokkene 10] in het adresboek van zijn vf7r het e-mailadres y2f9 opslaat onder de naam ‘nin’. De bijnaam ‘nin’ wordt gebruikt voor [betrokkene 12] (hierna: [betrokkene 12] ), de zus van [betrokkene 10] en destijds de partner van [betrokkene 13] (hierna: [betrokkene 13] ), welke laatste ook is aangehouden in het onderzoek Koper. [medeverdachte 12] (8ngx147342@ennetcom.biz) heeft het adres y2f9 op 31 augustus 2015 – de dag waarop hij het hiervoor vermelde bericht van Brada brill krijgt – opgeslagen als “Brada Bril”. [medeverdachte 12] slaat met zijn andere PGP-adres (97862r7550@ennetcom.biz) op 4 december 2015 het adres y2f9 ook op als “Brada bril”. De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat de “brada van bril” het adres y2f9 dat mogelijk bij zijn zus in gebruik was heeft overgenomen vanaf 31 augustus 2015. Dat de gebruiker van de y2f9 na 20 januari 2016 het adres 5gt8 in gebruik neemt leidt de rechtbank af uit de volgende omstandigheden. Allereerst blijkt uit de processen-verbaal van identificatie van de beide lijnen dat PGP-gebruikers deze adressen vaak opslaan onder dezelfde namen. Uit aanvullende PGP-berichten die op verzoek van de verdediging zijn gevoegd in het dossier van [verdachte] blijkt bovendien het volgende. Op 16 januari 2016 vraagt [betrokkene 11] (w509e8246u@ennetcom.com) aan een medewerker van Ennetcom “wanneer deze mail verloopt” waarbij het adres y2f9 wordt vermeld. Daarop komt het antwoord: “20 januari 2016”. Op 21 januari 2016 stuurt de gebruiker van de 5gt8 een bericht aan het adres 5554346p03@ennetcom.biz (van een onbekend gebleven gebruiker, hierna: 5554): “Ouwe alles goed. Is mijn nieuwe broer a” en “Ja goed ouwe. Ja die kan weg”. De gebruiker van y2f9 noemt de 5554 in berichten eveneens ‘ouwe’. Uit aanvullend onderzoek naar aanleiding van het pleidooi van de verdediging is verder gebleken dat [medeverdachte 12] met zijn adres 97862r7550@ennetcom.biz op 21 januari 2016 een aanpassing maakt op het (onder brada bril opgeslagen) adres y2f9 om 22:40 uur en het nummer 5gt8 op dat tijdstip opslaat als “BRADA BRIL”. Hieruit volgt dat [medeverdachte 12] weet dat Brada Bril een nieuw PGP-adres in gebruik heeft genomen. De omstandigheid dat [medeverdachte 12] hierbij hoofdletters gebruikt en het adres in zoverre anders opslaat dan hij bij de y2f9 deed, doet daar niet aan af. Het is immers dezelfde benaming. Ook blijkt uit dit aanvullend onderzoek dat de 5554 (‘ouwe’) op 22 januari 2016 een aanpassing doet op het adres y2f9 en het dan opslaat als “broer a” en dat ‘ouwe’ op diezelfde dag het adres 5gt8 eveneens opslaat als “broer a”. De verdediging heeft nog gewezen op het feit dat het account y2f9 na de ingebruikname van de 5gt8 gewoon doorloopt en dus verlengd is. Anders dan de verdediging stelt, betekent dit niet dat van een overgang van gebruiker geen sprake is. De rechtbank wijst erop dat uit het proces-verbaal van identificatie volgt dat [betrokkene 14] (hierna: [betrokkene 14] ) vermoedelijk vanaf 16 februari 2016 de opvolgend gebruiker is geworden van de y2f9 nadat Brada Bril/broer a de 5gt8 in gebruik heeft genomen. Dit kan worden afgeleid uit het feit dat [medeverdachte 12] die dag het adres y2f9 opslaat als Jarki 1. Uit het proces-verbaal dat naar aanleiding van het pleidooi van de verdediging is opgemaakt volgt bovendien dat ook drie andere onbekend gebleven gebruikers de y2f9 op 16 en 17 februari 2016 opslaan onder de naam ‘Jark’, ‘Jarky’ en ‘Jarkie new’. Bovendien slaat de gebruiker van de 5gt8 het adres y2f9 op 25 januari 2016 ook op onder de naam ‘Jark’. Dit biedt verdere steun aan de aanname in het proces-verbaal van identificatie dat [betrokkene 14] de opvolgend gebruiker is geweest van de y2f9 toen Brada Bril/broer a de 5gt8 is gaan gebruiken. De rechtbank leidt hier ook uit af dat [betrokkene 14] niet dezelfde persoon is die onder ‘Brada Bril’ dan wel ‘broer a’ is opgeslagen. Ook uit de berichtenwisseling zelf leidt de rechtbank, anders dan de verdediging, af dat de beide adressen in de genoemde periodes in gebruik zijn geweest bij één en dezelfde gebruiker. De rechtbank heeft hiervoor al het gebruik van de aanduiding ‘ouwe’ genoemd door beide adressen. Verder valt op dat de schrijfwijze van het woord ‘ik’ als ‘k’, het woord ‘wel’ als ‘we’ll’ en ‘toch’ als ‘tog’ overeenkomen. De omstandigheid dat de y2f9 vooral contact heeft met [medeverdachte 12] , waar de 5gt8 vooral met [medeverdachte 6] contact heeft, is geen contra-indicatie voor het aannemen dat de adressen door één en dezelfde persoon worden gebruikt. De teruggevonden berichten van het adres 5gt8 beginnen nagenoeg allemaal 14 dagen voor de inbeslagname van de server van Ennetcom op 19 april 2016 en [medeverdachte 12] zat vanaf 19 februari 2016 gedetineerd. De rechtbank is, anders dan de verdediging heeft betoogd, van oordeel dat uit de hiervoor aangehaalde stukken voldoende identificerende gegevens blijken op basis waarvan [verdachte] , en niet een van zijn broers, in de genoemde periodes de gebruiker is geweest van de twee adressen. Daartoe overweegt de rechtbank dat “brada bril” in de PGP-berichten van de gebruikers wordt aangeduid als rijder. De rechtbank gaat ervan uit dat met deze term wordt gedoeld op een koerier die drugs, wapens en/of geld vervoert. In de berichten wordt de gebruiker van deze e-mailadressen ook wel aangeduid als C4 en later als blauwe Peugeot. Voor [verdachte] geldt dat hij een grijze Citroën C4 op zijn naam had staan van 8 mei 2013 tot 1 september 2014. Hoewel de auto daarna op naam is gekomen van zijn zwager [betrokkene 15] (hierna: [betrokkene 15] ), is [verdachte] daarin gecontroleerd op 7 september 2014. Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat [verdachte] ook in de periode dat de C4 niet meer op zijn naam stond van die auto gebruik maakte. De Citroën C4 staat tot 7 maart 2016 op naam van [betrokkene 15] en [verdachte] krijgt daags daarna, op 8 maart 2016, een blauwe Peugeot 407 met kenteken [kenteken 1] op zijn naam. Deze auto staat kort, namelijk tot 10 maart 2016, op zijn naam en staat van 10 maart 2016 tot 12 juli 2016 op naam van zijn zus [betrokkene 16] . Vanaf 12 juli 2016 staat de Peugeot weer op naam van [verdachte] tot 29 november 2018. De verdediging heeft nog gewezen op de verklaring van [betrokkene 15] , dat hij zijn auto uitleende aan alle broers [verdachte] en aan diens schoonzus, waaruit zou volgen dat de vermeldingen C4 en blauwe Peugeot in de PGP-berichten ook op de andere broers [verdachte] kunnen slaan. De rechtbank stelt echter vast dat de verklaring van [betrokkene 15] ziet op een andere auto, namelijk een Peugeot 508 met kenteken [kenteken 2] . Bovendien heeft de rechtbank ernstige twijfels over de geloofwaardigheid van deze verklaring, aangezien uit PGP-berichten rond de aanhoudingen in het onderzoek Koper lijkt te volgen dat [betrokkene 15] in werkelijkheid niet de eigenaar was van deze auto. Aanwijzingen daarvoor zijn te vinden in het bericht van de gebruiker van de y2f9 aan [medeverdachte 12] op 11 november 2015 waarin de y2f9 verslag doet van een gesprek met de advocaat van [betrokkene 13] . In dat bericht staat: “(…) Verder over die auto: momenteel ziet hij geen gevaar, ze willen die auto linken aan boek maar zoals het er uit ziet is da nog lastig omdat zwager heeft gezegt is mijn auto ik leen m uit aan iedereen. Als hij had gezegd ik heb hem aan boek uitgeleend dan zou het er anders uit zien, ik zei mij zwager wist niet dat de auto van boek was die hij op naam had dus dat is voordeel! (…)”. Het lijkt er dus op dat [betrokkene 15] de Peugeot 508 alleen op zijn naam had staan om te verhullen dat die in feite van iemand anders was, vermoedelijk [betrokkene 13] , die hem gebruikte. In aanvulling op wat hiervoor over het gebruik van de C4 is overwogen, biedt de ongeloofwaardige verklaring van [betrokkene 15] over de Peugeot 508 van [betrokkene 13] in feite verdere ondersteuning voor de conclusie dat [verdachte] de C4 is blijven gebruiken nadat deze op naam van [betrokkene 15] kwam te staan. Bij het voorgaande betrekt de rechtbank ook de verklaringen van [medeverdachte 1] over de gebruiker van de Citroën C4. [medeverdachte 1] heeft daarover verklaard dat hij die jongen uit Tiel vanaf 2013 tot en met begin 2016 in een grijze Citroën C4 is tegengekomen en dat die jongen daarna in een Peugeot 407 reed. Dit past bij de opvolgende periodes van gebruik van de auto’s door [verdachte] en niet bij gebruik door een van zijn broers. Verdere bevestiging dat het in de PGP-berichten om [verdachte] gaat kan worden gevonden in de omstandigheid dat [verdachte] in deze Peugeot is gecontroleerd terwijl hij een groot geldbedrag aan het vervoeren was. Hoewel de verdediging terecht stelt dat dit van latere datum is dan de PGP-berichten, past het vervoer van geld wel in de rol die de rijder in de PGP-berichten heeft en ziet de rechtbank dit in zoverre wel als ondersteunend voor de identificatie van [verdachte] . Ook heeft de rechtbank meegewogen dat er een sterke contra-indicatie is dat [betrokkene 14] de gebruiker van de e-mailadressen – althans wat betreft de y2f9 voor 16 februari 2016 – is, omdat de gebruiker van de y2f9 in een bericht op 21 oktober 2015 aan [medeverdachte 12] in de derde persoon over Jark, een bekende bijnaam van [betrokkene 14] , spreekt. Tot slot weegt de rechtbank mee dat [medeverdachte 1] [verdachte] heeft herkend van een foto als de persoon uit Tiel waarover hij in zijn kluisverklaringen heeft verklaard. De omstandigheid dat [medeverdachte 1] alleen één foto is getoond en hij al beschikte over een papieren versie van een deel van het zaaksdossier Ster waar een foto van [verdachte] in stond, maakt niet dat de rechtbank deze herkenning niet meeweegt bij de identificatie. [medeverdachte 1] heeft namelijk al in zijn kluisverklaring gedetailleerd verklaard over de persoon uit Tiel en daarbij gezegd dat als er een foto is, hij hem kan aanwijzen. Daaruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] de persoon uit Tiel waar hij over heeft verklaard goed genoeg kent om hem op een foto te kunnen herkennen. De rechtbank heeft oog gehad voor de PGP-berichten van 14 januari 2016 waarin de gebruiker van de y2f9 aan [medeverdachte 12] verslag doet tijdens een zitting in het onderzoek Koper, waar op dat moment de zaak van [betrokkene 10] aan de orde is. [betrokkene 10] is bij die zitting ook verschenen. [medeverdachte 12] stuurt deze berichten, afkomstig van ‘brada bril’ dan door aan [medeverdachte 16] . In één bericht schrijft [medeverdachte 12] aan [medeverdachte 16] : “Ja vrouw van boek en jongste zwager zitten bij de rechtzaak op het moment hij houdt mij op de hoogte. (…)”. De vrouw van boek ( [betrokkene 13] ) is [betrokkene 12] , zus van [verdachte] . De verdediging heeft erop gewezen dat [verdachte] niet de jongste zwager is van [betrokkene 13] waarmee duidelijk is dat [verdachte] niet Brada bril is. Daarbij moet volgens de verdediging bedacht worden dat [medeverdachte 12] het niet in zijn hoofd zou halen om tegen [medeverdachte 16] niet de waarheid te vertellen. Het Openbaar Ministerie stelt in de repliek dat [betrokkene 14] de jongste broer is van [betrokkene 10] , die geboren is in 1988 en dat [verdachte] , geboren in 1983, de op één na jongste broer is. Wat daar verder ook van zij, de rechtbank acht de eerdergenoemde contra-indicatie van het spreken in de derde persoon over Jark veelzeggender dan de mededeling ‘jongste zwager’ van [medeverdachte 12] aan [medeverdachte 16] , die er wellicht eerder op duidt dat [medeverdachte 12] niet precies op de hoogte is van de familieverhoudingen in de familie [verdachte] . De rechtbank gaat dan ook voorbij aan dit bericht. