RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/2374 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2024 in de zaak tussen [eiser] , uit Seattle (Verenigde Staten), eiser (gemachtigde: mr. F.J.N. Hendriksen Rattan-Tewari), en de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. C. van der Vlist). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de toekenning van een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) per 1 maart
- Verweerder heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift.
- De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde via een beeldverbinding deelgenomen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door bovenstaande gemachtigde.
- De rechtbank heeft het beroep ter zitting geschorst. Zij heeft verweerder de gelegenheid gegeven om nadere vragen aan de SSA te stellen om zo tot opheldering te komen over de situatie bij de SSA (in relatie tot AOW-aanvragen) tijdens corona. De SSA in Baltimore heeft op 13 september 2024 per e-mail gereageerd. Eiser heeft hier vervolgens op gereageerd.
- De rechtbank heeft partijen vervolgens laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Wat aan deze procedure voorafging
- Eiser is in 1991 naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Op [geboortedag] 2019 heeft eiser de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
- Op 20 juni 2023 heeft eiser een AOW-pensioen aangevraagd. Verweerder heeft met het besluit van 4 september 2023 aan eiser per 3 maart 2022 AOW toegekend. Verweerder heeft op deze uitkering een korting van 60 procent toegepast, nu eiser 30 jaar lang niet in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt.
- Met het bestreden besluit heeft verweerder de toekenningsdatum gezet op 1 maart
- Verder heeft zij het kortingspercentage aangepast naar 58 procent, nu eiser in de periode van 1 juni 1989 tot en met 31 juli 1991 ook nog woonachtig in Nederland is geweest en daarmee dus verzekerd was voor de AOW. Standpunt eiser
- Eiser stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een bijzonder geval en dat zijn AOW-uitkering met terugwerkende kracht per [geboortedag] 2019 had moeten worden toegekend nu eiser toen de eerste aanvraag heeft ingediend. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht het AOW-pensioen heeft toegekend vanaf 1 maart 2022 en daaraan geen langere terugwerkende kracht heeft toegekend. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
- De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Aanvraag
- Artikel 16, eerste lid, van de AOW bepaalt dat het ouderdomspensioen ingaat op de dag waarop de belanghebbende aan de voorwaarden voor het recht op ouderdomspensioen voldoet. Het tweede lid bepaalt dat in afwijking van het eerste lid, een ouderdomspensioen niet vroeger ingaat dan de eerste dag van de twaalfde maand vóór de dag waarop de aanvraag werd ingediend.
- Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat bij een besluit op een aanvraag, zoals in deze zaak, de bewijslast voor de feiten die tot het nemen van het gevraagde besluit leiden, in principe bij de aanvrager ligt. Het is dus aan eiser om aannemelijk te maken dat hij eerder, dan wel in 2019, dan wel in 2022 een aanvraag voor de AOW heeft gedaan.
- De rechtbank is van oordeel dat er door eiser onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat hij in 2019 een aanvraag heeft gedaan. Er zit niets in het dossier dat deze stelling onderbouwt.
- Wat betreft de aanvraag in 2022 is de rechtbank ook van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2022 deze aanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft naar aanleiding van de zitting navraag gedaan bij de SSA en de contactpersoon van de SSA heeft aangegeven dat volgens hun systemen eiser geen aanvraag voor de AOW heeft ingediend voorafgaand aan maart
- De rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen. De rechtbank begrijpt dat zaken in de Verenigde Staten soms wat anders lopen dan hier in Nederland, maar zonder een aanknopingspunt van eiser of een bevestiging van de verantwoordelijke instantie, is het voor haar lastig om ergens anders vanuit te gaan. Verweerder mocht daarom uitgaan van de aanvraag van 20 juni
- Verweerder mocht in beginsel ook aan eiser een AOW-uitkering toekennen met ingang 1 maart 2022, nu dat een jaar voor de aanvraagdatum is.
- Verweerder kan voor bijzondere gevallen hiervan afwijken. De rechtbank zal nog kijken of de door eiser aangevoerde omstandigheden, hem mogelijk eerder recht op een AOW-uitkering geven. Bijzonder geval?
- Verweerder heeft in beleidsregel SB1403 vastgelegd dat zij in bijzondere gevallen met terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar een AOW-pensioen toekent vanaf het moment van de aanvraag. Verweerder beoordeelt aan de hand van de individuele feiten en omstandigheden of sprake is van een bijzonder geval. Daarbij kijkt de verweerder naar alle omstandigheden in hun onderlinge samenhang. Verder heeft verweerder in deze beleidsregel een paar gevallen beschreven waarin in ieder geval sprake is van een bijzonder geval.
- Volgens de in rechtspraak aanvaarde uitleg van de Svb is er sprake van een bijzonder geval: - indien de belanghebbende door een niet aan hem toe te rekenen oorzaak niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen of te laten indienen; - indien de belanghebbende onbekend was met zijn mogelijke recht op uitkering en deze onbekendheid verschoonbaar was. Een dergelijk geval kan zich voordoen als de te late aanvraag een aantoonbaar gevolg is van onjuiste en/of onvolledige voorlichting door een publiekrechtelijk orgaan en betrokkene redelijkerwijs niet aan die voorlichting had hoeven twijfelen.
- Met betrekking tot het standpunt van eiser dat hij geen aanvraag kon doen in de periode 16 maart 2020 tot 7 april 2022 (tijdens de COVID-19 crisis), merkt zij op dat ongeacht de discussie of eiser in deze periode de aanvraag online, per e-mail of fysiek kon doen, uit de reactie van de SSA volgt dat in die periode wel telefonische afspraken gemaakt konden worden voor het indienen van een AOW-aanvraag. Uit het dossier, en de reactie van de SSA, blijkt dat eiser dit niet heeft gedaan. Dit kan en zal eiser worden aangerekend. Er is dus geen reden om te spreken van een bijzonder geval.
- Verweerder heeft de AOW-uitkering van eiser dus terecht toegekend vanaf 1 maart
- Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. F. van der Maas, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 december
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Social Security Administration (Verenigde Staten). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 29 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:
- Deze gevallen zijn gebaseerd op rechtspraak. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (Raad) van 25 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1480, meer recentelijk herhaald in de uitspraak van de Raad van 17 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:
- Zie de uitspraak van de Raad van 17 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1588.