RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 10760146 \ CV EXPL 23-13753 Vonnis van 27 december 2024 in de zaak van PON LUXURY CARS B.V., gevestigd te Leusden, eisende partij, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties, - de verstekverlening tegen gedaagde partij. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- De overeenkomst die in deze procedure centraal staat is gesloten tussen een handelaar en een consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. Onder meer moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). 2.
- Eisende partij stelt in de dagvaarding dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij onderhoudswerkzaamheden heeft verricht aan de auto van gedaagde partij, conform de door gedaagde partij getekende werkorder van 2 september
- 2.
- Over de prijs stelt eisende partij in de dagvaarding dat deze naar haar aard redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, maar dat de manier waarop de prijs wordt berekend voor gedaagde partij duidelijk en begrijpelijk moet worden gemaakt. Op de werkorder is aangegeven welke werkzaamheden zouden worden verricht, waarbij ook een indicatie is gegeven van de te hieraan te besteden tijd, aldus eisende partij. 2.
- Ingevolge artikel 4 lid 2 van de richtlijn is ambtshalve toetsing van kernbedingen alleen aan de orde als ze niet duidelijk en begrijpelijk (transparant) zijn geformuleerd. Nu de gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een kernbeding, te weten de door gedaagde partij te betalen prijs, moet dit beding worden beoordeeld op transparantie. Vastgesteld wordt dat op de werkorder geen enkele prijs wordt genoemd. Geen totaalprijs, geen (uur)prijzen van de uit te voeren werkzaamheden en geen prijzen van onderdelen, zelfs geen indicatie daarvan. De economische gevolgen die het sluiten van de overeenkomst met zich brengt kunnen niet worden ingeschat, ook niet bij benadering. In dit verband wordt verwezen naar het arrest van het Europese Hof van Justitie van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14). In dat arrest is beslist dat met het slechts noemen van een uurtarief de consument niet in staat wordt gesteld om met de nodige voorzichtigheid en met volledige kennis van de economische consequenties die het sluiten van deze overeenkomst met zich brengt zijn beslissing te nemen, niet voldoet aan het vereiste dat bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Dat is in dit concrete geval niet anders. Weliswaar is de feitelijke situatie anders dan in het arrest, maar dat neemt niet weg dat dat doordat de (bij benadering te verwachten) prijzen niet worden verstrekt, de consument niet in staat wordt gesteld de economische consequenties goed in te schatten. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het prijsbeding niet transparant is, zodat het moet worden getoetst op oneerlijkheid. 2.
- Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding gaat het erom of dat beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 van de richtlijn). Hierbij moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst worden meegewogen en alle andere bedingen van de overeenkomst, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft, in aanmerking worden genomen. Daarbij moet worden uitgegaan van de datum waarop de overeenkomst is gesloten. Als een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, is de consument hieraan niet gebonden. 2.
- Dat het prijsbeding niet transparant is, betekent niet automatisch dat sprake is van oneerlijkheid, maar weegt wel mee bij de beoordeling daarvan. Nu gesteld noch gebleken is dat gedaagde partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst kennis heeft kunnen nemen van de (bij benadering te verwachten) prijs, is het voor eisende partij mogelijk om achteraf iedere prijs die zij geraden acht in rekening te brengen voor de overeengekomen werkzaamheden. Het uurtarief is niet bekend, de prijzen van de werkzaamheden of onderdelen zijn niet bekend en de totaalprijs is niet bekend. Gedaagde partij kon dus niet weten waar hij mee akkoord ging. Dat maakt dat het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen, in strijd met de goede trouw, aanzienlijk is verstoord ten nadele van de consument. Het prijsbeding wordt daarom ook als oneerlijk aangemerkt. 2.
- De kantonrechter is voornemens het prijsbeding ambtshalve te vernietigen. Vernietiging heeft tot gevolg dat de overeenkomst niet langer kan voortbestaan. De grondslag voor de onderhavige vordering komt daarmee te vervallen. 2.
- Voordat tot vernietiging van het prijsbeding wordt overgegaan, wordt eisende partij in de gelegenheid gesteld zich over het voorgaande uit te laten. De zaak wordt hiervoor verwezen naar de rol. 2.
- Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten. 2.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 24 januari 2025 om 10.00 uur voor akte uitlating door eisende partij, 3.
- bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.9, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 27 december
- 991