RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht Zaaknummers: AMS 24/7472 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 december 2024 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [eiseres], uit Amsterdam, eiseres (gemachtigden: mr. S.J.L.M. van den Reek en mr. Y. van der Linden), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde]). Inleiding 1.
- Met het bestreden besluit van 25 november 2024 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit van 9 april 2024 ingetrokken en eiseres meegedeeld dat zij gelet op haar medische toestand nogmaals in aanmerking komt voor een eenmalig aanbod van een woonruimte. Hierbij geldt volgens het bestreden besluit opnieuw dat het niet reageren of weigeren van het woningaanbod zal leiden tot intrekking van de urgentieverklaring met als gevolg dat er twee jaar lang geen urgentieverklaring zal kunnen worden aangevraagd. 1.
- Op 4 december 2024 heeft woningcorporatie [woningcorporatie] aan eiseres een woning aangeboden aan de [adres] te Amsterdam. Eiseres wil deze woning niet aanvaarden omdat de woning gelet op haar medische toestand niet passend is. De woning is namelijk op basis van een onvolledig zoekprofiel toegekend. Het zoekprofiel voldoet niet aan het huidige GGD-advies, waarin volgens eiseres staat dat de woning prikkelarm moet zijn. Daarnaast sluit het huidige GGD-advies niet meer aan bij de actuele medische situatie. 1.
- In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres tegen het bestreden besluit waarmee verweerder de intrekking van de urgentieverklaring voorwaardelijk opschort onder de voorwaarde van acceptatie van de thans aangeboden woning. Eiseres wil zoals gezegd de thans aangeboden woning niet accepteren omdat deze gezien haar medische toestand niet passend is. Daarnaast vreest eiseres voor verlies van haar urgentieverklaring. Die heeft zij juist hard nodig om aan een passende woning te komen. Eiseres vraagt de voorzieningenrechter om het beroep gegrond te verklaren en (een) voorlopige voorziening(en) te treffen die ervoor zorgen dat zij de nu aangeboden woning niet hoeft te accepteren en zij haar urgentieverklaring behoudt. 1.4 De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigden van eiseres, mevrouw [naam], de ambulant begeleider van eiseres, en de gemachtigde van verweerder. 1.
- Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Artikel 8:86 Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft de voorzieningenrechter de bevoegdheid om na de behandeling op de zitting van een verzoek om voorlopige voorziening tevens uitspraak te doen op het beroep ten gronde, indien nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Op de zitting heeft de voorzieningenrechter partijen gewezen op deze bevoegdheid en hebben partijen meegedeeld hiervan op de hoogte te zijn en het ook wenselijk te vinden dat de voorzieningenrechter tevens beslist op het beroep.
- De voorzieningenrechter is van oordeel dat het beroep gegrond is en vernietigt het bestreden besluit. De voorzieningenrechter draagt verweerder op om een nieuw advies aan te vragen bij de GGD en op basis van dit nieuwe advies een nieuw besluit te nemen binnen een termijn van zes weken. De voorzieningenrechter stelt, op basis van de stukken en wat op zitting naar voren is gebracht, vast dat de voorwaarde van acceptatie van het eenmalig woningaanbod in het bestreden besluit is gebaseerd op een incompleet zoekprofiel dat niet overeenkomt met het GGD-advies van 12 januari
- Ook is de medische situatie van eiseres gaandeweg de procedure in aanzienlijke mate verslechterd, wat met stukken is onderbouwd. Naar aanleiding hiervan had opnieuw advies aan de GGD moeten worden gevraagd, wat niet is gebeurd. Dit maakt het zoekprofiel nog onvollediger, terwijl de regelgeving het wel mogelijk maakt om in het zoekprofiel daadwerkelijk rekening te houden met de medische toestand van de houder van een urgentieverklaring en het daarop afgestemde advies van de GGD. Het bestreden besluit is om deze redenen onzorgvuldig voorbereid. Het bestreden besluit komt daarom wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb voor vernietiging in aanmerking. In het nieuw te nemen besluit op bezwaar dient het zoekprofiel van eiseres in overeenstemming te worden gebracht met het advies van de GGD.
- Omdat het beroep gegrond is en verweerder wordt opgedragen om een nieuw besluit te nemen, en omdat de zaak hierdoor ‘terugvalt’ in de bezwaarfase en het primaire besluit tot intrekking van de urgentieverklaring ‘herleeft’, bestaat er aanleiding om in afwachting van dat nieuwe besluit voorlopige voorzieningen te treffen. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb de volgende voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter verklaart de woning aan de [adres] niet passend omdat deze woning niet in een prikkelarme omgeving ligt terwijl de GGD dit wel als kenmerk van de woning heeft geadviseerd en dit ook is geadviseerd door de bij eiseres betrokken medisch behandelaars. De voorzieningenrechter stelt als voorlopig zoekprofiel, conform het huidige GGD-advies, en in afwachting van het nieuwe GGD-advies, vast dat het moet gaan om een woning die op de begane grond ligt dan wel bereikbaar is per lift en dat de woning in een prikkelarme omgeving moet liggen. Verder schorst de voorzieningenrechter het primaire besluit van 9 april 2024, dus de intrekking van het urgentieverklaring, tot zes weken nadat een nieuw besluit op bezwaar is genomen.
- Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en heeft aan de zitting van de voorzieningenrechter deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.625,-. Daarnaast heeft eiseres verzocht om een vergoeding van € 560,84 voor het beoordelen van stukken door een cardioloog. Ook dit bedrag komt voor vergoeding in aanmerking. Het totaal aan proceskostenvergoeding komt daarmee neer op € 3.185,
- Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
- Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat eiseres heeft gevraagd om maatwerk in de procedure gezien haar complexe, veelomvattende en ernstige medische aandoeningen. De voorzieningenrechter geeft verweerder mee om hier zoveel als mogelijk rekening mee te houden in de procedure. In die zin dat als er een nieuw woningaanbod wordt gedaan, zoveel mogelijk het overleg wordt gezocht met de gemachtigden en de ambulant begeleider van eiseres en in overleg wordt bezien of de woning gezien de ernstige medische problematiek passend is. Beslissing De voorzieningenrechter: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - verklaart de woning aan de [adres] niet passend omdat deze woning niet in een prikkelarme omgeving ligt terwijl GGD en medisch behandelaars dit wel als kenmerk hebben geadviseerd; - stelt als voorlopig zoekprofiel vast dat het moet gaan om een woning die op de begane grond ligt dan wel bereikbaar is per lift en dat de woning in een prikkelarme omgeving moet liggen; - schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet vergoeden; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 3.185,84 aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2024 door mr. H.J.M. Baldinger, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Schilder, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorzieningen staat geen hoger beroep open.