← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:817

beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 81/021562-22 RK nummer: 24-000526 Beslissing op de vordering van de officier van justitie van 15 januari 2024 op grond van artikel 509a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) betreffende verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , hierna: verdachte. Procesverloop De rechtbank heeft op 16 januari 2024 verdachte (via een videoverbinding) en de officier van justitie, mr. B.B.A. Frakking, in besloten raadkamer gehoord. De rechtbank heeft kennisgenomen van de concept tekst van de tenlastelegging waarin aan verdachte een viertal feiten wordt tenlastegelegd. Beslissing van de rechtbank Standpunten De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij zijn vordering en heeft kenbaar gemaakt dat de datum van 15 januari 2023 in de vordering gelezen dient te worden als 15 januari 2024. De verdachte heeft verklaard dat hij geen advocaat nodig heeft in zijn strafzaak, omdat hij zich nergens aan schuldig heeft gemaakt. Juridisch kader Op grond van artikel 509a Sv zal de rechtbank, indien vermoed wordt, zulks bij beslissing verklaren. dat verdachte een psychische stoornis, een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap heeft en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen. De overwegingen van de rechtbank De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van de brief van de behandelend psychiater van verdachte, mevrouw N.T. Dussel, van 19 september 2023, aan de rechter-commissaris in deze rechtbank, mr. A.B.M. Wijnveldt waarin – zakelijk weergegeven – het volgende over verdachte staat beschreven. Sinds 2020 is de heer [verdachte] in zorg bij Pro Persona. Bij hem is sprake van een psychotische stoornis gepaard gaande met paranoïde, desorganisatie en soms grootheidsideeën. Er zijn afgelopen jaren verschillende perioden geweest waarin hij zich aan behandeling onttrokken heeft. Er was dan sprake van een forse toename van de achterdocht en desorganisatie gepaard gaande met veelvuldig over straat zwerven en een slechte zelfzorg. De heer [verdachte] heeft al verschillende malen een maatregel in het kader van De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) gehad en de meest recente zorgmachtiging werd afgegeven (tot mei 2024) in verband met dreigend verlies van zijn woning en maatschappelijke teloorgang. Sinds enkele maanden wordt verdachte weer behandeld met antipsychotica, maar hij is niet volledig psychosevrij. De psychiater heeft de indruk dat, voortkomend uit zijn levensgeschiedenis, paranoïde wanen en realiteit elkaar soms raken. De heer [verdachte] vertrouwt mensen weinig en om die reden wil hij zich niet laten bijstaan door een advocaat: niet in Wvggz-zaken en niet in strafzaken. De psychiater is van mening dat de heer [verdachte] , vanuit een verstoorde realiteitstoetsing, niet goed in staat is zijn persoonlijke belangen in dezen naar behoren te behartigen. Beslissing: De rechtbank verklaart, gelet op het voorgaande en gehoord de verdachte, dat vermoed wordt dat verdachte een psychische stoornis, een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap heeft en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen. Met inachtneming van artikel 509c Sv geeft de voorzitter van het gerecht ten spoedigste het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand last tot aanwijzing van een raadsman aan verdachte. Deze beslissing is genomen op 16 januari 2024 door: mr. J.W.H.G. Loyson, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Baart, griffier. Gelet op artikel 509a Sv dient deze beslissing onverwijld vanwege het Openbaar Ministerie aan de verdachte voornoemd te worden betekend.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.