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat uit het verdere verslag van de zitting door ‘brada bril’ op 14 januari 2016 dezelfde opvallende schrijfwijze ‘we’ll’ voor het woord ‘wel’, zoals de 5gt8 dat doet, naar voren komt. 4.4 Zaaksdossier Ster 4.4.1 Standpunten Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de moord op [slachtoffer 2] , zoals in zaak A onder 1 subsidiair ten laste is gelegd. De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft hiertoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat [verdachte] opzet had op de moord op [slachtoffer 2] . Uit de berichtenwisseling van de gebruiker van het PGP-adres 7d21fc@activeshield.net (hierna: de 7d21) met de 5gt8 blijkt niet dat de 5gt8 op de hoogte is van de achtergrond en het doel van de verzoeken van de 7d21 met betrekking tot de € 90.000,- en de vuurwapens. Als alle beschikbare communicatie tussen beide PGP-adressen wordt bekeken, valt op dat de 5gt8 voortdurend opdrachten in het kader van drugshandel krijgt van de 7d21. Dat er ook een aantal vuurwapens moeten worden opgehaald en afgeleverd wijst niet op een aanmerkelijke kans op moord die bewust wordt aanvaard, nu vuurwapens ook in verband met andere strafbare feiten in het kader van drugshandel worden gebruikt. Het verzoek van 17 april 2016 van de 7d21 aan de 5gt8 om € 90.000,- euro af te leveren, is een type verzoek dat de 5gt8 voortdurend krijgt. Nergens blijkt van enig voor de 5gt8 kenbaar verband met de moord eerder die dag. Het Openbaar Ministerie wijst nog op vermeende wetenschap bij [verdachte] over de zaak 26Koper, waaruit volgt dat de vuurwapens van de organisatie bedoeld waren voor liquidaties. Als al kan worden bewezen dat [verdachte] de gebruiker is van de y2f9, dan nog kan uit de informatie-uitwisseling met vermeend [medeverdachte 12] eind 2015/begin 2016 over de zaak 26Koper op geen enkele wijze opzet worden afgeleid ten aanzien van de vuurwapens die [verdachte] op verzoek van de 7d21 op 12 april 2016 moet ophalen. 4.4.2 Feiten en omstandigheden 4.4.2.1 Schietincident op 17 april 2016 Een getuige, wonend aan de [straatnaam 1] te IJsselstein, hoort op 17 april 2016 omstreeks 10:00 uur knallen. Hij rent naar beneden, richting de auto van zijn buurman, een Volkswagen Polo. Hij ziet dat de buurman gewond is en niet reageert. Hij ziet de dader met een bivakmuts op, met een pistool, in een grijze BMW M5. De getuige ziet achter het stuur van de BMW nog een persoon met een bivakmuts op. Hij ziet beide daders vervolgens wegrennen, ze dragen een soort regenjas met een horizontale reflectiestreep. Een van hen houdt een AK machinegeweer vast. De getuige rijdt in de Volkswagen Polo vol gas naar het ziekenhuis, met de buurman op de bijrijdersstoel. Op 17 april 2016, omstreeks 10:00 uur, hoort de politie van de meldkamer dat er op de [straatnaam 1] te IJsselstein zou zijn geschoten vanuit een voertuig met kenteken [kenteken 3] . Twee verbalisanten begeven zich naar de plaats delict en horen dat er een grijze Volkswagen weggereden is. Als zij wachten op de [straatnaam 2] , ter hoogte van de [straatnaam 3] , komt er een grijze Volkswagen met hoge snelheid aangereden. De Volkswagen mindert vaart en de bestuurder heeft bloedvlekken op zijn T-shirt. Naast de bestuurder hangt een man tegen de deur. Hij zit, ter hoogte van zijn borst, onder het bloed. De bestuurder roept dat hij het slachtoffer heeft en dat hij naar het ziekenhuis moet. Het slachtoffer blijkt [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) te zijn, geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 2] 1978. Hij overlijdt diezelfde dag in het ziekenhuis. Er is sectie verricht op het lichaam van [slachtoffer 2] . Er zijn mogelijk vijf inschoten, waaronder een aan de hals/nek en drie aan de romp, minimaal vijf doorschoten en mogelijk meerdere schampverwondingen. Het intreden van de dood wordt verklaard door het schieten. 4.4.2.2 Onderzoek naar de uitvoerders Een getuige ziet op 17 april 2016 omstreeks 10:05 uur twee mannen rennen, komende vanuit de [straatnaam 4] te IJsselstein. De tweede persoon heeft een groot vuurwapen vast. Zij ziet dat ze het wandelpad van de [straatnaam 3] (de rechtbank begrijpt: [straatnaam 3] ) oversteken en het bosperceel inrennen. Beide mannen dragen een zwart regenpak of sportpak, met op de borst een grijze, reflecterende streep. Een getuige is op 17 april 2016 omstreeks 10:00 uur bij zijn volkstuin aan de [straatnaam 3] in IJsselstein. Hij ziet een man in zijn tuinhuisje, die de werkbroek, -jas en -klompen van de getuige aan heeft. Het is een Marokkaanse jongen en hij ziet dat de jongen een rode boodschappentas pakt en daar kleding in doet en daarna wegrent. De getuige loopt achter hem aan en ziet dan een politieauto aan komen rijden. Hij wijst de jongen aan en zegt tegen de politie dat ze hem moeten pakken omdat hij zijn werkkleren heeft gestolen. Een van de verbalisanten hoort de bestuurder van de grijze Volkswagen roepen: ‘Daar, daar in dat bos. Daar moet je zijn, daar zijn ze heen’ en ziet de bestuurder daarbij zwaaien in de richting van de [straatnaam 3] . Vervolgens wordt hij door meerdere personen aangesproken dat de verdachten het bosperceel, omringd door de [straatnaam 3] , in zijn gevlucht. In dit bosperceel is ook een moestuin gelegen. Een getuige zegt: “U moet hem aanhouden, hij heeft mijn kleding gestolen en zich omgekleed. Hij komt van de moestuin, achter” en wijst op een man dertig meter verderop. De broek van deze man is nagenoeg volledig doorweekt en zit onder het kroos. Deze verbalisant houdt de man aan; het blijkt [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) te zijn, geboren op [geboortedag 3] 1994 te [geboorteplaats 4] . In een tuinhuisje op het perceel aan de [adres 6] te IJsselstein worden een pet, een zwarte bivakmuts, een paar duikershandschoenen en een deel van een latex handschoen aangetroffen. Op de bivakmuts wordt een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [betrokkene 2] , met een matchkans kleiner dan één op één miljard. In de omgeving waar [betrokkene 2] is aangehouden wordt in de bosschages een gekleurde tas aangetroffen met daarin onder meer een trainingsbroek, een trainingsjack, een paar gympen en een zwart regenpak, waarbij aan de mouwen van de regenjas met tape nitril handschoenen zijn bevestigd. In de tas worden daarnaast een autosleutel aangetroffen van het merk Audi en twee kapotte BlackBerry’s. Dit blijken PGP-toestellen te zijn. In een sloot nabij het volkstuinencomplex worden verschillende goederen aangetroffen, waaronder een zwarte bivakmuts en een regenjack, voorzien van een horizontale reflecterende witte bies. Aan de mouwopening van het regenjack is met tape een nitril handschoen bevestigd en in een jaszak bevinden zich twee aanstekers. In een geluidswal worden een joggingbroek en een sweater met capuchon aangetroffen. Op zowel de binnenzijde van de kraag van de sweater, als op de bivakmuts, wordt een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedag 4] 1993, met een matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard. Op 21 april 2016 wordt [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), geboren op [geboortedag 4] 1993 te [geboorteplaats 2] , aangehouden. Er wordt een schotrestenonderzoek uitgevoerd, onder meer op de mouwen van de aangetroffen regenjacks, de handschoenen die daar met tape aan zijn vastgemaakt en de aangetroffen bivakmutsen. Dat onderzoek toont een vrijwel zekere relatie aan tussen die goederen en een schietproces. 