← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:843

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/177147-23 (oud: 13/751547-18) EAB I Datum uitspraak: 15 februari 2024 UITSPRAAK op de vordering van 13 december 2018 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 april 2018 door Madame le Procureur de la République près le tribunal de grande instance de Bordeaux, Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1980, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres: [adres] , [woonplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van de vordering is - na eerdere behandelingen op de zittingen van 22 januari 2019, 5 februari 2019, 10 mei 2019, en 13 juni 2019 - , met toestemming van partijen voortgezet op de openbare zitting van 1 februari 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.C. de Lange, die waarneemt voor mr. D.C. Vlielander, advocaat in Utrecht. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft per e-mail van 3 januari 2024 meegedeeld dat het EAB niet langer van kracht is, omdat op 9 september 2019 een nieuw EAB is uitgevaardigd. De officier van justitie heeft daarom op de zitting van 1 februari 2024 gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat zij niet kan worden ontvangen in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. A.K. Glerum en A.W.T. Klappe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 februari 2024. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22 OLW. De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.