RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 23/5427 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2024 in de zaak tussen [eiser] , uit Amsterdam, eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Procesverloop De heffingsambtenaar heeft op 23 juni 2023 een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser opgelegd. Met de uitspraak op bezwaar van 8 augustus 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 13 mei
- Eiser was aanwezig. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Op [datum] 2023 om [tijdstip] uur stond eiser met de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd ter hoogte van [adres] [huisnummer] in Amsterdam, terwijl daarvoor geen of te weinig parkeerbelasting was betaald. Daarom heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag opgelegd ter hoogte van € 74,
- Eiser voert aan dat het niet aan de weggebruiker is om eerst te onderzoeken waar parkeergeld betaald moet worden. De verkeersborden moeten duidelijk, zichtbaar en voor elke weggebruiker op dezelfde wijze geïnterpreteerd worden. Op de plek waar eiser met zijn auto heeft gestaan staan geen verkeersborden. Eiser heeft een foto bijgevoegd waarop is te zien dat er vóór die plek een bord staat met vermelding ‘einde parkeerverbod’. Artikel 24 van de Wegenverkeerswet en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn niet van toepassing. Verder klopt het adres dat op de naheffingsaanslag staat niet. Dat blijkt ook uit de scanfoto’s, aldus eisers.
- De verplichting om parkeerbelasting te betalen voor het parkeren van een voertuig op een bepaalde plaats en bepaalde tijd, dient zodanig kenbaar te zijn gemaakt dat er redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan dat er parkeerbelasting verschuldigd is. Daar staat tegenover dat een parkeerder de plicht heeft te onderzoeken of en zo ja, hoeveel, parkeerbelasting hij moet betalen voor het parkeren. Als de parkeerder daar niet aan voldoet, komen de gevolgen daarvan naar vaste jurisprudentie voor zijn rekening en risico.
- Eiser voert aan dat aan de rechterzijde van de [adres] een bord ‘einde parkeerverbod’ staat en dat hij achter dit bord geparkeerd stond. Achter het bord geldt volgens eiser niet langer het verbod om te parkeren en is parkeren dus toegestaan.
- De rechtbank overweegt als volgt. Het bord is niet van betekenis voor de vraag of sprake is van betaald parkeren. Een bord met aanduiding ‘einde parkeerverbod’ houdt in dat parkeren niet langer verboden is, dus is toegestaan, maar daarmee is op zich zelf genomen nog niet gezegd dat voor het parkeren geen parkeerbelasting is verschuldigd. De rechtbank heeft voorts in een uitspraak van 21 november 2022 al geoordeeld dat de parkeerlocatie waar eiser geparkeerd stond een fiscale parkeerplek is. Eiser was dus parkeerbelasting verschuldigd.
- Eiser voert verder aan dat hij op de rand van een parkeerzone geparkeerd stond en dat hij daarom geen parkeerbelasting hoefde te betalen. Ter ondersteuning van zijn standpunt verwijst hij naar een uitspraak van gerechtshof Amsterdam van 16 december
- De rechtbank is van oordeel dat deze uitspraak van toepassing is als wordt geparkeerd aan de rand van een betaald parkeren zone. Dat doet zich hier echter niet voor. Uit de schermafbeelding hieronder blijkt dat eiser in een parkeerzone, en dus niet op de rand daarvan, geparkeerd stond waar € 1,60 parkeerbelasting per uur verschuldigd is. Verder blijkt uit de schermafbeelding dat eiser hoe dan ook voorbij de parkeerautomaat ter hoogte van [adres] [huisnummer] moet zijn gereden. Anders dan eiser heeft aangevoerd is het ongeveer honderdtwintig meter lopen van de parkeerlocatie van eiser naar de parkeerautomaat. Eiser had dus kunnen weten dat hij parkeerbelasting moest betalen.
- Eiser voert tot slot aan dat het adres vermeld op de naheffingsaanslag niet klopt. De rechtbank overweegt als volgt. In het geval van een naheffingsaanslag wegens het niet betalen van parkeergeld moet het duidelijk zijn op welke locatie de auto geparkeerd stond. De enkele vermelding van een onjuist adres is echter nog geen reden om tot vernietiging van de naheffingsaanslag over te gaan. De scanauto registreert de gps-coördinaten van het dichtstbijzijnde adres. Het dichtstbijzijnde adres bij de parkeerlocatie van eiser is [adres] [huisnummer] . De rechtbank is daarom van oordeel dat de onnauwkeurigheid in de naheffingsaanslag niet van dien aard is dat twijfel bestaat over de daadwerkelijke parkeerlocatie en ook niet over de vraag of op die locatie parkeerbelasting is verschuldigd. De beroepsgrond slaagt niet. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenvergoeding of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Hummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juni
- griffier rechter de griffier is verhinderd te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3863, en 30 juli 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:
- AMS 22/
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4082, overweging 5.
- Nagemeten via nagemeten.nl