4.4.2.3 Veroordeling [betrokkene 1] en [betrokkene 2] Voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 2] zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beiden veroordeeld tot een gevangenisstraf van tweeëntwintig jaren. 4.4.3 Duiding van de PGP-berichten Het zaaksdossier Ster bevat onder meer PGP-berichten, afkomstig uit de Marengo-dataset, die betrekking lijken te hebben op de moord op [slachtoffer 2] . De rechtbank zal de PGP-berichten, samen met verdere onderzoeksresultaten, hierna bespreken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende ‘onderwerpen’ die in de PGP-berichten aan de orde lijken te komen, namelijk: vraag naar auto’s; klaarzetten auto’s; stalling auto’s; jerrycans en flessen benzine; vuurwapens; sweepen auto’s; spotten; overige berichten van na de moord; schoonmaken kamer [betrokkene 2] ; geld; in brand steken overstapauto. De rechtbank heeft in de weergave van de tijdstippen van verzending van de berichten van [medeverdachte 6] (onder Tijdstip) in de onderstaande tabellen het tijdstip aangepast door daar zeven minuten bij op te tellen. Dit omdat – zoals in het onderzoek is vastgesteld – de tijdsinstelling van de Activeshield e-mailadressen die [medeverdachte 6] gebruikte zeven minuten afwijkt ten opzichte van het e-mailsysteem van de ontvanger. In de tabellen zijn de UTC-tijdstippen vermeld. In verband met de zomertijd die toen gold dient daarbij twee uur te worden opgeteld. 4.4.3.1 Vraag naar auto’s Op 4 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] de volgende berichten aan [medeverdachte 13] . Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 20:39 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Oké en we moeten even praten over fietsen stelen 21:02 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Alleen kijk als jij fietsen gaat stelen en je wordt gepakt??? Want alleen jij weet die box? 21:06 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Oké sir Hoewel de reactie van [medeverdachte 13] ontbreekt, valt uit de berichten wel af te leiden dat [medeverdachte 13] heeft gereageerd. Verder stelt de rechtbank vast dat uit het Marengo-dossier blijkt dat met ‘fietsen’ auto’s worden bedoeld. Op 12 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] de volgende berichten. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 11:33 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/12/2016 @ 1:31 pm] Sir heb een snelle fiets nodig en 1 overstap. Welke kunnen ze krijgen. En hebben we nog yerrie’s met bezine om ze in de fik te steken. 11:39:11 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Junior wil 2 fietsen welke moet ik geven sir 11:40:11 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Oke 11:40:22 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Welke zijn er? 11:42:21 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/12/2016 @ 1:45 pm] Subject: Re: S5 4 deurs M5 4 deurs A5 gechipt 2 deurs A6 audi all road ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 5E5EQ Verzonden: 12 Apr 2016 13:33 Welke zijn er? Op grond van de voorgaande berichten stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 6] , op verzoek van [betrokkene 11] , bij [medeverdachte 13] de vraag om een snelle auto en een overstapauto uitzet. Uit de berichten valt af te leiden dat [medeverdachte 13] heeft gereageerd, want [medeverdachte 6] stuurt een bericht van [medeverdachte 13] (‘Depp’) met vier auto’s door aan [betrokkene 11] . Ook blijkt dat [medeverdachte 16] heeft gereageerd op de vraag van [medeverdachte 6] welke hij moet geven. 4.4.3.2 Klaarzetten auto’s Vervolgens worden onder meer de volgende PGP-berichten verzonden. 12 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 15:20 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Ben je al in de buurt van fietsen m5 en s5 willen ze hebben 15:23 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Adress krijg ik nog 13 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 09:55 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/13/2016 @ 11:56 am] Goeiemorgen sir. ijselsein , adress , griekenlandweg dat is adress voor m5 , s5 zomerdijk, vianen , parkeerplaats , lings beneden , want als je er rijd zit je op een dijk 10:00 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/13/2016 @ 12:2 pm] M5 om 7 uur , s5 om 8 uur sir , Dat is wat jongens willen 18:36 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/13/2016 @ 8:38 pm] Van rijder: Yes sir , achter van der valk , langs die weg. Dan rijd je hem uit , kan je lings en rechts , dan ga je naar rechts endan uitrijden tot je stop bord krijg dan rijd je nog rechtdoor dan zie je aan je linker hand benden een parkeerplaats daar moet die staan , zomerdijk sir 14 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 13:54 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/14/2016 @ 3:56 pm] Ik zit net te overleggen sir. Ze willen m op die nieuwe plek hebben die s5. Vanwege de vlucht route die ze al vanaf vanochtend hebben gepland. Die is beter dan die van vi 14:35 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/14/2016 @ 4:37 pm] Hij staat links achter he Die andere staat ook 18:16 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/14/2016 @ 8:19 pm] Subject: Re: Ja daar ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 6482Q Verzonden: 14 Apr 2016 20:07 FW: Junior [04/14/2016 @ 8:17 pm] Sir vraag is duidelijk waar ze die s5 hebben neergezet, in zijderveld. Schoolstraat was adres. 