← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:7649

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/302879-24 (EAB IV) Datum uitspraak: 27 november 2024 (bij vervroeging) TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering van 30 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 maart 2021 door the District Court in Opava, Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboortedag] 1988, laatst opgegeven feitelijke woon- of verblijfplaats: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2024, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. F.S. Baardman, advocaat te Utrecht, die verklaart door hem gemachtigd te zijn. De raadsvrouw neemt waar voor mr. C.N.G. Starmans, ook advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Tsjechische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt an Arrest Warrant of 16 February 2021, Case No. 0 Nt 2102/2021-3. Uit het A-formulier leidt de rechtbank af dat dit bevel is uitgevaardigd door the District Court in Opava. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Tsjechisch recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 3.1 Genoegzaamheid Ter zitting heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, nu uit het EAB onvoldoende zou blijken ten behoeve van welke verdenking de vervolging wordt verzocht door de uitvaardigende justitiële autoriteit. Onderdeel

  1. e)vermeldt geen duidelijke tijds- en plaatsbepaling, aldus de raadsvrouw. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB wel voldoende genoegzaam is, nu uit het bijbehorende A-formulier blijkt dat als pleegplaats Tsjechië wordt genoemd en als pleegdatum de periode van januari tot en met november 2019. De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. Naar het oordeel van de rechtbank is – mede in aanmerking genomen dat sprake is van een overlevering in het kader van een nog lopend strafrechtelijk onderzoek – met de omschrijving in het EAB, in samenhang gelezen met het A-formulier, voldoende duidelijk voor de opgeëiste persoon waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. De verdenking ziet op het plegen van de handel in verdovende middelen in Tsjechië, waarbij als pleegperiode januari tot en met november 2019 wordt genoemd. Daarnaast worden de feiten concreet omschreven in het EAB. Uit die omschrijving volgt dat de opgeëiste persoon in voornoemde periode aan minimaal zes personen methamfetamine zou hebben afgeleverd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het EAB genoegzaam is en dat het specialiteitsbeginsel voldoende is gewaarborgd. De rechtbank verwerpt het verweer. 4Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: - illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Tsjechië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Heropening Tegelijkertijd met deze zaak is het EAB met parketnummer 13/302412-24 (EAB II) behandeld. In die zaak heeft de rechtbank, kort gezegd, besloten om bij (vervroegde) tussenuitspraak het onderzoek ter zitting te heropenen voor het opvragen van aanvullende informatie. Teneinde in alle zaken tegelijk einduitspraak te kunnen doen, zal de rechtbank daarom ook in deze zaak vervroegd uitspraak doen en het onderzoek ter zitting heropenen en schorsen. 6Beslissing HEROPENT EN SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd; BEPAALT dat de zaak uiterlijk op 10 december 2024 opnieuw op zitting wordt aangebracht; BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw; BEVEELT de oproeping van een tolk in de Tsjechische taal tegen voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mr. B.M. Vroom-Cramer en mr. A.L. op ‘t Hoog, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster en mr. Ç.H. Dede, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 november 2024. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel
  2. e)van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.