beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/755046 / FA RK 24-5282 (MO/CS) Beschikking van 21 november 2024 betreffende voorlopige voorzieningen in de zaak van: [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat voorheen mr. A.S. Bodha, thans mr. H. Plantenga. tegen [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. S. Toughza. 1De procedure 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoek van de vrouw, ingekomen op 7 augustus 2024; het verweerschrift van de man, ingekomen op 25 september 2024; het F9-formulier met bijlagen van de vrouw van 30 oktober 2024; het F9-formulier met bijlagen van de man van 30 oktober
- 1.
- De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 7 november
- Verschenen zijn: partijen met hun advocaten, alsmede voor ieder van partijen een tolk. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities voorgedragen en overgelegd. 2De feiten 2.
- Partijen zijn met elkaar gehuwd te Latakia (Syrië) op 18 maart
- Beide partijen hebben de Syrische nationaliteit. 3Het verzoek en het verweer 3.
- De vrouw verzoekt te bepalen dat zij bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning en dat de man € 500,- per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud. 3.
- De man verweert zich tegen het verzoek van de vrouw. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige-voorzieningenprocedure Nederlands recht toe. 4.
- In geschil tussen partijen is of de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen. 4.
- Primair stelt de man dat de vrouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoeken, nu de echtscheiding tussen partijen op 28 juli 2024 in Syrië reeds is uitgesproken na een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding. Nu de echtscheidingsprocedure in Syrië al is afgerond kan er geen voorlopige voorzieningen meer worden getroffen, aldus de man. 4.
- De vrouw stelt dat zij niet bekend was met een echtscheiding in Syrië (totdat zij in deze procedure bekend is geworden met stukken daarvan) en zij meent dat de man zonder dat zij het wist de echtscheiding in Syrië heeft geregeld. De vrouw heeft bij haar vertrek uit Syrië, gelet op de omstandigheden in Syrië, een algemene juridische volmacht afgegeven zodat zij zaken op afstand zou kunnen regelen. De man wist van die volmacht en de vrouw vermoedt dat de man de Syrische advocaat heeft benaderd en opdracht gaf namens de vrouw ‘in de procedure’ te verschijnen. De afgegeven volmacht was niet bedoeld voor een echtscheiding. Bij de vrouw ontbrak de kennis, alsmede een uitdrukkelijk wil tot instemming met deze echtscheiding, laat staan dat zij afstand heeft willen doen van aanspraken op gemeenschappelijk vermogen, huurrecht en partneralimentatie. De vrouw wil in Nederland van de man scheiden en in dat kader nu eerst voorlopige voorzieningen treffen. 4.
- De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft een uitspraak van de rechtbank in Lattakia (Syrië) van 20 augustus 2024 overgelegd waaruit de ontbinding van het huwelijk in Syrië met wederzijde instemming van partijen op 28 juli 2024 blijkt. Het bestaan van deze uitspraak wordt niet door de vrouw betwist. Wel hebben partijen een volstrekt verschillende lezing over de omstandigheden waaronder die uitspraak tot stand is gekomen. 4.
- In deze zaak is artikel 57 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van belang: een in het buitenland na een behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed wordt in Nederland erkend, indien zij is tot stand gekomen door een beslissing van een rechter of andere autoriteit en indien aan die rechter of andere autoriteit daartoe rechtsmacht toekwam. Een in het buitenland verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed die niet voldoet aan één of meer van de in lid 1 gestelde voorwaarden wordt nochtans in Nederland erkend indien duidelijk blijkt dat de wederpartij hetzij tijdens de buitenlandse procedure uitdrukkelijk of stilzwijgend met die ontbinding of scheiding van tafel en bed heeft ingestemd, dan wel na afloop van de procedure in de uitspraak heeft berust. 4.
- Een voorlopige voorzieningen procedure leent zich slechts voor een summiere inhoudelijke toetsing aan artikel 57 Rv. In dat kader is van belang dat tijdens de mondelinge behandeling vast is komen te staan dat de vrouw geen actie heeft ondernomen om tegen de uitgesproken ontbinding van het huwelijk danwel het beweerdelijk gemaakte misbruik van de afgegeven volmacht. Zij heeft aangegeven dat zij de gevolmachtigde in Syrië ook niet na de kennisname van de ontbinding heeft benaderd. Een diepergaand inhoudelijk onderzoek kan in de bodemprocedure plaatsvinden. De rechtbank gaat er echter vooralsnog vanuit dat de vrouw met de ontbinding in Syrië heeft ingestemd, zodat er geen grondslag is tot het treffen van voorlopige voorzieningen in het kader van een echtscheidingsprocedure. De vrouw is daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen. 5De beslissing De rechtbank: 5.
- verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Overmars, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. C.K. Soeters, griffier, op 21 november 2024.