← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:874

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 10567467 CV EXPL 23-9002 vonnis van: 23 februari 2024 fno.: 33623 vonnis van de kantonrechter I n z a k e ERES NL XXXVI Coöperatief U.A. gevestigd te Amsterdam eiseres gemachtigde: G.J. Timmermans t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde niet verschenen Verder verloop van de procedure Op 24 november 2023 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend en, conform hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen, een kopie van de akte, inclusief het tussenvonnis aan gedaagde partij toegestuurd met mededeling dat en op welke wijze gedaagde partij hierop kon reageren. Eisende partij heeft de aan gedaagde partij tijdig gestuurde brief eveneens overgelegd. Van gedaagde is geen reactie ontvangen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Beoordeling Bij voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat artikel 10 van de huurovereenkomst (het huurverhogingsbeding) en artikel 25.2 van de algemene bepalingen (het bik-beding) vernietigd worden vanwege hun oneerlijke karakter. De kantonrechter heeft tevens overwogen dat als gevolg daarvan de door eiseres gevorderde huurverhogingen en buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar zijn. Eisende partij is ter onderbouwing van haar standpunt dat er thans sprake is van een huurachterstand, in de gelegenheid gesteld een berekening over te leggen van hetgeen gedaagde vanaf de aanvang van de huurovereenkomst aan kale huurprijs (dus exclusief servicekosten) méér dan de aanvangshuurprijs heeft betaald.

  1. Eiseres heeft in haar akte toegelicht dat de huurprijs op het moment dat zij eigenaar is geworden van het gehuurde in december 2019 een bedrag van € 847,84 bedroeg en eiseres heeft toegelicht met welk percentage de huur is verhoogd per juli 2020, 2021, 2022 en
  2. Verder heeft eiseres een specificatie van haar vordering bijgevoegd, waarin overigens wel huurverhogingen en buitengerechtelijke incassokosten zijn opgenomen.
  3. Van de door eiseres bij akte gegeven specificatie kan niet worden uitgegaan. Immers is bij voornoemd tussenvonnis reeds overwogen dat huurverhogingen en buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar zijn, terwijl eiseres deze wel in de specificatie heeft opgenomen.
  4. Eiseres heeft de kantonrechter verder te weinig aanknopingspunten gegeven om de hoogte van de huurachterstand te kunnen bepalen. Aan de hand van de overgelegde huurovereenkomst kan worden opgemaakt dat deze is aangevangen op 1 november 2012 en dat de kale huurprijs op dat moment € 670,00 per maand bedroeg. Eiseres heeft geenszins inzicht gegeven in de doorgevoerde huurverhogingen en de door gedaagde gedane betalingen in de periode van november 2012 tot december
  5. Door de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig aan te voeren, heeft eiseres onvoldoende onderbouwd dat er thans een huurachterstand bestaat en wat de hoogte van die achterstand is. Eiseres heeft daarmee niet voldaan aan haar stelplicht, zodat de vordering wordt afgewezen. BESLISSING De kantonrechter: wijst de vordering af; veroordeelt eiseres in de proceskosten die aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot worden op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.