RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/327475-23 Datum uitspraak: 15 februari 2024 UITSPRAAK op de vordering van 13 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 november 2023 door het Kantongerecht (Amtsgericht) Hechingen, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats 1] (Libië) op [geboortedag 1] 2004, aliassen: [alias opgeëiste persoon 1], geboren in [geboorteplaats 2] (Algerije) op [geboortedag 2] 1995, [alias opgeëiste persoon 2], geboren in [geboorteplaats 2] (Algerije) op [geboortedag 2] 1995, [alias opgeëiste persoon 3], geboren in Algerije op [geboortedag 3] 1983, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht te Balkbrug, hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 februari 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Arabische taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens, te weten: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats 1] (Libië) op [geboortedag 1] 2004, juist zijn en dat hij de Libische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Kantongerecht (Amtsgericht) Hechingen van 16 november 2023 met dossiernummer: 1 Gs 1245/
- De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: diefstal; poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; poging tot diefstal; eenvoudige belediging. 5Overige verweren De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak om nader onderzoek te kunnen laten verrichten naar de psychische gesteldheid van de opgeëiste persoon en zodoende vast te stellen of die psychische gesteldheid mogelijk aan de feitelijke overlevering in de weg staat. Zoals de raadsman terecht ter zitting onder ogen heeft gezien, vormt de medische situatie van de opgeëiste persoon op zichzelf geen weigeringsgrond die aan de toelaatbaarheid van de overlevering in de weg staat. Een en ander kan eventueel in het kader van de feitelijke overlevering (artikel 35, derde lid, OLW) een rol (gaan) spelen. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak daarom af. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 45, 266, 310, 311 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Kantongerecht (Amtsgericht) Hechingen, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. A.K. Glerum en A.W.T. Klappe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 februari
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.