RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/302412-24 (EAB II) Datum uitspraak: 18 december 2024 UITSPRAAK op de vordering van 30 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 23 januari 2024 door the District Court in Opava, Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboortedag] 1988, laatst opgegeven feitelijke woon- of verblijfplaats: [BRP-adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2024, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. F.S. Baardman, advocaat te Utrecht, die verklaarde gemachtigd te zijn voor hem op te treden. De raadsvrouw neemt waar voor mr. C.N.G. Starmans, ook advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. Op 27 november 2024 is een tussenuitspraak gewezen omdat nadere informatie vereist was in het kader van de toetsing aan artikel 12 OLW. De behandeling is op 10 december 2024 met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing op 27 november 2024. De opgeëiste persoon is wederom niet verschenen maar is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. C.N.G. Starmans, advocaat te Utrecht. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft (nogmaals) de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Tsjechische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB, artikel 12 OLW De rechtbank verwijst allereerst naar de tussenuitspraak van 27 november 2024. De overwegingen in deze uitspraak dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. De rechtbank heeft in deze tussenuitspraak onder meer vragen gesteld ten aanzien van het proces dat tot de veroordeling bij vonnis van 21 juni 2017 (19 T 12/2017-158) heeft geleid in het kader van de toetsing aan artikel 12 OLW. Het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) heeft op 27 november 2024 de vragen van de rechtbank voorgelegd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Hierop heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.