RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/743549 / HA ZA 23-1115 Vonnis van 27 november 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. R.M. Leeuwenburgh, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. W.M. Welage. Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.
(5)jaar verlengd; D. de aanbiedingsprocedure ex artikel 23 van de Franchiseovereenkomst AH is met betrekking tot de Winkel doorlopen en Albert Heijn Franchising B.V. heeft naar aanleiding van (het resultaat van) deze procedure niet aangekondigd de Franchiseovereeknomst AH te ontbinden, op te zeggen of anderszins te wijzigen of beëindigen; en E. het Boekenonderzoek is naar tevredenheid van Koper afgerond en als onderdeel daarvan zijn geen zodanige feiten of omstandigheden naar boven gekomen dat van Koper in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij de Transactie (op dezelfde voorwaarden of anderszins) effectueert, en de uitkomsten van het Boekenonderzoek zijn in de Koopovereenkomst verder op een Koper conveniërende wijze geadresseerd. (…) 6BEEINDIGING Beëindiging Deze Term Sheet kan door middel van een schriftelijke kennisgeving door Koper worden beëindigd indien een of meer van de Opschortende Voorwaarden niet uiterlijk op 31 december 2023 zijn vervuld, zonder dat Koper aan de Verkoper een gevolg hiervan enige vorm van schadevergoeding verschuldigd is. (…)” 2.12. Op 25 oktober 2023 heeft [naam 3] onder meer het volgende aan [naam 1] gemaild: “Zoals zojuist telefonisch besproken, zijn wij in de gesprekken in de veronderstelling geweest dat de belastinglatentie zou worden verdeeld in een 25% voor de verkoper en een 75% voor de koper. Dit is in ons eerste gesprek besproken in [vestigingsplaats 3] . In dit gesprek heb ik aangegeven dat we de belastinglatentie 50/50 wilden verdelen. Waarop jij aangaf dat deze 25% voor [naam 2] zou zijn en 75% voor jullie. Ervan uitgaande dat dit ook zo geregeld zou worden zijn we gisteren het gesprek ingegaan en hebben we de afspraak ook als zodanig gelezen. Vandaag hebben we echter begrepen dat de latentie voor 100% voor rekening van verkoper zou komen. wij zijn het hier niet mee eens en menen dat dit ook zo niet afgesproken is. Zoals ik aangegeven heb ik in mijn e-mail van 18 oktober en waarin in de bijlage de latentie berekening/ verdeling was opgenomen op basis van de toen 17Mio goodwill.(bijlage)” 2.13. In reactie daarop heeft [naam 1] op 26 oktober 2023 onder meer het volgende aan [naam 3] gemaild: “Over een verdeling van de latente (belasting)claim is in [vestigingsplaats 3] maar ook dinsdag in [vestigingsplaats 1] niet gesproken. In [vestigingsplaats 3] zijn diverse percentages qua belasting latentie genoemd, maar in dat gesprek in [vestigingsplaats 3] zijn geen afspraken gemaakt, laat staan dat daar overeenstemming is bereikt over een latentie percentage en/of een verdeling van een latentieclaim tussen Koper en Verkoper. In de Head of Terms (…) zijn over een verdeling van de belastinglatentie evenmin afspraken gemaakt, zoals je kan nalezen.” 2.14. Daarna zijn partijen – samengevat – verwikkeld geraakt in een discussie over de vraag of [gedaagde] op grond van de Term Sheet gehouden is de aandelen tegen betaling van een koopprijs van € 13,5 miljoen te leveren [eiseres] . Partijen hebben geprobeerd daar samen uit te komen, maar dat is niet gelukt. 2.15. Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant heeft [eiseres] op 28 november 2023 ten laste van [gedaagde] conservatoir verhaalsbeslag en leveringsbeslag gelegd op de aandelen. 