RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-005779-24 Datum uitspraak: 21 november 2024 UITSPRAAK op de vordering van 8 januari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 1 februari 2017 door the Regional Court in Radom, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1990, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, verblijvende op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De zitting van 21 februari 2024 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 februari 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing ervan bevolen. De tussenuitspraak van 6 maart 2024 Bij tussenuitspraak van 6 maart 2024 is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie en de raadsman in de gelegenheid te stellen zich op een volgende zitting uit te laten over het rapport van the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (hierna: CPT) van 22 februari 2024 over de detentieomstandigheden in Poolse detentie-instellingen. De zitting van 26 maart 2024 De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 26 maart 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman mr. F.P. Slewe en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd (artikel 22, vijfde lid (oud), OLW). Tussenuitspraak van 9 april 2024 De rechtbank heeft op 9 april 2024 een tussenuitspraak gewezen. Daarin is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie de gelegenheid te geven vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten over de detentieomstandigheden. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd (artikel 22, vijfde lid (oud), OLW), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW). De zitting van 22 mei 2024 De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 22 mei 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman mr. F.P. Slewe en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de beslistermijn verlengd met 30 dagen (artikel 22, vijfde lid (oud), OLW), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW). Tussenuitspraak van 5 juni 2024 Bij tussenuitspraak van 5 juni 2024 is – kort gezegd – geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het onderzoek is heropend en geschorst om via de officier van justitie nadere vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten over de detentieomstandigheden na overlevering in het concrete geval van de opgeëiste persoon. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd (artikel 22, vijfde lid (oud), OLW), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW). De zitting van 11 juli 2024, de raadkamers van 21 augustus 2024 en 25 september 2024 Op de (MK IRK-)zitting van 11 juli 2024 en de raadkamerzittingen van 21 augustus 2024 en 25 september 2024 is – in afwachting van nadere informatie uit Polen omtrent de detentieomstandigheden – de beslistermijn telkens verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid (oud), OLW, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW). De zitting van 8 oktober 2024 De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 8 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman mr. F.P. Slewe en door een tolk in de Poolse taal. Tussenuitspraak van 22 oktober 2024 Bij tussenuitspraak van 22 oktober 2024 is – kort gezegd – geoordeeld dat het algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen, voor de opgeëiste persoon niet is weggenomen, zodat de rechtbank er daarom van uitgaat dat er voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar van schending van zijn grondrechten bestaat als de overlevering zou worden toegestaan. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en geschorst, en de beslissing over de overlevering aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, waarbij een redelijke termijn van 30 dagen is vastgesteld, om na te gaan of bij wijziging van de omstandigheden het reële gevaar alsnog kan worden uitgesloten zoals bedoeld in artikel 11, vierde lid, OLW. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 60 dagen verlengd (artikel 22, vierde lid, sub c OLW), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW). De zitting van 21 november 2024 De behandeling van het EAB is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 21 november 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman mr. F.P. Slewe en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft op de zitting van 21 november 2024 direct uitspraak gedaan. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon (opnieuw) verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraak van 6 maart 2024 De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 6 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.