RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/251359-24 Datum uitspraak: 17 oktober 2024 UITSPRAAK op de vordering van 7 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 mei 2024 door the Suwałki Regional Court [Sąd Okręgowy w Suwałkach], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1998, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een final and legally binding judgement of 25 January 2024 issued by Suwałki District Court (II K 800/23). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest bij de procedure die tot het vonnis heeft geleid. Hij is volgens zijn eigen verklaring maar op twee van de vier zittingsdagen aanwezig geweest. De reden dat hij niet aanwezig is geweest op die twee zittingsdagen die mede geleid hebben tot zijn onherroepelijke veroordeling, is gelegen in het feit dat de oproepingen voor die zittingen zijn verzonden naar een oud gezamenlijk adres van de opgeëiste persoon en het slachtoffer, waar hij niet langer stond ingeschreven of woonachtig was. Zijn vriendin heeft hem niet geïnformeerd over die twee zittingsdagen. Op de twee zittingsdagen waar hij niet bij aanwezig was, zijn getuigen gehoord. In een uitspraak van deze rechtbank van 29 oktober 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat ook op dit soort zittingen de zaak ten gronde is behandeld. Nu de opgeëiste persoon daarbij niet aanwezig was en ook geen advocaat had, moet de overlevering in lijn met voornoemde uitspraak worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW dan wel moet er nadere informatie worden opgevraagd. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW niet aan de orde is, omdat de opgeëiste persoon volgens het EAB aanwezig was bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid. Subsidiair moet van toepassing van de weigeringsgrond worden afgezien. De rechtbank overweegt dat het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Er is een kruisje gezet in het EAB onder D
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.