← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:699

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/997002-19 Datum uitspraak: 27 februari 2024 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, gedetineerd. Inhoudsopgave 1Onderzoek 1.1 Onderzoek ter terechtzitting 1.2 Inleidende opmerkingen 1.2.1 Werkwijze van de rechtbank 1.2.2 Start van het onderzoek 1.2.3 Procesdossier Marengo 2Tenlastelegging 3Voorvragen 4Waardering van het bewijs 4.1 De kroongetuige 4.1.1 Inleiding 4.1.2 Totstandkoming van de overeenkomst 4.1.3 Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst 4.1.4 Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst 4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling? 4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan? 4.1.4.3 Samenvatting en conclusie 4.1.5 Betrouwbaarheid van de kroongetuige 4.1.5.1 Verweer van de verdediging 4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank 4.1.6 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU? 4.2 PGP-bewijs 4.3 PGP-identificatie 4.3.1 Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo 4.3.2 Identificatie e-mailadressen overige gebruikers 4.3.3 Identificatie e-mailadressen [verdachte] 4.4 Zaaksdossier Kreta 4.4.1 Inleiding 4.4.2 Standpunten 4.4.3 Voorgeschiedenis 4.4.4 Verklaringen van [medeverdachte 1] 4.4.5 Duiding van de PGP-berichten in relatie tot voorbereiding moord 4.4.5.1 Periode van oktober tot en met december 2015 4.4.5.2 Periode van december 2015 tot en met januari 2016 4.4.5.3 Periode van 17 tot en met 19 april 2016 4.4.5.4 Periode van 20 mei tot en met 1 juni 2016 4.4.6 Duiding van de PGP-berichten en overige gegevens met betrekking tot (verdere) voorbereiding van moord en de uiteindelijke liquidatie van [slachtoffer 1] 4.4.7 Onderzoek naar de liquidatie van [slachtoffer 1] 4.4.8 Wegmaken van sporen 4.4.9 Betrouwbaarheid van [medeverdachte 1] 4.4.10 Oordeel van de rechtbank 4.4.10.1 Voorbereiding moord op [slachtoffer 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] 4.4.10.1.1 Juridisch kader voorbereiding 4.4.10.1.2 Verweer van de verdediging 4.4.10.1.3 Oordeel van de rechtbank 4.4.10.1.4 Voorbereidingsmiddelen 4.4.10.1.5 Conclusie 4.4.10.2 Moord op [slachtoffer 1] 4.5 Zaaksdossier 140 Sr (de criminele organisatie) 4.5.1 Standpunten 4.5.2 Oordeel van de rechtbank 4.5.2.1 Juridisch kader artikel 140 Sr 4.5.2.2 Gepleegde misdrijven 4.5.2.3 Wagenpark 4.5.2.4 Onderzoek Koper 4.5.2.5 Aangetroffen administraties 4.5.2.6 Verklaringen van [medeverdachte 1] 4.5.2.7 Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie 4.5.2.8 Deelname aan de criminele organisatie 5Bewezenverklaring 6Strafbaarheid van het feit 6.1 Vrijwillige terugtred 6.2 Conclusie 7Strafbaarheid van verdachte 7.1 Psychische overmacht? 7.1.1 Juridisch kader 7.1.2 Standpunt van de verdediging 7.1.3 Oordeel van de rechtbank 8Motivering van de straf 8.1 Eis van het Openbaar Ministerie 8.2 Standpunt van de verdediging 8.3 Oordeel van de rechtbank 8.3.1 Ernst van de feiten en persoon van de verdachte 8.3.2 Redelijke termijn 8.3.3 Wet straffen en beschermen 8.3.4 Conclusie 9Beslag 9.1 Standpunten 9.2 Oordeel van de rechtbank 10Toepasselijke wettelijke voorschriften 11Beslissingen Bijlage 1 – Tenlastelegging Bijlage 2 – Overzicht PGP-e-mailadressen en gebruikers Bijlage 3 – Feitenvaststelling overige zaaksdossiers Bijlage 4 – Bewijsoverwegingen criminele organisatie ten aanzien van de medeverdachten Bijlage 5 – Beslaglijst Bijlage 6 – Standpunten en toelichting Openbaar Ministerie met betrekking tot beslag 1Onderzoek 1.1 Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 10, 11 en 12 juli 2019, 24 september 2019, 12 en 13 december 2019, 27 en 28 februari 2020, 19 mei 2020, 11, 12, 13 en 27 augustus 2020, 3 september 2020, 28 en 29 oktober 2020, 3 november 2020, 13, 14 en 15 januari 2021, 11, 12 en 22 maart 2021, 7 en 16 april 2021, 29 en 30 juni 2021, 14, 15, 21 en 22 september 2021, 13 oktober 2021, 7, 9, 16, 17, 20 en 22 december 2021, 1 en 21 maart 2022, 17, 20 en 24 mei 2022, 8, 9, 13, 14, 16, 20, 21, 23 en 28 juni 2022, 13 september 2022, 29 november 2022, 6 december 2022, 22 februari 2023, 27 en 29 maart 2023, 13 april 2023, 17 mei 2023, 14 juli 2023, 6 oktober 2023, 21 december 2023, 6 en 14 februari 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna: het Openbaar Ministerie) en van wat verdachte en zijn verdediging (hierna: de verdediging) naar voren hebben gebracht. 1.2 Inleidende opmerkingen 1.2.1 Werkwijze van de rechtbank Het onderzoek Marengo heeft betrekking op zeventien verdachten. Zestien van hen worden verdacht van betrokkenheid bij een of meer moorden, pogingen daartoe of voorbereiding daarvan. Alle verdachten worden beschuldigd van betrokkenheid bij dezelfde criminele organisatie die gericht was op moorden, vuurwapendelicten en gekwalificeerde diefstal. In dit vonnis zijn de overwegingen en beslissingen opgenomen die in de strafzaak tegen de hierboven genoemde verdachte zijn gegeven. De rechtbank wijst vandaag ook vonnis in de zaken van de zestien andere verdachten die (grotendeels) gelijktijdig terecht hebben gestaan. De rechtbank zal in plaats van de term ‘verdachte’ steeds de namen van de verdachten gebruiken: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 16] . De rechtbank gebruikt een voorletter in die gevallen waarin meerdere verdachten in het dossier dezelfde achternaam hebben en de hele voornaam als ze ook dezelfde voorletter hebben. Omdat in de zaak van [medeverdachte 1] het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland treedt de rechtbank in zijn zaak op als de rechtbank Midden-Nederland. In de zaak van [medeverdachte 3] was het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot het onderzoek Zeilboot al aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland op het moment dat de zaak Marengo aanving bij de rechtbank Amsterdam. Dat is de reden dat er in de zaak van [medeverdachte 3] separate vonnissen worden gewezen. Het onderzoek Marengo bestaat uit een groot aantal deelonderzoeken die onderling met elkaar verweven zijn, door de daarop gebaseerde verdenking van het leidinggeven aan dan wel de deelname aan de criminele organisatie. Deze verwevenheid maakt dat de rechtbank niet alleen op de verweren van de betreffende verdachte in zal gaan, maar waar nodig ook hetgeen is aangevoerd in de zaken van de andere verdachten (ambtshalve) in haar oordeel zal betrekken. 1.2.2 Start van het onderzoek Op 14 januari 2017 heeft [medeverdachte 1] zich na overleg met zijn advocaat laten aanhouden en vanaf dat moment is een kroongetuigetraject gaan lopen. [medeverdachte 1] heeft in 41 kluisverklaringen verklaard over een aantal moorden of pogingen daartoe waar hij deels zelf bij betrokken is geweest. Op 27 december 2017 is dit uitgemond in een overeenkomst met [medeverdachte 1] als kroongetuige. Door zijn verklaringen en door ontsleutelde PGP-berichten is een groot aantal verdachten in beeld gekomen die ervan verdacht worden te behoren tot een organisatie die verantwoordelijk is voor tot op dat moment grotendeels onopgeloste levensdelicten. Het onderzoek dat hieruit voortkwam kreeg de naam Marengo. [medeverdachte 1] was op 5 september 2017, dus al voordat hij de overeenkomst sloot, als verdachte aangehouden in de zaak Roos/Doorn. Op 18 december 2017 is [medeverdachte 7] , op wie de nacht daarvoor een aanslag was gepleegd waarbij hij gewond is geraakt, als eerste verdachte aangehouden in het onderzoek Marengo. In de loop van 2018, 2019 en 2020 zijn de overige verdachten in het onderzoek Marengo aangehouden. 1.2.3 Procesdossier Marengo Het procesdossier bevat (zoveel mogelijk chronologisch) de volgende deelonderzoeken: Rudolf: de moord op [slachtoffer 2] op 9 september 2015 en het beramen van een ontploffing in de spyshop te Nieuwegein in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015; Ster: de moord op [slachtoffer 3] op 17 april 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 3] en [betrokkene 4] in de periode van 1 maart 2016 tot en met 17 april 2016; Aker: de moord op [slachtoffer 4] op 9 mei 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 4] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016; Kreta: de moord op [slachtoffer 1] op 22 juni 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 1] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016; Tennis: de poging tot moord op [betrokkene 5] op 11 oktober 2016; Plato: de poging tot moord op [betrokkene 6] op 5 december 2016; Zeilboot/Raspvijl: de poging tot moord en de moord op [slachtoffer 5] op 8 december 2016 en de poging tot moord op [slachtoffer 5] op 2 juli 2016; Roos/Doorn: de moord op [slachtoffer 6] op 12 januari 2017 en het beramen van de moord op [betrokkene 7] in de periode 1 december 2016 tot en met 14 januari 2017; De criminele organisatie in de periode van 16 juli 2015 tot en met 14 januari 2017. Daarnaast bevat het dossier het onderzoek Alpine, dat gaat over een witwasverdenking tegen [medeverdachte 14] . In het strafdossier van iedere verdachte is, behalve het gehele Marengo-dossier (met bovengenoemde negen deelonderzoeken), tevens gevoegd: 10. alle processen-verbaal van de terechtzittingen van de rechtbank tegen ieder van de Marengo-verdachten (met uitzondering van de processen-verbaal van de terechtzittingen over de persoonlijke omstandigheden van de verdachten en de processen-verbaal van de terechtzittingen waarin enkel is gepleit of gedupliceerd; deze processen-verbaal maken slechts deel uit van het strafdossier van de desbetreffende verdachte); 10. alle processen-verbaal van (getuigen)verhoor door de rechter-commissaris die in de zaken van een of meer van de verdachten zijn opgemaakt. Alle verklaringen van alle verdachten zoals afgelegd op de terechtzittingen maken dus deel uit van het procesdossier, ook de verklaringen die zij in hun eigen zaak hebben afgelegd. Dit maakt dat het procesdossier voor elke verdachte (afgezien van de persoonsdossiers) gelijkluidend is. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is op de zitting van 27 augustus 2020 nader omschreven. [verdachte] wordt kort gezegd beschuldigd van het volgende. Feit 1: Betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 1] op 22 juni 2016 in Utrecht (ZD Kreta); Feit 2: Betrokkenheid bij de voorbereiding van de moord op [slachtoffer 1] en/of [betrokkene 1] en of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016 in Utrecht (ZD Kreta); Feit 3: Deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk moord, gekwalificeerde diefstal en/of het bezit van vuurwapens en munitie in de periode van 1 januari 2016 tot en met 14 januari 2017 (ZD 140 Sr). De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht. Die bijlage geldt als hier ingevoegd. 3Voorvragen In zaken van medeverdachten is verweer gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Voor zover deze verweren het onderwerp ‘de kroongetuige’ betreffen, zijn de overwegingen en beslissingen van de rechtbank van belang in de zaken van alle verdachten. Deze zijn daarom ambtshalve in dit vonnis opgenomen in het hierop volgende hoofdstuk 4 met de titel ‘Waardering van het bewijs’. Voor wat betreft dit gedeelte van het vonnis is de tekst voor alle verdachten gelijkluidend. Als in hoofdstuk 4.1 over ‘de verdediging’ wordt gesproken, wordt daarmee de verdediging van enkele medeverdachten bedoeld. De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten, het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 De kroongetuige 4.1.1 Inleiding In dit onderdeel zal de rechtbank de rechtmatigheid beoordelen van de overeenkomst die de Staat der Nederlanden heeft gesloten met [medeverdachte 1] als kroongetuige en daarnaast een oordeel geven over de betrouwbaarheid van de verklaringen die hij heeft afgelegd. De rechtbank zal eerst de totstandkoming van de overeenkomst met [medeverdachte 1] beschrijven. Daarna zal zij de verweren bespreken die de rechtmatigheid van de overeenkomst betreffen. Vervolgens komen de verweren aan bod die de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] betwisten. Hoewel de door de verschillende verdachten gevoerde verweren niet geheel overeenkomen en niet alle verdachten zich over en weer bij alle verweren hebben aangesloten, zal de rechtbank ze gezamenlijk bespreken, ook in de vonnissen van de verdachten namens wie geen verweer gevoerd is. Het oordeel over de rechtmatigheid van de kroongetuigenovereenkomst ligt op grond van de wettelijke regeling primair bij de rechter-commissaris. Maar als de rechtmatigheid van deze overeenkomst uitdrukkelijk onderbouwd door de verdediging wordt bestreden, moet de rechtbank – als zij oordeelt dat de overeenkomst wel rechtmatig is – de redenen geven die daartoe hebben geleid (artikel 359 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)). De rechtbank dient te beoordelen of de overeenkomst met [medeverdachte 1] dringend noodzakelijk was om de opsporing, voorkoming of beëindiging van feiten mogelijk te maken die anders niet of niet tijdig zou plaatsvinden, of er een redelijke verhouding was tussen het belang van de te verkrijgen informatie en/of de te leveren tegenprestatie en of de overeenkomst – in het licht van de gevoerde verweren – binnen de grenzen van het recht is gebleven. 