← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:7178

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/758700 / FA RK 24/7322 kenmerk: ZM/IND/147086 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 18 november 2024 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , zorgaanbieder, GGZ inGeest, hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. I. Baardman te Amsterdam. 1Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 28 oktober

  1. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 november 2024, in het gebouw van de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - bovengenoemde advocaat; - verpleegkundig specialist, mevrouw E. Hoeksema; - agoog, de heer [naam] . Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. 2Beoordeling 2.
  2. In de Wvggz, in het bijzonder artikel 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met artikel 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in artikel 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. 2.
  3. Uit de medische verklaring is gebleken dat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet heeft gesproken. In de medische verklaring staat vermeld dat de psychiater betrokkene twee keer, op 3 oktober en 15 oktober 2024, heeft gebeld en zijn voicemail heeft ingesproken met het verzoek om terug te bellen zonder resultaat. Daarna zijn geen pogingen meer ondernomen om betrokkene fysiek te onderzoeken. Dat nu is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. De psychiater had ook aangekondigd en onaangekondigd op huisbezoek kunnen gaan. Op de plek waar betrokkene zijn medicatie komt halen had ook een gesprek georganiseerd kunnen worden. Onduidelijk is dan ook waarom niet voor deze weg is gekozen om toch met betrokkene het gesprek aan te kunnen gaan. Dat betrokkene bekend zou staan als iemand die geen gesprek met de psychiater zal willen aangaan, zo dat al vaststaat, maakt het oordeel niet anders. 2.
  4. Met de advocaat van betrokkene is de rechtbank van oordeel dat de medische verklaring vrij summier is en dat niet is voldaan aan de wettelijk voorgeschreven procedure omdat betrokkene niet in persoon is gezien door de onafhankelijk deskundige, terwijl onvoldoende is komen vast te staan dat die mogelijkheid er niet was. 2.
  5. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen. 3Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 18 november 2024 mondeling gegeven door mr. L. van der Heijden, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 25 november 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.