3Het geschil in conventie 3.1. [eiseres] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: primair: bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de akte tot levering van de aandelen, een dwangvertegenwoordiger benoemt om [gedaagde] te vertegenwoordigen in het geval zij niet alle noodzakelijke medewerking verleent om de levering van de aandelen te effectueren, [gedaagde] gebiedt uiterlijk binnen zeven dagen na betekening alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om levering van de aandelen te bewerkstelligen, op straffe van een dwangsom, subsidiair: [gedaagde] gebiedt te goeder trouw de onderhandelingen met [eiseres] over de (ver)koop van de aandelen te hervatten, met inachtneming van de onder randnummers 73 tot en met 87 in het lichaam van de dagvaarding omschreven uitgangspunten, op straffe van een dwangsom, meer subsidiair: [gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de schade die [eiseres] ten gevolge van het afbreken van de onderhandelingen heeft geleden, nader op te maken bij staat en vermeerderd met rente, zowel primair als subsidiair als meer subsidiair: [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, waaronder de beslagkosten, vermeerderd met rente. 3.2. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, indien nodig, ingegaan. in reconventie 3.4. [gedaagde] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: primair: - voor recht verklaart dat de Term Sheet is geëindigd, subsidiair: - de Term Sheet beëindigt, zowel primair als subsidiair: - [eiseres] veroordeelt in de proceskosten. 3.5. [eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, indien nodig, ingegaan. 4De beoordeling in conventie De primaire vorderingen 4.1. Partijen twisten – samengevat – over de vraag of [gedaagde] op grond van de Term Sheet gehouden is de aandelen tegen betaling van een koopprijs van € 13,5 miljoen te leveren aan [eiseres] . De rechtbank oordeelt van niet en legt hierna uit waarom. 4.2. Partijen zijn met elkaar in gesprek gegaan over de mogelijke (ver)koop van de aandelen. Daarbij is de koopprijs van de aandelen aan de orde gekomen. Partijen zijn het erover eens dat die koopprijs bestaat uit een bedrag van € 18 miljoen aan goodwill minus een bedrag aan belastinglatentie. Onder belastinglatentie wordt in dit verband verstaan: een neerwaartse aanpassing van de koopprijs in verband met het feit dat de koper een fiscaal nadeel lijdt, doordat bij een aandelentransactie (anders dan bij een activa/passiva transactie) de goodwill geen onderdeel uitmaakt van de afschrijvingsbasis. 4.3. Volgens [eiseres] hebben partijen afgesproken dat van die € 18 miljoen aan goodwill een bedrag van € 4,5 miljoen aan belastinglatentie – zijnde 25% van € 18 miljoen – volledig voor rekening van [gedaagde] zou komen. Dit brengt volgens [eiseres] mee dat [gedaagde] gehouden is de aandelen tegen betaling van een koopprijs van € 13,5 miljoen (€ 18 miljoen -/- € 4,5 miljoen) aan haar te leveren. [eiseres] beroept zich daartoe op passages in de Term Sheet die luiden “De ‘Bruto Goodwill’ (voor aftrek van 25% belastinglatentie) gelijk zal zijn aan een bedrag van 18.000.000 euro” en “het definitieve bedrag van de ‘Bruto Goodwill’ (voor aftrek van 25% belastinglatentie) zal worden vastgesteld op een bedrag gelijk aan 18.000.000 euro ”. 4.4. Volgens [gedaagde] waren partijen nog in onderhandeling over de koopprijs en meer specifiek over de vraag hoe die belastinglatentie tussen partijen moest worden verdeeld. Dit brengt volgens [gedaagde] mee dat de door [eiseres] aangehaalde bepalingen van de Term Sheet geen verplichting voor haar bevatten om de aandelen tegen betaling van een koopprijs van € 13,5 miljoen aan [eiseres] te leveren. 4.5. Partijen leggen de Term Sheet dus ieder anders uit. Dit betekent dat de rechtbank de Term Sheet moet uitleggen. Bij die uitleg komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de Term Sheet mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij die uitleg zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien. 4.6. Voorop staat dat term sheets in het algemeen fungeren als onderhandelingsdocument waarin de betrokken partijen de uitgangspunten voor hun verdere onderhandelingen vastleggen. De tekst van de onderhavige Term Sheet wijst daar ook op. Uit de aanhef van de Term Sheet blijkt namelijk dat partijen de intentie hebben om overeenkomstig de in de Term Sheet gemaakte afspraken de (ver)koop van de aandelen aan [eiseres] te realiseren en dat zij ter zake te goeder trouw en op exclusieve basis zullen onderhandelen. Daarnaast hebben partijen in artikel 2 van de Term Sheet mechanismen opgenomen aan de hand waarvan de voorlopige en de definitieve koopprijs van de aandelen zouden moeten worden vastgesteld. Verder blijkt uit artikel 3 van de Term Sheet dat
- i)de koopovereenkomst met betrekking tot de aandelen nog door partijen zal worden opgesteld en afgerond en
- ii)om tot afronding van de (ver)koop van de aandelen te komen op de leveringsdatum aan een aantal nader gedefinieerde opschortende voorwaarden moest zijn voldaan. 4.7. Verder zijn voor de uitleg van de Term Sheet de e-mail van 18 oktober 2023 van [naam 3] en de daarbij gevoegde bijlage van belang (2.6 en 2.7). Daaruit blijkt namelijk dat [gedaagde] heeft voorgesteld de belastinglatentie te verdelen tussen partijen. Daarin heeft [gedaagde] aan de hand van een berekening en een openingsbalans verduidelijkt dat – uitgaande van een goodwill van € 17 miljoen en een latentiepercentage van 26% – het totale bedrag aan belastinglatentie zou neerkomen op € 4.381.304,40 en dat haar voor ogen stond 25% van laatstgenoemd bedrag voor haar rekening te nemen, te weten € 1.095.326,00. Indien [eiseres] meende dat het niet de bedoeling was de belastinglatentie onderling te verdelen, maar – zoals zij stelt – volledig voor rekening van [gedaagde] te laten komen, had het voor de hand gelegen dat zij dat in haar reactie van 19 oktober 2023 aan [gedaagde] had verduidelijkt, maar dat heeft zij niet gedaan (zie hiervoor 2.8). 4.8. [eiseres] heeft nog gewezen op de bij haar e-mail van 19 oktober 2023 gevoegde bijlage. Voor zover zij aan de hand daarvan bedoelt te betogen dat het [gedaagde] duidelijk moet zijn geweest dat haar niet een verdeling van de belastinglatentie tussen partijen voor ogen stond, maar dat die volledig voor rekening van [gedaagde] moest komen, wordt zij daarin niet gevolgd. In het in die bijlage opgenomen rekenmodel voor de koopprijs van de aandelen is onder de kop “Latentie in verband met aandelentransactie” een percentage van 0% opgenomen en is het bedrag daarachter evenals het bedrag aan “afgesproken prijs voor de goodwill” niet ingevuld. [eiseres] heeft daarover nog toegelicht dat indien onder de kop “Latentie in verband met aandelentransactie” een percentage van 25% zou worden ingevuld, te zien zou zijn dat het bedrag dat uit de belastinglatentie zou rollen, afgetrokken zou worden van de netto overnameprijs. Daarmee staat echter niet vast dat wilsovereenstemming is bereikt over de door [eiseres] aan haar vorderingen ten grondslag gelegde verwerking van de belastinglatentie in de koopprijs. [eiseres] heeft daarvoor onvoldoende uitdrukkelijk aan [gedaagde] kenbaar gemaakt dat zij een van de mail met bijlage van 18 oktober 2023 afwijkende berekening van de koopprijs voorstond. Er is dus geen wilsovereenstemming bereikt over (het volledig in mindering brengen van de belastinglatentie
- op)de koopprijs. 4.9. De omstandigheden dat [gedaagde]
- i)zelf heeft aangedrongen op onmiddellijke ondertekening van de Term Sheet en
- ii)in de onderhandelingen werd bijgestaan door een professionele adviseur – [naam 3] – doen aan het ontbreken van wilsovereenstemming over de koopprijs van de aandelen niet af. 4.10. De conclusie is dat de Term Sheet niet een rechtens afdwingbare verplichting voor [gedaagde] bevat om de aandelen tegen betaling van een koopprijs van € 13,5 miljoen te leveren aan [eiseres] . Dit brengt mee dat de primaire vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. De subsidiaire vordering 4.11. Partijen waren ten tijde van de mondelinge behandeling nog in onderhandeling en [gedaagde] was ook bereid verder te onderhandelen. Zij twisten over de vraag of verder moet worden onderhandeld op basis van het door [eiseres] voorgestane uitgangspunt dat een koopprijs voor de aandelen van € 13,5 miljoen is overeengekomen. Gelet op hetgeen hiervoor 4.10 is overwogen, kan in eventuele verdere onderhandelingen tussen partijen niet tot uitgangspunt worden genomen dat zij een koopprijs voor de aandelen van € 13,5 miljoen zijn overeengekomen. Dit betekent dat ook de subsidiaire vordering van [eiseres] wordt afgewezen. De meer subsidiaire vordering 4.12. De vordering van [eiseres] tot schadevergoeding wegens het afbreken van de onderhandelingen, wordt eveneens afgewezen. [gedaagde] heeft namelijk onweersproken toegelicht dat zij bereid is de onderhandelingen voort te zetten. Voor toewijzing van de door [eiseres] gevorderde schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen is dan ook geen grond. Conclusie 4.13. De conclusie is dat alle vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. Kosten 4.14. [eiseres] krijgt dus ongelijk en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden vastgesteld op: - salaris advocaat: € 1.228,00 (2,0 punten x tarief II: € 614,00) - nakosten: € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) - totaal: € 1.406,00 4.15. De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. in reconventie 4.16. [gedaagde] stelt – samengevat – dat de Term Sheet is geëindigd, omdat de in de Term Sheet opgenomen opschortende voorwaarden nog niet zijn vervuld en het daarin vastgelegde tijdpad waarin de (ver)koop van de aandelen moest zijn afgerond inmiddels ruimschoots is verstreken. Daarin wordt [gedaagde] niet gevolgd. Voornoemde door [gedaagde] gestelde omstandigheden brengen namelijk niet zonder meer mee dat de Term Sheet is geëindigd. 4.17. Daarnaast heeft [gedaagde] toegelicht dat het in strijd zou zijn met de bedoeling van partijen en met de redelijkheid en billijkheid indien zij de Term Sheet niet kan beëindigen, omdat dan de Term Sheet – bij uitblijven van opzegging door [eiseres] – eeuwig zou voortduren en zij niet meer vrij zou zijn om de aandelen te vervreemden aan een andere partij dan [eiseres] . De rechtbank ziet in deze door [gedaagde] aangedragen omstandigheden geen aanleiding om te oordelen dat de Term Sheet is geëindigd dan wel om de Term Sheet te beëindigen. De Term Sheet behoudt haar gelding, totdat daarvan door [eiseres] misbruik wordt gemaakt of door [eiseres] anderszins wordt gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid waardoor het onaanvaardbaar zou zijn om [gedaagde] daaraan te houden. Nu de onderhandelingen van partijen voortduren, is dat nog niet aan de orde. Het beroep van [gedaagde] op het bepaalde in artikel 6 van de Term Sheet, waarin alleen aan [eiseres] een bevoegdheid tot beëindiging is toegekend, maakt dit niet anders. 4.18. Al het voorgaande betekent dat de vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen. Kosten 4.19. [gedaagde] krijgt dus ongelijk en moet daarom de proceskosten van [eiseres] betalen. De proceskosten van [eiseres] worden vastgesteld op: - salaris advocaat: € 614,00 (2,0 punten x factor 0,5 x tarief II: € 614,00) - nakosten: € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) - totaal: € 792,00 4.20. De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 5De beslissing De rechtbank in conventie 5.1. wijst de vorderingen af, 5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 1.406,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, 5.3. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in reconventie 5.4. wijst de vorderingen af, 5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, 5.6. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, rechter, bijgestaan door mr. L.J.P.C. Silven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2024. De griffier is verhinderd dit vonnis mede te ondertekenen.