4.1.2 Totstandkoming van de overeenkomst [medeverdachte 1] is op 14 januari 2017 met een vuurwapen in Amsterdam aangehouden en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen. Dit was een vooropgezet plan, waarover hij met zijn raadsman had overlegd. Na zijn aanhouding heeft hij verteld dat hij klem zat tussen twee groeperingen – de familie [slachtoffer 6] en de groepering rond [medeverdachte 16] –, dat hij zelf betrokken was geweest bij verschillende liquidaties en dat hij bereid was daarover verklaringen af te leggen. In de dagen daarna hebben gesprekken plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] , bijgestaan door zijn raadsman, het Team Bijzondere Getuigen (TBG) en de aan dat team verbonden officier van justitie (de TBG-officier van justitie). In die gesprekken heeft [medeverdachte 1] gemeld over welke levensdelicten hij zou kunnen verklaren en zijn de voorwaarden voor het afleggen van kluisverklaringen besproken. Uiteindelijk heeft hij tussen 26 januari 2017 en 18 mei 2017 in totaal 41 kluisverklaringen afgelegd. In de maanden daarna heeft een verificatieonderzoek naar deze verklaringen plaatsgevonden. In september 2017 is [medeverdachte 1] als verdachte aangemerkt in het onderzoek Roos en in zijn cel aangehouden. Deze aanhouding was niet gebaseerd op de kluisverklaringen van [medeverdachte 1] (die immers nog in de kluis lagen), maar op andere onderzoeksbevindingen. In november 2017 heeft [medeverdachte 1] een voorovereenkomst ondertekend. Op 20 december 2017 heeft het College van procureurs-generaal toestemming gegeven voor de voorgenomen overeenkomst. Op 27 december 2017 heeft [medeverdachte 1] een overeenkomst gesloten met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door een officier van justitie, nadat de rechter-commissaris op dezelfde datum deze overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en [medeverdachte 1] had getoetst en rechtmatig had bevonden. De rechter-commissaris heeft deze beslissing op 29 december 2017 schriftelijk vastgelegd en ondertekend. De ondertekende overeenkomst is tekstueel gelijk aan de voorovereenkomst. In de overeenkomst verbindt [medeverdachte 1] zich om als getuige verklaringen af te leggen met betrekking tot een aantal in de overeenkomst genoemde misdrijven (hierna: de dealfeiten) en doet hij afstand van zijn verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Sv. Daarnaast verklaart [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn kluisverklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust. De officier van justitie verbindt zich om bij onverkorte nakoming door [medeverdachte 1] de strafeis voor zijn aandeel in de dealfeiten te zullen stellen op twaalf jaren gevangenisstraf. Daarbij verklaart de officier van justitie dat de strafeis tegen een verdachte die geen kroongetuige is, bij gelijke omstandigheden een gevangenisstraf van vierentwintig jaren zou inhouden. In de overeenkomst is vastgelegd dat [medeverdachte 1] wordt vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding voor deze moord, het medeplegen van de moord op [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 7] (hierna: [betrokkene 7] )), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5] ) (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties. [medeverdachte 1] is na het sluiten van de overeenkomst nog tientallen keren, vaak hele dagen lang, verhoord. Vanaf maart 2018 is hij intensief verhoord door de (tactische) recherche. Op de terechtzitting van 11 juli 2019 is er een eerste gelegenheid geweest voor de verdediging om [medeverdachte 1] vragen te stellen. Verspreid over het eerste half jaar van 2020 is hij vervolgens veertien dagen verhoord door de rechter-commissaris, waarbij de verdediging hem voor het eerst uitgebreid vragen kon stellen. Vanaf december 2020 is [medeverdachte 1] meermaals ter terechtzitting verhoord, eerst door de rechtbank en vervolgens door diverse advocaten. Het laatste verhoor ter terechtzitting vond plaats op 6 februari 2024, in de zaak van [medeverdachte 8] . Het dossier bevat in totaal ruim 3.000 pagina’s aan verhoren van [medeverdachte 1] . 4.1.3 Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst Er zijn diverse verweren gevoerd die strekken tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte 1] , omdat de overeenkomst met [medeverdachte 1] niet rechtmatig is. Zo is aangevoerd dat de huidige toepassing van de kroongetuigenregeling, zoals door de Hoge Raad is goed gevonden in het Passageproces, niet juist is in het licht van de wetsgeschiedenis. Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is dat een kroongetuige geen koopgetuige mag zijn, maar in de huidige praktijk is de beschermingsovereenkomst een vrijplaats voor het geven van een financiële beloning in ruil voor verklaringsbereidheid. Enig rechterlijk toezicht ontbreekt, terwijl artikel 226j lid 3 Sv daarvoor wel een aanknopingspunt biedt. In deze zaak zijn er door de iPhone-berichten van [medeverdachte 1] sterke aanwijzingen dat er een toezegging is gedaan van een buitenproportionele beloning. Uit die berichten blijkt dat [medeverdachte 1] geld wil zien en zelf een causaal verband legt tussen dat geld en zijn verklaringen. Dat is in strijd met de bedoeling van de wetgever en daarmee in strijd met de wet en dus onrechtmatig. Doordat de verdediging geen inzicht wordt verschaft in de financiële inhoud van de beschermingsovereenkomst, een rechter hier geen kennis van heeft kunnen nemen en de vragen aan de kroongetuige over zijn financiële verwachtingen werden belet, kan niet worden volgehouden dat de verdediging een redelijke gelegenheid heeft gehad om de wederrechtelijkheid van de afspraken met de kroongetuige, waaronder de mogelijkheid van de beïnvloeding van de betrouwbaarheid van die getuige door die overeenkomst, te presenteren. Dit is een schending van de in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) vervatte ‘equality of arms’. Daar komt bij dat aannemelijk is dat de verklaringen van de kroongetuige, indien deze worden gebruikt, van doorslaggevend belang zullen zijn, maar er geen maatregelen zijn getroffen ter compensatie van het gebrek aan kennis van de verdediging over de totstandkoming van de overeenkomst. Daarnaast is door de verdediging aangevoerd dat er aan [medeverdachte 1] ongeoorloofde toezeggingen zijn gedaan. Zo beweert hij zelf dat hem is toegezegd dat de straf die aan hem is opgelegd voor het wapenbezit op 14 januari 2017 op enigerlei wijze in de executiefase zou worden verdisconteerd in de aan hem op te leggen straf in de zaak Marengo. Als door het Openbaar Ministerie verdiscontering van de voornoemde straf is afgesproken, dan staat vast dat [medeverdachte 1] in strijd met de wet meer korting op zijn straf toegezegd heeft gekregen dan is toegestaan. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en derhalve is er wederom sprake van een schending van artikel 6 EVRM. Ook het feit dat bij de strafeis rekening wordt gehouden met de inmiddels gewijzigde regeling met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: de v.i.-regeling) – waardoor netto slechts acht jaren gevangenisstraf resteert – levert volgens de verdediging een grotere korting op de straf op dan wettelijk is toegestaan. Daar komt bij dat de overeengekomen bruto-strafeis van vierentwintig jaren – vergeleken met de strafeisen in de zaken van de medeverdachten – al disproportioneel laag was. Bovendien is sprake van ontoelaatbare toezeggingen door [medeverdachte 1] niet te vervolgen in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, door hem niet te vervolgen voor Opiumwetdelicten, door het ongemoeid laten van het financiële voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken) en door de begunstiging van de levenspartner van [medeverdachte 1] . Dit geldt ook voor de keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen van [medeverdachte 1] . Hij wordt in de zaak Kreta – anders dan zijn medeverdachten – niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op de broers [betrokkene 2] en [betrokkene 1] en [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), hoewel hij daartoe wel handelingen heeft verricht. In de zaak Roos/Doorn wordt hij de facto niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 7] , nu dit meer subsidiair ten laste is gelegd en daar dus niet aan toe gekomen zal worden. Tot slot stelt de verdediging dat er een extra begunstiging zit in bepaling 4.2 van de overeenkomst, waarin staat dat als [medeverdachte 1] de overeenkomst niet is nagekomen, hij een redelijke termijn krijgt om dat alsnog te doen. Dit is een toezegging die buiten het kader van artikel 226g Sv valt. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en een onrechtmatige overeenkomst gesloten. Ook dit levert een schending van artikel 6 EVRM op. 4.1.4 Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst 4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling? In de Passage-arresten van 23 april 2019 heeft de Hoge Raad de door het gerechtshof Amsterdam geschetste kaders waarbinnen de kroongetuigenregeling moet worden toegepast, bevestigd. Kern is volgens de Hoge Raad ‘dat toezeggingen met betrekking tot de feitelijke bescherming van de getuige geen onderdeel uitmaken van de in art. 226g, eerste lid, Sv bedoelde afspraak en evenmin kunnen worden beschouwd als afspraken in de zin van art. 226g, vierde lid, Sv, zodat voor het openbaar ministerie geen verplichting bestaat dergelijke toezeggingen bekend te maken en deze ook geen voorwerp zijn van toetsing door de rechter-commissaris op de voet van art. 226g, derde lid, Sv of door de zittingsrechter’. Dat is de wettelijke regeling zoals zij op dit moment is. De omstandigheid dat er in de wetenschap en in de politiek af en toe gepleit wordt voor een aanpassing van de regeling en de invoering van een onafhankelijke toetsing van de op grond van artikel 226l Sv gesloten beschermingsovereenkomst, doet daaraan niet af. Voor een toetsing van de beschermingsovereenkomst door de rechter-commissaris biedt artikel 226j lid 3 Sv thans in ieder geval geen grondslag. Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is – daar heeft de verdediging gelijk in – dat de verklaring van de kroongetuige niet ‘gekocht’ mag worden. Anderzijds zullen de beschermingsmaatregelen die uiteindelijk worden getroffen veelal ook een financiële component bevatten. Een kroongetuige zal eenmaal op vrije voeten immers een nieuw bestaan moeten opbouwen en dat kost geld. De stelling van de verdediging dat er sterke aanwijzingen zijn dat er in het onderhavige geval sprake is van een koopgetuige en dat er (dus) een causaal verband is tussen de verklaringen van de kroongetuige (c.q. zijn verklaringsbereidheid) en een beloning, volgt de rechtbank echter niet. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de verdediging ingebrachte chats van de kroongetuige met familieleden, die zijn teruggevonden op de iPhone die hij in de periode september 2017 tot medio februari 2018 heimelijk in zijn cel heeft gehad. Op grond van die berichten lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat [medeverdachte 1] in het kader van de beschermingsovereenkomst zoveel mogelijk geld wilde ontvangen. Er is echter geen aanknopingspunt voor de stelling dat er vervolgens ook daadwerkelijk zulke hoge geldbedragen aan [medeverdachte 1] zijn toegezegd, dat die redelijkerwijs niet meer met passende bescherming in verband kunnen worden gebracht. Redengevend is daarbij dat de door de verdediging geciteerde berichten weliswaar duidelijk maken dat [medeverdachte 1] bepaalde financiële wensen heeft, maar dat nergens blijkt dat het Openbaar Ministerie deze wensen vervolgens ook heeft gehonoreerd. Verder dateren de berichten waarin [medeverdachte 1] zijn wensen aan zijn familieleden kenbaar maakt, voor een deel van januari 2018, dus van na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst. Op het moment van het sluiten van de overeenkomst op 27 december 2017 verbond hij zich om verklaringen af te leggen. Kennelijk waren de beschermingsmaatregelen en de daarbij behorende financiële afspraken toen nog niet geregeld. Daar komt bij dat de kluisverklaringen, waarin hij over alle dealfeiten uitgebreid heeft verklaard, ruim daarvoor – in de periode van januari tot mei 2017 – zijn afgelegd. Er was toen nog geen concreet zicht op een overeenkomst en een van de hoofdpunten van de kroongetuigenovereenkomst is, naast het afleggen van nadere verklaringen, dat hij in die kluisverklaringen de waarheid heeft verklaard. Die kluisverklaringen kunnen dus hoe dan ook niet aangemerkt worden als ‘gekocht’. Er is het voorgaande in aanmerking nemende geen aanknopingspunt voor de suggestie van de verdediging dat [medeverdachte 1] welbewust over zoveel mogelijk feiten is gaan verklaren, om een (financieel) zo gunstig mogelijke deal eruit te slepen. De omstandigheid dat de verdediging de (financiële aspecten van

  1. de)beschermingsmaatregelen niet kan toetsen levert geen schending van het beginsel van ‘equality of arms’ op. De positie van de verdediging verschilt hierin immers niet van het zaaks-Openbaar Ministerie en de verdediging heeft bovendien volop de gelegenheid gehad om het waarheidsgehalte van de kluisverklaringen en (daarmee) de betrouwbaarheid van de kroongetuige te toetsen. Van een onjuiste toepassing van de kroongetuigenregeling – en van een schending van artikel 6 EVRM – is gezien het bovenstaande geen sprake. 4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan? De verweren richten zich voor een groot deel op (vermeend) ongeoorloofde toezeggingen. Daarvoor geldt het volgende. De toezegging die in het kader van een kroongetuigenovereenkomst mag worden gedaan is dat strafvermindering met toepassing van artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zal worden gevorderd, te weten – voor zover hier van belang – maximaal de helft bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kan er sprake zijn van zogenoemd gunstbetoon als bedoeld in artikel 226g lid 4 Sv. Dit gaat om het gebruik van wettelijke bevoegdheden door de officier van justitie die een gunstige invloed kunnen hebben op de bereidheid van de kroongetuige tot het afleggen van een verklaring, maar die niet strekken tot strafvermindering of anderszins verband houden met de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. Gunstbetoon ziet op toezeggingen van relatief geringe omvang. Een toezegging die niet meer behelst dan hetgeen de officier van justitie onder normale omstandigheden met toepassing van het bestaande beleid zou hebben besloten, is geen toezegging in de zin van de wet. In de door het College van procureurs-generaal opgestelde Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken (hierna: de Aanwijzing) is het kader van de toezeggingen nader uitgewerkt, waarbij in artikel 5 de niet toelaatbare toezeggingen zijn omschreven. Dit artikel luidt, voor zover van belang: ‘De officier van justitie mag geen toezeggingen doen met betrekking tot: 1. de inhoud van de tenlastelegging (zogenoemde plea-bargaining, bijvoorbeeld over het aantal op te nemen feiten in de dagvaarding en de zwaarte daarvan); 2. het in afwijking van het geldende opsporings- en vervolgingsbeleid afzien van actieve opsporing of vervolging van strafbare feiten (een toezegging die strekt tot het staken van de opsporing of tot een sepot na afsluiting van het opsporingsonderzoek in afwijking van het bestaande vervolgingsbeleid, is derhalve niet toegestaan); 3. (…) 4. het geven van een financiële beloning; 5. (…) 6. het geheel of gedeeltelijk achterwege laten van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing; 7. het begunstigen van anderen dan de getuige, zoals diens levenspartner; 8. (…)’ Financiële beloning? Hiervoor is al overwogen dat de berichten in de iPhone van [medeverdachte 1] weliswaar de conclusie rechtvaardigen dat hij zoveel mogelijk geld wilde ontvangen in het kader van de beschermingsovereenkomst, maar dat er geen aanwijzing is dat het Openbaar Ministerie hierin is meegegaan en hem – via de beschermingsovereenkomst – in ruil voor zijn verklaringen een financiële beloning heeft toegezegd. Veroordeling wapenbezit in januari 2017 Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] zich op 14 januari 2017 heeft laten aanhouden met een vuurwapen omdat hij bescherming zocht. Bij een doorzoeking zijn vervolgens een tweede vuurwapen en een jammer aangetroffen. [medeverdachte 1] is hiervoor