19:13 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/14/2016 @ 9:15 pm] Subject: Re: Heee ik was er nog langs gereden hij stond er nog Griekenlandweg 2e hofje zelfde plek Heb u gezegd ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 64A1Q Verzonden: 14 Apr 2016 21:03 FW: Junior [04/14/2016 @ 9:12 pm] Sir vraag dep waar die m5 staat, want staat niet op zelfde plek als gisteren. Zeg m grieklandweg in ijsel. Waar? 19:52 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/14/2016 @ 9:46 pm] Subject: Fw: Onder sir. Is wel raar dan. ------Origineel bericht------ Van: Mexx Aan: Eigen/own Onderwerp: Verzonden: 14 Apr 2016 21:41 De spotters zijn langs grieklandweg gereden en hebben de m5 daar niet zien staan om 17.00 en 18.00. Zelfs om 19.30 hebben ze hem niet zien staan. Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat de keuze is gevallen op de BMW M5 en de Audi S5 en dat [betrokkene 11] (door [medeverdachte 6] opgeslagen als ‘Junior’), via [medeverdachte 6] (door [medeverdachte 13] opgeslagen als ‘Aapje 2’), aan [medeverdachte 13] laat weten waar en wanneer hij deze moet neerzetten. [medeverdachte 6] houdt [betrokkene 11] op de hoogte door berichten van [medeverdachte 13] aan hem door te sturen. Uit onderstaande berichten blijkt dat [medeverdachte 13] ook in de ochtend van 17 april 2016 de BMW M5 klaarzet. 16 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 22:46 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/17/2016 @ 12:43 am] Die a5 gaan ze nu zelf afgeven sir. Dus m5 kan daar gewoon neergezet worden. 22:55 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Je kan hem neerzetten die m5 adress geef ik je zo 17 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 00:00 [betrokkene 11] [medeverdachte 6] Sir hoelaat gaat ie die M neerzetten. Want mijn jongens moeten daar al zijn voor dat depp daar is zodat ze kunnen checken ofdat ie m goed zet. 01:15 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/17/2016 @ 3:17 am] Subject: Re: Rond 5.45 ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 69AAQ Verzonden: 17 Apr 2016 03:03 Dus hoelaat zet u m neet?? 04:01 [medeverdachte 13] [medeverdachte 6] Sir fiets taatb er maar geen vuur Geen aansteker !!!! s 04:08 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] M 5 staat er maar er zit geen Aansteker bij 4.4.3.3 Stalling auto’s Op 13, 15 en 18 april 2016 worden onderstaande berichten verzonden. 13 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 15:48 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Sir die fietsen moeten op tijd er staan Depp zegt kan niet allemaal mensen bij die stalling 15:50 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Die man die fietsen pakt zegt er zijn allemaal mensen daar kan ze nu niet pakken dus die tijden red die niet Pffffffff 18:12 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Ja echt ik heb al gezegd hoe kan je zo een fucking plek huren waar je niet 24/7 bij kan zegt die ja in de winter was daar niemand en ik neem aan ook linksachter 18:27 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/13/2016 @ 8:30 pm] Ja als dit elke keer zo gaat U weet zelf de situatie daar en t word erger en ik snap ook wel dat we andere lokatie moete hebbe ben druk bezig sir maar als ik t goed probeer te doen en t lot zit tegen ja wat dan 15 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 05:11 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/15/2016 @ 7:13 am] Subject: Re: En buurman was er en heeft m5 gezien ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 658AQ Verzonden: 15 Apr 2016 07:01 Sir?? 07:41 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Ja hij zei ook dat buurman bij die stalling hem naar binnen zag gaan met m5 en die jongens gaan hem zeer scherp in de gaten houden 18 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 19:19 [betrokkene 11] [medeverdachte 6] Sir, depp zou die polo tog weghalen, waarom staat die shit auto nog op chilidreef en heeft ie alleen de sleutel meegenomen. Wat voor kk debiel dat man. Word schijtziek van hem. Wollah. Die auto moet nu terug na binnen en grondig schoonmaken. 19:20 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Hy heeft met ander erover gesproken als ik het goed heb heeft die andere plek gevonden om te stallen Op grond van de voorgaande berichten stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 13] verantwoordelijk was voor de stalling van auto’s, waaronder de BMW M5. 4.4.3.4 Jerrycans en flessen benzine Op 12 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] ook de volgende berichten, over flessen benzine die – gelet op het eerdere bericht van [betrokkene 11] van 12 april 2016 om 11:33 uur – bestemd zijn om de auto’s mee in brand te steken. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 12:04 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Heb je ook een volle Jerry can voor hun 12:06 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/12/2016 @ 2:8 pm] Meestal gewoon 2 flessen 12:08 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/12/2016 @ 2:10 pm] Ja is goed sir 2 flessen vol voor elk fiets 1, gewoon in de kofferbak doen. En fietsen achter laten op adres die ik zometeen doorkrijg. 15:18 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Flessen geen jerrys Op 13 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] het volgende bericht van [medeverdachte 13] door aan [betrokkene 11] . Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 18:06 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/13/2016 @ 8:2 pm] Yo audi staat er sleutel links achterwiel 1 aansteker 2 aa flessen achter bestuurder audi 2 aa flessen in kofferbak bmw Op 16 april 2016 worden de volgende berichten verzonden. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 20:31 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] FW: Junior [04/16/2016 @ 10:28 pm] Sir? + yerri in de m5 zetten. 2x. 20:32 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] In die m zitten ook flessen Op 17 april 2016 worden de volgende berichten verzonden. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 04:01 [medeverdachte 13] [medeverdachte 6] Sir fiets taatb er maar geen vuur Geen aansteker !!!! s 04:11 [medeverdachte 13] [medeverdachte 6] Ja 2 jerrycan van 5 liter ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 69CBQ Verzonden: 17 Apr 2016 06:02 En flessen wel dan 04:12 [medeverdachte 13] [medeverdachte 6] Meld ff En die jerrys recht houde 04:38 [medeverdachte 13] [medeverdachte 6] Ok tering en je moet ook zeggen dat ze die jeryys recht moeten houden 1 zit in t zijvakje die lekt Die andere beter achter een stoel zette anders gaat hij glijden ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 69D9Q Verzonden: 17 Apr 2016 06:29 Krijg geen reactie 12:26:26 [betrokkene 11] [medeverdachte 16] Die m5 waar ze mee waren die heads die staat daar nog en word sporenonderzoek op gedaan. 12:26:54 [medeverdachte 16] [medeverdachte 13] Sir die kk kk M5 wou niet starten petten hebben hem nu 12:29 [medeverdachte 13] [medeverdachte 16] Godver d. Pfffff Sir nu word t lelijk Ik start dat ding zonder problemen en rij dat ding zonder prob ------Origineel bericht------ Van: Morinjo Aan: Eigen/own Onderwerp: Verzonden: 17 Apr 2016 14:26 Sir die kk kk M5 wou niet starten petten hebben hem nu 12:31 [medeverdachte 13] [medeverdachte 16] Dit is echt lelijk Snap dat echt niet sir u ziet ik zet m daar ook neer en als ik problemen had gehad met starten had ik dat gelijk gemeld sir gelijk De politie heeft onderzoek gedaan aan de BMW M5 die door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op de [straatnaam 1] is achtergelaten. Voor de passagiersstoel ligt een jerrycan met onbekende inhoud die riekt naar benzine en in de kofferbak worden twee jerrycans van vijf liter aangetroffen, met vermoedelijk benzine. Een van de jerrycans is zwart met een groene dop en blijkt te lekken wanneer deze op de zijkant wordt gelegd. Op een foto van de kofferbak van de BMW is te zien dat de zwarte jerrycan met de groene dop zich in een zijvak van de kofferbak bevindt. In het bijrijdersportier worden twee flesjes AA Drink van 500 ml aangetroffen, waarvan de inhoud sterk naar benzine ruikt. Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat de BMW M5 die door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] is gebruikt door [medeverdachte 13] is geleverd en dat hij ook heeft gezorgd voor de jerrycans en de flessen benzine. Uit onderzoek blijkt dat de BMW M5 gestolen is. 4.4.3.5 Vuurwapens Op 12 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] de volgende berichten. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 12:21 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] FW: Junior [04/12/2016 @ 2:23 pm] Sir heb 1 kalas en 2 g’tje nodig, die kan je achter laten in koffer van m5 12:24 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Oké sir rijder broertje bril aan laten pakken en afgeven? 12:27 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Oké en door wie schoon laten maken 12:29 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Oké sir Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat [betrokkene 11] bij [medeverdachte 6] vraagt om een Kalasjnikov en twee handvuurwapens. Dat met ‘1 kalas en 2 g’tje’ een Kalasjnikov en twee handvuurwapens worden bedoeld, volgt uit berichten die hierna zijn opgenomen, waarin gesproken wordt over ‘yzers’, ‘Walters’, ‘magazijn’ en ‘bonen’. Daar komt bij dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de ochtend van 17 april 2016 twee handvuurwapens van het merk Walther en een op een Kalasjnikov gelijkend automatisch vuurwapen bij zich hebben bij de uitvoering van de moord. [medeverdachte 6] stuurt dit bericht van [betrokkene 11] door aan [medeverdachte 16] en vraagt hem wie hij de wapens moet laten ophalen en afgeven en door wie hij de wapens moet laten schoonmaken. Uit de berichten valt op te maken dat [medeverdachte 16] op de berichten van [medeverdachte 6] heeft gereageerd. Op 12 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] de volgende berichten. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 12:32 [medeverdachte 6] [medeverdachte 14] Hallo bro ik heb 2 yzers nodig Walters heb jij toch en goed goed schoonmaken voordat je ze afgeeft 12:45 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Tali wil weten hoeveel magazijn en bonen erbij? 12:48 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Oké sir 12:51 [medeverdachte 6] [medeverdachte 14] Ja ze worden opgehaald en doe gewoon 2 magas vol per ijzer dus elke yzer 1 maga extra 13:39 [medeverdachte 6] [verdachte] Oké daar moet u ze straks ook aanpakken op 1 adress 1 kalas en op andere adress 2 yzers 14:24 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] FW: Tali [04/12/2016 @ 4:26 pm] Subject: Re: Heb 2 extra magazijnen 1tje vol en 1tje met 10 erin. Die andere 2 die erin zitten zijn vol. Hoe laat wou u komen sir? ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 5F06Q Verzonden: 12 Apr 2016 15:43 Oke 14:27 [medeverdachte 6] [verdachte] FW: Tali [04/12/2016 @ 4:29 pm] [adres 1] utrecht ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 5F0EQ Verzonden: 12 Apr 2016 16:18 Hij kan nu ko.men geef maar adress sir 14:29 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] In 1 extra mag zit 10 de rest is vol 14:31 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Ja had ik gezegd tegen tali 14:32 [medeverdachte 6] [medeverdachte 14] Heb je ze goed schoongemaakt en met 10 min is die jongen er blauwe Peugeot 407 14:45 [medeverdachte 6] [medeverdachte 14] Oké sir 14:46 [medeverdachte 6] [verdachte] Bent u er al 14:47 [medeverdachte 6] [medeverdachte 14] 1 min is die er 14:50 [medeverdachte 6] [medeverdachte 14] Hij is er Op 16 april 2016 wisselen [medeverdachte 14] en [betrokkene 17] de volgende berichten uit. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 08:43 [medeverdachte 14] [betrokkene 17] Ik had 2 ijzers afgegeven 08:44 [betrokkene 17] [medeverdachte 14] En waarom ben jij ze gaan afgeven dan ? 08:47 [medeverdachte 14] [betrokkene 17] Dep en aapje begonnen me ineens te mailen ik heb snel gedaan en die ding is opgehaald. Uit de voorgaande berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 14] (‘Tali’) doorgeeft dat hij twee handvuurwapens van het merk Walther nodig heeft, met daarbij twee volle magazijnen per vuurwapen. [medeverdachte 14] geeft het gevraagde aan [verdachte] door, die voor [medeverdachte 6] het transport ervan verzorgt. [medeverdachte 6] houdt [medeverdachte 16] op de hoogte. Uit de berichten blijkt dat [medeverdachte 16] reageert. In de middag van 12 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] de volgende berichten. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 15:31 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Yzers heeft die al hij wacht om kalas te ontvangen 15:42 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Kan je mij nog 1 x adress sturen waar die yzer af kan geven hij gaat nu kalas halen in overvecht ook dus hij kan met 20 min daar zijn 15:58 [medeverdachte 6] [verdachte] FW: Junior [04/12/2016 @ 5:48 pm] [adres 2] utr 16:26 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Yzers zijn afgegeven en fietsen wil die morgen hebben omdat het al te laat is Op grond van deze berichten stelt de rechtbank vast dat [verdachte] twee handvuurwapens en een automatisch vuurwapen heeft afgegeven op het adres dat [medeverdachte 6] van [betrokkene 11] heeft gekregen, te weten de [adres 2] in Utrecht. In de eerder in dit vonnis genoemde getuigenverklaringen komt naar voren dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] een automatisch vuurwapen bij zich hebben als zij op de vlucht slaan. In het water in het bosperceel ten noordoosten van het moestuincomplex aan de [straatnaam 3] te IJsselstein wordt op 3 mei 2016, ongeveer drie tot drieënhalve meter uit de oever met het looppad, een vuurwapen aangetroffen. Dit vuurwapen is een soortgelijk vuurwapen als een AK47 en het vuurwapen is niet duidelijk zichtbaar begroeid door waterplanten of algen. Het vuurwapen is voorzien van een patroonhouder en in de patroonhouder bevinden zich meerdere patronen. Uit onderstaand PGP-bericht van 17 april 2016 leidt de rechtbank af dat dit het vuurwapen is dat door [betrokkene 1] is weggegooid tijdens de vlucht. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 14:33 [betrokkene 18] [betrokkene 11] Bro hij zegt we hebben gedaan wat we moesten doen toen ze de fiets wouden starten deed die het niet ze hebben daar nog een tijdje lopen kloten ermee hij wou maar niet zijn ze te voet verder gegaan B. Heeft die kalas mee genomen en gedumpt in de sloot, alle anderen spullen zijn we achter gebleven konden ze niet mee nemen law heeft wel pgps mee genomen nu is het afwachten Uit de volgende berichten van 17 april 2016 leidt de rechtbank af dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de Walthers in de BMW M5 hebben laten liggen. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 14:36 [betrokkene 11] [betrokkene 18] Dus hij wou zomaar niet starten niks. Uit t niets, terwijl ze zijn nog vanaf waar die is neergezet na die huis van die hond gereden. Hoe is boston weggekomen? Waar zijn die 2 andere ijzers? Die walter? 14:41 [betrokkene 1] met PGP van [betrokkene 18] [betrokkene 11] met boston hier, broer kijk we hebben gedaan wat we moesten geen stommiteiten zoals radio of iets we waren gefoccust die kleintjes liggen nog in de auto alleen die kalas ligt in de sloot maar geloof mij op mijn woord die auto wou niet we hebben echt alles geprobeerd maar hij wou niet!! Uit het bericht blijkt dat [betrokkene 1] gebruikmaakt van het PGP-toestel van [betrokkene 18] (hierna: [betrokkene 18] ). Het bericht begint met ‘met boston hier’, en de bijnaam van [betrokkene 1] is ‘Boston’. Op grond van onderstaande berichten van 17 april 2016 stelt de rechtbank vast dat [betrokkene 1] met een van de handvuurwapens op [slachtoffer 2] heeft geschoten. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 14:50 [betrokkene 11] [medeverdachte 3] Vraag eens aan boston hoe ze die man hebben gedaan? Wie heeft wat gedaan?? Hoe hebben ze m precies gepakt. 14:51 [medeverdachte 3] [betrokkene 11] Hij tekst het je nu 14:55 [betrokkene 1] met PGP van [medeverdachte 3] [betrokkene 11] We zaten achterin. Toen hij na buiten kwam gewacht tot ie achter het stuur zat. Toen ben ik uitgestapt met kleintje na hem gerent eerst van voren toen van de zijkant en ben ik terug gegaan na fiets en toen zijn de problemen begonnen. 15:06 [betrokkene 11] [medeverdachte 16] Hij heeft m met die gtje gedaan. En die kalas heeft hij meegenomen en in sloot gedumpt. Uit de voorgaande berichten blijkt dat [betrokkene 1] het PGP-toestel van [medeverdachte 3] gebruikt, nu ‘Boston’ zijn bijnaam betreft. Op de parkeerplaats van de [straatnaam 1] worden acht hulzen, een kogelpunt en twee manteldelen aangetroffen. In de auto van het slachtoffer worden onder meer drie hulzen aangetroffen. Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer 2] worden drie kogelpunten aangetroffen en in zijn kleding wordt ook een kogelpunt aangetroffen. In de door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gebruikte BMW M5 ligt in het middenconsole een pistool. In de houder van dit pistool zitten veertien scherpe patronen, in de kamer zit één scherpe patroon. Deels onder de passagiersstoel ligt ook een pistool. Zowel in de houder als in de kamer van dit pistool zit één scherpe patroon. Op de achterbank van de BMW worden in een sporttas twee houders van een vuurwapen, voorzien van enkele 9mm patronen, aangetroffen, een soortgelijk los patroon en een magazijnhouder van een automatisch vuurwapen voorzien van bijbehorende patronen en nog een soortgelijk los patroon. De twee pistolen zijn van het merk Walther, model P99, kaliber 9mm. Uit vergelijkend onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) volgt dat de hypothese dat de elf aangetroffen hulzen zijn verschoten met het pistool dat onder de passagiersstoel van de BMW is aangetroffen, minimaal zeer veel waarschijnlijker is dan de hypotheses dat de hulzen zijn verschoten met het pistool dat in de middenconsole is aangetroffen of een ander vuurwapen. Uit datzelfde onderzoek volgt dat de hypothese dat de zeven kogelpunten/manteldelen zijn afgevuurd uit de loop van het pistool dat onder de passagiersstoel van de BMW is aangetroffen, extreem veel waarschijnlijker is dan de hypothese dat de kogels zijn afgevuurd uit de loop van het pistool dat in de middenconsole is aangetroffen of uit een ander vuurwapen. Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 2] is gedood door de kogels uit de Walther die (deels) onder de passagiersstoel is aangetroffen. Het feit dat er twee handvuurwapens van het merk Walther en twee losse patronen in de BMW M5 zijn aangetroffen, komt precies overeen met hetgeen [verdachte] op 12 april 2016 bij [medeverdachte 14] heeft opgehaald en op verzoek van [betrokkene 11] heeft afgegeven. Nog dezelfde middag, na de moord, vraagt [betrokkene 11] waar ‘die 2 andere ijzers, die walter’ zijn. De rechtbank concludeert dan ook dat de aangetroffen vuurwapens, waarvan er een is gebruikt, de Walthers betreffen die door [medeverdachte 14] zijn geleverd. 4.4.3.6 Sweepen auto’s Op 15 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] de volgende berichten. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 05:11 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] FW: Depp [04/15/2016 @ 7:12 am] Subject: Re: Sir ff ben hier net Ik heb sweaper ddoorgebrand met verkeerde autolader net ------Origineel bericht------ Van: Aapje 2 Onderwerp: <$RemoveOnDelivery,Confirm> 6589Q Verzonden: 15 Apr 2016 06:59 Goedemorgen sir bent optijd om die gechipte neer te zetten 06:47 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Jaaa die apparaat is belangrijk en jij verneukt hem weer hoe kan je nou de verkeerde lader erin doen en ik heb hem via een gozer niet uit een winkel 07:20 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Die debiel zegt dat die vanochtend verkeerde lader erin heeft gedaan en is doorgebrand en m5 staat nu binnen en Depp heeft om 8.15 gechipte a5 neergezet voor die jongens De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 13] (‘Depp’) aan [medeverdachte 6] meldt dat hij de sweeper heeft doorgebrand. [medeverdachte 6] stuurt dat bericht door aan [betrokkene 11] en meldt het probleem even later ook bij [medeverdachte 16] . In de middag van 15 april 2016 stuurt [medeverdachte 6] de volgende berichten, waaruit volgt dat hij via [medeverdachte 16] een ander sweepapparaat leent bij [medeverdachte 5] , dat hij door [betrokkene 19] (hierna: [betrokkene 19] ) bij [medeverdachte 13] laat brengen. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 13:05 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Salaam sir kunt u dan vragen of we die sweep apparaat weer mogen lenen 13:52 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Ja sir ik snap ook echt niet waarom je hem niet thuis in de lader heb gedaan zoiets vergeet je toch niet en ik ga die sweep van eerst weer lenen Oké dan laat ik hem straks aan jou afgeven 14:37 [medeverdachte 6] [medeverdachte 16] Szz reageert niet sir en nog iemand anders ook niet is er storing?? 17:43:57 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Waar ben je ik heb zo die apparaat voor je 17:43:58 [medeverdachte 6] [betrokkene 19] Kan je sweep apparaat aanpakken ik Denk bij visboer maar bevestig je zo 18:05 [medeverdachte 6] [betrokkene 19] kmqt639k@pgpsafe.net mail hem en zeg dat ik hem niet kan bereiken storing ofzo om die sweep aan te pakken Op 16 april 2016 worden de volgende berichten uitgewisseld. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 10:40 [betrokkene 11] [medeverdachte 6] Sir kunnnen ze sweap apparaat krijgen. 10:54 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Ik ga vragen sir 10:55 [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] Ben je alweer in de buurt jongens hebben die sweaper nodig? 10:59 [medeverdachte 6] [betrokkene 11] Over een half uurtje ongeveer is die terug dan laat ik hem aanpakken door rijder en die geeft hem da af 12:52 [medeverdachte 13] [medeverdachte 6] Afgegeven sir hij is onderweg 13:11 [medeverdachte 3] [betrokkene 11] Jo bro k heb hem. Al 14:39 [betrokkene 11] [medeverdachte 6] Ze hebben m gesweapt waneer moet sweap weer terug. 14:42 [medeverdachte 6] [betrokkene 19] Kan je die apparaat Weer aanpakken dezelfde adress over hoelang kunt u daar zijn? 14:59:12 [betrokkene 11] [medeverdachte 3] Oke bro thx. Was t gelukt met sweapen. auto is schoon. 14:59:40 [medeverdachte 3] [betrokkene 11] Ja bro Op grond van deze berichten stelt de rechtbank vast dat (ook) [medeverdachte 3] gebruik heeft gemaakt van het sweepapparaat om een auto te sweepen, en dat [medeverdachte 6] heeft geregeld dat het apparaat van [medeverdachte 13] bij [medeverdachte 3] terechtkomt en daarna weer wordt opgehaald. 4.4.3.7 Spotten In de avond van 16 april 2016 worden de volgende berichten uitgewisseld. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 20:52 [betrokkene 11] [medeverdachte 16] Die man gaat wel na buiten als licht is heledag door. In en uit bij zijn huis maar zodra t na 20h is zien m niet meer deur uitgaan. Hij is al 3x na utr geweest keiland. 2x gein, en 2x in ijssel zelf na de supermarkt en winkelcentrum. Ze staan nog steeds klaar daar in ijssel om m te doen zodra die na buiten komt, anders gaan ze om 6uur ochtend weer daar staan want op zondag brengt ie zijn kids na zijn ouders samen met zijn vrouw die ie daar af en rijd dan terug na huis alleen. Maar vanavond ghir. Inshallah brot. 21:43 [medeverdachte 3] [betrokkene 11] Bro we zijn daar hij s daar nog steeds 21:45 [betrokkene 11] [medeverdachte 3] Oke sir blijf effe 15 a 20min staan. 21:46 [medeverdachte 3] [betrokkene 11] Oke bro 21:47 [betrokkene 11] [medeverdachte 3] Thx bro. Wil gewoon zeker voor onzekere dat ie niet meer na buiten gaat. 21:48 [medeverdachte 3] [betrokkene 11] Ja tuurlijk bro 22:02 [betrokkene 11] [medeverdachte 16] En t heeft niks met head zijn te maken Die man moet gewoon 1stap buiten zetten brot, dat gaan ze zelf wel merken. Uit deze berichten volgt naar het oordeel van de rechtbank dat een aantal personen, waaronder in ieder geval [medeverdachte 3] , zich in IJsselstein bevindt om de bewegingen van [slachtoffer 2] in de gaten te houden, met als doel om hem te kunnen doodschieten als de kans zich voordoet. Dat met ‘die man’ [slachtoffer 2] wordt bedoeld, volgt uit hierna opgenomen berichten van 17 april 2016 en uit het feit dat [slachtoffer 2] de volgende ochtend daadwerkelijk wordt doodgeschoten nadat hij zijn woning in IJsselstein heeft verlaten. Op 17 april 2016 worden de volgende berichten verstuurd. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 01:16:03 [betrokkene 11] [betrokkene 18] , [medeverdachte 3] Top bro thx. Hoelaat gaan jullie voor die huis van die hond staan? 01:16: