← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:7845

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/306550-23 Datum uitspraak: 10 december 2024 UITSPRAAK op de vordering van 20 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 juni 2023 door de Zalaegerszeg Regional Court, Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1994 zonder BRP-adres in Nederland laatst opgegeven verblijfplaats [verblijfplaats] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting van 12 november 2024 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Als raadsman van de opgeëiste persoon is ter zitting verschenen mr. R.J. Balkenende, advocaat te Zoetermeer, die verklaart waar te nemen voor mr. S.M. Hoogenraad en dat hij niet gemachtigd is om de opgeëiste persoon ter zitting te verdedigen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de oproeping niet rechtsgeldig aan de opgeëiste persoon is betekend, derhalve is het onderzoek geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen alsnog de opgeëiste persoon op te roepen. Zitting van 26 november 2024 Ter zitting is verschenen mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie, en mr. K. Zech, advocaat te Zoetermeer, die heeft verklaard waar te nemen voor mr. R.J. Balkenende. De opgeëiste persoon is niet ter zitting verschenen en de raadsvrouw heeft verklaard niet gemachtigd te zijn om namens de opgeëiste persoon de verdediging te voeren. De rechtbank heeft, anders dan de raadsvrouw en de officier van justitie, ter zitting geoordeeld dat de oproeping dit keer rechtsgeldig is geschied en dat derhalve de zaak in afwezigheid van de opgeëiste persoon kan worden behandeld. De behandeling van het EAB is met toestemming van de officier van justitie in gewijzigde samenstelling hervat. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met terugwerkende kracht met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft ambtshalve de identiteit onderzocht van de op bevel van de officier van justitie aangehouden persoon. Gezien het dactyloscopisch onderzoek dat na de aanhouding is verricht op bevel van de officier van justitie en de toelichting die de officier van justitie ter zitting heeft gegeven, constateert de rechtbank dat de door de politie aangehouden persoon één en dezelfde persoon betreft als de door de Hongaarse autoriteiten opgeëiste persoon. Voorts heeft de rechtbank onderzocht dat bovenvermelde persoonsgegevens van de opgeëiste persoon juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een: - een vonnis met kenmerk 6.B.31/2020/43 van the Zalaegerszeg District Court van 21 april 2021, definitief geworden bij vonnis met kenmerk Bf.134/2021/5 van the Zalaegerszeg Regional Court as court of second instance van 6 juli

  1. - de rechtbank heeft tegelijkertijd bij bovengenoemde vonnis de vrijlating van de opgeëiste persoon op proef beëindigd die was toegestaan bij vonnis met kenmerk 5.Fk.121/2014/25 van the Zalaegerszeg District Court van 4 november 2014 definitief geworden bij vonnis met kenmerk No. Fkf.11/20125/3 van the Zalaegerszeg Regional Court as court of second instance van 17 april
  2. Het EAB en de aanvullende informatie van 21 oktober 2024 en 29 oktober 2024 vermelden dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de procedures in hoger beroep die tot de beslissingen bij bovengenoemde vonnissen van 6 juli 2021 en 17 april 2015 hebben geleid. De overlevering wordt respectievelijk verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar (waarvan nog 2 jaar en 4 maanden en 10 dagen resteren) en voor de duur van 2 jaar en 6 maanden (waarvan nog 6 maanden resteren), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen. De vonnissen betreffen de vonnissen zoals die zijn omschreven in het EAB. 4Genoegzaamheid van de stukken Standpunt van de officier van justitie Op basis van de overeenkomst van de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte vingerafdrukken met die van de in Nederland afgenomen vingerafdrukken van de opgeëiste persoon, kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon de door de Hongaarse autoriteiten verzochte persoon betreft. De overlevering kan dan ook worden toegestaan. Oordeel van de rechtbank De opgeëiste persoon heeft gedurende de voorgeleiding bij de officier van justitie verklaard dat zijn naam [naam] betreft en dat de persoon die door de uitvaardigende justitiële autoriteit wordt gezocht zijn tweelingbroer [opgeëiste persoon] is. De advocaat van de opgeëiste persoon heeft tijdens de voorgeleiding aangevoerd dat de stukken van het EAB ongenoegzaam zijn omdat niet duidelijk is welke vingerafdrukken met elkaar zijn vergeleken. De rechtbank is van oordeel dat de door de Hongaarse autoriteiten verzochte persoon de opgeëiste persoon betreft en overweegt hiertoe als volgt. Uit het Rapport Dactyloscopisch identiteitsonderzoek van 13 september 2024 blijkt dat de vingerafdrukken uit het bestand Vingers.nist 20231120 zijn vergeleken met die van [naam] , geboren op [geboortedag] /1994 te [plaats] , Hongarije, opgenomen door de politie Rotterdam op 20/09/2023, geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer [nummer 1] en incidentnummer [incidentnummer] en SKN [SKN] . Het resultaat van het dactyloscopisch onderzoek is dat voornoemde vingerafdrukken van één en dezelfde persoon afkomstig zijn. Voorts heeft de officier van justitie ter zitting heeft verklaard dat het bestand Vingers.nist 20231120 met vingerafdrukken van de opgeëiste persoon afkomstig is van bureau SIRENE en dat deze vingerafdrukken door de Hongaarse autoriteiten voor deze zaak zijn aangeleverd. Dit wordt onderbouwd met het op 13 juli 2023 gegenereerde document: SIRENE – ontvangen A-formulier, waarin staat vermeld dat de dactyloscopische gegevens zijn toegevoegd aan de signalering van [opgeëiste persoon] met SchengenID: [nummer 2] . Ten slotte staat in de ID-staat van 12 september 2024 op pagina 3 vermeld dat is vastgesteld dat de persoon met Schengen identificatie [nummer 2] de persoon met de naam [opgeëiste persoon] betreft. 5Strafbaarheid 5.1 Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst in het EAB, in samenhang gelezen met onderdeel 247 van het A-formulier van SIRENE, de feiten van vonnis No. 6.B.31/2020/43 en feit 1 van vonnis 5.Fk.121/2014/25 aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland op de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: - illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen - racketeering en afpersing. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van die feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5.2 Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft feit 2 van vonnis 5.Fk.121/2014/25 niet omschreven als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 245 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Zalaegerszeg Regional Court. voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter, mrs. J.B. Oreel en M. Westerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier. en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 december
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.