vervolgd en aan hem is uiteindelijk in hoger beroep op 20 september 2018 zeven maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest opgelegd. Als basis voor de stelling van de verdediging dat sprake zou zijn van een ongeoorloofde toezegging, geldt de bewering van [medeverdachte 1] dat het Openbaar Ministerie hem zou hebben toegezegd dat de straf voor het wapenbezit bij de executie afgetrokken zou worden van de uiteindelijk op te leggen straf in de zaak Marengo. [medeverdachte 1] en zijn verdediging baseren dit op handgeschreven berekeningen van [advocaat 1] . Het Openbaar Ministerie betwist echter dat een dergelijke afspraak is gemaakt. De rechtbank stelt voorop dat de afspraak die volgens [medeverdachte 1] gemaakt is, een afspraak zou zijn als genoemd in artikel 5 lid 6 van de Aanwijzing, en dat deze daarmee ongeoorloofd zou zijn. Dat deze toezegging door het Openbaar Ministerie gedaan zou zijn is echter niet aannemelijk geworden. De verklaring van [medeverdachte 1] en de berekeningen van [advocaat 1] zijn daarvoor onvoldoende, waarbij wordt meegewogen dat de andere advocaat die [medeverdachte 1] destijds bijstond heeft verklaard dat die afspraak niet is gemaakt. Bovendien hebben partijen bij het ondertekenen van de kroongetuigenovereenkomst ten overstaan de rechter-commissaris uitdrukkelijk verklaard dat er geen verdere of andersluidende afspraken zijn gemaakt. Is de basis-strafeis van vierentwintig jaren proportioneel? Zoals hiervoor besproken heeft het Openbaar Ministerie in de overeenkomst de basis-strafeis bepaald op een gevangenisstraf van vierentwintig jaren en toegezegd om vijftig procent hiervan als straf te zullen eisen bij nakoming van de verplichtingen door [medeverdachte 1] . In het algemeen geldt dat het Openbaar Ministerie bij het bepalen van een strafeis een ruime beoordelingsvrijheid heeft die de rechter moet eerbiedigen. Dat geldt ook voor een strafeis tegen een kroongetuige. Het is echter denkbaar dat een toegezegde basis-strafeis tegen een kroongetuige zo onbegrijpelijk laag is dat het verschil met een reguliere strafeis niet anders kan worden opgevat dan als tegenprestatie voor af te leggen verklaringen. Daarvan is sprake als het Openbaar Ministerie, gelet op alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van zijn ruime beoordelingsvrijheid, in redelijkheid niet tot de toegezegde basis-strafeis heeft kunnen komen. [medeverdachte 1] wordt (kort gezegd) vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding van deze moord (subsidiair de medeplichtigheid daaraan), het medeplegen van de moord op [slachtoffer 6] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 7] ), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 5] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties. In vergelijking met de straffen die het Openbaar Ministerie in de zaak Marengo heeft geëist tegen medeverdachten is de basis-strafeis van vierentwintig jaren gevangenisstraf naar de huidige maatstaven laag te noemen. Daarbij moet echter worden meegewogen dat de overeenkomst is gesloten in december 2017 en dat de straffen die destijds voor dergelijke feiten werden opgelegd beduidend lager waren dan thans het geval is. Alle omstandigheden overziend is de basis-strafeis van vierentwintig jaren niet zo onverklaarbaar laag dat deze niet anders kan worden verklaard dan als een verkapte tegenprestatie voor het afleggen van verklaringen, terwijl de maximale strafkorting van vijftig procent niet wordt overschreden. Daarom acht de rechtbank de overeenkomst met [medeverdachte 1] ook op het punt van de overeengekomen basis-strafeis niet onrechtmatig. Aanpassing strafeis aan nieuwe v.i.-regeling Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie een lagere straf geëist dan in de overeenkomst is toegezegd. Aanleiding daarvoor is de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen op 1 juli 2021. In deze nieuwe wet is de termijn van de voorwaardelijke invrijheidstelling gemaximeerd tot twee jaren bij gevangenisstraffen vanaf zes jaren. De basis-strafeis van vierentwintig jaren zou ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een gevangenisstraf van twaalf jaren en een netto gevangenisstraf van acht jaren betekenen. Daar mocht [medeverdachte 1] volgens het Openbaar Ministerie bij het sluiten van de overeenkomst van uitgaan. Tijdens de gesprekken daarover met de raadslieden van [medeverdachte 1] is, toen het ging over de netto-strafverwachting, het voornemen van het kabinet om de v.i.-regeling te versoberen wel aan bod gekomen. Daarbij heeft het Openbaar Ministerie aan de raadslieden aangegeven dat de afspraak zoals die met [medeverdachte 1] op dat moment werd gemaakt (en de gerechtvaardigde verwachtingen die [medeverdachte 1] daaraan mocht ontlenen) door het Openbaar Ministerie zouden worden geëerbiedigd. Het Openbaar Ministerie heeft daarbij steeds gezegd dat het laatste woord hierover uiteraard aan de rechter is. De inhoud van de overeenkomst biedt volgens het Openbaar Ministerie ruimte om een gevangenisstraf te eisen die erop neerkomt dat de kroongetuige netto acht jaren moet zitten, nu in de overeenkomst is opgenomen: ‘onder gelijkblijvende omstandigheden’. Na de invoering van de Wet straffen en beschermen zijn de omstandigheden gewijzigd. In het requisitoir is daarom niet vierentwintig jaren gevangenisstraf als uitgangspunt genomen, maar twintig jaren gevangenisstraf, welke met vijftig procent is verminderd tot de uiteindelijke strafeis van tien jaren gevangenisstraf in plaats van twaalf jaren gevangenisstraf. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat het Openbaar Ministerie daarmee een grotere korting op de strafeis heeft gegeven dan de wet toestaat. De rechtbank overweegt als volgt. Bij het aangaan van de overeenkomst in 2017 gold de oude regelgeving die erop neerkwam dat een veroordeelde tot een lange gevangenisstraf in beginsel na het uitzitten van twee derde van zijn gevangenisstraf in aanmerking kwam voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Het Openbaar Ministerie en [medeverdachte 1] konden bij het aangaan van de overeenkomst geen rekening houden met de gevolgen die de Wet straffen en beschermen zou hebben voor de uitvoering van de aan [medeverdachte 1] op te leggen straf, omdat de invoering van die wet nog onzeker was. De mogelijkheid dat [medeverdachte 1] na de inwerkingtreding van deze wet bij een gelijkblijvende basis-strafeis in een nadeliger positie zou komen te verkeren dan waar hij op grond van de overeenkomst van uit mocht gaan, is wel onder ogen gezien. Hoewel in de overeenkomst alleen gesproken wordt over de basis-strafeis en niet over de netto uit te zitten gevangenisstraf, acht de rechtbank het aannemelijk dat juist de te verwachten netto gevangenisstraf voor [medeverdachte 1] van belang is geweest bij de vraag of hij de overeenkomst wilde aangaan. In die zin is er dan ook sprake van een wijziging van omstandigheden die tot gevolg heeft dat de overeenkomst voor [medeverdachte 1] nu anders uitpakt dan hij bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten. Gelet op het belang dat opgewekt vertrouwen in beginsel gehonoreerd dient te worden is de rechtbank van oordeel dat het Openbaar Ministerie in afwijking van de overeenkomst zijn strafeis ter zitting mocht baseren op een basis-strafeis van twintig jaren gevangenisstraf. De rechtmatigheid van de overeenkomst wordt daardoor ook achteraf niet aangetast. Het niet vervolgen voor bepaalde zaken en de keuzes bij de tenlastelegging Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leent de beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Ditzelfde geldt voor de spiegelbeeldige beslissing om niet te vervolgen. Maatstaf is daarbij of niet geoordeeld kan worden dat een redelijk handelend lid van dat Openbaar Ministerie van vervolging heeft kunnen afzien. Het enkele feit dat die vervolgingsbeslissing een criminele getuige betreft maakt niet dat daardoor de beoordelingsmaatstaf verandert. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hem enige weken na de poging om [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) te vermoorden door middel van een explosief onder zijn auto bij ’t Kalfje in Amsterdam (de zaak Raspvijl) door [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] is gevraagd of hij semtex kon leveren. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het zijn eigen conclusie was dat dit voor een nieuwe aanslag op [slachtoffer 5] bedoeld zou zijn. [medeverdachte 1] heeft daar toen navraag over gedaan bij een contactpersoon maar daar is het wat semtex betreft bij gebleven – deze is, zo verklaart [medeverdachte 1] , nooit door hem geleverd. Omdat de gesprekken die [medeverdachte 1] stelt te hebben gevoerd pas plaatsgevonden zouden hebben na de bomaanslag bij ’t Kalfje, kan de rechtbank niet inzien hoe dat leidt tot een strafbare rol van [medeverdachte 1] in de zaak Raspvijl. Ook los daarvan is niet onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie heeft afgezien van vervolging, alleen al omdat het in de verklaring van [medeverdachte 1] enkel gaat over gesprekken en steunbewijs ontbreekt. Voor wat betreft de zaak Zeilboot geldt dat het Openbaar Ministerie heeft aangegeven dat het leveren van kentekeninformatie door [medeverdachte 1] op 8 december 2016 onvoldoende is voor een strafbare rol van [medeverdachte 1] bij de moord op [slachtoffer 5] , nu hij vaker kentekeninformatie opvroeg en doorgaf, dit ook gebeurde voor bijvoorbeeld observaties door de politie en hij op dat moment niet wist dat de door hem opgevraagde informatie bedoeld was ten behoeve van de moord op [slachtoffer 5] . Voorts heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat het laten bevragen van kentekens en het doorgeven van die informatie wordt meegewogen in het verwijt van deelname aan de criminele organisatie. De rechtbank acht de beslissing om [medeverdachte 1] niet in de zaak Zeilboot te vervolgen – het dossier in ogenschouw nemend – niet onbegrijpelijk. Met betrekking tot de zaak Orinoco – een schietincident op 24 december 2010 waarbij [medeverdachte 1] iemand in zijn been geschoten zou hebben – geldt dat het Openbaar Ministerie van het parket Midden-Nederland eind 2022 heeft beslist dat vervolging van [medeverdachte 1] daarvoor niet opportuun is ‘gezien (onder meer) het tijdsverloop, de recente veroordeling van [medeverdachte 1] voor het wapenbezit en de huidige vervolging van [medeverdachte 1] in 26Marengo, alsmede het feit dat de huidige ernstige problematiek op het gebied van cocaïnehandel en de daarmee gepaard gaande geweldsdelicten al alle focus en capaciteit kosten van politie en justitie Midden-Nederland.’ Een dergelijke beslissing valt niet alleen binnen de beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie heeft, maar kan bovendien – nu deze vijf jaren na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst pas is genomen – nimmer worden aangemerkt als een (ongeoorloofde) toezegging in het kader van die overeenkomst. Dit zou alleen anders zijn als op voorhand zou zijn toegezegd dat er geen vervolging zou plaatsvinden voor na het sluiten van de overeenkomst opkomende verdenkingen, maar dat daar sprake van is, is gesteld noch gebleken. Hoewel er – vooral op basis van de eigen verklaringen van [medeverdachte 1] – ontegenzeggelijk aanwijzingen zijn dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan Opiumwetdelicten, valt de beslissing van het Openbaar Ministerie om hem daar niet voor te vervolgen zonder meer binnen de beoordelingsvrijheid die het ten aanzien daarvan heeft. Het opsporingsonderzoek heeft zich immers niet hierop gericht, maar op een groter belang, namelijk een groot aantal moorden en pogingen daartoe, voorbereidingshandelingen voor moorden en een criminele organisatie die zich met moorden bezighield. Die beslissing van het Openbaar Ministerie beoordeelt de rechtbank niet als een ontoelaatbare toezegging. Voor geen van de door de verdediging genoemde kwesties – het niet vervolgen van [medeverdachte 1] in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, het niet vervolgen voor Opiumwetdelicten – geldt derhalve dat de door het Openbaar Ministerie genomen beslissingen onbegrijpelijk zijn en buiten de beoordelingsvrijheid vallen die het Openbaar Ministerie toekomt. Dit geldt ook voor de (andere) keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen. De keuze om [medeverdachte 1] in de zaak Roos/Doorn alleen in de subsidiaire variant voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 7] te vervolgen is – nu hij na de (vergis)moord op [slachtoffer 6] is gestopt met die voorbereidingen – niet onbegrijpelijk. Dit geldt ook voor de keuze om hem in de zaak Kreta niet te vervolgen voor voorbereiding van moord op [betrokkene 3] en de [betrokkenen 1 en 2] , nu hij over de zaak Kreta uitgebreide verklaringen heeft afgelegd en het zwaartepunt van zijn voorbereidingshandelingen duidelijk lag bij [slachtoffer 1] . Dat het Openbaar Ministerie hierover – in strijd met het in artikel 5 lid 1 en 2 van de Aanwijzing verwoorde immuniteitsverbod – toezeggingen heeft gedaan aan dan wel afspraken heeft gemaakt met [medeverdachte 1] , is bovendien gesteld noch aannemelijk geworden. Begunstiging levenspartner [medeverdachte 1] ? De verdediging stelt dat uit de berichten in de hiervoor genoemde iPhone blijkt dat de levenspartner van [medeverdachte 1] spreekt over maandelijkse toelagen, gelden die verborgen werden, een huis in Marokko dat zou worden gekocht en een auto, waarbij er ontevredenheid is over de auto. Dit zijn financiële voordelen voor de levenspartner die in strijd zijn met artikel 5 lid 7 van de Aanwijzing, aldus de verdediging. Vast staat dat de partner van [medeverdachte 1] – door buiten haarzelf liggende omstandigheden – uit haar normale leven is weggerukt en in een beveiligingsprogramma terecht is gekomen. Dat de situatie waarin zij verkeert met zich kan brengen dat zij van de overheid een toelage en bepaalde voorzieningen krijgt, wekt geen bevreemding. De berichten waar de verdediging op wijst bieden geen ondersteuning voor de stelling dat er daarbij sprake zou zijn van een verboden toezegging aan [medeverdachte 1] door het begunstigen van zijn levenspartner. Ongemoeid laten van financieel voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken)? De verdediging stelt dat [medeverdachte 1] niet geconfronteerd is met een ontnemingsvordering en dat hij geen vragen hoefde te beantwoorden over drugshandel, zijn financiële voordeel en zijn – uit de berichten in de iPhone naar voren komende – chantage- en afpersingspraktijken. De verdediging verzuimt echter te onderbouwen waarom dit op een ongeoorloofde toezegging aan de kroongetuige zou wijzen. Op grond van de kroongetuigenovereenkomst is het duidelijk waarover [medeverdachte 1] verplicht is te verklaren. Ten aanzien van ander (vermeend) strafbaar handelen dan de dealfeiten heeft hij geen verklaringsplicht. Over eventueel financieel voordeel dat hij gehad heeft als gevolg van de dealfeiten is hij op grond van de overeenkomst wél verplicht te verklaren. De rechtbank constateert dat hij dat ook gedaan heeft en dat het enige financiële voordeel dat hij – naar eigen zeggen – heeft gehad € 5.000,- was voor zijn rol in de zaak Tennis. De keuze om ten aanzien van dit bedrag af te zien van een ontnemingsvordering past – gezien de hoogte van het bedrag, afgezet tegen de aard en de omvang van de verdenkingen waarvoor [medeverdachte 1] wel vervolgd wordt – binnen de ruime beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie toekomt. Van een beslissing die zo onbegrijpelijk is dat deze moet worden gezien als een ontoelaatbare, verkapte tegenprestatie voor het afleggen van zijn verklaringen is geen sprake. Is de bepaling in artikel 4.2 van de overeenkomst een ongeoorloofde toezegging? Artikel 4.2 van de kroongetuigenovereenkomst luidt als volgt: ‘Zover de officier van justitie van mening is dat sprake is van de onder 4.1 sub a genoemde omstandigheid, zal hij zulks aangeven bij de raadsman van de getuige alsmede de getuige zelf en de getuige in staat stellen om binnen een redelijke termijn alsnog de voorwaarde uit de overeenkomst na te komen.’ Dit artikel verwijst naar het in artikel 4.1 sub a van de overeenkomst geformuleerde recht van de officier van justitie om deze schriftelijk te ontbinden in het geval dat de getuige enige voorwaarde uit de overeenkomst niet, niet volledig of niet naar behoren nakomt. De stelling van de verdediging dat er een extra begunstiging zit in deze bepaling kan de rechtbank niet volgen. De verplichtingen van [medeverdachte 1] zijn in de overeenkomst als volgt omschreven: 1.1 De getuige verplicht zich vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst telkens overeenkomstig de hem door of vanwege het College van Procureurs-Generaal of de officier van justitie gegeven aanwijzingen onvoorwaardelijk zijn medewerking te verlenen aan het afleggen van (nadere) verklaringen tegenover leden van het Openbaar Ministerie of door of vanwege de officier van justitie aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering. De verplichting tot het afleggen van deze (nadere) verklaringen heeft betrekking op de misdrijven die worden beschreven in de (kluis)verklaringen die als bijlage bij deze overeenkomst zijn gevoegd. 1.2 Een zelfde verplichting als onder 1.1 genoemd bestaat ten aanzien van het afleggen van getuigenverklaringen tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de strafkamer van enige rechtbank en/of de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig ressort en/of de strafkamer van enig gerechtshof in het kader van de strafrechtelijke vervolging, waaronder begrepen het op naam en zonder vermomming afleggen van verklaringen in een openbare terechtzitting, tenzij het Openbaar Ministerie vermomming noodzakelijk acht. 1.3 De getuige zal bij gelegenheid van de hiervoor onder 1.1 en/of 1.2 genoemde verhoren niet weigeren te verklaren over zijn eigen (al dan niet strafrechtelijk relevante) betrokkenheid bij de feiten die worden genoemd in de (kluis)verklaringen zoals neergelegd in de bijgevoegde processen-verbaal. Hij zal zijn verklaringen zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid afleggen. De getuige doet afstand van het hem als verdachte toekomende verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot onderwerpen die niet worden genoemd in de (kluis)verklaringen geldt het verschoningsrecht van de getuige onverkort. 1.4 De getuige verklaart door ondertekening van deze overeenkomst dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen, zoals deze blijkt uit bijgevoegde processen-verbaal naar zijn beste weten volledig op waarheid berust. 1.5 De getuige zal vanaf het moment van ondertekening van deze overeenkomst, behoudens het onder 1.6 gestelde, op geen enkele wijze tegenover derden, met uitzondering van zijn raadsman, zijn partner en zijn naaste familie, melding maken van deze overeenkomst en de (inhoud van) de daarin bedoelde verklaringen. 1.6 De getuige zal rechtstreeks noch door middel van een derde, onder wie zijn raadslieden, anders dan tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de raadsheer- commissaris in enig resort en/of in een (openbare) terechtzitting van de strafkamer van enige rechtbank of gerechtshof, dan wel ingevolge enige (andere) wettelijke verplichting, mededeling doen over de totstandkoming van deze overeenkomst en de wijze waarop aan deze overeenkomst uitvoering wordt gegeven. De getuige zal geen mededeling doen over (aspecten van) getuigenbescherming(smaatregelen). Slechts bij de eerste drie verplichtingen – het onvoorwaardelijk zijn medewerking verlenen aan het afleggen van nadere verklaringen over de dealfeiten tegenover de recherche (1.1), tegenover rechters (1.2) en het bij die verhoren niet mogen weigeren te verklaren over zijn eigen betrokkenheid bij de dealfeiten en het zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid verklaren (1.3) – is het niet, niet volledig of niet naar behoren nakomen herstelbaar. Bij niet-nakoming van de overige verplichtingen, waarbij met name de onder 1.4 opgenomen verplichting voor [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust in het oog springt, is niet-nakoming onherstelbaar. Naar haar aard kan een bepaling als artikel 4.2 slechts betrekking hebben op herstelbaar niet nakomen. Echter, ook zonder deze bepaling vloeit uit de artikelen 6:265 jo. 6:82 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voort dat bij dergelijk niet nakomen pas tot ontbinding van de overeenkomst kan worden overgegaan nadat de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen die termijn uitblijft. Een dergelijke contractsbepaling voegt dus niets toe. De stelling van de verdediging dat artikel 4.2 een vrijbrief is om te liegen en daarmee een ongeoorloofde toezegging van het Openbaar Ministerie, is derhalve onjuist. 4.1.4.3 Samenvatting en conclusie Uit het hiervoor besprokene volgt dat de kroongetuigenregeling niet onjuist is toegepast door het Openbaar Ministerie en dat er geen aanwijzingen zijn dat aan [medeverdachte 1] verboden toezeggingen zijn gedaan in ruil voor het afleggen van verklaringen. Daarbij geldt dat de overeenkomst met [medeverdachte 1] betrekking heeft op feiten als bedoeld in artikel 226g Sv en het Openbaar Ministerie het naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden dringend noodzakelijk heeft geacht om tot een overeenkomst met [medeverdachte 1] te komen. Hij kon immers verklaren over een aantal voltooide en mislukte liquidaties waarvan de opsporing op een dood spoor was beland en zonder zijn verklaringen niet binnen afzienbare tijd tot resultaat had geleid. Zijn verklaringen behelsden bovendien de vermeende opdrachtgever en het middenkader, die tot op dat moment niet of nauwelijks in beeld waren bij justitie. Door de verklaringen van [medeverdachte 1] kon zicht worden verkregen op een nog actieve criminele organisatie (zie hoofdstuk 4.5 Zaaksdossier 140 Sr (de criminele organisatie)) die (mede) als oogmerk had het plegen van moorden, die tot dan toe onder de radar was gebleven. Ook in onderling verband en samenhang bezien is er geen sprake van een overschrijding van de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit, zodat de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of het uitsluiten van de verklaringen van [medeverdachte 1] van het bewijs op die grond niet slagen. 4.1.5 Betrouwbaarheid van de kroongetuige 4.1.5.1 Verweer van de verdediging Kern van het verweer van de verdediging is de stelling dat uit de bewoordingen van de wet en de Aanwijzing voortvloeit dat niet alleen de verklaringen van de kroongetuige op betrouwbaarheid dienen te worden beoordeeld, maar ook de persoon van de kroongetuige. Daarbij heeft de verdediging in de eerste plaats gewezen op getuigen die [medeverdachte 1] omschrijven als een (pathologische) leugenaar. Ook wijst de verdediging op de wijze waarop [medeverdachte 1] (volgens de verdediging) overkomt als hij door rechters verhoord wordt (snel pratend, op het eerste oog betrouwbaar, maar ijskoud en zonder spijt) en het beeld dat opstijgt uit zijn iPhone-berichten (een nare houding naar zijn familie inzake getuigenbescherming, een schaker, een manipulator, ijskoud, iemand die aangeeft een boef te blijven, iemand die zich diffamerend uitlaat over de medewerkers van het Team Getuigenbescherming (TGB) en die het onderste uit de kan wil). Het beeld dat volgens de verdediging blijft hangen is een kroongetuige die enkel oog heeft voor zijn eigen belang, die zich superieur voelt, meedogenloos (over de ruggen van derden) en manipulatief is, die volgens eigen zeggen altijd crimineel zal blijven en die bereid is tot leugens voor eigen bestwil. Daarnaast heeft de verdediging zich uitgeput in het fileren van de vele verklaringen van de kroongetuige en daarbij gewezen op vele inconsistenties, ongerijmdheden dan wel onwaarschijnlijkheden, speculaties en – in haar ogen – kennelijke leugens in deze verklaringen. De conclusie van de verdediging is dat de kroongetuige niet betrouwbaar is en dat zijn verklaringen op vele punten onwaar zijn en daarom niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden. 4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt als volgt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een crimineel is, en dat blijkt ook uit het dossier. Ook heeft hij tijdens het proces onder ede tegenover de rechtbank gelogen over de telefoons die hij in zijn cel heeft gehad en heeft hij lange tijd gewacht met het beantwoorden van bepaalde vragen, terwijl duidelijk was dat hij die vragen wel moest beantwoorden. [medeverdachte 1] heeft nadien telkens uitleg gegeven over zijn beweegredenen voor zijn handelen tijdens die verhoren. Wat hier ook allemaal van zij – voor de beoordeling door de rechtbank is het uiteindelijk niet relevant. Waar het om gaat is of de verklaringen die [medeverdachte 1] over de dealfeiten heeft afgelegd betrouwbaar zijn. Het is niet aan de rechtbank om een oordeel te geven over het karakter of de rechtschapenheid (of het gebrek daaraan) van de persoon [medeverdachte 1] . Kennisname door de rechtbank en de procespartijen van een (al dan niet bestaand) psychologisch rapport dat (in een ander kader dan het kader van zijn strafzaak) over [medeverdachte 1] zou zijn opgemaakt acht de rechtbank daarom niet relevant. [medeverdachte 1] is een criminele getuige. Dat gegeven en de omstandigheid dat hij zelf van (betrokkenheid bij) zeer ernstige strafbare feiten wordt verdacht en het Openbaar Ministerie met hem een verklaringsovereenkomst heeft gesloten in ruil voor strafvermindering, noopt bij gebruik van zijn verklaringen voor het bewijs uiteraard tot behoedzaamheid. De in artikel 360 lid 2 Sv geformuleerde opdracht van de wetgever aan de rechter om in dat geval daarvoor in het bijzonder reden te geven is ingegeven door het aan de figuur van de kroongetuige verbonden risico. Immers, de voordelen die de kroongetuige uit hoofde van de met hem gemaakte afspraken (kunnen) toevallen bergen het risico in zich dat die getuige kan menen er voordeel bij te hebben om in meer of mindere mate niet naar waarheid te verklaren. Los van het bovenstaande geldt dat de rechter op grond van artikel 344a lid 4 Sv het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan aannemen op grond van verklaringen van (kort gezegd) kroongetuigen. Die bepaling verzet zich er echter niet tegen dat de bewezenverklaring in beslissende mate wordt aangenomen op grond van de verklaring van een kroongetuige. Het voorgaande betekent dus dat voor een zaak met een enkele kroongetuige de gewone regels van het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv gelden. Dit betekent dat een bewezenverklaring niet geheel gebaseerd mag worden op de verklaring van deze getuige. Het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv betreft echter de tenlastelegging in haar geheel en niet een onderdeel daarvan. Deze bepaling verbiedt de rechter om tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De verklaringen van [medeverdachte 1] dienen dus kritisch bekeken te worden. Daarbij geldt voor de rechtbank dat de kluisverklaringen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid een sleutelrol vervullen, nu van deze verklaringen met de meeste zekerheid aangenomen kan worden dat ze niet zijn beïnvloed door voortschrijdende kennis van het dossier en mediaberichten en andere invloeden die (gewild of ongewild) de authenticiteit van verklaringen kunnen beïnvloeden. [medeverdachte 1] heeft in de periode van januari tot en met mei 2017 in de kluisverklaringen zeer uitgebreid verklaard over de dealfeiten. In deze periode had hij geen toegang tot enig dossier en ook geen toegang tot openbare bronnen (los van de toegang tot Google Maps of Google Street View tijdens verhoren, om bijvoorbeeld een locatie aan te kunnen wijzen). Hij heeft dus enkel uit zijn geheugen kunnen putten. De rechtbank constateert dat [medeverdachte 1] in zijn kluisverklaringen buitengewoon gedetailleerd heeft verklaard over de zaken waar hij zelf bij betrokken zegt te zijn geweest (te weten Kreta, Tennis, Roos/Doorn en de criminele organisatie), zowel over zijn eigen rol als over de rollen van medeverdachten. Over de andere dealfeiten – waar hij niet zelf bij betrokken is geweest – heeft hij eveneens uitgebreid verklaard en daarbij ook steeds aangegeven wat zijn bronnen van wetenschap waren (doorgaans van horen zeggen, waarbij zijn bronnen veelal ‘de straat’, [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] waren). [medeverdachte 1] wist dat zijn verklaringen in aanloop naar een mogelijke kroongetuigenovereenkomst zoveel mogelijk geverifieerd zouden worden en dat leugens over zijn eigen rol (door deze kleiner te maken) of de rollen van anderen (door hen onterecht te beschuldigen) een kroongetuigenovereenkomst in gevaar konden brengen. Wat hij niet wist, was dat de Ennetcom-server en een deel van de PGP-safe-server gekopieerd zouden worden en dat in de periode na het afleggen van de kluisverklaringen een zeer grote hoeveelheid PGP-berichten rondom de dealfeiten boven tafel zou komen en dat deze PGP-berichten ook bij de verificatie van zijn verklaringen konden worden betrokken. De rechtbank constateert dat juist deze PGP-berichten de verklaringen van [medeverdachte 1] op veel punten (vaak tot in de details) ondersteunen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] tijdens de vele verhoren – bij de recherche, bij de rechter-commissaris en op zitting – consistent is blijven verklaren over de dealfeiten, zijn eigen rol en de rollen van anderen. De conclusie van de verdediging van [medeverdachte 7] dat [medeverdachte 1] een groot aantal evidente onwaarheden heeft verklaard onderschrijft de rechtbank derhalve niet. De rechtbank constateert dat deze beweerdelijke evidente onwaarheden voor zover het de dealfeiten betreft telkens (onderdelen van) verklaringen van [medeverdachte 1] betreffen die geen of weinig ondersteuning vinden in andere bewijsmiddelen. Dat maakt het echter geen onwaarheden. De omstandigheid dat een (deel van een) verklaring niet of niet geheel geverifieerd kan worden, maakt niet dat deze gefalsificeerd (en dus onwaar) is. Het kan uiteraard wel met zich brengen dat de bewijskracht van (dat deel van) die verklaring minder groot is. De rechtbank beschouwt [medeverdachte 1] gezien het voorgaande als een betrouwbaar verklarende getuige, waar het gaat over strafbare feiten die aan hem en zijn medeverdachten in de zaak Marengo ten laste zijn gelegd. Uiteraard moet de rechtbank bij de beoordeling van de zaaksdossiers steeds onderzoeken of de voor het bewijs relevante onderdelen van de verklaringen van [medeverdachte 1] de betrouwbaarheidstoets kunnen doorstaan. Per zaaksdossier zal, voor zover de kroongetuige daarover voor de verdachten belastend heeft verklaard, nader worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] . 4.1.6 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU? De rechtbank begrijpt uit de dupliek van de verdediging van [medeverdachte 16] dat voorwaardelijk is verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU over – samengevat – de vraag of de beperkingen voor de verdediging om de financiële afspraken met de kroongetuige te kunnen controleren, onder meer tijdens de ondervraging van de kroongetuige, zich nog verdragen met een doeltreffend proces. De rechtbank komt, gelet op de voorgaande beslissing, toe aan de beoordeling van dit verzoek. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd geen grond voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en wijst het verzoek daarom af. 4.2 PGP-bewijs In het dossier bevindt zich een groot aantal PGP-berichten. Deze zijn afkomstig van in Canada bij het Nederlandse bedrijf Ennetcom veiliggestelde data (Ennetcom-data) en van in Costa Rica bij het bedrijf Rack Lodge S.A. veiliggestelde data (PGP-safe-data). De PGP-berichten dienen te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344 lid 1 onder 5 Sv. Dit betekent dat deze berichten alleen voor het bewijs kunnen worden gebruikt in samenhang met andere bewijsmiddelen. Bij het gebruik van de PGP-berichten voor het bewijs past behoedzaamheid. De rechtbank is zich ervan bewust dat veelal sprake is van incomplete PGP-communicatie. Dit komt in de eerste plaats doordat op de servers niet alle communicatie meer te vinden was vanwege het retentiebeleid van de aanbieder van de dienst. In het geval van PGP-safe geldt bovendien dat niet alle servers zijn gekopieerd, maar dat de keuze is gemaakt voor het kopiëren van de apparatuur uit de serverkast die vanaf 2012 werd gehuurd. De apparatuur die in de vanaf 2016 gehuurde serverkast stond, is dus niet gekopieerd. Het kopiëren bij PGP-safe is bovendien op enig moment door de Costa Ricaanse autoriteiten beëindigd toen die servers nog niet volledig waren gekopieerd. Daar komt bij dat in het dossier die berichten terecht zijn gekomen die het Openbaar Ministerie uit de Marengo-dataset als relevant heeft geselecteerd. Hierbij past overigens de kanttekening dat de verdediging inzage heeft gehad in de Marengo-dataset en zij zelf ook heeft kunnen verzoeken om voeging van berichten die zij relevant vond. Verder geldt dat de meeste verdachten hebben ontkend de (enige) gebruiker van een bepaald PGP-account te zijn, dan wel zich op hun zwijgrecht hebben beroepen. Slechts enkele verdachten hebben duiding gegeven aan de inhoud van de berichten. In de berichten wordt soms onduidelijk gesproken. In sommige gevallen zijn conversaties onvolledig. In een deel van de conversaties ontbreken zelfs alle berichten van een van de deelnemers. De context van de berichten is dan ook niet steeds duidelijk. Daar staat tegenover dat voor de bewijswaarde relevant is dat personen die een versleutelde berichtendienst gebruikten zich onbespied waanden en vaak openlijk communiceerden over waar ze mee bezig waren, zonder pogingen dit te verhullen. Ook dat weegt de rechtbank mee bij de beoordeling. 4.3 PGP-identificatie 4.3.1 Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo De rechtbank heeft op basis van de processen-verbaal van identificatie – en in voorkomende gevallen op basis van overige informatie in het dossier en/of wat is besproken ter terechtzitting – vastgesteld wie de gebruiker van een PGP-e-mailadres was. Ook is op basis daarvan vastgesteld of, en zo ja onder welke bijnamen een bepaalde gebruiker bekend stond of werd opgeslagen. In bijlage 2 bij dit vonnis is een overzicht opgenomen van deze PGP-e-mailadressen en de gebruikers met hun eventuele bijnamen. De rechtbank zal hierna ten aanzien van [verdachte] aan de hand van de vindplaats in het dossier weergeven op grond waarvan is vastgesteld dat hij de gebruiker van een bepaald e-mailadres was. Als die verwijzing naar de vindplaats in het dossier – waar de feiten en omstandigheden die leiden tot de identificatie zijn beschreven – nog tot een inhoudelijke reactie nopen, naar aanleiding van hetgeen door de verdediging is aangevoerd of ambtshalve is geconstateerd, zal de rechtbank daarop hierna ook ingaan. 4.3.2 Identificatie e-mailadressen overige gebruikers Het dossier bevat een aantal processen-verbaal van identificatie met betrekking tot e-mailadressen die door het Openbaar Ministerie aan andere personen, niet zijnde verdachten in Marengo, worden toegeschreven. In sommige gevallen is de identificatie van de gebruiker(
  2. s)van die overige e-mailadressen van belang voor de beoordeling en duiding van conversaties uit de zaaksdossiers en/of voor de koppeling van e-mailadressen aan (Marengo-)verdachten. Om die reden is de rechtbank nagegaan of de identificatie op basis van de in die processen-verbaal van identificatie genoemde feiten en omstandigheden gerechtvaardigd is. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit het geval is. Om die reden zijn ook deze overige gebruikers van e-mailadressen in de genoemde bijlage bij dit vonnis opgenomen. 4.3.3 Identificatie e-mailadressen [verdachte] De rechtbank stelt op basis van de processen-verbaal van identificatie en een proces-verbaal van bevindingen vast dat [verdachte] de gebruiker is geweest van de e-mailadressen kmqt639k@pgpsafe.net en zemg371q@pgpsafe.net. Daarbij stelt de rechtbank ook vast dat [verdachte] door andere PGP-gebruikers werd aangeduid als, en opgeslagen onder, de benaming ‘Schoonzoon’ en varianten daarop, zoals ‘Sz’ en ‘Szz’. Nadat gezocht is in de adresboeken van Ennetcom binnen het onderzoek Marengo (de rechtbank begrijpt: in de Marengo-dataset) zijn de navolgende twee adressen naar voren gekomen die door andere gebruikers onder de naam ‘Szz new’ en varianten daarop waren opgeslagen. Het betreft zemg429g@pgpsafe.net en ahm884v@pgpsafe.net. Op basis daarvan gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] ook de gebruiker was van deze adressen. Tenslotte stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de gebruiker was van het adres 936325ne2f@ennetcom.com. De rechtbank betrekt bij voorgaande vaststellingen ook de eigen verklaring van [verdachte] in zijn verhoor van 7 oktober 2019, dat hij tachtig procent van de PGP-berichten die aan hem worden gekoppeld herkent als PGP-berichten die hij heeft gestuurd of ontvangen. 4.4 Zaaksdossier Kreta Op 22 juni 2016 rond 21:52 uur is [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) beschoten op de [adres] te Utrecht. Hij is ter plaatse overleden als gevolg van een groot aantal schotverwondingen. Uit onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gerichte aanslag op het leven van [slachtoffer 1] . [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 16] worden allen vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] en voor het medeplegen van de voorbereiding van moord op [slachtoffer 1] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016. Daarnaast is de verdenking gerezen dat ook [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) doelwit waren van te plegen aanslagen. Met uitzondering van [medeverdachte 1] worden voornoemde verdachten ook vervolgd voor het medeplegen van de voorbereiding van moord op hen in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016. 4.4.1 Inleiding Het onderzoek naar de gewelddadige dood van [slachtoffer 1] is indertijd gestart als TGO Kreta. Nadien heeft [medeverdachte 1] (kluis)verklaringen afgelegd en zijn PGP-berichten beschikbaar gekomen die beide in relatie tot dat onderzoek staan. Voor de bewijswaardering acht de rechtbank de volgende onderwerpen van belang: een schets van de voorgeschiedenis, de (kluis)verklaringen van [medeverdachte 1] in relatie tot het onderzoek Kreta, relevante PGP-berichten en andere onderzoeksbevindingen. Hieronder volgt een (beknopte) weergave en de duiding daarvan. Het overzicht met PGP-berichten is chronologisch en begint met het oog op de begrijpelijkheid op een eerder tijdstip dan de ten laste gelegde periode. 4.4.2 Standpunten Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat de medeplichtigheid aan moord op [slachtoffer 1] en het medeplegen van voorbereiding van moord op [slachtoffer 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] bewezen kan worden. De verdediging bepleit ten aanzien van de betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 1] vrijspraak. Ten aanzien van de voorbereiding van moord op [slachtoffer 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] bepleit de verdediging subsidiair dat [verdachte] wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Op dit subsidiaire verweer zal in de hoofdstukken 6 en 7 worden ingegaan. 4.4.3 Voorgeschiedenis [betrokkene 1] is op 24 juni 2015 door de politie gewaarschuwd dat zijn leven gevaar liep en dat er (mogelijk) een baken onder zijn huurauto heeft gezeten. Hij is door de politie als getuige gehoord op 27 juni 2015 en 7 september 2015. Op 12 juli 2016 is hij bij de rechter-commissaris als getuige gehoord in het onderzoek Koper. De bijnaam van [betrokkene 1] is Chino. [betrokkene 3] heeft op 27 juni 2015 aangifte gedaan van bedreiging. Hij heeft verklaard dat hij enkele maanden daarvoor in België is gevolgd. Een van de drie inzittenden van de achtervolgende auto, een negroïde man, heeft hij herkend als iemand die volgens hem liquidaties pleegt voor [medeverdachte 16] . In de aangifte verklaart [betrokkene 3] dat een vriend, [betrokkene 1] , eerder die week is gewaarschuwd. Volgens [betrokkene 3] heeft dat ermee te maken dat [betrokkene 1] wordt gebruikt om bij hem te komen of om hem, [betrokkene 3] , een signaal te geven dat hij aan de beurt komt. [betrokkene 3] verklaart verder dat [medeverdachte 8] ook voor [medeverdachte 16] werkt. Hij zou [medeverdachte 16] aangeven waar een mogelijk slachtoffer is en hij zou ook mensen hebben die voor hem uitkijken naar personen. Als zij die persoon zien, dan geven zij dat door aan [medeverdachte 8] en hij stuurt dat dan met een PGP-bericht door aan [medeverdachte 16] . [medeverdachte 16] laat dan de negroïde man weten waar en wie degene is die dood moet. Op 9 oktober 2015 heeft [betrokkene 3] verklaard deze negroïde man te kennen als [betrokkene 8] , die in juli 2015 is aangehouden in verband met de wapenvondst van Nieuwegein. Bij een fotoherkenning blijkt dit om [betrokkene 8] (hierna: [betrokkene 8] ) te gaan.Op 27 augustus, 9 oktober en 9 november 2015 heeft [betrokkene 3] verklaringen afgelegd in het onderzoek Bornheim. Dit onderzoek hangt samen met het onderzoek Koper. Op 2 oktober 2018 zijn tijdens een doorzoeking in de berging van de woning van een zus van [medeverdachte 16] drie USB-sticks aangetroffen. Op deze USB-sticks stond een pdf-bestand met daarin verhoren van [betrokkene 3] uit de onderzoeken Bornheim en Koper. In het onderzoek Koper heeft op 10 juni 2016 een getuigenverhoor van [betrokkene 3] bij de rechter-commissaris plaatsgevonden.De bijnaam van [betrokkene 3] is Slager. Op 15 september 2015 zijn in het tv-programma Opsporing Verzocht onder meer beelden vertoond van een ontmoeting van twee mannen bij het Carlton President Hotel in Maarssen.Deze beelden/filmopnames zijn in het onderzoek Koper op gegevensdragers aangetroffen. De beelden zijn vermoedelijk op 17 november 2014 heimelijk opgenomen.Op 16 september 2015 heeft [slachtoffer 1] contact gezocht met de politie omdat hij zichzelf en een vriend heeft herkend op de in Opsporing Verzocht vertoonde beelden. De politie heeft [slachtoffer 1] die dag gewaarschuwd dat hij mogelijk slachtoffer van een liquidatie zou kunnen worden. In de woning van [slachtoffer 1] is na zijn dood op 22 juni 2016 een oproeping aan hem aangetroffen om op 30 juni 2016 te getuigen bij de rechter-commissaris in het onderzoek Koper. 