RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/238320-24 Datum uitspraak: 17 oktober 2024 TUSSEN- UITSPRAAK op de vordering van 1 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juni 2024 door the Regional Court in Zielona Góra, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1977, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een decision of the District Court in Żagań of 5 September 2023, File Number II K 469/23, to apply provisional detention for the period of 30 days as of the day of being detained in the territory of Poland, file number of the case in which the decision has been issued: 4259-0.Ds.964.2023 of the District Public Prosecutor's Office in Żagań. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: mishandeling. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Het EAB ziet op een feit dat geacht wordt geheel op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan: - aangeefster heeft de Poolse nationaliteit en bevindt zich in Polen; - de opgeëiste persoon heeft de Poolse nationaliteit; - het onderzoek is in Polen aangevangen; - het Nederlandse openbaar ministerie is niet voornemens zelf de opgeëiste persoon te gaan vervolgen voor het feit in het EAB. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon verzoekt de overlevering op grond van dit artikel te weigeren en stelt zich op het volgende standpunt: - de opgeëiste persoon bevindt zich op Nederlands grondgebied en hij zal op korte termijn niet feitelijk worden overgeleverd vanwege een lopende Nederlandse strafzaak; - het strafrechtelijke onderzoek kan even goed in Nederland worden gedaan; - volgens de opgeëiste persoon bevindt aangeefster zich niet in Polen maar in Nederland; - de opgeëiste persoon is op dezelfde datum als de pleegdatum in het EAB aangehouden voor rijden onder invloed in Nederland. Dit zou mogelijk van invloed kunnen zijn op een alibi voor het feit dat in het EAB genoemd staat. De rechtbank stelt voorop dat: - aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn; - de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd. Gelet op de door de officier van justitie genoemde argumenten vormt het gegeven dat het feit wordt geacht geheel in Nederland te zijn gepleegd, onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd, is onvoldoende voor de rechtbank om tot een ander oordeel te komen. 6Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden Op 22 februari 2024 heeft de Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) een rapport gepubliceerd over de detentieomstandigheden in Poolse detentie-instellingen naar aanleiding van een bezoek aan Polen in de periode van 21 maart 2022 tot 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.