4.4.4 Verklaringen van [medeverdachte 1] heeft in zijn tweede kluisverklaring op 26 januari 2017 verklaard dat hem is gevraagd mee te helpen met het observeren van [slachtoffer 1] , in de zin van: mocht je hem zien, gelijk melden alsjeblieft. Voorts verklaart hij dat Slager (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 3] ) verklaringen heeft afgelegd en iedereen bij elkaar heeft opgenoemd waardoor iedereen naar hem op zoek was. [medeverdachte 1] heeft een deel van deze verklaringen gelezen op een USB-stick die hij van [medeverdachte 8] heeft gekregen. Dit is ruim voor de moord op [slachtoffer 1] geweest. [medeverdachte 1] verklaart dat hij (doorstuur)berichten heeft gezien waaruit duidelijk wordt dat het niet lukt om [betrokkene 3] te vinden en dat daarom is geprobeerd via zijn ‘kliekje’ bij hem te komen. Het gaat om [slachtoffer 1] en de Chino’s (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ). [betrokkene 1] reed in die tijd in een witte Mercedes CLA. [medeverdachte 1] heeft kentekens doorgekregen met het verzoek het meteen door te geven als hij ze ziet. [slachtoffer 1] is ook gezien met een witte Mercedes CLA omdat hij weleens voor de deur werd opgehaald door deze persoon (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] ). heeft verder verklaard dat er een stroomversnelling is ontstaan na een incident in mei 2016 waardoor is gedacht dat [medeverdachte 8] ontvoerd zou worden. [medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 8] altijd buiten de oorlog van [medeverdachte 16] is gehouden en geen nieuwsgierig type was die door gaat vragen. Die houding van [medeverdachte 8] is na het ontvoeringsincident veranderd. [medeverdachte 16] wilde vanaf dat moment gelijk de twee broers Chino aanpakken en [slachtoffer 1] later. [medeverdachte 1] verklaart verder dat ‘we’ later met het idee zijn gekomen [slachtoffer 1] te ‘zenderen’ (de rechtbank begrijpt: een tracker plaatsen) maar dat vonden ‘ze’ geen goed idee. [medeverdachte 1] verklaart verder dat de [betrokkenen 1 en 2] zijn nagetrokken, dat hun autogegevens en adressen zijn gedeeld, dat er heel veel druk is ontstaan en alles op alles is gezet tegen [slachtoffer 1] , omdat hij op korte termijn moest getuigen in het onderzoek Koper. In zijn kluisverklaring van 27 januari 2017 gaat [medeverdachte 1] uitvoeriger in op het onderzoek Kreta. Hij verklaart dat hij kort na het ontvoeringsincident met [medeverdachte 8] via [medeverdachte 8] (doorstuur)berichten van [medeverdachte 16] kreeg waarin de gegevens van de [betrokkenen 1 en 2] stonden met de bedoeling het in de gaten te houden, ook in de lounge. [medeverdachte 1] is gevraagd te helpen hun auto’s te traceren en hij heeft dat gedaan. [medeverdachte 7] en andere personen, waarvan [medeverdachte 1] niet weet wie dit zijn, ook. Blijkbaar is het de bedoeling om te beginnen met [betrokkene 1] . Een week later – een week voor de ramadan – willen ze toeslaan, de [betrokkenen 1 en 2] zouden makkelijk zijn. Dat is lastiger gebleken en er is een omwenteling gekomen waarbij de nadruk meer op [slachtoffer 1] is komen te liggen. Bij de observatie van [slachtoffer 1] is er een (doorstuur)bericht gestuurd dat hij nu op de Straatweg is. Er zijn ook rechtstreeks berichten gestuurd door [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 1] met de vraag: kan je aan de slag om die jongens te spotten? [medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 6] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 6] ) goed contact heeft met [slachtoffer 1] . Zij hebben telefonisch contact met elkaar. [medeverdachte 6] probeert [slachtoffer 1] te traceren en geeft het door als hij met hem heeft afgesproken. Er zijn mensen aan wie gevraagd is om het door te geven als zij [slachtoffer 1] zien en er zijn mensen die hebben gezocht naar [slachtoffer 1] en daar een bedrag voor te horen hebben gekregen. Er is dan van [slachtoffer 1] bekend dat hij op de (Amsterdamse)straatweg komt, bij het Griekse café, welke auto hij rijdt, het kenteken daarvan en andere informatie. [medeverdachte 1] verklaart dat hem in deze periode ook is gevraagd of hij professionele autorijders kent, waarop hij zegt te hebben geantwoord dat hij niet zo iemand kent. Er was blijkbaar wel iemand om te schieten, maar geen chauffeur. Hij heeft verklaard dat hem is gevraagd of hij een huis kan regelen in de omgeving van Overvecht. Er is tegen hem gezegd: zeg maar gewoon dat het voor een drugsdeal is. Vanwege het noemen van Overvecht begrijpt [medeverdachte 1] dat het verband houdt met [slachtoffer 1] . De rechtbank stelt vast dat de voorgaande verklaring tot in detail wordt bevestigd in de hierna weergegeven PGP-berichten. [medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 7] en hij een discussie hebben gehad over een huis, waarbij [medeverdachte 7] heeft geopperd een van de buurjongens te vragen. [medeverdachte 1] heeft vervolgens een buurjongen benaderd en hem gezegd dat hij een huis nodig heeft voor een drugsdelict. Via deze buurjongen is een andere jongen uit de buurt gevraagd, die uiteindelijk ook zijn huis in Bilthoven heeft uitgeleend in ruil voor een vakantie van circa € 1.700,-. Dit is door [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 8] doorgegeven en hij heeft daarmee ingestemd. De chauffeurs zijn het adres gaan bekijken en hebben het goed gevonden. [medeverdachte 1] verklaart dat hij contant geld heeft gekregen van [medeverdachte 7] , die op dat moment niet wist waar het voor was. Het geven van contant geld is wel normaal, dat gebeurt vaker. [medeverdachte 7] wist in zijn achterhoofd wel waar het om ging. [medeverdachte 1] verklaart dat hij het geld aan de bewoner heeft gegeven en die heeft gezegd het geld te gaan storten en de vakantie te gaan boeken. [medeverdachte 1] heeft de sleutels gekregen en op verzoek (via een doorstuurbericht waarin stond: lees wat ze zeggen, maak sleutels
  3. na)van [medeverdachte 8] laten kopiëren. [medeverdachte 1] heeft de sleutels afgegeven. [medeverdachte 1] is gevraagd een ander adres, aan de [adres] , te bekijken. Dat heeft hij gedaan en hij heeft [medeverdachte 8] laten weten dat het oké is. Door de eigenaar zijn, na de liquidatie van [slachtoffer 1] , in dit huis kogels aangetroffen. Blijkbaar is deze woning door [medeverdachte 6] geregeld. Nadat de bewoners van de woning in Bilthoven op vakantie zijn gegaan is er gelijk actie ondernomen. Het hele verhaal van observeren is opnieuw begonnen. [medeverdachte 1] verklaart dat [slachtoffer 1] niet makkelijk te vinden was en dat er berichten zijn geweest dat hij mogelijk in het buitenland verblijft waarbij gevraagd is toch bij het huis te posten. Het plaatsen van een zender die mogelijk niet te traceren is, is overwogen en dat idee is uiteindelijk verworpen. [medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 6] niet volledig wilde meewerken. Er is hem gevraagd [slachtoffer 1] te lokken en daar heeft hij blijkbaar moeilijk over gedaan en ook op berichten heeft hij niet altijd gereageerd. [medeverdachte 6] wist dat [slachtoffer 1] gepakt ging worden. [slachtoffer 1] heeft ook niet steeds de waarheid verteld aan [medeverdachte 6] . Er moet met [medeverdachte 6] overleg zijn geweest over wat [slachtoffer 1] heeft gedaan en waarom hij gepakt gaat worden, aldus [medeverdachte 1] . De rechtbank stelt vast dat al het voorgaande nagenoeg geheel ondersteuning vindt in de hierna weergegeven PGP-berichten en in verklaringen van de bewoners van de twee woningen, alsmede in financieel onderzoek naar de betaling en vakantie van de bewoners van de betreffende woning in Bilthoven. [medeverdachte 1] verklaart dat in de dagen kort voor 22 juni 2016 een auto met camera is geplaatst op de [adres] met enig zicht op het huis van [slachtoffer 1] . [medeverdachte 1] verklaart dat hij en [medeverdachte 7] dat hebben gedaan. [medeverdachte 7] heeft de beelden uitgelezen, het was moeilijk en heeft niet gewerkt. De dag voor zijn liquidatie is [slachtoffer 1] getraceerd en in de avond is er een raam bij hem ingegooid. [medeverdachte 6] heeft een bericht aan [medeverdachte 8] gestuurd dat hij met [slachtoffer 1] heeft afgesproken. [medeverdachte 1] is zich gaan stationeren op de [adres] . Hem is gevraagd zicht te houden op de woning van [slachtoffer 1] . De afspraak met [medeverdachte 6] is toen niet doorgegaan. Omstreeks 22:30 uur heeft [medeverdachte 1] (thuis) bericht ontvangen dat [slachtoffer 1] thuis is en of hij wil gaan kijken en het in de gaten houden tot het andere team er is. [medeverdachte 1] heeft een bericht ontvangen dat het andere team is aangekomen en dat hij kan gaan. Kort daarna is er weer een verzoek of hij naar de woning van [slachtoffer 1] terug kan gaan. [medeverdachte 1] heeft daar rondgelopen en een (doorstuur)bericht ontvangen van [medeverdachte 8] dat de spot nu moet wegwezen waarop [medeverdachte 1] is weggegaan. Blijkbaar heeft iemand toen een baksteen door de ruit gegooid. Daarover is de volgende dag gezegd dat dit is geweest om [slachtoffer 1] uit huis te lokken, aldus telkens [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] kreeg diezelfde nacht bericht, dat de heads het hebben geprobeerd, maar dat het niet was gelukt, en dat die hond door het keukenraam had gekeken maar niet naar buiten was gekomen. [medeverdachte 1] verklaart dat hij op 22 juni 2016 in de nacht of vroege ochtend bericht ontvangt dat zij de hele dag op [slachtoffer 1] gaan zitten en dat waar hij ook is er gelijk actie wordt gezet. [medeverdachte 1] is vervolgens via [medeverdachte 7] in een andere auto gaan rijden, hij wil niet langer rijden in auto’s uit zijn privésfeer. [medeverdachte 1] verklaart dat hij de sleutel van de Seat Ibiza van [medeverdachte 7] heeft gekregen. [medeverdachte 1] is met deze auto bij de [adres] (plek A) gaan staan, daar is hij op een gegeven moment gezien door een buurtbewoner en daarom is hij verplaatst naar de [adres] (plek B). [medeverdachte 7] is aan het eind van de middag ook gekomen en hij vertelt [medeverdachte 1] dat hij [medeverdachte 6] in zijn auto heeft gezien maar dat hij niet reageert op berichten. [medeverdachte 1] is op zoek gegaan naar [medeverdachte 6] en ziet hem in gezelschap van [slachtoffer 1] uit de [adres] komen rijden. [medeverdachte 1] stuurt een bericht hierover aan [medeverdachte 8] en ook hij laat weten dat [medeverdachte 6] niet reageert op zijn berichten. [medeverdachte 1] ziet wat later [medeverdachte 6] bij de autoboulevard rijden, geeft dat door en raakt hem vervolgens kwijt. [medeverdachte 1] krijgt daarna bericht dat [medeverdachte 6] heeft laten weten dat hij met [slachtoffer 1] is geweest en dat [slachtoffer 1] nu thuis is, aldus steeds [medeverdachte 1] . [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij de betreffende middag met [slachtoffer 1] naar een autoverhuurbedrijf is gegaan. De rechtbank stelt vast dat deze verklaring ondersteuning biedt aan die van [medeverdachte 1] over het volgen van [medeverdachte 6] en [slachtoffer 1] die dag. Ook is uit het verificatieonderzoek gebleken dat [medeverdachte 1] ’s beschrijving van de route die hij reed bij het volgen van [medeverdachte 6] en [slachtoffer 1] overeenkomt met de feitelijke situatie en dat het volgen bevestigd wordt door de verkeersgegevens van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] . De beschrijving door [medeverdachte 1] van de auto waarin [medeverdachte 6] reed is daarin eveneens bevestigd. Die auto (een zwarte Volkswagen Passat) stond op naam van de broer van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 6] is op 24 juni 2016 in die auto gecontroleerd in Amsterdam met [medeverdachte 8] als bijrijder. [medeverdachte 1] verklaart dat hij op enig moment een bericht ontvangt van [medeverdachte 8] dat ‘die hond’ thuis is en ook of de spot daar naartoe kan gaan. [medeverdachte 1] is eerst naar de [adres] (plek A) gegaan tot de eerdergenoemde buurtbewoner hem daar weer ziet om dan naar plek B te gaan met zicht op de woning. [medeverdachte 7] staat op de [adres] (plek C) met zicht op een hek. Dat hek kan [medeverdachte 1] niet in de gaten houden. Een man met een groen shirt (geïdentificeerd als [betrokkene 9] , hierna: [betrokkene 9] ) belt bij [slachtoffer 1] aan en [medeverdachte 1] ziet hem met [slachtoffer 1] naar buiten komen. [medeverdachte 1] informeert meteen [medeverdachte 8] . [slachtoffer 1] en de man met het groene shirt lopen de bocht om. [medeverdachte 1] verklaart dat hij het zicht op hen zou verliezen, maar dat [medeverdachte 7] wel zicht zou hebben als hij naar plek D gaat. [medeverdachte 1] stuurt [medeverdachte 7] hierover bericht en hij is op dat moment naar plek D gegaan. [medeverdachte 7] antwoordt dat hij ze ziet, dat ze staan te praten en vervolgens dat ze terug lopen. [medeverdachte 1] krijgt ze vervolgens inderdaad weer in zicht. [medeverdachte 1] ziet ze bij het huis op de hoek van [adres] met [adres] stoppen. Zij gaan weer de [adres] op. [medeverdachte 1] ziet ze niet meer en gaat ervan uit dat [medeverdachte 7] dan klaar staat op plek C. Heel kort daarna ziet [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] rennen, hij ziet een vrouw die geschrokken was en daarom wist hij dat de actie gaande is. Hij rijdt direct weg en stuurt [medeverdachte 7] bericht. Ook stuurt hij [medeverdachte 8] meermaals bericht dat die mensen actie zetten waar hij bij is, dat dit niet de bedoeling was. [medeverdachte 8] laat weten dat hij het gewoon heeft doorgestuurd. [medeverdachte 1] verklaart vervolgens dat hij [medeverdachte 7] heeft gevraagd waar zij elkaar gaan zien en dat hij van de Seat Ibiza af wil. Deze heeft hij geparkeerd ergens in het verlengde van de Straatweg (de rechtbank begrijpt: Amsterdamsestraatweg). De sleutel heeft hij aan [medeverdachte 7] gegeven, die zijn auto ook in deze omgeving heeft geparkeerd en samen zijn zij bij de Straatweg (de rechtbank begrijpt: Amsterdamsestraatweg) bij [betrokkene 10] (hierna: [betrokkene 10] ) in de auto gestapt. [medeverdachte 1] verklaart dat hem werd gevraagd waar hij was, dat hij geantwoord heeft dat hij aan het parkeren is en waar hij staat, dat [medeverdachte 7] toen nog zou komen en dat hij blijkbaar contact had gehad met [betrokkene 10] . [medeverdachte 1] verklaart dat er politieauto’s en helikopters te horen waren en dat zij naar de McDonald’s zijn gegaan om te eten. Onderweg heeft [medeverdachte 1] een bericht ontvangen met de vraag dat met spoed het adres in Bilthoven nodig was, waarna hij het adres aan de [adres] heeft gestuurd. Kort daarna komt het bericht dat de heads veilig zijn. Zij hebben een kilometer moeten rennen, het is een doorstuurbericht van [medeverdachte 16] . Bij McDonald’s komt ook Lange Pep. Na het eten zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] door [betrokkene 10] af gezet bij de Platinum Lounge. [medeverdachte 7] heeft nog gezegd: nu gaan we naar de hel toe. [medeverdachte 1] verklaart dat dit hem bevreemdde, omdat het gebeurde niet de bedoeling was, hij is gaan helpen, maar dit was van te voren niet gezegd.Na de berichten dat de heads veilig zijn heeft [medeverdachte 1] doorstuurberichten van [medeverdachte 8] ontvangen, met de tekst: ‘Machine preacher heeft hem goed te pakken’, ‘Die waterhoofd leeft niet meer’ en ‘Hij heeft vijf, zes bullets door zijn hoofd heen gejaagd.’ Daar is in de chats lachend op gereageerd. [medeverdachte 7] heeft deze berichten blijkbaar niet gekregen. [medeverdachte 8] heeft er niet om gelachen, aldus [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] verklaart verder dat hij toen hij de Platinum Lounge uit liep [medeverdachte 7] met [medeverdachte 6] zag praten en dat [medeverdachte 6] gestrest was. [medeverdachte 1] is weggegaan en krijgt later een bericht van [medeverdachte 7] dat hij naar hem toe komt. Hij kwam vervolgens met [betrokkene 10] naar [medeverdachte 1] en gaf [medeverdachte 1] een stuk of zes of zeven kogels, een flesje met spul erin, een jackje en handschoenen. [medeverdachte 7] vroeg [medeverdachte 1] de kogels schoon te maken en alles te dumpen. Dat heeft hij gedaan. [medeverdachte 7] heeft verteld dat [medeverdachte 6] in paniek was, dat hij de woning (aan de [adres] ) geregeld had en dat de bewoner kort na de liquidatie van [slachtoffer 1] naar huis is gegaan en kogels en die spullen heeft gevonden. [medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 7] , als het goed is, erheen is gereden en de spullen heeft aangepakt. [medeverdachte 1] heeft het jasje in een kledingbak gedaan. [medeverdachte 8] heeft [medeverdachte 1] een doorstuurbericht van [medeverdachte 16] gestuurd waarop hij heeft geantwoord dat hij de kogels, schoongemaakt, in het water heeft geloosd, handschoenen in de vuilcontainer, flesje in een andere en het jasje in de kledingbak. Hij krijgt bericht terug dat de kleding en handschoenen verbrand moesten worden. [medeverdachte 1] verklaart dat hem met een doorstuurbericht van [medeverdachte 16] door [medeverdachte 8] is gevraagd de woning in Bilthoven op te ruimen. Daar zou een tas met kleding zijn en er zouden ook wapens zijn in de berging. [medeverdachte 1] vindt daar een tasje met twee wapens, een wapen met demper en een Glock 17 of 19. Het wapen met demper herkent [medeverdachte 1] van (een foto van) de zaak Koper. [medeverdachte 1] neemt dit mee. [medeverdachte 1] verklaart verder dat [medeverdachte 7] laat weten dat hij naar de Hornbach gaat om inkopen te doen en daar een slijptol, handschoenen, een overall, mondkapjes en doekjes heeft gekocht. [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] hebben in de schuur van [medeverdachte 1] de wapens in stukken geslepen en met allesreiniger de kogels schoongemaakt. [medeverdachte 1] heeft dit op verschillende plaatsen in de rivier en een kanaal gegooid, terwijl [medeverdachte 7] de boel in de gaten hield. De kleding is verbrand bij [medeverdachte 8] op de camping in Makkum. [medeverdachte 1] verklaart dat hij op de terugweg (maar in Nieuwegein) een boete heeft gekregen voor te hard rijden. [medeverdachte 8] heeft [medeverdachte 1] op de camping gezegd dat hij over twee, drie dagen een nieuwe telefoon zou krijgen en dat iedereen overstapte naar een nieuwe telefoon. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] is nog gevraagd de woning in Bilthoven schoon te maken maar dat hebben zij allebei niet willen doen en de originele sleutels zijn teruggegeven aan de bewoner. 4.4.5 Duiding van de PGP-berichten in relatie tot voorbereiding moord Voor de beoordeling van deze zaak zijn berichten uit in beslag genomen telefoons en uit de Marengo-dataset van belang. 4.4.5.1 Periode van oktober tot en met december 2015 Het dossier bevat PGP-berichten van [medeverdachte 12] aan [medeverdachte 11] onder de kop: Berichten over observeren dikkop/groothoofd. Deze leiden de rechtbank tot de volgende conclusies. [medeverdachte 12] heeft het in deze berichten aan [medeverdachte 11] over [slachtoffer 1] . In oktober 2015 is [medeverdachte 12] bezig te achterhalen waar [slachtoffer 1] woont met de bedoeling hem (heimelijk) te kunnen observeren. [medeverdachte 12] houdt [medeverdachte 11] hiervan op de hoogte. De rechtbank gaat er, gezien het verloop van de berichten, zowel wat betreft tijd als inhoud, van uit dat [medeverdachte 11] actief deelneemt aan de communicatie. 13 oktober 2015 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 19:27 [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] Ok luister en huiver Was toevallig op winkelc Zag hem gewoon lopen gelukkig hij mij niet hahaha Hij is slim daar vol met camera Daar onmogelijk om hem te timere Als wat gebeurd ze kijken beelden En ops ben ik niet aan t kijke 19:35 [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] Ik denk binnne paar weke weet ik waar hij woont 15 oktober 2015 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 13:58 [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] Op t winkelc kunnen we hem niet volgen omdat daar teveel cameras staan snap je dan krijgen we zoiets als [betrokkene 11] dat ze film laten zien dat hij achtervolgt word Dat wil je niet hebben snap je 18 oktober 2015 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 10:43 [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] Ik loop na bus toe Loop ik gewoon dikkop tegemoet Hahahaaha 10:47 [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] Ik snaeky gekeken waar hij heen liep richting ze huis hahahahaa ik weet ongeveer nu Ik dacht ergens anders dus dit scheelt tijd hahaha Dichter bij mij dan ik dacht hahaha 10:52 [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] Nu kunnen we in een kleinere straal ot doen hahaha scheelt echt veel tijd 4.4.5.2 Periode van december 2015 tot en met januari 2016 [medeverdachte 16] heeft rond 22 december 2015 een dossier aan [verdachte] gegeven. Dat blijkt uit onderstaande berichten. Gelet op de inhoud stelt de rechtbank vast dat het dossier waarover gesproken wordt het dossier van het onderzoek Koper is. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht onbekend [medeverdachte 16] [verdachte] Sir wanneer heb ik u die dossier gegeven? Wanneer bent u neergeschoten welke datum sir? 24 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 00:57 [verdachte] [medeverdachte 16] “Sorry mr zat in de bioscoop zie nu pas die mailtjes! Ik ben 12 november neer geschoten mr! Waar zag hij die golf in utrecht? Die chino is ergens in de 40 mr! 00:59 [verdachte] [medeverdachte 16] “Dossier heeft u mij gegeven rond de kerst periode, rond 22 december zo mr! In dezelfde periode heeft [medeverdachte 16] een foto van [betrokkene 3] , waarover hij op dat moment kennelijk de beschikking had, aan een onbekend gebleven persoon (gebruiker van het PGP-account l774580d6z@ennetcom.com) verzonden. 29 december 2015 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 21:04 [medeverdachte 16] l774580d6z@ennetcom.com Dit is die hond De rechtbank leidt uit de volgende berichten van [medeverdachte 10] af dat hij met [medeverdachte 16] bespreekt dat [betrokkene 3] (wiens bijnaam immers Slager
  4. is)heeft gepraat en dat dit gevolgen moet hebben. [betrokkene 3] is kennelijk onvindbaar. De inhoud van het bericht van 19:24 uur sluit aan bij de verklaringen bij de politie van [betrokkene 3] waarin hij [betrokkene 8] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 16] heeft genoemd. De rechtbank gaat ervan uit dat met ‘book’ [betrokkene 8] wordt bedoeld, want zijn bijnaam is Boek, en dat met ‘kale’ [medeverdachte 8] wordt bedoeld, een van zijn bijnamen is Kale. De rechtbank gaat er verder van uit, gezien het verloop van de berichten wat betreft tijdstip en inhoud, dat [medeverdachte 16] reageert op de berichten van [medeverdachte 10] . 7 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 19:05 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] Gaat over slager toch , met andere woorden ze gaan niks doen met hem 19:12 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] Ok dus iemand lult over ons en dan moeten wij hem met rust laten toch ? Geruststelling of zekerheid ? Die man is snitch , zo werkt dat niet . 19:24 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] Het kan ook zo zijn , dat ze weten hoe u over snitches denkt en die man praat veel over u book kale , dat ze weten die man word toch gepakt ! 19:38 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] Niemand kan die slager vinden toch ? Maar hen wel ze hebben hem mishandeld toch een paar dagen ? Dus nu horen ze hem af te geven , want hen weten hem te vinden ! Dat [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] inderdaad actief met elkaar communiceren wordt bevestigd door latere berichtenwisselingen, waaronder het hieronder genoemde. De rechtbank leidt uit deze berichten af dat [medeverdachte 10] en [medeverdachte 16] ervan uitgaan dat [betrokkene 3] beschermd wordt en dat degenen die hem beschermen in ieder geval met [medeverdachte 16] bezig zijn. [medeverdachte 16] vindt dat ‘we’ (de rechtbank begrijpt: in ieder geval [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] ) informatie over deze personen moeten verzamelen met de bedoeling toe te kunnen slaan. 9 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 15:23 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] Dit hadden we nooit verwacht toch ? Dat die gangster [medeverdachte 6] die slager zou beschermen ! Ik denk die gasten zijn bezig met u of ons ! 15:25 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] Ja met my 100000% sir 100000% en u moet ook even weg gewoon relax want die gasten zyn vieze mensen sir moeten alles weten over ze dan weten we hoe we ze toe moeten slaan Uit de navolgende berichten van 11 januari 2016 blijkt dat [medeverdachte 8] (bijgenaamd: Steen of Kerdas) [medeverdachte 16] op de hoogte houdt van de verblijfplaats van [slachtoffer 1] , [betrokkene 1] en twee andere personen. [medeverdachte 16] informeert [medeverdachte 10] daarover. [medeverdachte 10] vermoedt dat [betrokkene 3] daar dan ook zal zijn. [medeverdachte 16] bevestigt dat [betrokkene 3] de dag ervoor ‘mocro’ (de rechtbank begrijpt: Marokko) in is geweest. Hieruit blijkt dat [medeverdachte 16] op de hoogte is van bewegingen van [betrokkene 3] . De rechtbank gaat ervan uit dat, gelet op de inhoud van het doorgestuurde bericht met tijdsaanduiding 18:28 uur, het proces-verbaal waar [medeverdachte 8] het over heeft een proces-verbaal uit het onderzoek Koper betreft. Dat dossier is eind december 2015 verspreid ten behoeve van de pro formazitting van 14 januari 2016. Uit het bericht van 17:51 uur blijkt dat [medeverdachte 16] er al voor deze zitting van op de hoogte is dat door [slachtoffer 1] en [betrokkene 1] verklaringen zijn afgelegd en uit de eerder genoemde communicatie met [medeverdachte 10] op 7 januari 2016 geldt ditzelfde ten aanzien van [betrokkene 3] . De rechtbank maakt uit deze communicatie ook op dat [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] er (steeds meer) van uit gaan dat zij door een andere groep, waar [betrokkene 3] , [slachtoffer 1] en [betrokkene 1] deel van uitmaken, als vijanden worden beschouwd en dat deze andere groep er mogelijk op uit is hen (de rechtbank begrijpt: in ieder geval [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] ) te doden. 11 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 17:30 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] "Salam sir alles goed Onder ------Origineel bericht------ Van: Steen Aan: Eigen/own Onderwerp: Verzonden: 11 Jan 2016 18:28 Salam broetje die [slachtoffer 1] plus twee yogos en die [betrokkene 1] die in procesverbaal voorkomt zijn in tanger 17:31 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] "Ok wat doen ze daar ? Denk ik dat die slager ook wel daar zal zijn . 17:34 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] “Onder dit zei ik of ze zyn bezig ja die slager is gisteren mocro in geweest ------Origineel bericht------ Aan: Steen Onderwerp: Verzonden: 11 Jan 2016 18:34 Die mensen zyn vies broer hy weet [medeverdachte 6] is u vriend en hy het tegen u gaat zeggen deze mensen zyn aan het schaken ! 17:40 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] "Ja zo wie zo en ze weten kerdas is vriend van [medeverdachte 6] ! Kerdas zegt net ja [slachtoffer 1] heeft [medeverdachte 6] gebelt als die hersens heeft doet ie express hy weet [medeverdachte 6] gaat tegen kale zeggen en kale tegen ons begryp je nu waarom ik zeg zyn aan het schaken 17:43 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] "Zo is het en niet anders , maar ze laten zo wel merken ook al is slager snitch ze zijn met hem ? Dus zijn ze aan het uitdagen dus . 17:44 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] “Deze gaan zeker wat proberen sir want ze weten wy laten geen snitch gaan begrypt u gewoon valse info doorgeven niks anders [slachtoffer 1] gaat helemaal uit tanger [medeverdachte 6] bellen en zeggen ja ben hier met die en die in tanger zelfs een mongool weet is bullshit 17:50 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] "Er klopt iets niet zker niet , maar het zou goed kunnen , dat die yoegos ook verklaring hebben afgelegd zit ik nu te denken 17:51 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] "Ja zeker die [slachtoffer 1] en die chino hele groep sir 17:53 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] "Ok dan begin ik het te begrijpen , voor hen is dit niet snitchen , ze zien ons als vijanden , dus mogen zeggen wat ze willen tegen scotu (zogenaamd voor hen veiligheid ) 17:54 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] "Juist hun denken ingedekt dus als ze ons nu laten slapen dan is het uit zelfverdediging sir is een hele plan dit Tijdens de pro formazitting in de zaak Koper heeft [medeverdachte 11] (bijgenaamd: Piet) de navolgende berichten, waarin door [medeverdachte 14] die hij in zijn telefoon heeft opgeslagen als Brada Bril, verslag wordt gedaan van die zitting, doorgestuurd naar [medeverdachte 16] . [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [slachtoffer 1] zijn daar – mede – onderwerp van gesprek. 14 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 10:12 [medeverdachte 11] [medeverdachte 16] Ja vrouw van boek en jongste zwager zitten bij de rechtzaak op het moment hij houdt mij op de hoogte ik zou u mailen..De eerste lichting zit bril en zn mattie( naam box fieten). [betrokkene 12] is er niet bij.Ze hebben het erover hoe betrouwbaar die verklaring van die [slachtoffer 4] en [betrokkene 3] is.Uw naam is niet gevallen nog..officier is boos ze lopen te flippen waarom iedereen zwijgrecht doet en hoe panorama aan info komt 10:21:00 [medeverdachte 11] [medeverdachte 16] ------Origineel bericht------ Van: Brada bril Aan: Eigen/own Onderwerp: Verzonden: 14 Jan 2016 10:13 Getuige!! Zijn die mannen wie op sd kaart te zien zijn!! Ze willen hun bij commasaris horen 10:21:43 [medeverdachte 11] [medeverdachte 16] -----Origineel bericht----- Van: Brada bril Aan: Eigen/own Onderwerp: Re: Verzonden: 14 Jan 2016 10:17 Nee sir niet nu!! Die gasten die ze hebbe laten zien op opsporing!! [betrokkene 3] [betrokkene 1] [slachtoffer 1] [slachtoffer 4] [betrokkene 13] en nog eentje die is opgenomen op de tel!! -----Origineel bericht----- Van: Piet Aan: Eigen/own Onderwerp: Verzonden: 14 Jan 2016 10:15 Komen de getuige nu?wie willen ze bij commesaris horen? Het verloop van de pro formazitting van 14 januari 2016 wordt door [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] op 15 januari 2016 besproken, zoals blijkt uit onder andere onderstaande berichten. Uit deze berichten blijkt dat [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] bespreken dat [slachtoffer 1] (die yoego), [betrokkene 1] (chino) en [betrokkene 3] (slager) als getuigen zullen worden gehoord in het onderzoek Koper. De reactie van [medeverdachte 10] komt er op neer dat hij vindt dat een aantal mensen (de rechtbank neemt aan: in ieder geval de genoemde mensen) gedood moeten worden (gaan slapen). [medeverdachte 16] vindt dat hij en [medeverdachte 10] goed met elkaar moeten praten want het is nu een echte oorlog, zij zijn vogelvrij verklaard en dat vraagt om een (re)actie. Later deze dag spreken [medeverdachte 10] en [medeverdachte 16] weer over de getuigen, waaronder [slachtoffer 1] , [betrokkene 3] en [betrokkene 1] . 15 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 00:37 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] “Ja sir vandaag hoge piet advo gemeld dat tito zwaar op lyst staat ook maar u ziet sir zyn slimme mensen echt uitgekookt die actie van die vieze verrader ook niet te begrypen ook opgezet sir die yoego en die chino ook verklaart dus alle 3 sir! 00:56 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] "Ja is wel belangrijk , dat wat gasten moeten slapen , want ze maken openlijk acties zwaar op dit moment 01:00 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] “Zwaar zwaar sir maar moeten goed praten sir want dit is een echte oorlog nu ze hebben ook adressen van iedereen ook van my moeder etc en openlyk zo verraden sir zelf kranten zeggen en sites unicum gebeurt nooit zo door hun zyn jongens ook gepakt etc dus die zyn veeel van plan sir veel ! By petten ingedekt dus al laten ze openlyk slapen zelfverdediging 01:02 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] "Ja dat bedoel ik , net als of scotu uitzoekt waar we allemaal zitten en wie exact bij wie hoort en doorgeven ! Aan die zogenaamde goeie crimis (snitches dus) 01:17 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] “Is ook belangrijk eigenlijk datje scotu heb , dus is wel te begrijpen , maar hoe die gasten het spelen zijn ze slachtoffer en willen ze ons vogelvrij verklaren 01:18 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] “Juist hebben ze al gedaan sir ! 01:33 [medeverdachte 10] [medeverdachte 16] “Ok dat is duidelijk vooral als ze 2mans zijn , desnoods rijder fix die 2 gasten zelf doen is belangrijk meneer 10:27 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] "Er zyn 15getuiges sir 10:52 [medeverdachte 16] [medeverdachte 10] "Weet je niet sir 3zyn duidelyk yoego die chino en slager en 12willen ze naam niet van geven sir Uit het dossier blijkt dat op 19 januari 2016 een bestelbus voorzien van tennisstickers in beslag is genomen. Deze bus was uitgerust met software om heimelijk video-opnames te maken. In de bus is een SD-kaart aangetroffen met daarop observatiefoto’s van [betrokkene 14] (hierna: [betrokkene 14] ), een neef van [medeverdachte 16] , bijgenaamd Bolle. Het onderzoek Vosbergen ziet op deze vondst. Op 23 januari 2016 stelt [betrokkene 14] [medeverdachte 16] ervan op de hoogte dat hij is gewaarschuwd door de politie (petten) en dat zijn leven mogelijk in gevaar is. 23 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 14:00 [betrokkene 14] [medeverdachte 16] Salaam broth, Alles goed? Der waren net 2petten by me thuis broth van landelijke recherche onderzoek:26 vosbergen. Ze lieten me foto's zien van mijzelf die zyn by mensen aangetroffen en dat ik waarschynlyk sta op een dodenlijst en dat ik moet uitkijken en welke auto ik rij en of ik weet wat bakens zyn ik zij kweet van niks en kweet ook niet wat bakens zijn... Toen ging die me uitleggen wat het was en dat k daar voor moet opassen... 14:04 [betrokkene 14] [medeverdachte 16] Voor me deur broth... 3foto's van my dat ik voor de deur sta en een foto van een tennisclub bus... [medeverdachte 16] informeert een paar minuten later [medeverdachte 11] en [medeverdachte 10] . Kort daarna informeert hij [medeverdachte 8] en weer wat later informeert hij [verdachte] . Ze denken alle vier mee met [medeverdachte 16] en [medeverdachte 8] en [verdachte] geven aan dat zij gaan uitzoeken wie er achter zou kunnen zitten. Uit de berichten komt naar voren dat [verdachte] de mogelijkheid met [medeverdachte 16] bespreekt dat [betrokkene 3] er achter zou kunnen zitten. De rechtbank leidt uit deze berichten af dat [verdachte] suggereert dat eventueel een lid van de familie van [betrokkene 3] vermoord zou kunnen worden. Hij zegt ook toe informatie te verzamelen en actie te ondernemen en hij geeft daadwerkelijk informatie over de familie van [betrokkene 3] aan [medeverdachte 16] . Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 16:12 [verdachte] [medeverdachte 16] Als aanwijzingen zijn naar die hond toe, pakken we gewoon iemand van zijn fam heel simpel! Nemen we hem mee, en voor goed weg! In belgie is er plek iemand weg te doen, gewoon helemaal late verdwijnen! In een badje zoutzuur! 16:16 [verdachte] [medeverdachte 16] Ik ga alles voor u na mr met plezier wollah! En maakt u zich geen zorgen we neuken hun moeders, heb genoeg mensen klaar staan ook die aan onze kant staan! We gaan alles na en halen alles boven water of hun! Ze hebben ook een slagerij [betrokkene 3] heet die, van zijn vader enzo was die en fam die er in werkt! Maar ik denk dat hij dat niet gaat durven die laffe mietje, die zit alleen achter zwake mensen aan! Daar staat hij bekend om.. Zeg u neefje, plaats allemaal spycams en allerlei dingen bij zijn huis en omgeving dat hij altijd alles goed kan checken ook op afstand en vreemde figuren en altijd een cam die gericht is op zijn auto! [medeverdachte 16] heeft de observatie van [betrokkene 14] dezelfde avond ook gedeeld met [medeverdachte 5] . Ook hij doet actief onderzoek naar wie er achter de tennisbus zit. Uit berichten aan en afkomstig van [verdachte] blijkt dat hij in de dagen daarna door [medeverdachte 16] op de hoogte wordt gehouden van hetgeen [betrokkene 14] zegt over wat voor persoon met die bus te maken zou hebben en in wat voor auto deze persoon zou rijden. Weliswaar is de afzender van deze berichten niet bekend, maar gezien de inhoud van deze (doorstuur)berichten in samenhang met gedateerde berichten van [verdachte] aan [medeverdachte 16] leidt de rechtbank af dat de ongedateerde berichten van [medeverdachte 16] afkomstig zijn. [medeverdachte 16] heeft [betrokkene 14] opgeslagen in zijn PGP-toestel als Bolle n. In deze berichten wordt gesuggereerd dat Chino (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] ) met de bus te maken zou hebben. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht [verdachte] Onder ------Origineel bericht------ Van: Bolle n Aan: Eigen/own Onderwerp: Verzonden: 24 Jan 2016 00:39 Ja k ben naar die geweest maar die wist niets ik ga het morgen aan ze vader vragen... Die bus heeft er periode's gestaan dan weer een paar dagen we'll en een paar dagen niet... Soms kwam die weken niet... Broth ik heb we'll eens een korte persoon gezien precies naast die bus lopen&is in een golf 4 gestapt een kort beetje dikke mocro milimeter haar maar die kan ik niet zeker zeggen dat die daar was by die bus... Maar die heb ik verder nooit meer gezien... Ik en ryder hebben toen een extra rondje gemaakt maar die golf reed gelijk weg... [verdachte] Sir een donkerblauwe golf 4 die beschryving mocro bolle beetje chino of niet? [verdachte] Ok sir en heeft die chino of ze broertje golf 4 donkerblauw [verdachte] informeert [medeverdachte 16] over het type auto’s waar de [betrokkenen 1 en 2] in rijden en vraagt waar [betrokkene 14] de Volkswagen Golf 4 heeft gezien. De rechtbank gaat ervan uit, gelet op de inhoud van het doorgestuurde bericht van [betrokkene 14] (Bolle n), dat onderstaand bericht van [medeverdachte 16] afkomstig is en een reactie is op de vraag van [verdachte] . 24 januari 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 01:01 [verdachte] [medeverdachte 16] "Laatste keren dat ze reden was bmw x1 hoge model! En silvere polo mr! Waar heeft hij die golf 4 gezien? [verdachte] ------Origineel bericht------ Van: Bolle n Aan: Eigen/own Onderwerp: Verzonden: 24 Jan 2016 01:02 Dat busje is een ford busje beetje verlengt model met groene tennisballen aan de zijkant en 1racket.... Een korte mocro eind jaar 30 leren jasje millimeter haar deed breed maar had een buikje en deed zijn nek korter maken. Hij stapte in een donkerblauwe golf 4 die heb ik 1x gezien samen met het busje... Dat busje viel me op rond november/december. [verdachte] laat [medeverdachte 16] weten dat zij rond gaan vragen. Uit de berichten blijkt dat [verdachte] daadwerkelijk bij zijn broer [medeverdachte 4] (Brede) navraag doet en diens antwoorden aan [medeverdachte 16] doorstuurt. Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 01:03 [verdachte] [medeverdachte 16] “We moeten rond vragen mr! Altijd als ik een verdachte auto zie maakt niet uit waar! Pak ik altijd de kenteken direct mr, altijd paranioa.. Ik ga even rond vragen wie er zo een auto kan hebben met die beschrijving! 01:12 [verdachte] [medeverdachte 16] "Onder mr heb mijn broertje gevraagt die weet het ook niet! ------Origineel bericht------ Van: Brede Aan: Selftest (28/12/15) Onderwerp: Verzonden: 24 Jan 2016 02:11 Nee is mijn niet bekend,is er wat gebeurt?heb je kentekens ik kan ze na trekken voor je? 01:24 [verdachte] [medeverdachte 16] "Onder mr! Die kleine van mij, als u kent wilt checken voortaan of iets! ------Origineel bericht------ Van: Brede Aan: Selftest (28/12/15) Onderwerp: Verzonden: 24 Jan 2016 02:22 Hoofdpijn ik zal me ogen open houden als ik wat zie dan laat ik het je weten,als zoiets nog gebeurt probeer kentekens te pakken geef dat door aan je maat 75,- per kent... En ik zal niks zeggen tegen niemand zulke dingen zijn geen grap. Hoe gaat het met de pijn? [medeverdachte 1] heeft – het is hiervoor al weergegeven – als achtergrond van de moord op [slachtoffer 1] geschetst dat Slager (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 3] ) verklaringen heeft afgelegd over [medeverdachte 16] , [medeverdachte 8] en anderen, waardoor iedereen naar hem op zoek was. Een deel van deze verklaringen heeft hij gelezen en hij heeft (doorstuur)berichten gezien waaruit duidelijk wordt dat het niet lukt om [betrokkene 3] te vinden en dat daarom is geprobeerd via zijn ‘kliekje’ bij hem te komen. Daarmee worden [slachtoffer 1] en de Chino’s (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ) bedoeld. De hiervoor aangehaalde berichten in de periode december 2015 tot en met januari 2016 ondersteunen de verklaring van [medeverdachte 1] over de achtergrond van de moord op [slachtoffer 1] . De berichten uit oktober 2015 maken duidelijk dat er al langer naar [slachtoffer 1] is uitgekeken. Dat geldt ook voor [betrokkene 3] en [betrokkene 1] blijkens hun verklaringen uit 2015 (zie hoofdstuk 4.4.3 Voorgeschiedenis). 4.4.5.3 Periode van 17 tot en met 19 april 2016 Op 17 april 2016 is [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ), bijgenaamd Hak, in IJsselstein doodgeschoten. Dezelfde dag vindt onderstaande berichtenwisseling tussen [medeverdachte 16] en [betrokkene 15] (hierna: [betrokkene 15] ), een contact van hem, plaats. De rechtbank acht deze van belang omdat hierdoor duidelijk wordt dat er een link bestaat tussen [slachtoffer 3] , [betrokkene 3] en de [betrokkenen 1 en 2] en dat zij allemaal in verband staan met een kennelijke oorlog. Ook de verklaring van [betrokkene 3] speelt hierbij een rol. De gewelddadige dood van [slachtoffer 3] moet de andere partij duidelijk maken hoe ver [medeverdachte 16] bereid is te gaan in een oorlog. Gelet op de inhoud van de berichten gaat de rechtbank ervan uit dat dit dezelfde oorlog is waar [medeverdachte 16] en [medeverdachte 10] het over hebben in berichten van januari 2016. Wat [medeverdachte 16] betreft gaat [betrokkene 3] dood (slapen), ongeacht of hij zijn verklaring intrekt. 17 april 2016 Tijdstip Verzender Ontvanger Bericht 17:23 [betrokkene 15] [medeverdachte 16] Pfff was het een mokro bro ? ------Original Message------ From: Broer. Niw. To: Moi-myself-yo-ben Subject: Sent: Apr 17, 2016 7:20 PM Hahahaha en check straks weer een hoerenzoon 17:26 [medeverdachte 16] [betrokkene 15] Ja tuurlyk vriendje van slager chino huilt is zyn brada alle info heeft hy gegeven en zeg die [medeverdachte 6] slager was in kanaleneiland en heb hem gelaten zodat die ze die kk verklaring intrekt en anders oorlog deze jongen was met ons 30jaar en heeft ons verkocht nu kan ze moeder huilen kk hoeren zoon !!! Dus willen ze oorlog gaat nooit meer stoppen!! [medeverdachte 6] wil oorlog om een kk kk verrader begrypt het leven niet meer broertje en zal u zeggen by deze vermoord myn hele familie my kunnen ze niet raken zal rust hebben als myn fam dood is zal ze allemaal laten zien wat oorlog is voor kk kk kkk informanten u afpersen bedreigen genoeg geweest ! [medeverdachte 6] moet weten deze jongen op myn hand opgegroeit en dus niks met hun te maken beter maakt die slager dood 17:31 [betrokkene 15] [medeverdachte 16] Bro die slager is ie gewoon in utka ? 17:33 [betrokkene 15] [medeverdachte 16] En deze jongen heeft ale info aan slager gegevn of wouten ?? Was deze jongen vriend van u bro ?? En die kk slager ging tog zijn verklaring intreken!! 17:37:20 [betrokkene 15] [medeverdachte 16] Ok bro ik ga van de week na m toe moet u mij exact zegen wat ie moet doen !! Doet het gelijk doet ie het niet dan moet ie zelf weten ! ------Original Message------ From: Broer. Niw. To: Moi-myself-yo-ben Subject: Sent: Apr 17, 2016 7:32 PM Broertje tot de dood en verder en erna!! Heb ze fotos heads konden hem neuken en die broertje van chino u lees alleen slager beter praat u met de [medeverdachte 6] kk stront tyfus gangster als iemand van my praat dood hem my zelf broertje grote woorden voor een informant zyn leerling en allah vergeef wy sturen ze erheen! 17:37:41 [medeverdachte 16] [betrokkene 15] Broertje wil alleen weten of die nog achter die kk kk hoerenzoon van slager is met ze oorlog dan op ze oude dag zal die geen rust meer zien al denkt ie in utka king te zyn met verrader is uit gespeelt zodat we openlyk oorlog voeren tot aan onze kinderen aan toe ! 17:38 [betrokkene 15] [medeverdachte 16] dus die kk homo heeft genoeg hun info gegevn !! En die hond heeft we'll balen dat ie gewoon rond loopt !! ------Original Message------ From: Broer. Niw. To: Moi-myself-yo-ben Subject: Sent: Apr 17, 2016 7:34 PM Deze hoerenzoon heeft alle info gegeven aan slager hy is met chino en ze broertje 24uur en was myn leerling 30jaar broertje dus [medeverdachte 6] moet weten wat ik met myn leerlingen doe. En iedereen fuck hun allemaal oorlog zeker tot dood en verder en nog slager in utka lopen hahahaha tfffooeeeeee vieze kk kk flikkers ! 17:42 [medeverdachte 16] [betrokkene 15] Hy gaat slapen zodra die zyn verklaring intrekt en iedereen mag het weten hy gaat broertje fuck hem en alles hy hoeft niks in te trekken !!! Kk kk kk hoerenzonen 17:44 [medeverdachte 16] [betrokkene 15] Ken die hele hoerenzoon good good niet en die moet ook slapen check mocro deze week !! En dubai nergens meer gaan ze rust vinden 17:45 [betrokkene 15] [medeverdachte 16] K weet broer al deze elende heb ik gecreert mijn excuus broer zijn egt rotzooi gasten broer heben geen manieren geen eer niks !! En hun denken dat ie good good er achterzit begrijp u !! ------Original Message------ From: Broer. Niw. To: Moi-myself-yo-ben Subject: Sent: Apr 17, 2016 7:41 PM En die hele slager is om u broertje niemand anders ! En echt zit my dwars ! Zwaaar dat iemand nog zo praat en hy is goed met u tzzzzzzzzzz fuck hun en iedereen van hem erby laat hem nu info uit iemand halen 17:49 [medeverdachte 16] [betrokkene 15] Ok laat het zo broertje is goed slager gaat slapen Uit onderstaande berichten blijkt dat [medeverdachte 16] en [verdachte] het de

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.